aantekening #7169

Woodstock I

Er is dit weekend geen ontsnappen aan Woodstock: Three days of peace and music op een stuk grond van melkveehouder Max Yasgur, van 15 tot en met 17 augustus 1969. Het is vijftig jaar geleden dat zo'n half miljoen mensen samendromden om onder andere Janis Joplin, The Band, Grateful Dead en Jimi Hendrix te horen spelen.
Tien jaar geleden, rond de veertigste verjaardag van het festival, verscheen het door Woodstock-organisator Michael Lang geschreven boek Woodstock; Het verhaal achter het legendarische festival. Ik kocht dat boek toen niet, maar een paar jaar geleden wel, tweedehands op een boekenmarkt. Het verdween in een stapel met nog te lezen boeken. Dit weekend leek mij de uitgelezen kans om dat boek dan toch maar eens te lezen.
In mijn kop zit het verhaal dat de organisatoren van het festival voor de plaats Woodstock als locatie hadden gekozen omdat Bob Dylan daar woonde. Uiteindelijk werd het festival verplaatst naar Bethel, maar de naam Woodstock bleef.
Dit verhaal wordt niet door Michael Lang in zijn boek bevestigd. Mogelijk klopt er dus geen reet van. Ik weet ook niet meer waar ik dit verhaal vandaan heb. De kunst is nu om dat verhaal uit mijn kop te krijgen.

Bob Dylan was natuurlijk de grote afwezige tijdens het driedaagse festival. Dat neemt niet weg dat Michael Lang wel pogingen ondernam om Dylan te strikken voor het festival.
Michael Lang: "Bob Dacy (...) regelde een afspraak voor mij bij Bob Dylan thuis. Dylans songs namen in mijn leven een belangrijke plaats in, net als voor talloze anderen. Ik wilde alleen maar tegen hem zeggen dat we hem allemaal heel graag op het festival wilden hebben - onaangekondigd natuurlijk. (...) Als ik zijn agent een honorarium had geboden dat hoog genoeg was, had hij misschien wel bij ons opgetreden. Niet lang na Woodstock zou hij wel spelen op het Isle of Wight."

Zo'n dertig jaar geleden zag ik de film Woodstock en was onder de indruk. Ik heb altijd mijn twijfels gehad in hoeverre Bob Dylan in de Woodstock-wereld had gepast. Ik denk dat het niet had gewerkt. De familieman die Bob Dylan anno 1969 was op een festival als Woodstock met een half miljoen mensen die een profeet verwachtten, dat botst.

Nu de vijftigste verjaardag van Woodstock overal waar je kijkt opduikt, kan ik het niet laten uit het boek van Michael Lang een citaat van Who-gitarist Pete Townsend over te nemen.
Townsend: "Het publiek van Woodstock was echt een zooitje hypocrieten dat zich beroemde op een kosmische revolutie, louter en alleen omdat ze met z'n allen op een weiland waren gaat zitten, een paar hekken gesloopt hadden, slechte LSD hadden genomen, en toen probeerden weg te komen zonder te betalen voor de bands."

Op 14 augustus 1994 trad Bob Dylan op tijdens Woodstock, de eerste herkansing.

~ * ~ * ~ * ~

Grijze releases I

Grijze releases, cd's en elpees die door mazen in de wet zonder toestemming van de betreffende artiest legaal verkocht kunnen worden. Als ik ze tegenkom probeer ik sterk te zijn, ze links te laten liggen. In 90% van de gevallen blijken die releases namelijk tegenvallers: slechte geluidskwaliteit, geen informatie over de opnamen, zonder enige liefde voor de muziek gemaakt.
Een aantal weken geleden ging ik toch weer overstag en kocht er twee: Hollywood Bowl '65 en Bob Dylan with Jerry Garcia San Francisco 1980. Beide titels zijn uitgegeven door Rox Vox en kosten geen drol.
De dubbel-cd Bob Dylan with Jerry Garcia San Francisco 1980 bevat een opname van het concert van 16 november 1980. Ik heb nog geen song van dit album in z'n geheel gehoord. Dit is een uitgave om lang voor het wegsterven van de laatste noten gefrustreerd in een hoek te smijten.
De tweede cd, Hollywood Bowl '65, is (iets) beter. De geluidskwaliteit is minder dan de opname van dit concert zoals dat te vinden is op de 50th Anniversary Collection; 1965, maar de opname op de Rox Vox-uitgave is daarentegen completer dan op de 50th Anniversary Collection. Op de officiële uitgave ontbreken wat dingen als gesproken introducties en dergelijke, deze zijn wel te horen op de Rox Vox-uitgave.

~ * ~ * ~ * ~

Acteur Peter Fonda is dood. Hij overleed gisteren op 79-jarige leeftijd. Het eerste waaraan ik dacht toen ik dit nieuws hoorde, was niet de film Easy Rider of de telegram die Fonda samen met Dennis Hopper aan Bob Dylan stuurde, maar aan de liner notes die Fonda schreef voor het album Ballad Of Easy Rider van The Byrds.
Op dat album staat "Ballad Of Easy Rider", het nummer waarvan Dylan de eerste aanzet op een servet zette waarna Roger McGuinn het afmaakte.
Op dit album staat ook het door Dylan geschreven "It's All Over Now, Baby Blue".
Ik ben geen liefhebber van de muziek van The Byrds, wel van de liner notes van Peter Fonda.
Vanavond Easy Rider kijken. 

~ * ~ * ~ * ~

Woodstock II

In "Dylan kort #1264" wees ik op de cd-box Woodstock; Legends and More. Inmiddels heb ik die box gezien. Het gaat om een door Sony uitgegeven box. De titel van die box moet wat ruim worden genomen. Bob Dylans bijdrage op Woodstock; Legends and More is "Knockin' On Heaven's Door", een nummer uit 1973, dat is vier jaar na Woodstock...

~ * ~ * ~ * ~

Grijze releases II

In de winkel waar ik gisteren Woodstock; Legends and More liet staan, werden ook twee grijze releases van Bob Dylan aangeboden. Ik kocht een van de twee: The Broadcast Collection 1961 - 1965. Kosten: 10 euro.
De box bevat 92 opnamen verdeeld over vijf cd's. Dat is veel muziek. Ik heb net de derde cd in de speler geschoven. 
De informatie over de opnamen op deze box is schaars en onvolledig. 
Het meest absurd is nog dat de samenstellers er voor gekozen hebben, in ieder geval op de eerste twee cd's, om een grote hoeveelheid opnamen uit verschillende bronnen in willekeurige volgorde achter elkaar te zetten. Een voorbeeld: tijdens de Les Crane Show op 17 februari 1965 speelde Bob Dylan twee nummers: "It's All Over Now, Baby Blue" en "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)". Het eerste nummer is track 5 op cd 2, terwijl het tweede nummer track 20 op cd 1 is. Waarom staan deze nummers niet bij elkaar?
De geluidskwaliteit van de opnamen is zeer wisselend. Op de eerste twee cd's, de cd's met opnamen uit vele bronnen, staan opnamen die met behulp van pogingen om de kwaliteit digitaal op te poetsen kapot zijn gemaakt. Deze opnamen worden afgewisseld met opnamen die verrassen door de goede geluidskwaliteit. 
Deze box had een mooie aanwinst kunnen zijn wanneer de makers:
- de songs uit dezelfde bron bij elkaar hadden gezet;
- de informatie op de uitgave uitvoeriger en correct zou zijn;
- een aantal van de opnamen niet zo slecht zou zijn opgepoetst.
The Broadcast Collection 1961 - 1965 is aardig en beter dan de gemiddelde grijze release. Wat frustreert is dat het zonder veel moeite zoveel beter had kunnen zijn.


"Love And Theft"

Over een week of vier is het achttien jaar geleden dat het album "Love And Theft" verscheen. Na achttien jaar intensief luisteren klinkt het album nog steeds fris, alsof ik het gisteren, misschien vorige week voor het eerst hoorde. Het is tijd voor een klein, persoonlijk eerbetoon aan een van Bob Dylans beste albums: "Love And Theft".

Op deze zomerdag die - als de voorspellingen kloppen - in het water gaat vallen sta ik voor zeven uur naast mijn bed. Niet omdat dat moet, maar omdat ik niet geschikt ben om te blijven liggen. En dus draait "Love And Theft" - niet te hard, de overige bewoners van huize Willems slapen nog wel - terwijl ik de hoogbejaarde buurman in zijn geruite colbertjasje door het raam voorbij zie schuifelen, zijn golden retriever sukkelt in hetzelfde magere tempo mee, en de overbuurman uit zijn auto zie stappen, net thuis van de nachtdienst. De hoogbejaarde buurman wil een praatje maken, de overbuurman niet. Die wil naar bed, slapen.
Ik neem nog een bakkie, smeer voor mezelf een boterham kaas en luister naar "Love And Theft".

In de aanloop naar het het verschijnen van "Love And Theft", september 2001, was de plaat album van de week op Radio 2 en dus hoorde ik songs als "Moonlight" en "Floater (Too Much To Ask)" tijdens autoritten van of naar mijn werk. Ik moet een groot deel van de songs op "Love And Theft" gehoord hebben voor ik het album in handen kreeg en de plaat van voor tot achter tot mij kon nemen. Het album als geheel bleek beter dan de losse delen, de losse songs die ik versnipperd via de autoradio tot mij had kunnen nemen.
Wat zei Bob Dylan ook al weer over "Love And Theft"? Het is een Greatest Hits-album zonder de hits. Zoiets, ik parafraseer. Na bijna achttien jaar luisteren kan ik hem alleen maar gelijk geven.

Achttien jaar.
Na het horen van "Tweedle Dee & Tweedle Dum" raakte ik gefascineerd door die maffe tweeling en vooral de bron waar Bob Dylan ze vond: in hoofdstuk 4 van het boek Through The Looking Glass And What Alice Found There van Lewis Carroll, het vervolg op het bekendere Alice's Adventures In Wonderland. Ik kocht een pocket met beide Alice-boeken, las en raakte gefascineerd.
Achttien jaar later staat er een twee meter hoge boekenkast in de kamer met tientallen edities van de Alice-boeken. Met dank aan Dylans "Love And Theft".

"Love And Theft" is het eerste post-Lanois-album dat door Bob Dylan zelf geproduceerd werd. De muziek is recht in je gezicht, Dylans stem zit voorin de mix. Er is een goede scheiding van instrumenten waardoor de plaat open, toegankelijk klinkt. "Love And Theft" behoort tot de best klinkende platen uit Dylans oeuvre.

"Mississippi" - het tweede nummer op "Love And Theft" - is een overblijvertje van de schrijfsessie die de songs voor Time Out Of Mind opleverde. Een luisteraar kan in "Mississippi" wonen en nooit zichzelf tegenkomen, zo goed is die song. Te goed voor Time Out Of Mind en daarom terecht op "Love And Theft" terecht gekomen.

Well my ship’s been split to splinters and it’s sinkin' fast
I’m drownin’ in the poison, got no future, got no past
But my heart is not weary, it’s light and it’s free
I’ve got nothin’ but affection for all those who’ve sailed with me

Op 10 september 2001 kocht ik de speciale editie van "Love And Theft", de versie in dat kartonnen hoesje met bonus-cd. In de achttien jaar sinds het verschijnen van "Love And Theft" is het album al vaak opnieuw uitgebracht. In 2003 verscheen het album al opnieuw, op SACD. Verder werd het album eerst door Music On Vinyl en onlangs ook door Sony zelf - in de serie We Are Vinyl - opnieuw op elpee uitgebracht.
Van alle versies die ik van "Love And Theft" gehoord heb, is de recente We Are Vinyl-uitgave verreweg de best klinkende versie. Koop die plaat, het is de moeite waard.

"Love And Theft" lijkt meer met de elpee dan de cd in gedachten gemaakt te zijn.
Het album bevat twaalf songs, op de dubbelelpee die "Love And Theft" is betekent dat drie songs per kant.

kant 1:
"Tweedle Dee & Tweedle Dum"
"Mississippi"
"Summer Days"

kant 2:
"Bye And Bye"
"Lonesome Day Blues"
"Floater ( Too Much To Ask)"

kant 3:
"High Water (For Charley Patton)"
"Moonlight"
"Honest With Me"

kant 4:
"Po' Boy"
"Cry A While"
"Sugar Baby"

Wanneer je kijkt naar kant 2 en 3 zie je een duidelijke opzet per plaatkant: een rocker, een crooner en een mid-tempo nummer.
Iedere elpeekant heeft een rocker: "Summer Days", "Lonesome Day Blues", "Honest With Me" en "Cry A While". Zowel kant 2 en 3 hebben ook een crooner en een mid-tempo nummer. Bij kant 1 en 4 is een song uit de genoemde categorie opgeofferd voor een opener of een afsluiter. Op kant 1 is de crooner verdwenen ten gunste van opener "Tweedle Dee & Tweedle Dum", op kant 4 is het mid-tempo nummer verdwenen ten gunste van de afsluiter "Sugar Baby".
Dat geeft "Love And Theft" de volgende structuur:
kant 1: opener - mid-tempo - rocker kant 2: crooner - rocker - mid-tempo
kant 3: mid-tempo - crooner - rocker kant 4: crooner - rocker - afsluiter
De enige plek op "Love And Theft" waarbij de luisteraar twee soortgelijke songs achter elkaar voorgeschoteld krijgt, is in de overgang van kant 2 naar kant 3, van "Floater" naar "High Water", in de overgang van plaat 1 naar plaat 2. Dat is geen toeval.
Er zijn 'spiegels': zowel kant 1 als 3 eindigen met een rocker. Zowel kant 2 als 4 openen met een crooner en vervolgens een rocker.
Het is deze structuur die laat zien dat "Love And Theft" gemaakt is met de elpee, niet de cd, in het achterhoofd.

De ringtoon van mijn telefoon bestaat uit de eerste paar seconden van "Summer Days". Dat heeft ook een nadeel: iedere keer als ik "Love And Theft" draai denk ik na een minuut of tien gebeld te worden.

Met de titel "Love And Theft" laat Bob Dylan zien dat hij geen enkele behoefte heeft zijn manier van schrijven op dit album te verbergen: flarden van teksten van anderen gebruiken om tot eigen, nieuwe teksten te komen. Onlangs schreef een mede-Dylanliefhebber mij dat eigenlijk in al die diefstal-gevallen Dylans nieuwe tekst beter is dan de brontekst. Hij heeft gelijk.
Vlak na het verschijnen van "Love And Theft" ontstond de jacht naar bronteksten.
Nick Cave, Robert Johnson, de folksong "The Coo-Coo Bird", het zijn - naast de eerder genoemde Lewis Carroll - de eerste drie die me te binnen schieten.

Wat voor mij in september 2001 bij het horen van "Love And Theft" echt een schok was, waren de drie crooners: "Bye And Bye", "Moonlight" en "Po' Boy". Bob Dylan had dit niet eerder gedaan. Ik moet bekennen dat ik aanvankelijk erg moest wennen aan deze nummers, al duurde het niet lang voor ook deze songs onder mijn huid kropen.
Achttien jaar later doemt de vraag op of deze songs een voorbode waren voor de drie Sinatra-albums: "Shadows In The Night", "Fallen Angels" en "Triplicate". Het zou kunnen.
Ik hoor de drie genoemde songs van "Love And Theft" honderd keer liever dan welke song ook op "Shadows In The Night", "Fallen Angels" of "Triplicate".
In 1966 bracht Sinatra het album Moonlight Sinatra uit. Is de overeenkomst met Dylans "Moonlight" toeval? Waarschijnlijk wel.

One of the boss’ hangers-on
Comes to call at times you least expect
Try to bully ya—strong-arm you—inspire you with fear
It has the opposite effect

Bij het draaien van "Floater (Too Much To Ask)" moet je gewoon even stil zijn en Dylan zijn verhaal laten vertellen.
Hetzelfde geldt voor "High Water (For Charley Patton)".

I got a cravin’ love for blazing speed
Got a hopped-up Mustang Ford
Jump into the wagon, love, throw your panties on the board

Als ik denk aan "Love And Theft" denk ik misschien vooral wel aan bovenstaande drie regels uit "High Water". Aan dat gevoel van vrijheid, van not giving a fuck, van doen wat op dat moment goed voelt.
"Love And Theft" is misschien wel bovenal het product van een man die voor het eerst in lange tijd niet meer denkt aan verwachtingspatronen van luisteraars, aan bij-de-tijd-zijn, aan producers of platenmaatschappijen, aan critici, aan het eigen verleden. "Love And Theft" lijkt vooral het product te zijn van een man die weet waarom hij muziek maakt.

"Love And Theft" bleek in 2001 een frisse blik op de wereld te bevatten, een frisse blik doorspekt met sentiment, met nostalgie, met al het goede dat ook in de geschiedenis te vinden is. "Love And Theft" is dan misschien wel een album uit de eenentwintigste eeuw, maar dat maakt het album nog niet tot plaat van de eenentwintigste eeuw. "Love And Theft" kon alleen gemaakt worden door een man die de muziek, de cultuur van de twintigste eeuw, van de jaren dertig, de jaren vijftig en zestig heeft opgezogen, heeft beleefd terwijl hij met zijn voeten stevig in de eenentwintigste eeuw stond.
Een man die niet denkt in hokjes, maar uit ieder hokje het ingrediënt haalt dat zijn muziek zal aanvullen, versterken.
"Love And Theft" is een werkstuk vol liefde en diefstal, een album dat in achttien jaar luisteren alleen maar jonger is geworden.

Het loopt inmiddels tegen tienen. De overbuurman ligt al enkele uren op één oor. Na het wegsterven van de laatste klanken van "Sugar Baby" ga ik gewoon weer naar "Tweedle Dee & Tweedle Dum". "Love And Theft" draait inmiddels voor de derde of vierde keer deze ochtend. Er zijn legio goede albums waarbij dat niet zou werken. Bij "Love And Theft" kan dat wel, stoort het steeds weer opnieuw horen niet, is de marathon-aanpak zelfs wel aangenaam.
"Love And Theft" is bijna achttien, bijna meerderjarig, maar volwassen zal het album nooit worden. "Love And Theft" is een springerige puber met de levenservaring van een opa. Dat is wat het album zo aangenaam maakt: de bravoure, de energie, de levensdrang van een tiener gecombineerd met de culturele bagage van twee, drie volle levens.
"Love And Theft" is een opa die zijn middelvinger opsteekt.

Dylan kort #1264

Bob Dylan staat op de cover van het nieuwe boek van David Hepworth, maar in de recensie op de website van NRC Handelsblad wordt Bob Dylan niet genoemd. Zie hier. [met dank aan Herman] Ik heb dit boek niet gelezen, dat hoop ik ooit wel te doen. Het is een boek over de elpee. Volgens Hepworth - als ik de recensie in NRC mag geloven - is de glorietijd van de elpee de periode tussen 1967 en 1982.
Opvallend is dat op de cover van het boek een foto staat van Bob Dylan die luistert naar een acetate van Blonde On Blonde, een album dat in 1966 verscheen en dus buiten de gouden periode van de elpee valt - aldus Hepworth. Vreemd.
"You don’t need a weatherman...", Loheus citeert Dylan, zie hier. [met dank aan Dirk]
Marieke Lucas Rijneveld in de Volkskrant van zaterdag 10 augustus: "In de fabriek was alles anders. Er mocht geen radio meer aan. [...] Ik miste de liedjes, vooral die over meisjes gingen, over een ander leven, over drugs en uitgaan. Bob Dylan, The Beatles, Nirvana." [met dank aan Hans]
"Als je dit hoort, die mondharmonica en die stem van die man", luisteren naar "Man In The Long Black Coat" op een uitstekende installatie, zie hier. [met dank aan Dirk]
Dylan & Me, het boek van Louie Kemp is verschenen. Helaas ligt het niet in Nederland in de winkels, zie hier. [met dank aan Bart]
Woodstock: Natuurlijk moet de 50ste verjaardag van het legendarische festival uitgemolken worden... Vanaf vandaag bij Kruidvat te koop, de cd-box Woodstock; Legends and More met onder andere Bob Dylan, zie hier.
The Bridge: nummer 64 van dit Dylan-tijdschrift is net verschenen, zie hier.

I’ll Be Your Baby Tonight (1967) - door Jochen Markhorst


I’ll Be Your Baby Tonight (1967)

Ergens in het laatste deel van zijn trilogie Black Coffee Blues, in “Smile, You’re Traveling” (2000) bekent het veelzijdige fenomeen Henry Rollins zijn liefde voor Sinatra, en dan specifiek voor diens jaren 50-albums:

“Ik hou van die platen waarop hij helemaal depressief is, zoals In The Wee Small Hours, No One Cares, Where Are You en Only The Lonely. Ik hou van Sinatra omdat hij zijn hele leven lang fuck all you motherfuckers bleef zeggen en ondertussen het talent had om dat te mogen zeggen. Hij bleef terugkomen, wat er ook naar zijn hoofd werd gesmeten. Hij inspireert me enorm. Hij is als een zwaan. Sierlijk, maar gemeen als je hem provoceert.”

Vijftien jaar later schrijft Elvis Costello een bijna identieke liefdesverklaring in zijn autobiografie, in Unfaithful Music & Disappearing Ink:

“Ik zat hele nachten diep in The Wee Small Hours Of The Morning, No One Cares en Only The Lonely, die ongelooflijke serie intense ballad-albums die Sinatra had opgenomen voor Capitol met Nelson Riddle.”

Dylan bekent diezelfde liefde iets indirecter, in Chronicles, als hij flink uitpakt om zijn ontzag voor de song “Ebb Tide” te beschrijven: “De tekst was zo raadselachtig en kolossaal. Als Frank dat lied zong, kon ik alles in zijn stem horen - dood, God en het universum, alles.”

“Ebb Tide” staat op Kant 2 van Frank Sinatra Sings For Only The Lonely (1958) en sporen van dat album zijn door Dylans hele oeuvre te vinden. In songs als “Forgetful Heart”, “Dignity” en “Wallflower” resoneren woordkeus en songstructuur, Only The Lonely-songs als “One For My Baby (And One More For The Road)” en “Good-Bye” worden geparafraseerd in de Basement, in “Sign Language”, in “Scarlet Town” en in “Don’t Think Twice”, en met knip- en plakwerk is de klassieker “Blues In The Night” in zijn geheel te reconstrueren uit Dylans Verzamelde Werken.

“Blues In The Night” staat wel ergens vooraan in The Great American Songbook. Zelfs componist Harold Arlen, doorgaans een bescheiden man die niet op borstklopperij is te betrappen, wordt weer enthousiast als zijn biograaf Edward Jablonski naar dit lied vraagt: “I knew it was strong, strong, strong!” (Rhythm, Rainbow And Blues, 1996). Hij pakt zelfs, zeer ongebruikelijk, een flintertje krediet voor de tekst van Johnny Mercer:

“Vanaf de tweede strofe klonk het geweldig, maar die eerste twaalf maten was slappe hap. Op de derde of vierde pagina van zijn aantekeningen zag ik een paar regels - een daarvan was: My momma done tol' me, when I was in knee pants. Ik zei: "Waarom doe je daar niet iets mee?" Het was een van de zeer weinige keren dat ik zoiets aan John heb voorgesteld.”

(in Alec Wilder’s American Popular Song, 1972)

Het is ook een exceptioneel lied. Het wordt geschreven voor de film Hot Nocturne in 1941, maar na het succes van de song wordt de filmtitel veranderd in Blues In The Night. Een jaartje later wint het lied bizar genoeg niet de Academy Award voor Beste Song. Een van de vele onrechtvaardigheden in de geschiedenis van de Oscartoekenningen, maar het krijgt wel een staartje. Winnaar Jerome Kern (“The Last Time I Saw Paris”), die eigenlijk bekend staat als een competitieve, wat arrogante liedcomponist met een flink ego, schaamt zich. Als goedmakertje geeft hij Arlen een opmerkelijk, persoonlijk cadeau (de wandelstok van Jacques Offenbach) en hij zorgt ervoor dat de spelregels veranderd worden: vanaf 1943 moet een Oscargenomineerde song ook daadwerkelijk voor de film zijn geschreven. Kerns winnende “The Last Time I Saw Paris” was een oud lied dat min of meer toevallig, op het laatste moment, in de film Lady Be Good werd ingelast. Geen Oscarwinnaar, dacht Kern zelf destijds en hij was dus niet eens bij de prijsuitreiking aanwezig.

Dylan is een fan van tekstschrijver Johnny Mercer, en helemaal van dit lied, hoewel hij in Chronicles nog denkt dat het allemaal Harold Arlen is:

“Harold Arlen had "The Man That Got Away" geschreven en het kosmische "Somewhere Over the Rainbow", ook al een nummer van Judy Garland. Hij had ook veel andere populaire liedjes geschreven - het machtige "Blues in the Night", "Stormy Weather", "Come Rain or Come Shine", "Get Happy". In de liedjes van Harold hoorde ik landelijke blues en folk muziek. Er was een emotionele verwantschap.”

Natuurlijk; Woody Guthrie, Hank Williams, Hank Snow zitten allemaal dieper onder zijn huid, “maar ik ben nooit losgekomen van die bitterzoete, eenzame, intense wereld van Harold Arlen.”
Tekstschrijver Johnny Mercer krijgt dus geen uitgesproken credits van de bard, maar indirect meer dan eens. Uit dit lied, uit “Blues In The Night”, herkent de Dylanfan

Now the rain's a-fallin'
Hear the train a-callin

…waarvan echo’s neerdalen in “A Hard Rain’s A-Gonna Fall” en in “Dusty Old Fairgrounds”, het vierde couplet opent met

From Natchez to Mobile
From Memphis to St. Joe

…dat ook wel bekend mag klinken, en het refrein,

The evenin' breeze'll start the trees to cryin'
And the moon'll hide it's light
When you get the blues in the night
Take my word, the mockingbird'll sing the saddest kind of song
He knows things are wrong, and he's right

…verklapt waarvan Dylan die atypische combinatie van moon en mockingbird uit “I’ll Be Your Baby Tonight” heeft geleend (en die laatste regel komt ook wel erg dicht in de buurt van “You’re Gonna Make Me Lonesome”, eerste couplet - when something’s not right, it’s wrong).

Samen met “Down Along The Cove” is “I’ll Be Your Baby Tonight” de vreemde eend in de bijt op John Wesley Harding. Na tien songs met mysterieuze, Bijbels aandoende, parabelachtige teksten als “All Along The Watchtower”, “Drifter’s Escape” en “Dear Landlord”, sluit de plaat af met twee onvervalste countryliedjes, allebei liefdesliedjes met eenvoudig taalgebruik, simpele teksten zonder uitzinnigheden als barefoot servants, fairest damsels of obscure heiligen gehuld in massief goud, én het zijn de enige liedjes op de plaat waarbij een steelgitaar meespeelt (Pete Drake).

In terugblikken en overzichtsartikelen worden de songs vaak als “overgangsliedjes” geduid, als overgang naar, of een soort strategische aankondiging van, de country van de volgende plaat, van Nashville Skyline. Zelf gaat Dylan daarin niet mee, althans: niet in de veronderstelling dat hij een vooropgezette strategie zou hebben, dat hij ten tijde van John Wesley Harding al ideeën over een volgende plaat zou hebben. Maar dat beide songs probleemloos op Nashville Skyline zouden passen is natuurlijk niet te ontkennen.

De twee laatste liedjes worden ook als laatste opgenomen, als laatste geschreven en, anders dan de andere tien liedjes, ter plekke geschreven, waarbij volgens Dylan muziek en tekst tegelijk kwamen - voor de overige songs had hij de teksten ruim eerder geschreven.

De geest van Nashville, countryhoofdstad van de wereld, krijgt dus eindelijk toch vat op Dylan. Ironisch, want Dylan zelf had de stad juist verlost van dat stempel, door Blonde On Blonde op te nemen in Nashville. Het voorheen heersende provincialisme en de eenzijdigheid van de muziekscene vóór Blonde On Blonde verwoordt de autobiograaf, terugdenkend, tamelijk kras in Chronicles:

“De stad was een zeepbel. Ze joegen Al Kooper, Robbie Robertson en mij bijna de stad uit omdat we lang haar hadden. Alle liedjes die uit de studio's kwamen, gingen toen over sletterige wijven die hun man bedriegen of vice versa.”

…en zo héél ver zit “I’ll Be Your Baby Tonight” daar niet vandaan. Toegegeven, de tekst is vaag genoeg om te kunnen ontkennen dat hier overspel wordt gepleegd. Met enige creativiteit zou je zelfs kunnen stellen dat de bezongen Baby letterlijk een baby is, dat Dylan een slaapliedje voor de anderhalf jaar oude Jesse Dylan schrijft. Maar Ockham’s scheermes wijst naar de meest voor de hand liggende interpretatie: een ik-persoon die zingt: “Ik zal vanavond jouw lief zijn,” is niet de wettige levenspartner van de bezongene - maar een slut wife cheating on her husband or vice versa.

Volstrekt onbelangrijk, natuurlijk. “I’ll Be Your Baby Tonight” is een prachtig liedje, met de glans van een onverwoestbare evergreen, wat ook vrijwel meteen wordt onderkend door de frontstrijders van zowel de country- als de popwereld.

De grootmacht Burl Ives neemt zijn versie al in 1968 op, een paar maanden na het verschijnen van John Wesley Harding, voor het album The Times They Are A-Changin’, waarop hij maar liefst vier Dylansongs covert (ook nog “One Too Many Mornings” en “Don’t Think Twice It’s All Right” (Burl schrijft het zonder komma). De covers zijn nogal omstreden. Producer is Dylankenner Bob Johnston, die dus een paar maanden hiervoor nog het origineel heeft opgenomen, de plaat wordt in dezelfde studio in Nashville opgenomen en de hoes vermeldt geen muzikanten, maar het is wel waarschijnlijk dat de Nashville Cats Charlie McCoy en Kenny Buttrey er ook weer bij zijn. Het is echter tamelijk gruwelijk gearrangeerd, met kwelende violen, truttige dameskoortjes en een aanstellerig praatzingende Ives. “I’ll Be Your Baby Tonight” is de uitzondering, en valt dan nog mee - Burl zingt gewoon, de violen houden zich in. Het wordt terecht uitverkoren als single en wordt zowel in Amerika als in Australië een bescheiden hitje (respectievelijk nummer 35 en 28).
  
Net zo vlot erbij zijn Emmylou Harris, Ray Stevens, George Baker, Anne Murray en nog veel meer artiesten; voor 1970, binnen twee jaar, heeft de halve eredivisie de song al op het repertoire staan.
De populariteit neemt niet af, na 1970. “I’ll Be Your Baby Tonight” staat ongetwijfeld hoog in een (niet-bestaande) lijst van Meest Gecoverde Dylansongs, en wordt ook vaak als single gekozen. The Hollies, Judy Rodman, Bobby Darin, John Walker (van de Walker Bothers), Blossom Toes… die lijst is ook al eindeloos.
Het grootste succes heeft het gelegenheidsproject Robert Palmer & UB40, dat in 1990 een flinke wereldhit scoort met een aardige, zoete reggaebewerking van de song.
Dylans hart heeft waarschijnlijk een sprongetje gemaakt bij de cover van Hank Williams Jr., de zoon van zijn grote held. Alleen om sentimentele redenen echter - Hanks cover is onverdraaglijk gladjes. Onwaarschijnlijk, en veel leuker is de vrolijke, cajunachtige meezinger die de ex-zanger van Deep Purple Ian Gillan ervan maakt (op Gillan’s Inn, 2006).

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #104


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #103


The Comic Book and Me #74

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"


Uit een door Peter Pontiac getekend verhaal, te vinden in het tijdschrift Tante Leny presenteert nummer 26 (2000)


The Comic Book and Me #73

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Deze vakantie las ik Love Song van Christopher, een uit het Frans vertaald comic book. Het boek is door IDW uitgegeven en helaas - voor zover ik weet - is er nog geen Nederlandse vertaling verschenen. (In het Frans lezen lukt mij niet, vandaar dat ik naar de Engelse vertaling greep.) Love Song is een schitterend boek over vier vrienden die samen in een band spelen. Uiteraard zit dit boek stampvol muziek - gezien de titel en de cover - maar het verhaal van Love Song gaat veel verder dan vier vrienden die muziek spelen. Erg mooi boek.
In dit boek komt Bob Dylan een aantal malen voorbij.






Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #102


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #101


Uit het boek De jaren 60 van Geert Buelens.
Met dank aan John.

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #100


I’m closin’ the book
On the pages and the text
And I don’t really care
What happens next
I’m just going
I’m going
I’m gone

Met dank aan Henk.

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #99


Met dank aan John.

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #98

Ik heb het album Let It Be van The Beatles al vaak gehoord, maar niet eerder viel me de (mogelijke) Dylan-verwijzing in het nummer "Dig It" op:

Like a rolling stone
A like a rolling stone
Like the FBI and the CIA
And the BBC, BB King
And Doris Day
Matt Busby
Dig it, dig it, dig it
Dig it, dig it, dig it, dig it, dig it, dig it, dig it, dig it

Dylan kort #1263

D.A. Pennebaker: de Volkskrant, zie hier. [met dank aan Peter, Herman], NRC Handelsblad, zie hier. AD, zie hier. NOS, zie hier. Telegraaf, zie hier. Trouw, zie hier. Parool, zie hier. HUMO, zie hier. Knack, zie hier. De Tijd, zie hier. HLN, zie hier. Nieuwsblad, zie hier. Filmkrant, zie hier.
Dylan Review is een nieuw online fanzine over Bob Dylan, zie hier.
Hij wil Bob Dylan zijn, Theodor Holman, zie hier.
Uncut (september) bevat een recensie van het boek Dylan & Me van Louie Kemp. [met dank aan Theo] Helaas is dit boek nog niet hier te koop.
Nooit Meer Slapen: in de uitzending van 19 juli is Kees 't Hart te gast. Er wordt gesproken over Goethe. Om tien minuten voor half 1 in de ochtend wordt de vergelijking tussen Goethe en Bob Dylan gemaakt. Luister hier. [met dank aan Hans]
Willy Deville kan Bob Dylan wel wat aandoen... Zie hier. [met dank aan Ferdinand]
"als je alleen naar zijn [Dylans] teksten kijkt zijn ze misschien wel niet super-poëtisch, maar als je het combineert met de voordracht, zeker met zijn zeggingskracht in zijn niet supermooie zingen, dan gebeurt er iets." Voor de context, zie hier. [met dank aan Dirk]
Lezing: woorden van Bob Dylan: 30 november, Mechelen, zie hier. [met dank aan Dirk]
"Ik las Amerikaanse boeken, droeg Amerikaanse kleren, keek Amerikaanse films en hield ook van het Amerikaanse engagement van Bob Dylan en Hunter S. Thompson, die ganzenveer en degen in hun taal wisten te combineren." Een column van Theodor Holman, zie hier.
"Bob Dylan bedroog alle vrouwen...", een wat vreemd stuk op HLN en voor wie zich even wil ergeren, lees de reacties bij dit artikel, zie hier. [met dank aan Dirk]
Bob Dylan Weekend: Kortrijk, 18 t/m 20 oktober, zie hier. [met dank aan Dirk]
Marc Didden is 70 geworden, Dylan komt kort voorbij, zie hier. [met dank aan Dirk]
Beiaardier speelt op carillon in Winschoten Dylan, 27 september, zie hier.
Bredevoort, Hard Rain speelt Dylan op 18 augustus tijdens de opruimingsboekenmarkt, zie hier.
Big Bang Theory: Amy draagt een Dylan-shirt, zie hier. (rond 11 minuten) [met dank aan Alja]
Antikapitalisten: een recensie van Rolling Thunder Revue; A Bob Dylan Story by Martin Scorsese, zie hier.
"De Dylaneske zin", zie hier.

aantekening #7160

Hoeveel muziekliefhebbers lopen vandaag over het zebrapad waar The Beatles vandaag vijftig jaar geleden overheen liepen?



Vanochtend vroeg, de andere bewoners van huize Willems lagen allemaal nog op één oor, realiseerde ik me ineens dat er een gelijkenis is tussen de hoes van The Beatles' Abbey Road (1969) en Bob Dylans The Freewheelin' Bob Dylan (1963). Beide hoezen laten een straat zien waar de muzikant(-en) doorheen loopt / lopen. The Beatles van links naar rechts, Bo Dylan - samen met Suze Rotolo - richting de camera. De enige die recht in de camera kijkt is Suze Rotolo.
Op beide hoezen staat links een Volkswagen. Op Abbey Road is het een kever (Beetle = Beatle?), op The Freewheelin' Bob Dylan een bus.
De overeenkomst tussen de hoezen van Abbey Road en The Freewheelin' Bob Dylan zal toeval zijn. Een overeenkomst die alleen in de ogen van de toevallige passant bestaat.


~ * ~ * ~ * ~

Zo'n twintig jaar geleden kocht ik op een boekenmarkt in Bredevoort het in 1961 door Vista Books, Londen uitgegeven boekje 'Beat' Poets. Tijdens het schrijven aan Dylan & de Beats vroeg ik mij af of Bob Dylan dit boekje in zijn kast heeft staan. Er zijn meerdere overeenkomsten tussen regels in dit boek en songteksten van Bob Dylan aan te wijzen. Natuurlijk is het goed mogelijk dat die overeenkomsten toevallig zijn, of niet toevallig zijn, maar dat Bob Dylan de bewuste gedichten elders las. Kortom: het staat verre van vast dat Bob Dylan het boekje 'Beat' Poets kent, maar onmogelijk is het zeker ook niet. Ik stel me voor dat Bob Dylan een exemplaar van 'Beat' Poets oppikte in de jaren zestig tijdens een van zijn trips naar Engeland.

Het boekje 'Beat' Poets is er eentje in een serie door Vista Books uitgegeven poëziebundels. Pocket Poets heet die serie en al die deeltjes in die serie hebben min of meer dezelfde schitterende cover die mijn boekenliefhebber-hart sneller doet kloppen.
Vorige week kocht ik een ander deeltje in de Pocket Poets-serie. Famous American Poems heet dat deeltje. In dit boekje staat gedichten van onder andere Ralph Waldo Emerson, Edgar Allan Poe en Walt Whitman.
In dit boekje staat ook een fragment uit "Snow-Bound" van John Greenleaf Whittier en in dit fragment staan de volgende regels:

Low circling round its southern zone,
The sun through dazzling snow-mist shone.

Deze regels doen denken aan Bob Dylans "Pay In Blood" van Tempest

I`m circling around in the southern zone
I pay in blood, but not my own 


~ * ~ * ~ * ~

Volgende maand is het dertig jaar geleden dat Oh Mercy werd uitgebracht. Niet lang nadat dat album verscheen bezocht ik de lokale platenboer. Ik had geld bij me om een elpee te kopen, verdiend met een weekendbaantje, genoeg voor de aanschaf van één album. In die dagen had ik al wel van Bob Dylan gehoord, maar verder dan het beluisteren van Desire, Hard Rain, Greatest Hits en John Wesley Harding was ik nog niet gekomen. Ik wilde meer Dylan en dus keek ik in de platenbak bij de letter D. 
De winkel had twee Dylan-albums op voorraad: Dylan & the Dead en Oh Mercy. Ik herinner mij lang te hebben getwijfeld welke van de twee albums mee te nemen. Ik had van beide albums niks gehoord, ook had ik geen recensies gelezen. Na lang twijfelen kocht ik Dylan & the Dead omdat in de eerste plaats de hoes me meer aansprak dan de hoes van Oh Mercy en in de tweede plaats omdat dit album "I Want You" en "All Along The Watchtower" bevat, nummer die ik kende van respectievelijk Greatest Hits en John Wesley Harding.

Dat Oh Mercy een beter album is dan Dylan & the Dead is achteraf makkelijk vast te stellen. En dus lijkt het logisch dat ik mij achteraf voor mij kop sla dat ik toen Dylan & the Dead kocht in plaats van Oh Mercy. Toch heb ik geen spijt van die beslissing. Doordat ik Dylan & the Dead zo vroeg hoorde in mijn ontdekkingstocht door Dylans oeuvre, werd ik bij het beluisteren van het album niet gehinderd door het vergelijken van dit album met klassiekers als Blonde On Blonde, Blood On The Tracks en Oh Mercy. Dylan & the Dead is een prima album.

Pas jaren na het verschijnen van Oh Mercy kocht ik het album, op cd bij een zaak in Deventer. Een schitterend, maar in mijn oren onevenwichtig album. Onevenwichtig omdat "Man In The Long Black Coat" zo goed is, dat het de andere songs op Oh Mercy in de schaduw zet. Zo zit het in mijn kop.
Het gebeurt dan ook regelmatig dat ik Oh Mercy uit de kast pak om alleen "Man In The Long Black Coat" te draaien. 

Het is volgende maand dertig jaar geleden dat Oh Mercy verscheen. Daarom pakte ik het album uit de kast om dit weer eens te draaien. Het viel me op hoe naast ik er zat met mijn aanname dat veel songs op Oh Mercy lijden onder de schoonheid van "Man In The Long Black Coat". Het album heeft naast "Man In The Long Black Coat" veel meer goede songs, genoeg om het woord "onevenwichtig" de deur te wijzen.

testpersing van Oh Mercy


aantekening #7157 - D.A. Pennebaker (1925 - 2019)

D.A. Pennebaker, maker van films als Monterey Pop, Dont Look Back en Ziggy Stardust and The Spiders from Mars is afgelopen donderdag overleden.

In 1965 ging Pennebaker met Bob Dylan mee op tournee naar Engeland. Van Bob Dylans aankomst in Londen op 26 april tot zijn laatste concert op 10 mei, D.A. Pennebaker was er bij - als een vlieg op de muur - om het vast te leggen. Pennebaker schoot niet alleen filmbeelden van Bob Dylans concerten, hij legde vooral ook de uren tussen twee concerten vast: het wachten, het reizen, de interviews, de verveling, het componeren, het ouwehoeren, de feesten, de (wachtende) fans, de (toevallige) passanten zoals Allen Ginsberg, Alan Price en Donovan, het samen zingen op de hotelkamer en het opzuigen van de concertrecensies. Met de vele uren beeldmateriaal maakte D.A. Pennebaker de film Dont Look Back (1967). De film begint met waarschijnlijk de bekendste beelden ooit van Bob Dylan geschoten: Bob Dylan die in een steeg stukken karton met daarop woorden en kreten aan de camera toont en op de grond laat vallen terwijl op de achtergrond Allen Ginsberg en Bob Neuwirth staan te praten en "Subterranean Homesick Blues" is te horen. Dit befaamde begin bevat de enige beelden in Dont Look Back die in scène zijn gezet.

D.A. Pennebaker vangt met Dont Look Back Bob Dylan tijdens een van de interessantste periodes uit zijn carrière. Bob Dylan is op de toppen van zijn kunnen. Hij staat op het punt om "Like A Rolling Stone" te schrijven en een band mee op tournee te nemen. Bob Dylan barst bijna uit zijn voegen van de drang om de volgende stap te zetten. Dont Look Back laat Bob Dylan zien in een periode waarin hij worstelt met het loslaten van het oude - de troubadour - om te kunnen beginnen aan het nieuwe - spelen met een band.
Het feit dat D.A. Pennebaker het lef had om deze worsteling, maar ook de beelden waarin Bob Dylan journalisten op hun nummer zet, te gebruiken voor Dont Look Back, maakt deze film tot een monument onder de muziekfilms.

Ook tijdens Bob Dylans tournee van 1966 door Europa gaat D.A. Pennebaker mee, dit keer als cameraman om beelden te schieten die Bob Dylan later kan verknippen en monteren tot Eat The Document. De film Eat The Document is maar weinig in het openbaar vertoond en door lang niet iedere Dylan-liefhebber gezien.
D.A. Pennebaker maakte zelf ook een film met de beelden die hij schoot tijdens tournee 1966, deze film is helaas door nog minder mensen gezien dan Eat The Document.
Door D.A. Pennebaker geschoten beelden van tournee 1966 zijn te zien in de Martin Scorsese-film No Direction Home (2005).

In 2007 - veertig jaar nadat Dont Look Back in de bioscoop te zien is - verschijnt er een luxe editie van deze film op dvd met op een tweede schijf de film 65 Revisited. D.A. Pennebaker maakt 65 Revisited met outtakes van Dont Look Back en hoewel geen film ooit meer de magie van Dont Look Back zal kunnen bevatten, is 65 Revisited een schitterende film en een mooie aanvulling op misschien wel de beste muziekfilm ooit gemaakt: Dont Look Back van D.A. Pennebaker.

D.A. Pennebaker is dood. Hij is 94 jaar geworden. Ik kan geen betere manier verzinnen om hem te herdenken dan door zijn films te kijken, te beginnen bij Dont Look Back.