Everything Is Broken (1989) - door Jochen

Everything Is Broken (1989)

"Everything Is Broken," zegt Sam Shepard in 1992 in een interview met Village Voice, “dat is een geweldig lied.”
Als Shepard in 2017 overlijdt, herdenken de media de getalenteerde toneelschrijver, gelauwerde scenarist en gevierde acteur, maar in Dylankringen rouwt men vooral om het heengaan van de schrijver van het prachtige Rolling Thunder Logbook, de medescenarist van Renaldo & Clara en de medeauteur van een van de beste Dylansongs uit de jaren 80, “Brownsville Girl”.
Er zijn wel meer Dylan-Shepard connecties, en de meest intrigerende is Shepards artikel True Dylan, dat in juli 1987 in de Esquire wordt gepubliceerd. Opgezet als interview, maar door de auteur vormgegeven als een eenakter, zoals hij het later zelf ook in zijn verzameling Fifteen One-Act Plays met een nieuwe titel (Short Life Of Trouble) laat herdrukken. Het is misschien wel het beste interview dat ooit over Dylan is verschenen. Niet eens zozeer om inhoudelijke redenen. Wat Dylan vertelt over zijn liefde voor Hank Williams, polkamuziek in Duluth, Woody Guthrie in het ziekenhuis… dat weten we allemaal al wel, uit Chronicles, uit eerdere interviews, uit biografieën. Maar vooral om het portret dat de briljante toneelschrijver hier schildert, is Shepards stuk onweerstaanbaar. We zijn bij Dylan thuis, de bard lijkt helemaal op zijn gemak, volkomen zichzelf, voert binnen gehoorsafstand telefoongesprekken met dochter Maria, en de toneelschrijver heeft het talent, het oog en het oor om de lezer daarbij bijna lijfelijk aanwezig te laten zijn.
Over de weken na het befaamde motorongeluk in ’66, bijvoorbeeld, hebben we al genoeg gelezen en gehoord, maar niet in deze bewoordingen:

Lag een week in het ziekenhuis, toen werd ik overgebracht naar het huis van die dokter in het dorp. Ik kreeg een bed op zolder, onder een raam met uitzicht. Sarah bleef bij me. Ik herinner me hoe graag ik de kinderen wilde zien. Ik begon na te denken, over ons korte leven vol tegenslag. Over hoe kort het leven duurt. Ik lag daar maar, te luisteren naar het tjilpen van de vogeltjes. Spelende kinderen in de tuin van de buren of de regen die tegen de ramen sloeg. Ik realiseerde me hoeveel ik had gemist. Dan hoorde ik weer de loeiende sirenes van een brandweerauto en ik voelde het gestage kloppen van de dood die constant over zijn schouder naar me keek. (pauze) Daarna viel ik gewoon weer in slaap.

Het is waarschijnlijk dat Shepard de tekst van het interview heeft gemanipuleerd. In het stuk krijgt hij zelfs, met zoveel woorden, Dylans toestemming om maar wat te verzinnen. Het uiteindelijke product is ook te mooi, te ‘rond’, te gecomponeerd om een geloofwaardige, waarheidsgetrouwe weergave van het gesprek te zijn, maar daarom misschien wel des te onthullender. Het leidmotief van de dialoog is beschadigd zijn, net zoals dat hét thema van Shepards toneelwerk en filmscripts is, zoals we dat ook kennen uit een van zijn Grote Meesterwerken, het script van Paris, Texas (1984). Er schuilt dus een zekere ironie in Shepards keus voor “Everything Is Broken” als voorbeeld van een geweldige Dylansong.

Zelf besteedt Dylan vrij veel woorden aan “Everything Is Broken” in zijn autobiografie Chronicles en de context suggereert dat dit lied nu eens inderdaad een persoonlijke, autobiografische geestesgesteldheid van de dichter verwoordt. Het komt ter sprake in het vierde hoofdstuk, in Oh Mercy, en Dylans opmerkingen bij de song worden ingeleid door een litanie. Het is 1987 en alles is kapot. Zijn hand is kapot, de tuin is verwilderd, Dylan voelt zich moegestreden, uitgewrongen, een leeg uitgebrand wrak, op de bodem, alles ligt in duigen (“everything was smashed”). En zo gaat het maar door. Bladzijde na bladzijde sombert de autobiograaf over het punt in het leven, in zijn carrière dat hij nu heeft bereikt en beschrijft hij met poëtische veelkeurigheid, in de ene na de andere opmerkelijke metafoor (“zelfs spontaniteit was een blinde geit geworden”) de deprimerende duisternis die heerst voordat hij met Daniel Lanois het album Oh Mercy opneemt.
“Everything Is Broken”, vertelt Dylan dan, “was opgebouwd uit snelle ruwe penseelstreken. De semantische betekenis ligt geheel in de klank van de woorden.”
Dat laatste is dan weer een raadselachtige toevoeging, waarbij het vermoeden opkomt dat de dichter niet precies weet wat het woord semantisch eigenlijk betekent. In woorden als “Broken lines, broken strings / Broken threads, broken springs” is in elk geval een apart woordgevoel vereist om daadwerkelijk uit de klank de inhoudelijke betekenis te herleiden. Klinkt “threads” ook werkelijk als dat wat het betekent, “draden”? Of “strings” als lijnen? Nu hebben we Dylan wel vaker kunnen betrappen op een aan synesthesie grenzend taalgevoel, dus wie weet; voor hem klinkt het misschien inderdaad zo.
Minstens zo opmerkelijk is het geschrapte couplet dat de meester hier citeert:

Broken strands of prairie grass
Broken magnifying glass
I visited the broken orphanage and rode upon the broken bridge
I’m crossin’ the river goin’ to Hoboken
Maybe over there, things ain’t broken

Opmerkelijk, niet alleen omdat het stilistisch zo afwijkt van de rest, met die plotse, mistige, dylanesque beelden, maar ook omdat hierin opeens een optimistische vonk opvlamt: ik steek de rivier over, misschien zijn aan de overkant de dingen niet kapot.



Een dertigtal bladzijden later keert het lied nog een keer terug, als Dylan over de opnamesessie vertelt. Producer Daniel Lanois vindt het nummer maar een wegwerpertje, denkt Dylan, maar zelf is hij wel tevreden. En dan volgt weer zo’n typisch, verwarring zaaiend bonuscommentaar:

Critici hielden doorgaans niet van zo’n liedje van mij, omdat het niet autobiografisch leek te zijn. Misschien niet, maar de dingen die ik schrijf komen wél uit een autobiografische bron. [Lanois] wilde liedjes die mij karakteriseerden, maar wat ik in de studio doe karakteriseert mijn persoonlijkheid niet.

Met die woorden slaagt Dylan er weer in, om de deur naar autobiografisch interpreteren zowel open als dicht te gooien. Mijn liedjes komen wél “from an autobiograpical place”, maar karakteriseren mij niet.
Daarbij vallen dus wel wat kanttekeningen te plaatsen. Dylan heeft zojuist dertig pagina’s lang zijn gemoedstoestand in de anderhalf jaar vóór “Everything Is Broken” geschilderd en daarbij past maar één karakterisering: kaputt. Een hoofdpersoon uit een stuk van Sam Shepard. Zoals vrijwel elke tekst op het album getuigt van verlatenheid, ontbinding en mistroostigheid. In het licht daarvan, van ’s mans eigen getuigenissen betreffende zijn geestesgesteldheid dus, is het nu eens niet zo’n gewaagde veronderstelling om “Everything Is Broken” als een karakterisering van de dichter zelf te zien.
Dylan komt wel weer uit het dal omhoog, gelukkig. Het hoofdstuk Oh Mercy eindigt positief, met bewonderende woorden voor Lanois en met de notie dat ze tien jaar later weer met elkaar zullen werken, in a rootin’ tootin’ way; erg gezellig en leuk.

De doorstoempende, swampy Creedence-achtige aanpak van Lanois en Dylan valt in de smaak bij de collega’s. Zelfs Ben Sidran, de rock- en jazzpianist die veel uitdagende, eigenzinnige Dylancovers heeft geproduceerd, blijft redelijk binnen de perken dit keer (Dylan Different, 2009). Bettye LaVette, de veterane die ook al niet in haar eerste Dylancover is gestikt, lijkt een Tina Turnerparodie te willen doen, maar het is desondanks een schitterende, soulvolle renditie (Thankful ‘N’ Thoughtful, 2012). Veel slide-gitaren en vette bassen, natuurlijk: Tim O’Brien, R.L. Burnside, Kenny Wayne Shepherd en Larry Norman (“de Bob Dylan van de christelijke muziek”) zijn allemaal volstrekt vergelijkbaar qua arrangement, tempo, instrumentatie en sound – en allemaal even onweerstaanbaar. Hoewel… Larry Norman husselt en verhaspelt de tekst – dat geeft dan nog een originele meerwaarde aan een lied dat “Everything Is Broken” heet.
In diezelfde Deltasoundcategorie vallen ook de twee mooiste covers, die de extra punten scoren omdat ze uit de directe omgeving van de meester komen. Billy Burnette heeft in Dylans band gespeeld en rock ‘n’ roll geschiedenis in zijn genen. Zijn broeierige, logge versie staat op het prima album Memphis In Manhattan (2006). Nog intensiever, in de studio namelijk, heeft Duke Robillard met Dylan gewerkt.  De Fabulous Thunderbird verrijkt als sessiegitarist in de loop der jaren honderden platen met zijn spel, helpt Dylan en Lanois op Time Out Of Mind en neemt tussendoor ook nog stapels solo-albums op. Het prachtige dubbelalbum World Full Of Blues (2007) heeft een paar hoogtepunten (het op Charlie Parker geïnspireerde “Bounce For Billy”, bijvoorbeeld) en “Everything Is Broken” hoort daar ook bij. De gitaren, uiteraard, en de harmonica zijn de sterkste punten, maar ook op zanggebied scoort Robillard zowaar eens – stukken minder vlak dan elders, in ieder geval.

Everything Is Broken

Broken lines, broken strings
Broken threads, broken springs
Broken idols, broken heads
People sleeping in broken beds
Ain’t no use jiving
Ain’t no use joking
Everything is broken

Broken bottles, broken plates
Broken switches, broken gates
Broken dishes, broken parts
Streets are filled with broken hearts
Broken words never meant to be spoken
Everything is broken

Seem like every time you stop and turn around
Something else just hit the ground

Broken cutters, broken saws
Broken buckles, broken laws
Broken bodies, broken bones
Broken voices on broken phones
Take a deep breath, feel like you’re chokin'
Everything is broken

Every time you leave and go off someplace
Things fall to pieces in my face

Broken hands on broken ploughs
Broken treaties, broken vows
Broken pipes, broken tools
People bending broken rules
Hound dog howling, bullfrog croaking
Everything is broken 

1 opmerking:

Frans Buijs zei

Ik luister nu naar de versie op Tell Tale Signs, waar hij het in het eerste couplet heeft over "broken hands on broken plows", wat wel weer mooi aansluit op dat verhaal in Chronicles.