De Dylan 30 (aflevering 6) door Martijn Muijs

In Dylan kort #589 kondigde ik aan dat Martijn Muijs zijn Dylan 30 gereed zou maken voor publicatie hier. Vandaag de zesde & laatste aflevering met daarin de nummers 5 t/m 1. De radiouitzending van Martijn Muijs is iedere vrijdag te horen op KX radio tussen 13 en 14 uur.
Dank aan Martijn Muijs voor zes schitterende afleveringen!


5. It’s Alright Ma, I’m Only Bleeding, Ho ho ho. Yeah, it’s a funny song. Zo luidde ooit de aankondiging van dit nummer door de maker zelf. Het is natuurlijk helemaal geen vrolijk liedje. Wel één met een bijzonder rijmschema, want zeg nou zelf: wanneer was de laatste keer dat je een zanger gebruik hoorde maken van rijmschema AAAAAB? Dankzij overijverige statistici kun je tegenwoordig op bobdylan.com bij elk liedje bekijken hoe vaak het werd gespeeld, waar en wanneer de eerste uitvoering was, en waar het voor het laatst werd opgevoerd. Als je ooit bij een concert bent geweest is de kans vrij groot dat dit nummer op de setlist stond. 749 werd het gespeeld, de eerste keer in 1964, de laatste keer was halverwege 2009. Vijfenveertig jaar na dato wordt het nog altijd met veel gejuich ontvangen. Een extra applaus stijgt steevast op bij die ene strofe. Of het nou in Rio de Janeiro, Parijs, New York of in ons eigen Rotterdamse Ahoy: die ene zin lijkt wel publieksfavoriet onder alle zinnen. Even the president of the United States sometimes must have to stand naked. Daarmee is dit liedje machtiger dan alle presidenten die het machtigste land op aarde ooit heeft gehad: deze strofe overleefd iedereen, overstijgt elke ambtstermijn. Ok, Bob Dylan aanhangers zijn over het algemeen wel een beetje links van het midden, en Bob geneert zich er niet voor op hetzelfde kiekje te staan als Bill Clinton en ook een invitatie van Obama voor een matineevoorstelling in het Witte Huis slaat hij niet af, dus zolang de democraten aan de macht zijn zal het protest zwakker klinken. Des te krachtiger klonk het toen Dubbeljoe Bush nog aan de macht was. Het was helemaal niet op zijn lijf geschreven, en toch stond hij in z’n hemd. Da’s nou de kwaliteit van de liedjesschrijver: zorgen dat iedereen zich erin herkent, zonder het noemen van specifieke namen. Tijdloos dus.
PLAY: It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding) (Live, At Budokan)

4. Bedenk je één ding. Bedenk dat hij 21 was toen hij dit schreef. 21. Als ik me dat bedenk voel ik me oud en mislukt tegelijk. Bedoel, wat deed jij toen je 21 was? Met je vrienden in de kroeg zitten, onder invloed van weet ik veel wat een paar regels poëzie op papier zetten, om de volgende dag te constateren dat het niet eens goed genoeg is voor de nieuwste hit van Frans Bauer. Dan kon de wereld om je heen best in brand staan, maar hé, het is zaterdagavond en we nemen er nog één. Het zal ons een zorg zijn, het gaat om het hier en nu, en goh meisje, wat heb je lieve blauwe ogen. Op de achtergrond zingt iemand over andere tijden, en het is niet Boudewijn de Groot. Die had immers een groot tekstdichter naast zich nodig om zelf ook tot grote hoogten te kunnen stijgen. Maar dit. Dit is Rimbaud op muziek. Of Shakespeare met een gitaar om z’n hals. En dan moet ik Harry Mulisch nog openslaan zeg. Kom op, ik ben 21, ik heb net dat gelees voor de lijst achter de rug, mag ik me even ontspannen met de Nieuwe Revu misschien. Op de achtergrond rijgt hij de ene na de andere regel aan elkaar. Oud-testamentisch en dreigend. Onheilspellend, duister. Een gitzwart toekomstperspectief. Joh, het leven is toch leuk, laten we het eens van de zonnige kant bekijken. Die atoombom is allang gevallen, de koude oorlog ten einde, kom op, waar hebben we het over. Jajaja, war on terror, zullen we een spelletje doen. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Een kamer vol mensen met hamers die bloeden. Een juffrouw die in brand staat. Stop stop stop. Hou op met je narigheden. Oh, ik heb teveel gedronken. Ik voel het naar boven borrelen. Ik ga m’n ogen dichtdoen en als ik ze morgen weer opendoe hoop ik dat deze nachtmerrie voorbij is.
PLAY: A Hard Rain’s A-Gonna Fall (Live, No Direction Home, The Soundtrack)

3. In mijn visioen is Johanna een Spaanse dame. Sowieso is Bob een man met een voorliefde voor de zuidelijke Europese staten. Denk aan Boots of Spanish Leather, hij bezingt de straten van Rome, Suze Rotolo had Italiaans bloed, voor zijn soon to be ex-vrouw Sara tovert hij haar nog een keer het beeld voor ogen van die vakantie in Portugal. Maar misschien is het ook wel een oerhollandse, eentje uit de klei. Onze eigen Johan vernoemde zich immers naar haar. Ja, Johan verwijst natuurlijk naar Johan Cruijff, maar voordat de band Johan Johan heette, heetten ze Visions Of Johanna. Ik bedoel maar. Maar nee, nu ik er langer over nadenk, zijn de beelden te broeierig voor een nuchtere Noordeling. Eerder een film-noir, waar je vanuit de mist een vage figuur op ziet doemen. In zijn mondhoek een ongefilterde sigaret, er kringelt rook omhoog. En in zijn hand houdt hij een groot wit vlak, en op dat witte vlak wordt een beeld geprojecteerd – deze keer in kleur. En in kleur zie je een vrouw, begerig kijkend, uitdagend ook, maar toch afstandelijk. Ze draagt een rode jurk. En in haar handen een groot wit vlak, en op dat witte vlak wordt opnieuw een beeld geprojecteerd – nu zwart-wit. De beelden vloeien in elkaar over, worden één geheel. En dan word ik wakker. In een halve sluimer denk ik heel even te begrijpen waar het over gaat – kan ik het beeld bijna pakken. Maar als ik mijn mond opendoe komt er geen zinnig woord uit. Ik heb gedroomd dat ik wakker werd. En pas dan word ik echt wakker. Eén regel spookt nog na. Ain’t it just like the night to play tricks when you’re trying to be so quiet?
PLAY: Visions Of Johanna (Blonde on Blonde)

2. Een vriend van me, muziekliefhebber en plaatsgenoot, vroeg me ooit eens welke plaat van Bob Dylan hij absoluut eens gehoord moest hebben. Overtuig me, riep hij er bezwerend bij. Over John Coltrane en J.J. Cale waren we het eens, maar hij was daarnaast meer dan ik Beatlesgek en Lou Reed-aanhanger. En dan vergeet ik nog helemaal zijn voorliefde voor punk en James Taylor. Ik dacht na. Time Out Of Mind, de eerste stap die ik zelf zette op het Bob Dylan pad, leek me teveel proza op te weinig akkoorden. Blonde On Blonde misschien weer te poëtisch, het zou in zijn oren zomaar kunnen klinken als artistieke rijmelarij. Highway 61 Revisited misschien? Dat bevatte al wat meer echte liedjes en een poging tot zuiver zingen, maar als je The Beatles en James Taylor op één lijstje had staan moest je met meer aankomen dan een poging tot zuiver zingen. Eén voor één streepte ik ze weg en er bleef maar één mogelijkheid over. Blood On The Tracks. Bob die uit z’n tenen zingt, een akoestische gitaar, maar ook een contrabas, persoonlijke teksten en liedjes met een kop en een staart. De liefhebber slikt het voor zoete koek, maar voor de fijnproever was alleen het beste goed genoeg. Ik wilde niet nog eens de fout begaan door iemand mee te nemen naar een concert waarvan ik dacht dat hij maar één zetje nodig had om hem in hetzelfde kamp te duwen. Na afloop was hij matig enthousiast, terwijl ik in de hemel was geweest. Helaas was het ook mijn vader, die ik daarna nooit meer mee vroeg, zelfs niet als chauffeur. Ik begon thuis over van-alles-en-nog-wat, maar Bob Dylan was vanaf dan no-go. Na een week of twee kreeg ik de cd weer terug. En, vroeg ik m’n vriend, wat vind je er van? Ik vroeg het hoopvol, niets anders verwachtend dan een lofrede op dit meesterwerk. Ik kwam van een koude kermis thuis. Tien nummers over zijn gestrande huwelijk. Dat was teveel van het goede. Ja, een vrolijk album kun je het niet noemen, dat was zo. Bob ziet zijn huwelijk op de klippen lopen en weet dat er geen redding meer mogelijk is: het lot is onomkeerbaar, definitief. Maar hoe hij het beschrijft, hoe hij het bezingt, heel persoonlijk, hoe kun je daar ongevoelig voor zijn? Hij vond het aanstellerij en daarmee was de kous af. Hoorde ik er dan iets anders in? Was ik misschien niet kritisch genoeg? Ik had het wel eens vaker gehoord. Die Bob Dylan, da’s ook een pessimist zeg. Nooit eens iets vrolijks te melden. Maar wie het album opzet, de eerste klanken van Tangled Up In Blue hoort, de eerste regels, de liefdesgeschiedenis die een zwarte bladzij bijgeschreven krijgt, kan toch onmogelijk onbewogen blijven. De liefde, gevangen in het noodlot, wie weet er nou niet van. Dylan beschrijft het dal, dat dal waar iedereen wel eens geweest is. De hulpeloosheid en hoop die doet leven, het afscheid en het weerzien, de vonk en het uitdovende vuur. Wie zal zich daarin niet herkennen? Ik zet het nog eens op en denk: misschien ben ik wel gek. En daarmee prijs ik me gelukkig.
PLAY: Tangled Up In Blue (Blood On The Tracks)

1. Wat valt er nog te zeggen over iets waar al zoveel over is gezegd. De klap aan het begin, de donderslag die het nummer opent, zorgde voor eenzelfde schokgolf in de muziekscene. Een single van 6 minuten, dat was nog nooit vertoond. Om over de inhoud nog maar te zwijgen. Vier giftige coupletten, uitmondend in een snerend refrein. Dit waren toch de zonnige jaren 60, dat decennium van love, peace & happiness? Dit was allesbehalve liefelijk en muzikaal ook nog eens anarchie. Een gitarist op een hammondorgel, en degene die hammondorgel had moeten spelen, achter de piano. Het is een klassieker in de dop: op die dag wordt muziekgeschiedenis geschreven. Ik kan me niet herinneren ooit bij een concert te zijn geweest waarbij het ontbrak. Al is de inspiratie wisselend, als vaste klant weet je: tweede nummer van de toegift. Avond aan avond, jaar in, jaar uit, het is vaste prik in een verder onvoorspelbare ranglijst van liedjes. Meestal wend ik die avond voor het eerst mijn hoofd af van het podium, kijk de zaal eens rond, vooral de achterste rijen zijn uitgelaten: hiervoor zijn ze gekomen, eindelijk een hit. Uit volle borst zingt iedereen het refrein mee. Toch breekt het geen records: in Nederland haalt het maar net de top 10 en met een 7e plek is het niet eens zijn grootste hit in dit land. En toch moet dit ´m zijn. De hoogste sport op de ladder. Er is er maar één die kan grijpen naar de allerhoogste titel. Ik denk nog even aan de zachte steelgitaar in Tell Me That It Isn’t True, het bitterzoete van Is Your Love In Vain, het tikken tegen de gitaar in Shelter From The Sorm, het klikken met de hakken op Blind Willie McTell, de melancholie van Standing In The Doorway, de jaren 80 echo in Brownsville Girl, het moerasachtige van Man In The Long Black Coat, dat basloopje in Most Of The Time, het losse van Shot Of Love, de melancholie van Emotionally Yours, de blues met hoofdletter B van Someday Baby. Dit had ik allemaal kunnen kiezen voor de koppositie, maar het werd het niet. Er is zoveel moois en misschien zelfs mooiers, maar dan is dit nog steeds beter en misschien wel het best. Volgens sommigen zelfs het allerbest: een paar jaar geleden werd het verkozen tot beste nummer allertijden. Maar da’s misschien ook weer niet zo gek als je bedenkt dat die verkiezing werd uitgeschreven door Rolling Stone.
PLAY: Like A Rolling Stone (Highway 61 Revisited)

2 opmerkingen:

Peter zei

Volledig met Tom eens. Prachtig! Met heel veel plezier en bewondering gelezen. Sommige stukjes raakten me. Bedankt!

Arno zei

Geweldig beschreven. Hulde, hulde. Nodigt uit tot herlezing. In boekvorm beschikbaar?