Bob Dylan in Zwolle: Face Value, David Rawlings, Jonathan Lethem en meer (chaos...)

Ik ben vandaag naar Zwolle ben gereden om de twaalf werken van Face Value voor een tweede keer te bekijken en hoewel daar genoeg over te schrijven is voor een bericht op deze blog, zal dit bericht veel meer bevatten dan de ooh's en aah's over een tweede bezoek aan Face Value. Ik moet nog iets kwijt over een boek van Jonathan Lethem en nog wat andere boeken, nu ik er over nadenk. Terwijl ik dit schrijf draait een cd van de Jerry Garcia Band, een cover van Dylans "Señor". Garcia is vooral bekend als een groot gitarist, vooral van The Grateful Dead, maar nooit hoor je iemand over Garcia's zangkwaliteiten. Ik luister naar Garcia-de- zanger.
Ik dwaal af, laat ik beginnen met Face Value.
Drie maanden geleden was ik al in de Fundatie om de twaalf portretten van Face Value te bewonderen (zie hier) en eigenlijk was het de bedoeling dat ik gisteren naar Zwolle zou rijden. Had ik dat gedaan, dan was ik mogelijk Frits tegen het lijf gelopen (zie hier), maar ik was er gisteren niet, ik was er vandaag.
Na vanmiddag de twaalf door Bob Dylan gemaakte portretten eerst vluchtig bekeken te hebben, de eerste kijkhonger gestild te hebben, ging ik nogmaals alle werken langs om wat langer te kijken. Er vielen me dingen op die me drie maanden geleden niet opgevallen zijn en als ze me in mei opgevallen waren, dan wist ik dat vanmiddag niet meer.
De twaalf werken van Face Value zijn niet door Bob Dylan gesigneerd. Naast ieder werk een bordje hangt met Bob Dylans naam er op, de werken zijn dus echt van Dylan. Op die bordjes staan ook de titels bij de werken. Iedere titel bevat het woord "face" en een (fictieve) naam. Die namen roepen associaties op. Bij Ray Bridges denk ik aan Jeff Bridges, bij Ivan Steinbeck aan John Steinbeck en bij Red Flanagan aan Bill Flanagan. Toeval? Lijkt me sterk.
Face Value bevat werken met twaalf krachtige koppen, twaalf karakters, zo je wilt.
En ook denk ik dat Bob Dylan mij als kijker in de maling neemt. Het enige portret van een lelijke dame draagt de titel "Face to Face; Ursula Belle". Inderdaad Belle...
Toen me dat eenmaal was opgevallen zag ik meer. Wat te denken van de alliteratie in de titel "Losing Face; Leon Leonhard", drie keer een "L", twee keer "Leon"...
En met die gedachte: "Face Facts; Ivan Steinbeck". Twee keer "F", en "Facts" en "Steinbeck"...
Het zijn maar een paar voorbeelden. Ik zag meer en of al dat zien al dan niet terecht is, of Bob Dylan al die fratsen met opzet in de werken van Face Value heeft gestopt, weet ik niet. Ik weet alleen wat ik zie.
En misschien ga ik nog een derde keer. Nu de tentoonstelling verlengd is tot 24 september moet dat lukken. (Kijk ook op de website van de Fundatie, zie hier.)

Tussendoor #1: op 24 augustus is de film Mavis! op NPO 2 te zien. Mocht je Mavis! nog niet gezien hebben, grijp dan je kans. Goede film met een beetje Bob Dylan, zie hier.

In de museumwinkel van de Fundatie moest ik na het bekijken van de twaalf werken van Face Value nog even struinen. De catalogus van Face Value hoefde ik niet meer te kopen. Dat had ik in mei al gedaan. Hetzelfde geldt voor de poster van de tentoonstelling.
Wat ik wel kocht is het boek Andy Warhols Roadtrip van Deborah Davis. Dat boek stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. De Nederlandse vertaling van Andy Warhols Roadtrip is nu tijdelijk tegen een gereduceerde prijs te krijgen. Niet alleen komt volgen het namenregister Gerard Malanga (uiteraard) veelvuldig in dit boek voorbij, ook Bob Dylan is te vinden in Andy Warhols Roadtrip (zie ook hier).

Tussendoor #2: Begin augustus las ik een artikel over David Rawlings op de website van NRC. Dat artikel publiceerde NRC n.a.v. de toen aanstaande release van David Rawlings eerste album onder eigen naam: Poor David's Almanack. David Rawlings ken ik van de albums van Gillian Welch en de twee albums van Dave Rawlings Machine. Schitterende albums, maar dit terzijde.
Het genoemde artikel: "Volkswijsheden zijn een vruchtbare bron van inspiratie, zegt Rawlings. 'In zijn almanak verzamelde Franklin spreuken die hij al of niet zelf bedacht had. "Lost time is not found again" is er zo een. Die eigende Bob Dylan zich toe voor zijn song "Odds and Ends". Ik beschouw mezelf steeds vaker als een folkzanger in Dylans traditie. Het is de heilige plicht van elke songschrijver om takken toe te voegen aan de grote boom die er al is.'"
Vanmiddag heb ik Poor David's Almanack gekocht. Mag ik bij deze iedereen aanraden om naar dit album te luisteren? Oké, geen Bob Dylan op Poor David's Almanack, zoals in het artikel van NRC.
David Rawlings zorgde samen met Gillian Welch voor misschien wel de mooiste Dylan-cover ooit, een versie van "Billy", kijk en luister hier.
Met Dave Rawlings Machine speelde hij Dylans "Queen Jane Approximately", zie hier, en tijdens het Newport Folk Festival van 2015 speelde hij - vijftig jaar na Dylans optreden op het festival in 1965 - samen met Gillian Welch zowel "Mr. Tambourine Man" als "It's All over Now, Baby Blue", zie hier en hier.
Er is meer, ook Newport, zie hier en hier.
En er is vast nog meer, maar voor nu is het genoeg.

Terug naar Zwolle.
Na het de Fundatie volgde boekhandel Waanders in de Broeren. Een bezoek aan Zwolle is niet compleet zonder bij Waanders naar binnen te lopen. Enfin, voor de verandering niks bij Waanders gekocht, maar wel wat gespot: een nieuw boek met Bob Dylan op de cover. Het gaat om het boek Poppioniers van Tom Steenbergen (zie afbeelding) en eigenlijk heb ik nu al weer spijt dat ik alleen maar een foto van dat boek heb gemaakt, dat ik niet even in dat boek gekeken heb.
Na bezoeken aan een platenzaak - geen Dylan gekocht, wel David Rawling dus, en wat andere cd's - en de HEMA - nieuwe broodtrommels voor het nieuwe schooljaar van de kinderen - was het tijd om huiswaarts te keren.
Thuis wachtte nog wat.
Het knaagde en ik moest het uitzoeken.

Gisteren ging ik dus niet naar de Fundatie, maar ik ging wel voor een kort bezoek naar de lokale boekwinkel - de beste boekwinkel in de wijde omtrek. Veruit.
Enfin, in die boekwinkel viel mijn oog op een boek van Jonathan Lethem. Lethem is in de Dylan-wereld natuurlijk vooral bekend als de man die in 2006 Bob Dylan mocht interviewen voor Rolling Stone. Dat interview is opgenomen in het boek The Ecstasy of Influence van Jonathan Lethem, een boek dat ik onlangs bij een kringloopwinkel vond, maar over dat boek wil ik het nu helemaal niet hebben.
Ik wil het hebben over de roman Dissident Gardens. Dat boek had ik gisteren in mijn handen. Op de achterkant van dat boek staat: "Jonathan Lethem, winner of the National Book Critics Circle Award for Fiction and a MacArthur Fellowship, whose writing has been called 'as ambitious as [Norman] Mailer, as funny as Philip Roth, and as stinging as Bob Dylan' (Los Angeles Times), returns wth an epic yet intimate family saga."
Ik kocht het boek niet.
Maar dat citaat uit Los Angeles Times bleef knagen en dus ging ik na thuiskomst uit Zwolle op zoek. Het duurde niet lang of ik vond het bewuste citaat, het komt uit een recensie uit 2013 van Dissident Gardens geschreven door J. Hoberman. Hobermans stuk eindigt zo: "To list his evident heroes, Lethem is as ambitious as Mailer, as funny as Philip Roth and as stinging as Bob Dylan — not least when he describes the effect of 'Like a Rolling Stone' on Miriam's poor Tommy: 'For two weeks now the new Dylan had poured from every radio in Greenwich Village, from parlor windows thrust wide as if to draw the last shreds of oxygen from the suffocated sidewalks, the track's sound mercurial and seasick, its scorning inquiry forcing each lonely person to give account, if only to themselves: how does it feel?'" (zie hier)
Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat ik vanmiddag terug ben gegaan naar de lokale boekwinkel - ik liep net voor sluitingstijd binnen - om Dissident Gardens alsnog te kopen.
En dus kan ik nu concluderen dat ik vandaag meer geld heb uitgegeven dan de bedoeling was, maar dat ik nergens spijt van heb.

Morgen maar een dagje thuis blijven.
Veel lezen.

Dylan kort #1246

"Bob Dylan beschuldigd van plagiaat", de Nobel-speech, zie hier.
16 september: een Dylan-tribute waarbij de nadruk ligt op de Basement Tapes in Luxor Zutphen. Zie hier (agenda, tabblad: verwacht) en hier.
Pé Hawinkels: In september is er een expositie rond Hawinkels in de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid in Nijmegen. "De expositie bestaat uit 12 panelen met jazzgedichten van Hawinkels zelf, (...) tekeningen van jazzmusicus John Coltrane en Bob Dylan, en diverse biografieën." Hawinkels schreef het gedicht "Litanie van Bob Dylan". Zie hier.

Droomland Amerika

Ik viel er bij toeval in: de aflevering van Droomland Amerika over het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Een indrukwekkende uitzending, zeker wanneer het gaat over de moord op Emmett Till in 1955 en de nog steeds voelbare impact van deze moord in het heden.
Het fragment over Emmett Till (vanaf 35:20) begint met Bob Dylans "The Death Of Emmett Till". De bewuste uitzending van Droomland Amerika kan hier bekeken worden.

Bob Dylan en Gerard Malanga

Terwijl ik informatie zocht over de relatie tussen Bob Dylan en Allen Ginsberg voor mijn boek over Bob Dylan en de schrijvers van de Beat Generation stuitte ik per toeval op een lijst met artikelen die ooit in het bezit van Allen Ginsberg waren. Een van de artikelen op die lijst is Bob Dylan as poet van Gerard Malanga. Dat artikel is gedateerd: 27 februari 1966.
Vaag kwam het me bekend voor, een artikel over Bob Dylan geschreven door Gerard Malanga, maar waar had ik dat gelezen? En had ik het artikel ooit gelezen of alleen over het artikel gelezen?
En hoe kwam Allen Ginsberg aan dit artikel? Had hij het ongepubliceerde(?) artikel van Gerard Malanga gekregen of was het wel gepubliceerd en door Ginsberg bijvoorbeeld uit een tijdschrift gescheurd?

Dichter, fotograaf en filmmaker Gerard Malanga is vooral bekend als medewerker van popart kunstenaar Andy Warhol. Hij was tussen 1963 en 1970 veelvuldig in Warhols Factory te vinden. Hij was er ook toen Bob Dylan The Factory binnenliep om zijn screen test te ondergaan om vervolgens met een kunstwerk van Warhol (een Elvis) The Factory weer uit te lopen. Dat was eind 1965 of begin 1966.
Het eerder genoemde artikel over Bob Dylan moet Malanga dus vlak na of rond de tijd van Dylans bezoek aan The Factory hebben geschreven, maar hoe ik ook zoek, nergens kan ik het artikel Bob Dylan as poet van Gerard Malanga vinden.

In het tourboek uit 1978 staat een artikel met de titel Dylan: Poet van Gerard Malanga. Het artikel is niet gedateerd. In het artikel noemt Malanga onder andere de songtitels "Visions Of Johanna" en "Your Brand New Leopard Skin Pill Box Hat". Op 27 februari 1966 kon Malanga het album Blonde On Blonde - waar deze twee songs op te vinden zijn - nog niet gehoord hebben, maar wel is het mogelijk dat Malanga bij bijvoorbeeld Bob Dylans concert van 26 februari 1966 in Hempstead, New York was om een dag later zijn artikel Bob Dylan as a poet te schrijven. Tijdens het concert in Hempstead speelde Bob Dylan zowel "Visions Of Johanna" als "Leopard-Skin Pill-Box Hat".
Zou Dylan: Poet in het tourboek uit 1978 dan het artikel zijn dat Malanga in februari 1966 schreef en dat onder de titel Bob Dylan as poet in de Ginsberg-archieven opgenomen is?
Even denk is dat het zo is, maar als ik verder lees ontdek ik dat het niet kan kloppen. Malanga schrijft dat Bob Dylan "I'll Keep It With Mine" voor de zangeres Nico schreef om vervolgens de songtekst van dit nummer te citeren. Onder aan die songtekst staat tussen haakjes: "Quoted from bob dylan approximately complete works - pirate ed. Amsterdam".
(apporximately) Complete works werd door uitgever Thomas Rap in oktober 1969 uitgebracht. Het is dus onmogelijk dat Gerard Malanga in februari 1966 uit dit boek kon citeren.
En dus ben ik weer terug bij af: wat is precies Bob Dylan as poet dat Gerard Malanga in 1966 schreef en waar kan ik dit artikel lezen?

Hulp en tips zijn welkom.

Bob Dylan, H.H. ter Balkt en dat ene concert uit 2002

I

Iedere keer als ik bij een antiquariaat of op een boekenmarkt een dichtbundel van H.H. ter Balkt zie denk ik aan die paar zinnen uit het door Piet Gerbrandy geschreven stuk over de verzamelde gedichten van Ter Balkt in NRC Handelsblad van 25 april 2014:

Deze dichter heeft de complete literaire traditie in zich opgezogen, van de bijbelse profeten tot Majakovski, van Oud-Engelse raadsels tot de elegieën van Rilke, van de Occitaanse troubadours tot de blues van Bob Dylan.

Nooit las ik een gedicht van H.H. ter Balkt voor ik deze regels van Gerbrandy in de krant tegenkwam. En ook na het lezen van deze regels duurde het lang voor ik ook maar iets van Ter Balkt las.
En toch bleven die regels van Gerbrandy over de poëzie van Ter Balkt in mijn achterhoofd knagen.

II

Het was afgelopen mei vijftien jaar geleden dat ik mijn hand op de zwangere buik van 'mevrouw Tom' legde en voor het eerst onze zoon voelde schoppen. Ik stond niet ver van het mengpanel, halverwege Ahoy. Op het podium speelde Bob Dylan "Solid Rock" en mijn zoon schopte. Daar moest ik vanmiddag aan denken.
Vijftien jaar zijn inmiddels verstreken. Er is veel uit mijn geheugen weg gegleden. Om het geheugen opnieuw te vullen met herinneringen aan dat concert van 2 mei 2002 las ik wat ik eerder over dat concert schreef op deze blog. 
In 2008 schreef ik hier onder andere: "Een goed concert waar ik, zes jaar later, nog steeds beelden van op mijn netvlies heb staan." 
En in 2010 schreef ik: "De NET is vooral herinnering, herinnering aan de concerten waarbij ik aanwezig ben geweest. Zoals het concert op 2 mei 2002, vandaag op de dag af acht jaar geleden. Er is geen concert waar ik betere herinneringen aan heb. Het begon al met een magistrale 'Wait For The Light To Shine' om een beetje in de sfeer te komen en nog voordat ik daarvan was bekomen, volgde het live-debuut van een akoestisch gespeelde 'I Threw It All Away', na de eerste tonen leek de Ahoy' uit haar voegen te barsten. Langzaam drong het tot steeds meer toeschouwers door waar ze getuigen van waren en het leek wel of een ieder bij wie de realisatie was doorgekomen, dat bezegelde met een oerkreet."
In 2008 en in 2010, zes en acht jaar na het concert, wist ik me nog veel te herinneren. Nu is dat anders. Met het lezen van de stukken die ik eerder schreef komen er beelden en geluiden terug, al blijft het bij flarden.


III

Begin 2017, ik koop mijn eerste dichtbundel van H.H. ter Balkt. Het is een goede bundel, al is de poëzie van Ter Balkt niet altijd makkelijk te volgen. Bob Dylan is in geen velden of wegen te bekennen.

IV

Aanvankelijk denk ik oude herinneringen uit de vergetelheid te moeten opvissen. Het beluisteren van een opname van het concert van 2 mei 2002 moet de truc doen. 
Uiteindelijk besluit ik nieuwe herinneringen aan te maken. Dat doe ik door het beluisteren van een opname van een concert waar ik niet bij was. Dat komt mede door wat ik in 2010 schreef. Ik schreef: "Een concert is niet meer dan een moment waarop het aanwezige publiek voor de duur van het concert uit de dagelijkse realiteit wordt getild."
Als ik nu naar 2 mei 2002 ga luisteren zoek ik herinneringen. Dat heeft niks te maken met het uit de dagelijkse realiteit getild willen worden.
Goed, niet de opname van 2 mei 2002 dus, maar een ander concert. 
Keuze genoeg.
Het wordt het concert van 21 mei 2000, Horsens Ny Teater, Horsens, Denemarken.

V

Augustus 2017. Uit het stapeltje van de vier aangeboden dichtbundels van H.H. ter Balkt kies ik er willekeurig een. Aardes deuren heet die bundel. Het wordt de tweede bundel van de dichter die ik ga lezen. 

VI

Bij het horen van de eerste paar nummers van het concert in Horsens Ny Teater verlang ik terug naar de concerten van 2000. De refreinen van opener "Hallelujah, I'm Ready To Go" worden door Bob Dylan, Larry Campbell en Charlie Sexton bijna a capella gezongen.
"My Back Pages" heeft een viool (of iets wat er op lijkt) en Dylans frasering in "The Lonesome Death Of Hattie Carroll" is scherp als een scheermes.
Terwijl ik dit schrijf beginnen Dylan en band net aan de elektrische set met "Gotta Serve Somebody". Ik weet nu al dat ik voorlopig nog niet klaar ben met Horsens Ny Teater, mei 2000. Dit ga ik in de komende tijd vaker beluisteren, veel vaker.

VII

In een door en door koud vliegtuig 3

Wij vliegen onder het gat in de ozonlaag boven Wenen.
Op de paleizen druppelen graffiti. Mummies zitten aan
een lange tafel en eten goud- en zilverstof. Hun
amuletten leggen zijn af; hun windselen wikkelen zij lang-
zaam los en winden die om een roerloze gestalte die zij
hazeoren hebben opgezet. Je kunt alles heel goed zien
door de glazen vloer en door een gat in het dak. De
mummies drinken egyptische wijn. Zijn zijn herstellende;
ze kleumen; ze hebben drie rijen tanden. Boven het
vliegveld, grauw als een dorpsstationnetje, vliegen
heksen. Snauwende werksters keren de stoelen in de
wachtruimte om en om en stoffen de pandabeer af van
het Wereldnatuurfonds. Achter het loket dommelt een 
asfaltman. Uit de asfaltzwarte taxi stijgt de tombstone 
blues van bob dylan op. Koude ether stroomt uit het gat
in de ozonlaag. Het verkeer bevriest. De stad versteent.

H.H. ter Balkt

VIII

Voorlopig wordt het niet meer stil in mijn oren. Kippenvel tijdens "Tryin' To Get To Heaven". Horsens Ny Teater, 2000 is het beste concert dat ik deze dag voor beluistering had kunnen kiezen.


Mijn stuk uit 2010 over het concert van 2 mei 2002 staat hier.
Mijn stuk uit 2008 over het concert van 2 mei 2002 staat hier.

Dylan kort #1245

Sheila Atim zingt "Tight Connection To My Heart", uit Girl From The North Country, zie hier.
Joan Osborne brengt Songs Of Bob Dylan uit, zie hier.
Crimesong van de dag (het bestaat echt...) van 10 augustus: "Joey" van Bob Dylan, zie hier.
De Laatste vuurtorenwachter: "Guthrie, Whitman, Dylan, Bragg, Wilco, Claus en… ik", zie hier. [met dank aan Flor]

Is Your Love In Vain? (1978) - door Jochen

Is Your Love In Vain? (1978)

“Wat je een vrouw ook geeft, ze zal het grootser maken. Geef haar zaad, en ze geeft je een baby. Geef haar een huis, ze maakt er een thuis van. Geef haar de boodschappen en ze geeft je een maaltijd. Schenk haar een glimlach en ze geeft je haar hart. Ze vermenigvuldigt en vergroot wat haar wordt gegeven.”

Erick S. Gray is een bijzonder succesvol en vruchtbaar auteur uit Queens, New York, die sinds 2003 met bewonderenswaardige regelmaat een boek per jaar schrijft. Zijn werken worden – niet helemaal terecht – in het hokje hip hop literatuur gezet. De hoofdpersonen komen doorgaans uit de zwarte getto’s, spreken straattaal, klooien met drugs en seks, en jagen op geld en macht, wat ze meestal gelijk stellen met “respect”. De meeste vrouwen hebben een vergelijkbare rol als de dames in de videoclips van rap-artiesten: ze worden veelal met bitches of met sista aangeduid en de omvang van bips en borsten is vele malen belangrijker dan hetgeen de dame eventueel heeft te melden. Je zou Gray, kortom, niet gauw van vrouwvriendelijkheid of politieke correctheid verdenken. Maar: hij heeft zijn p.r. op orde. Bovenstaand citaat is al jaren een hit op Facebookpagina’s, blogs, in “inspirational quotes”-verzamelingen en zelfs bij zelfverklaarde feministen. In de helft van de gevallen wordt het overigens foutief toegeschreven aan de eerbiedwaardige Nobelprijswinnaar William Golding, voorafgegaan door twintig woorden die inderdaad van Golding zijn (“I think women are foolish to pretend they are equal to men. They are far superior and always have been”).

Enigszins frappant is de populariteit wel. Ze maken baby’s, kunnen goed poetsen en zo lekker koken… sec beschouwd zegt Erick S. Gray dat vrouwen zulke geweldige huismoedertjes zijn. Hetzelfde dus als Dylan zoekt in “Is Your Love In Vain?”- een keukensloofje, handig met naald en draad en houdt de voortuin goed op orde (“Can you cook and sew, make flowers grow”). Maar Dylan krijgt ten tijde van verschijnen (1978) niet zo’n applaus als Erick S. Gray. Integendeel zelfs. Recensenten en journalisten beschuldigen hem van misogynie, van een Archie Bunkermentaliteit en van seksisme. Greil Marcus construeert een wat moeizame metafoor: “Hij praat tegen die vrouw als een sultan die een veelbelovende dienstmeid op een geslachtsziekte onderzoekt.”
Ook in interviews wordt hij ter verantwoording geroepen, zoals, met een laf omweggetje, door Jonathan Cott in Rolling Stone (november 1978):

JC: Moeten we Is Your Love In Vain letterlijk nemen? Je bent ervan beschuldigd seksistisch te zijn in dat lied, vooral door die regel “Can you cook and sew make flowers grow?
BD: Die kritiek komt van mensen die vinden dat vrouwen karate-instructeur of vliegtuigpiloot moeten zijn. Ik wil daar niet op afgeven – iedere vrouw moet kunnen worden wat ze worden wil – maar als een man een vrouw zoekt, zoekt hij niet een vliegtuigpilote. Hij wil een vrouw die hem helpt en ondersteunt, die haar deel doet terwijl hij zijn deel doet.
JC: Is dat het type vrouw dat jij zoekt?
BD: Waarom denk je dat ik een vrouw zoek?

Met die wedervraag zegt de vermoeide dichter feitelijk wat hij al tientallen keren heeft uitgelegd: mijn songs zijn niet per se autobiografisch. Je est un autre, “ik” is iemand anders, zegt hij, met Rimbaud. We vragen immers ook niet met welke koningen Dylan heeft gedineerd, of waar en hoe hij vleugels kreeg aangeboden (“I have dined with kings, I’ve been offered wings”). Er druppelen heus wel particuliere opvattingen of werkelijk doorleefde impressies zo’n lied in, zoals Paul McCartney ook toegeeft: “Als ik schrijf, schrijf ik alleen maar een song, maar ik denk wel dat er thema’s omhoog borrelen. Daar doe je niets tegen. Wat je belangrijk vindt, komt er op de een of andere manier toch wel in” (Conversations met Paul du Noyer, 2015). En dat wordt weer bevestigd in het interview dat Dylan in januari 1978 heeft met Barbara Kerr, voor de Boston Herald, waarin hij minder omfloerst dan gebruikelijk over zijn gestrande huwelijk en vrouwen in het algemeen uitweidt:

Deventer boekenmarkt

Gisteren was ik op de Deventer boekenmarkt. Ik ben daar naar toe gegaan met een zoeklijstje in mijn achterhoofd. Dat zoeklijstje zag er gisterochtend ongeveer zo uit:

1. Richard Brautigan: zowel proza als poëzie
2. C.B. Vaandrager - De Hef
3. Bob Dylan (boeken, tijdschriften etc.)
4. Lawrence Ferlinghetti, Allen Ginsberg en andere Beats

En eigenlijk zoals ieder jaar bepaalde niet het zoeklijstje, maar het toeval wat er uiteindelijk van de Deventer boekenmarkt in de tas mee naar huis ging. Zo vond ik op de markt helemaal niks van Lawrence Ferlinghetti en kwam ik slechts één boek van Richard Brautigan tegen, een Nederlandse vertaling van In Watermelon Sugar. Ik vind dat je Brautigan niet in vertaling moet lezen, maar in het Engels zodat je de taal van Brautigan tijdens het lezen kunt proeven. Ik ging dus zonder Brautigan of Ferlinghetti weer naar huis, zo dacht ik.
Echter, Allen Ginsberg redde mij. Bij thuiskomst zag ik dat het op de markt gekochte fotoboek The Late Great Allen Ginsberg een voorwoord van Lawrence Ferlinghetti heeft en dat in de tevens gekochte Evergreen met Allen Ginsberg op de cover het verhaal "The Menu" van Richard Brautigan staat.

Soms komt het ook wel goed met een zoeklijstje. Zo vond ik gisteren - tot mijn stomme verbazing - De Hef van C.B. Vaandrager. De Hef zocht ik al tijden voor een redelijke prijs, tot gisteren zonder succes.
Wat heeft dit allemaal met Bob Dylan te maken?
Afgezien van het feit dat ik gefascineerd ben door het werk van C.B. Vaandrager, ben ik Bob Dylan in zowel Vaandragers De Reus van Rotterdam als Sleutels tegengekomen. Wie weet vind ik Bob Dylan ook in De Hef.
De connectie tussen Bob Dylan en de Beats (Ferlinghetti, Ginsberg en Brautigan) is - denk ik - overduidelijk.

Goed, terug naar de zoeklijst.
Dan stond - zoals altijd - Bob Dylan nog op mijn zoeklijst. Ik ben genoeg boeken over Bob Dylan op de markt tegengekomen, maar niet een boek dat ik nog niet heb. Tijdschriften met (grote) artikelen over Bob Dylan heb ik niet gezien. Wel kwam ik Bob Dylan tegen in een ingezonden brief in (wederom) de Evergreen met Allen Ginsberg op de cover. Aangezien ik de eerdere aflevering van Evergreen waar deze brief naar verwijst niet ken, heeft deze ingezonden brief een bijna surrealistische kwaliteit:

To the editors:

Nat Henthoff is right. He just doesn't go far enough. Ralph Gleason is profound. Bob Dylan is profound. Ralph Gleason said recently that Bob Dylan is the greatest defender of human freedom since Thomas Paine.
As my old Welsh grandmother used to say, oy va!

Martin Williams 
New York, New York


Al met al zat er aan het eind van de boekenmarkt toch wel wat Dylan in de tas. Zo kocht ik het boek All The Rage van Ian 'Mac' McLagan. McLagan was de toetsenist in Bob Dylans band tijdens de Europese tournee van 1984 en uiteraard schrijft McLagan over deze tournee in All The Rage. Daarnaast kocht ik voor een habbekrats het boek List of the Lost van Morrissey omdat ik bij het doorbladeren van het boek Dylans naam tegenkwam. Ik verwacht niet dat Morrissey heel positief over Dylan zal schrijven, waarom weet ik ook niet, maar daar kom ik nog wel achter als ik List of the Lost lees.

De mooiste papieren Dylan-vondst is een dichtbundel. Het gaat om de bundel Lees mij tussen de regels van Anneke Korporaal. Een paar jaar geleden tipte Anneke mij al over die bundel, maar aangezien die bundel 25 jaar geleden in een oplage van 200 stuks verscheen, had ik de hoop om Lees mij tussen de regels te vinden een tijdje geleden al opgegeven.
Dat ik een vreugdedansje maakte na het ruilen van €3,- voor Lees mij tussen de regels werd door de verkopers achter de kraam niet begrepen en druk besproken.
Lees mij tussen de regels bevat gedichten met titels als "meet me in the morning", "I shall be free #10", "too much of nothing" en "when the ship comes in". Het laatste, titelloze gedicht in deze bundel is opgedragen aan Bob Dylan en gaat zo:

time is a jet-plane
it moves too fast

als hij heel kalm begint 
wil ik hem wel geloven
ik geef me graag gewonnen
aan zijn fluwelen stem
van tederheid
en ingehouden haat

gisteren nog heb ik hem
hardop horen dromen
en morgen wordt zijn lied
in zijn metalen keel
ook nog niet gestaakt
het kan nog jaren duren

wat telt is nu, vandaag
in zijn bescheiden gestalte
staat hij eenzaam, verbeten
zijn repertoire op een kladje

de woorden dringen dieper in de huid
vandaag
en niet alleen bij mij

oh, but what a shame 
if all we've shared can't last


Op de Deventer boekenmarkt worden door menig handelaar naast boeken ook elpees en - in iets mindere mate - cd's verkocht. Nou is het zo dat het gros van die handelaren meer verstand van boeken dan van elpees heeft. Dat betekent dat veel handelaren geen flauw idee hebben van wat een redelijke prijs voor een elpee is. Daarnaast heeft, waarschijnlijk mede door de huidige vinyl-gekte, menig boekhandelaar de neiging om de prijzen voor de elpees wat te hoog in te schatten. €15,- voor een veelvuldig gedraaide Nederlandse persing van Desire in een beschreven hoes waarbij het inlegvel ontbreekt, is veel te veel. En toch heb ik het bij twee verschillende handelaren gisteren gezien.
Dat boekhandelaren wat minder verstand hebben van de prijzen van elpees kan ook in het voordeel van de koper zijn en bij de twee, drie handelaren op boekenmarkt die (te) kleine prijsjes op de elpees plakken is het goed kopen. Zo kocht ik voor een zacht prijsje een Italiaanse persing van Another Side Of Bob Dylan en - voor mij de klapper van de markt - een Canadese persing van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II. Deze elpee moet geperst zijn in de tijd dat Columbia overstapte van 360-labels naar round the edges-labels. De eerste elpee van de gisteren gevonden persing van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II heeft namelijk round the edges-labels terwijl de tweede elpee 360-labels heeft.
Nou wist ik al wel dat er Canadese persingen van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II met 360-labels moeten zijn, maar ik had er nog nooit eentje in het echt gezien, laat staan een exemplaar met 'gemixte' labels...

Dylan kort #1244

Bob Dylan concert San Francisco, 11 december 1965, opname gemaakt door Allen Ginsberg, luister hier.
The Waterboys spelen "Like A Rolling Stone", zie hier.
Willie Nile – Positively Bob, een recensie, zie hier.
Zweedse voetballegende en Bob Dylan, zie hier.
"Aldus Bob Dylan", zie hier.
Podcast: Dylan & The Beatles (deel 1), luister hier. Deel 2, luister hier.
Ad Duijm - "Wachttoren", zie hier.
Muizenest: Bob Dylan, zie hier.

Philip Huff - 'Zij'

Soms loop ik door het landschap van mijn herinneringen en eindig ik bij de voordeur van mijn oude huis in de Pijp. Ik ga naar binnen en in de woonkamer zit ze weer achter de piano, in een strakke broek, een los shirt, de schemering van de leeslamp op haar schouder. Haar vingers zoeken de juiste toetsen, ze neuriet de noten, zoekt de akkoorden.
Ik ga op de bank liggen.
'Ja,' zegt ze. 'Sorry. Dit is hem.' En ze begint weer: 'When you're lost in the rain in Juarez, and it's Eastertime too, and your gravity fails, and negativity don't pull you through.'
de pianoklanken vullen de ruimte als zonlicht, haar stem hangt in de muziek als stof in de lucht, glinsterend, zacht, overal.
'Don't put on any airs, when you're down on Rue Morgue Avenue, they got some hungry women there, and they really make a mess outta you.'
Ik kan mezelf niet inhouden.
'Now, if you see Saint Annie, please tell her thanks a lot. I cannot move, my fingers are all in a knot.'
Daar gaan we weer.

Bovenstaande fragment komt uit het verhaal 'Zij' van Philip Huff. Het verhaal 'Zij' is het laatste verhaal in de bundel Goed om hier te zijn (De Bezige Bij; 2013)
Bob Dylan is ook te vinden in Dagen van gras van Philip Huff. Meer Philip Huff staat hier.

Zomaar een dinsdag: True Dylan

Zomaar een dinsdag.
Bij een kringloopwinkel koop ik de dichtbundel Met man en muizenis van Benne van der Velde omdat het eerste gedicht in die bundel over Bob Dylan gaat. Bij thuiskomst blijkt dat gedicht ook in de door Kees 't Hart en John Schoorl samengestelde bloemlezing Als een zwerfkei te staan (blz. 109), maar in die bloemlezing staat niet het door Onno Maat gemaakte beeld bij dit gedicht wat wel in Met man en muizenis staat.
Naast het gedicht ligt een snelweg, highway 61. Op die snelweg staat een cowboy, op zijn rug een gitaar.
Die cowboy doet mij denken aan de toneelschrijver Sam Shepard. Ik weet niet waarom.

Zomaar een dinsdag.
Op internet lees ik dat Sam Shepard afgelopen donderdag overleed.
Binnen de Dylan-wereld is Sam Shepard vooral bekend als de man met wie Bob Dylan "Brownsville Girl" schreef en de man die op verzoek van Bob Dylan mee ging op tournee om scènes voor wat uiteindelijk Renaldo And Clara zou worden te schrijven, daar niet aan toe kwam en het schitterende boek Rolling Thunder Logbook over die tournee schreef.
Minder bekend is dat Sam Shepard het stuk True Dylan schreef. True Dylan is een toneelstuk met één act. Het werd in juli 1987 in Esquire gepubliceerd. In 2004 werd True Dylan onder de titel A Short Life of Trouble in het door Benjamin Hedin samengestelde boek Studio A; The Bob Dylan Reader gepubliceerd.
True Dylan is een stuk voor twee personen: Sam en Bob. Sam wil Bob interviewen, Bob loopt gedurende het stuk meerdere malen (letterlijk) weg om geen antwoord te hoeven geven op een door Sam gestelde vraag.
Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de Sam in True Dylan Sam Shepard is en Bob is in dit stuk dan Bob Dylan.
De grote vraag die sinds 1987 boven True Dylan hangt is of het stuk een weergave van een daadwerkelijk gesprek tussen Sam Shepard en Bob Dylan is, of dat alles in True Dylan door Sam Shepard bij elkaar verzonnen is.
De kracht van True Dylan - voor mij - is dat ik het antwoord op die vraag niet weet.
Vanavond lees ik True Dylan nogmaals. Omdat het zo'n goed stuk is.
Omdat Sam Shepard is overleden.
Omdat ik daar toch van schrok.


Bob Dylan in en rond Haarlem

In de Kleine Houtstraat te Haarlem zit de winkel Polka Dot. Ik was afgelopen week in Haarlem, liep door de Kleine Houtstraat en zag die winkel. Polka Dot verkoopt kleding en accessoires, maar dat is niet de reden waarom ik over Polka Dot schrijf. Ik schrijf over die winkel omdat op de etalageruiten van Polka Dot een strip foto's van bekende personen in gestippelde kledij (polka dot) is geplakt. Een van die personen is Bob Dylan (zie foto).

In en rond Haarlem heb ik een aantal kringloopwinkels bezocht en in een van die kringloopwinkels vond ik een boek over Farm Aid. Farm Aid is een jaarlijks terugkerend muziekfestival waarvan de opbrengsten gebruikt worden voor Amerikaanse boeren die het (financieel) moeilijk hebben. Farm Aid werd voor het eerst in 1985 georganiseerd, niet lang na Bob Dylans woorden over de boeren in Amerika tijdens zijn optreden op Live Aid. (1 & 1 = 2)
Bob Dylan trad één keer op op Farm Aid, in 1985 (zie hier en hier).
Het concert Farm Aid kende ik, het boek niet. Farm Aid; A Song For America (2005) gaat over de concerten, maar vooral over de reden waarom Farm Aid ieder jaar weer door onder andere Willie Nelson, Neil Young en John Mellencamp georganiseerd wordt. Naast enkele foto's van Bob Dylans optreden op Farm Aid bevat het boek de songtekst van het door Bob Dylan en Willie Nelson geschreven nummer "Heartland". Deze songtekst is niet te vinden in The Lyrics 1961 - 2012, wel op Bob Dylans website. Een opname van Willie Nelson en Bob Dylan die samen "Heartland" zingen is te vinden op het album Across The Borderline van Willie Nelson. Een live-versie uit 2004 kan hier beluisterd worden.

Een ander bij een kringloopwinkel gevonden boek is The Elder Statesman van T.S. Eliot.
Hoeveel Dylan-liefhebbers hebben zich - net als ik - gestort op de werken van T.S. Eliot door die ene regel in Dylans "Desolation Row"? Veel denk ik.

And Ezra Pound and T. S. Eliot
Fighting in the captain’s tower
While calypso singers laugh at them
And fishermen hold flowers

En net zoals waarschijnlijk de meeste Dylan-liefhebbers die zich op de werken van Eliot gestort hebben, beperkte ik me tot zijn twee bekendste werken: Four Quarters en The Waste Land en net als waarschijnlijk veel andere Dylan-liefhebbers kwam ik tot de conclusie dat er niet tot nauwelijks overeenkomsten te vinden zijn tussen deze twee werken van Eliot en de werken van Bob Dylan.
Goed, ik kocht en las de afgelopen dagen dus het toneelstuk The Elder Statesman van T.S. Eliot. En in dit boek, op bladzijde 35 van de eerste druk uit 1959 (inderdaad, eerste druk, gevonden bij de kringloop "Da's een eurootje meneer.") las ik: 

What do I call failure?
The worst kind of failure, in my opinion,
Is the man who has to keep on pretending to himself
That he's a success - the man who in the morning
Has to make up his face before he looks in the mirror.

En nee, T.S. Eliot zegt met deze woorden niet hetzelfde als Bob Dylan, maar ik moest bij het lezen van deze woorden wel gelijk denken aan die woorden van Bob Dylan uit "Love Minus Zero / No Limit":

She knows there’s no success like failure
And that failure’s no success at all

Tot slot: in de avonduren las 'mevrouw Tom' Mr. Toppit van Charles Elton en sprong op toen ze op bladzijde 355 was aangekomen: "We kregen de Heet-als-de-Hel Creoolse Specerijencatalogus, de kerstcadeaucatalogus van het Hans Christian Andersen Museum in Kopenhagen, een lijst van illegale Bob Dylan-platen die bij een postbusnummer in Duitsland besteld konden worden, het roomkaaskookboek van het merk Philadelphia, en een bibliografie van groteletterboeken van hun uitgevers, uitgebracht door een of andere blindenvereniging, met een speciaal katern voor luisterboeken."

Mooie stad, Haarlem.

Dylan kort #1243

Setlists: 24 juli, 25 juli.
Simon & Schuster - Bob Dylans vaste uitgever - brengt op 31 oktober met Bob Dylans Nobel-lezing uit, een mooi initiatief, zie hier. [met dank aan Frits voor de tip]
Girl From The North Country is een door Conor McPherson geschreven stuk met muziek van Bob Dylan. Op dit moment ontvangt het stuk veel lovende recensies in de Engelse pers (zie bijvoorbeeld hier). Het stuk Girl From The North Country is ook in boekvorm uitgegeven (zie afbeelding).
Vinyl: Columbia lijkt nu definitief op de vinyl-hype ingesprongen te zijn. Columbia brengt eind oktober een aantal albums van Bob Dylan opnieuw op vinyl uit. Het gaat om: Hard Rain, Oh Mercy, Good As I Been To You en Bob Dylan in Concert: Brandeis University 1963.
AkzoNobel haalt een Dylan-liefhebber binnen, zie hier.

The Comic Book and Me #48

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

De comic Uncle Sam draait om de van de wervingsposter bekende figuur (zie hier). In de comic herbeleeft Uncle Sam bekende en minder bekende gebeurtenissen uit de Amerikaanse geschiedenis terwijl er rijkelijk met citaten - vaak met een twist - wordt gestrooid. Een van die citaten komt uit Bob Dylans "Blowin' In The Wind" (zie afbeelding).

Dylan & de Beats

In maart 2016 schreef ik op deze blog onder andere: "Vandaag precies 94 jaar geleden werd Jack Kerouac geboren. Dat maakt vandaag een geschikte dag om bekend te maken dat ik sinds enkele maanden werk aan een boek over Bob Dylan en de schrijvers van de Beat Generation. Dylan & de Beats is de (voorlopige) titel van dit boek." En: "Later dit jaar zal Dylan & de Beats verschijnen."

Dat liep even wat anders. Dylan & de Beats is niet in 2016 verschenen en het is maar de vraag of het mij gaat lukken om het boek in 2017 te laten verschijnen, al zal ik er binnen mijn mogelijkheden alles aan doen om Dylan & de Beats dit jaar nog te publiceren.

Hoe kan het nou dat Dylan & de Beats zoveel later zal verschijnen dan ik aanvankelijk dacht? Allereerst heb ik de benodigde tijd om dit boek te schrijven verkeerd ingeschat. Om Dylan & de Beats te kunnen schrijven moet ik veel Beat-literatuur (her-)lezen. Hoewel ik inmiddels enkele meters Beat-literatuur heb gelezen, heb ik nog (lang) niet alle boeken gelezen die ik van mezelf moet lezen om Dylan & de Beats te schrijven. Daarnaast heb ik - zoals vaste lezers van de blog inmiddels weten - het afgelopen jaar lopen klooien met mijn gezondheid waardoor het werken aan Dylan & de Beats maandenlang bijna helemaal stil kwam te liggen.

Maar uitstel betekent in dit geval geen afstel, Dylan & de Beats zal verschijnen, al is het een stuk later dan ik aanvankelijk dacht.
Het maandenlang stil liggen van het werken aan Dylan & de Beats blijkt - achteraf gezien - een groot voordeel. Tijdens de maanden dat ik niet tot nauwelijks aan schrijven of lezen toekwam, heb ik wel een grote hoeveelheid nieuwe informatie over de relaties tussen Bob Dylan en de verschillende schrijvers van de Beat Generation weten te vinden.

Voor een ieder die wacht op Dylan & de Beats: nog even geduld. Het boek komt er, alleen wat later dan gepland was.

Dylan kort #1242

Setlists: 16 juli, 19 juli, 21 juli, 22 juli.
Bob Dylan FAQs, een mindmap van Hans, zie hier. [met dank aan Hans]
Ondergewaardeerde liedjes: "It's Aright, Ma (I'm Only Bleeding)", zie hier.

"Bob Dylan is the Shakespeare for Our Time"

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf - door Ed

Wat ging er aan de column van Mart Smeets begin juli vooraf.
 Ik viel over de column van Mart Smeets in de VARA-gids van april dit jaar. Daarin haalt hij uit naar Dylan. Dat mag hij doen, maar dan wel met kennis van zaken. Zijn beweringen sloegen nergens op. Het was een zuur en chagrijnig stuk. En wat Smeets altijd doet als hij over Dylan praat (bij DWDD) of schrijft: dan heeft hij het over Dylan die met zijn rug naar het publiek zingt.
Dat doet hij zo hardnekkig dat hij kennelijk in zijn eigen fake-nieuws (want dat is het) is gaan geloven. Ook weer in die column van april. Voor mij vormde die lulkoek de druppel om nu eens te reageren. Smeets geldt wel als muziekkenner en in die hoedanigheid schrijft hij een wekelijkse column in de VARA-gids. Die lees ik meestal met genoegen, maar als het om Dylan gaat komt hij in mijn beleving niet verder dan gemeenplaatsen en gemakzucht. Dat pik ik niet als je, zoals Smeets, met enige pretentie over je onderwerp schrijft. Het druist in tegen mijn journalistieke hart dat nog zachtjes klopt, ook al ben ik nu met pensioen.
Mijn conclusie in mijn reactie naar Smeets: "Als je bent blijven steken in Blonde On Blonde en Highway 61 Revisited, allemaal prima. Maar meet je dan niet de air aan dat je met inhoud over Dylan schrijft." En ik vroeg hem bij welk concert hij Dylan met de rug naar het publiek had zien zingen. Zelf heb ik alle concerten in Nederland vanaf 2003 bezocht –altijd in de voorste gelederen- en nooit heb ik dat fenomeen mogen aanschouwen. Mijn conclusie: "Het lijkt erop dat Smeets zelf deze bijdrage met de rug naar zijn lezerspubliek heeft geschreven."
Ik kreeg –hulde en heel correct!- de volgende dag (19 april) al een reactie van Mart Smeets  terug. Daarin schrijft hij onder meer dat hij juist een heel hoge hoed op heeft van de artiest en de mens Dylan, maar dat zingen en soms zijn optreden hem niet kunnen bekoren.
Mijn specifieke opmerkingen omzeilde hij wel, en om welk Dylan-rug-concert het ging kon hij niet duidelijk maken. Ergens tussen 2011 en 2013.
Ik heb hem nog uitgebreid en met zorg terug gemaild. En heb- arrogant als ik natuurlijk ook wel een beetje ben als (inmiddels) oud-journalist van Dagblad van het Noorden - bij die reactie twee pdf-bestanden meegestuurd; twee artikelen over Dylan die ik voor mijn krant schreef. Een featureverhaal over Hans Seegers (een van de grootste Dylan-verzamelaars ter wereld) en een featureverhaal over Dylan nadat hij de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen. Om te onderstrepen dat ik weet waarover ik schrijf en dat mijn reactie op zijn column niet uit de lucht komt vallen.
Een sprong naar de juli-maand. Wie schetst mijn verbazing dat Smeets in deze column (zie hieronder) meer dan zijdelings ingaat op mijn reactie. Met enige journalistieke overdrijving, maar dat mag hij.
Ik heb –na verschijning van deze column- Mart Smeets wederom uitgebreid terug gemaild, ook om hem te bedanken. En nog even een citaat uit mijn reactie naar hem: "Langzaam krulde een glimlach om mijn mond toen ik verder las. Nee, je moet Van Tellingen niet naar de mond praten, en dat doe je ook niet, maar de bedding waardoor deze column stroomt is zo veel evenwichtiger opgebouwd dan die van april, waarin de vorige column zich schokschouderend een weg zocht."
En verder heb ik hem nog getipt over de op handen zijnde release in november van vol.14 in de onvolprezen Bootleg Series. Ditmaal over de gospelperiode. En –knipoog- dat die lancering ook best een column waard is. Want zingen en performen kon Dylan, zeker ook in die periode. Wat ik zelf wel grappig vind: in mijn Dylan-artikel voor Dagblad van het Noorden (oktober 2016) hekel ik het feit dat Sony/Columbia juist die periode zo onderbelicht laat. En kijk, een paar maanden later wordt bekend dat die periode onderwerp is voor volume 14 van de Bootleg Series. Erbij verschijnt een companion-book (Trouble In Mind) van Clinton Heylin, die ook de liner notes schrijft.
Samenvattend, voor wie de tweede column dit jaar van Mart Smeets over Dylan nog niet kent, lees hem tegen de hierboven geschetste achtergrond. Glimlachen mag.


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #49

Een vondst van Simon: The Pretty Things brachten in 2015 het album The Sweet Pretty Things (Are In Bed Now, Of Course...) uit. Een Dylan-liefhebber vraagt zich niet af waar die titel vandaan komt, hij weet 't... (zie hier).


[met dank aan Simon]

Volkskrant 21 juli 2017

In het interview met de frontman van de oude punkband The Only Ones:

"Jarenlang luisterde Peter Perrett weinig naar muziek, maar er waren wel teksten van Bob Dylan waaraan hij zich kon vastklampen. 'Ruimte voor muziek en boeken was er eigenlijk niet in mijn hoofd. Maar in een nieuwe Dylan had ik altijd interesse.' Neem die regel uit 'Brownsville Girl' van Knocked Out Loaded (1987): 'Strange how people who suffer together have stronger connections than people who are most content...' Is dat niet fraai en waar tegelijk?"

De column van Peter Buwalda:

"Zingen kan ik niet, dus daarom besloot ik maar een column voor te lezen. Ondertussen zou me vast iets lezingachtigs te binnen schieten. En zo niet, dan las ik gewoon nóg een column voor. Bob Dylan zegt ook nooit boe of bah."

[met dank aan Herman en Jochen]

Isis (1975) - door Jochen

Isis (1975)

De westerse fascinatie voor de exotische mystiek van het oude Egypte is nog ouder dan het ontstaan van de Egyptologie, in de negentiende eeuw. In Mozarts Zauberflöte (1791), de opera vol vrijmetselaarsmysticisme, roept de wijze Sarastro al Isis und Osiris aan, staande in een decor van piramides en palmtakken. In de daaropvolgende decennia culmineert de bekoring; de tijd van de farao’s inspireert tot duizenden opera’s, literaire werken, schilderijen en later ook films (Cleopatra uit 1917 bijvoorbeeld, en de hele reeks Mummy-horrorfilms die in 1932 begint).
Na de Tweede Wereldoorlog verflauwt het thema een beetje, maar verdwijnen doet het nooit. Kuifje’s De Sigaren Van De Farao is een bestseller in 1955, Asterix en Cleopatra in 1965, Indiana Jones trekt met de Staf van Ra naar Caïro (Raiders Of The Lost Ark, 1981), The Bangles scoren hun wereldhit in 1986 (“Walk Like An Egyptian”). En ook vandaag nog verleidt luchtverfrisser Ambi Pur de klanten met het geurtje Egyptische Mystiek (€ 4,25 bij het Kruidvat).

De Isis en de pyramids uit Dylans song staan dus niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een eeuwenoude traditie van Egyptische referenties in westerse cultuur. Veel meer hoeven we er ook niet achter te zoeken, volgens Jacques Levy, de coauteur. In een van zijn laatste interviews, voor Prism Films in mei 2004, vertelt hij vrij uitvoerig over zijn samenwerking met Dylan:

We hebben het nooit gehad over de betekenis. Je wilt niet weten hoe vaak me is gevraagd wat we met the fifth of May bedoelden. Ik wimpel dat altijd maar af. Ik weet niet wat het betekent. En het kan me ook niet schelen. Ik antwoord dan: verzin je eigen betekenis maar. (…)
Exotisch is het goede woord. Een uitheems gevoel. Het wás exotisch, maar er zaten ook wel wat autobiografische aspecten in de song. Hetzij van mij of van Bob. (…)
Ik had veel belangstelling voor het Wilde Westen, voor cowboydingen. De liedjes die ik met McGuinn heb geschreven, hadden allemaal die western flair. En een paar liedjes die ik met Bob heb geschreven, hebben dat ook. Neem bijvoorbeeld zo’n liedje als
Isis. Isis is een cowboyverhaal, maar er zit heel weinig western in. Niet in de muziek en niet in de beelden. Maar het voelt toch als een cowboyverhaal, dat zich door een ander soort lens afspeelt. 

Die autobiografische elementen zijn, net als die Egyptische elementen, hooguit onbetekenende smaakversterkers. Isis wordt een mystical child genoemd – in de complete catalogus van Dylan komt dat bijvoeglijk naamwoord maar in één ander lied voor: in “Sara”, op ditzelfde album Desire, dezelfde Sara die in “She Belongs To Me” een magische Egyptian ring draagt. Kennelijk associeert de dichter zijn aanstaande ex-vrouw met een antieke Egyptische schone. De koppeling van de namen Sara en Isis is dan gauw gemaakt – die voltrekt zich langs dezelfde lijnen waarop Kafka zijn hoofdpersoon “Samsa” noemt, Klaus Mann zijn collaborerende zwager Gustav Gründgen als “Hendrik Höfgen” te kijk zet (in Mephisto,1936) en Neal Cassady verandert in Dean Moriarty (On The Road, Jack Kerouac).
In het onvolprezen SongTalk-interview met Paul Zollo bevestigt Dylan die beperkte diepgang ook:

Isis… de naam doet wel een belletje rinkelen, maar niet al te krachtig. Het is een naam die je bekend voorkomt. De meeste mensen kennen hem wel ergens van. En wat het ook zou oproepen, dat was allemaal oké, zolang het maar niet te dichtbij kwam. (lacht)

Niet te dicht bij hemzelf, licht Dylan (weer lachend) desgevraagd nog toe.

Trrring!

"Hallo?"
"Ja, hoi, met mij."
"Is het belangrijk?"
"Nou belangrijk, belangrijk. Laat ik zeggen dat ik niet voor niks bel."
"Kun je het een beetje kort houden?"
"Jeetje, wat ben je kribbig. Is er wat?"
"Ik sta op het punt van vertrek. Moet over een kwartier bij de tandarts zijn. Kiespijn."
"Oké, ik houd het kort. Moet je luisteren, ben ik vanmiddag in een gerenommeerde platenzaak, je weet wel die zaak die Harry had aanbevolen. Flink stuk voor gereden, uurtje in de auto. Dus ik struin daar zo een beetje door die bakken met platen, vind ik daar een mono-persing van Blonde On Blonde nog in goede staat. Hartstikke blij natuurlijk. Enfin, ik afrekenen. Nou geef ik je te raden wat die knuppel achter die kassa zei toen ik 'm die plaat overhandigde om af te rekenen."
"Geen idee."
"Weet je wat 'ie zegt? Dit geloof je niet, joh. Hij zegt... Als ik er weer aan denk wordt ik weer kwaad. Hij zegt, houd je vast, dit geloof je niet, hij zegt: 'wat is dat voor muziek?'... Dat geloof je toch niet? Die pik kende Blonde On Blonde niet eens, maar wel werken in een platenzaak. Dat kan toch niet."
"Belde je daar voor..."
"Ik wilde die gozer aan z'n haren wel over die toonbank trekken om er een beetje basiskennis in te rammen... Kent Blonde On Blonde niet!"
"Mmm, ja... luister, ik moet..."
"Maar ja, fatsoenlijk als ik ben doe ik dat natuurlijk niet dus ik verzamel al mijn engelengeduld bij elkaar en leg die gozer rustig uit dat Blonde On Blonde een klassieker is, één van Bob Dylans grote drie uit midden jaren zestig. Vraagt die gozer mij doodleuk 'Wie is dat Bob Dylan?' Dat kan toch niet? Dat zou toch niet in een platenzaak mogen werken? Ik bedoel, hij weet niet eens wie Bob Dylan is!"
"Ik moet nu echt gaan, ik kom te laat."
"Onvoorstelbaar! 'Wie is Bob Dylan?', zegt 'ie, met droge ogen. Dus ik zeg tegen die gozer: 'Bob Dylan is verdomme God. Groter dan Dylan worden ze niet gemaakt. En dat jij dat niet weet is een schande van de bovenste plank. Jij hoort hier niet.' Dat vond die gozer niet zo leuk. Weet je wat 'ie deed? Hij zette me zo de zaak uit! En ik had die mono Blonde On Blonde nog niet eens betaald. Het lef van zo'n gozertje. Ik ben nog woest! Maar uhm... daar bel ik dus voor... Zou jij vanmiddag niet naar die zaak willen rijden om die Blonde On Blonde voor mij te kopen. Die plaat moet ik echt hebben en uhm... ik kom er niet meer in bij die gozer..."
"..."
"Hallo? Ben je d'r nog?"
Tuut, tuut, tuut.

Dylan kort #1241

Setlists: 9 juli, 12 juli, 14 juli, 15 juli.
"Bob Dylan wilde niet streamen", zie hier. [met dank aan Dirk]
Filmfragment: Bob Dylan; Warren Beatty; and Bill Clinton, zie hier. [met dank aan Hilda]
Voor de liefhebbers van andere covers: het album Hudson van Jack de Johnette, Larry Grenadier, John Medeski en John Scofield bevat covers van "Lay Lady Lay" en "A Hard Rain's A-Gonna Fall". "Lay Lady Lay" kan hier beluisterd worden en "A Hard Rain's A Gonna Fall" staat hier. [met dank aan Ton]
"Muziek kan helen": de muziekselectie van Dirk De Wachter, eerste keuze: "Its All Over now, Baby Blue", zie hier.

The Comic Book And Me #47

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Soms is een afbeelding genoeg en is een verhaal niet nodig.


Dylan kort #1240

Setlists: 2 juli, 4 juli, 5 juli, 6 juli, 8 juli.
"Beyond Here Lies Nothin'", de videoclip met de foto's van Bruce Davidson, zie hier. [met dank aan Hilda]
Lezing, 29 november, bibliotheek Leeuwarden: "Spraakmakende boeken - Bob Dylan, Liedteksten", zie hier. [met dank aan Frits]
Bassist heeft een interview met Tony Garnier, een stuk uit dit interview is online te lezen, zie hier. [met dank aan Frits]
Elvis; een eenzaam leven van Ray Connolly begint met: "Op een ochtend in augustus 1969 zat ik ergens op kantoor in New York met Bob Dylan te bellen," zo heb ik begrepen van Tjeerd. Van de eerste twee bladzijden gaan anderhalf over Bob Dylan. Verder komt Bob Dylan niet veel in deze biografie voor. Tegen het eind van het boek schrijft Connolly: "Of hij kan worden geboekstaafd als een geweldige zanger is een persoonlijke kwestie. Ik ben zelf altijd erg geporteerd geweest van Bob Dylans uitspraak over de wegbereider die Elvis was. 'Toen ik Elvis voor het eerst hoorde,' aldus Dylan, 'was het alsof ik uit de gevangenis ontsnapt was. Ik dank God op mijn blote knieën voor Elvis Presley.'" [met dank aan Tjeerd]
Bob Dylan in Nederlandse musea: Naast Face Value in De Fundatie te Zwolle en de tentoonstelling over Martin Scorsese in Amsterdam, is Bob Dylan ook te vinden bij de tentoonstelling The Jewish Jukebox. Ik heb die tentoonstelling (nog) niet gezien, kan iemand mij zeggen welk album / welke albums van Bob Dylan bij deze tentoonstelling te bezichtigen zijn, zie hier.

Blowin' In The Wind


Het eerste dat ik ooit van Bob Dylan hoorde was "Blowin' In The Wind". Dat was niet in de jaren dat de haren lang waren en de liefde op straat lag, maar zo'n twee decennia later, ergens in de tweede helft van de jaren tachtig. Bob Dylan kwam voorbij op de radio, zomaar. Arbeidsvitamine was het programma, hij speelde "Blowin' In The Wind". Ik moet een jaar of vijftien, zestien geweest zijn. Mijn wereld stond in één klap op z'n kop.

"Blowin' In The Wind", het eerste nummer van The Freewheelin' Bob Dylan. Na die eerste keer moet ik "Blowin' In The Wind"nog honderden, misschien zelfs wel duizenden keren gehoord hebben.
Na zoveel luisteren komt er een moment waar ik nooit rekening mee had gehouden. Een moment waarop ik "Blowin' In The Wind" zo vaak heb gehoord dat het deel van mijn wezen is geworden. Ik had het zo vaak gehoord dat - als ik het draaide - ik het eigenlijk niet meer hoorde. Dat was het moment waarop de realisatie kwam dat het beter is om voor even niet te luisteren naar "Blowin' In The Wind" simpelweg omdat het niet meer gehoord werd door een overbekendheid met de song.

Alles wat is kan ook veranderen.
Afgelopen week hoorde ik twee keer "Blowin' In The Wind", één keer was ik geroerd en één keer schoot ik in de lach.
Ik draaide The 50th Anniversary Collection en hoorde de eerste take van "Blowin' In The Wind". De eerste take, dat is de take opgenomen direct voor die allerbekendste versie van "Blowin' In The Wind", de take die The Freewheelin' Bob Dylan opent.
Die eerste take is dan wel geen mislukking, maar zeker ook niet perfect. Was die take wel de beste versie die de jonge Bob Dylan uit zijn donder had kunnen persen, dan had Dylan er wel voor gekozen om Freewheelin' met deze eerste take te openen. Dat deed hij niet. Hij nam een tweede take op (en een derde).
De schoonheid van die eerste take schuilt in de bijna perfectie. Het gaat om het bijna. Op deze eerste take klinkt Bob Dylan nog wat onzeker, hij lijkt nog zoekende. De stem is broos en krachtig tegelijkertijd. De eerste take van "Blowin' In The Wind" is er eentje om te koesteren.

Sinds enkele weken beluister ik zo nu een dan een aflevering van Dylans radioprogramma Theme Time Radio Hour. Nooit meer dan één aflevering per dag.
Een paar dagen na het horen van die eerste take van "Blowin' In The Wind" luisterde ik naar aflevering 53 van Theme Time Radio Hour. In deze uitzending draait Bob Dylan "Ruby Tuesday" van The Rolling Stones. Na het draaien van dit nummer prijst Dylan de blokfluit-partij van Brian Jones op "Ruby Tuesday". Vervolgens pakt hij een blokfluit en speelt hij een klein stukje van "Blowin' In The Wind" op het instrument.
Het is een absurd moment in Dylans radioshow. Zo absurd en onverwacht dat het op mijn lachspieren werkte.
Maar het meest absurde is misschien nog wel dat ik door het horen van die eerste take en die blokfluit-fladder weer met nieuwe oren naar "Blowin' In The Wind" kan luisteren.

Ik werd van mijn stuk gebracht door twee nauwelijks bekende versies van misschien wel Bob Dylans bekendste nummer, "Blowin' In The Wind". Ik kan het iedereen aanraden, luisteren naar de eerste take en de blokfluit-flard van "Blowin' In The Wind". Het zet de wereld opnieuw op z'n kop.



Dylan kort #1239

Setlists: 25 juni, 27 juni, 29 juni en 30 juni.
23 juni 1978: Bob Dylan in de Kuip, zie hier.
Recensie: Old Crow Medicine Show speelt Blonde On Blonde in Paradiso, zie hier.
Italiaanse heruitgaven van 37 Dylan-albums, zie hier.
De afbeelding bij deze "Dylan kort" is een still uit de Netflix-docu Abstract; The Art of Design. Dit werk is van Paula Scher. [met dank aan Alja]

The Times They Are A-Changin’ (1963) - door Jochen

The Times They Are A-Changin’ (1963)

“Struikelend over verloren sigaren van Bertolt Brecht,” schrijft Dylan in de laatste van zijn 11 Outlined Epitaphs (1963), waarin hij behalve reflecties over change, over verandering, een hele serie invloedrijke kunstenaars opsomt. Veertig jaar later onderstreept de dichter de invloed van Brecht nog eens, en stukken uitvoeriger, in zijn autobiografie Chronicles. Explicieter ook, dit keer; Dylan belijdt bijna vijf bladzijden lang zijn ontzag voor de Brechtsong “Seeräuber Jenny” en stelt dat hij vanaf nu songs “totaal beïnvloed door Pirate Jenny” probeert te schrijven.
Te danken hebben we de fascinatie aan Suze Rotolo, Dylans toenmalige vriendin, die destijds een baantje had bij een muziekproductie, bij George Tabori’s Brecht on Brecht. Rotolo herinnert zich ook nog hoe haar vriendje getroffen werd door “Pirate Jenny”: “Hij was stil en verroerde zich niet. Wiebelde zelfs niet met z’n been. Brecht zou vanaf nu deel van hem zijn, net als de uitvoering van Micki Grant als Pirate Jenny.”
Dat lied zal echoën in “When The Ship Comes In”, maar überhaupt doet het iets met Dylans kunstopvatting. “Woody (Guthrie) had nooit zo’n soort song geschreven. Het was geen protestlied en geen sociaal commentaar en er zat geen mensenliefde in.” Hij beschrijft vervolgens hoe hij het liedje ontleedt, de magie ervan probeert te achterhalen, vergelijkt het met Picasso’s Guernica en bewondert het als een “intens lied” dat “een nieuwe prikkel voor mijn zintuigen was”, het heeft “veerkracht” en een “buitensporige kracht.”

Misschien geeft Dylan iets te veel eer aan Brecht – zijn kennismaking met “Pirate Jenny” vindt plaats in het late voorjaar van 1963, als hij ook op eigen kracht en inzicht al los begint te komen van topical songs – maar anderzijds verzwijgt hij de impact die een ander lied uit diezelfde Brechtproductie moet hebben gemaakt: “The Song Of The Moldau”.
Das Lied von der Moldau (muziek Hanns Eisler, tekst Bertolt Brecht) komt oorspronkelijk uit een van Brechts latere stukken, Schweyk im Zweiten Weltkrieg, en wordt ook door Tabori vertaald en bewerkt voor Brecht on Brecht. Het is een kort lied (drie coupletten van vier regels, het derde couplet is een herhaling van het eerste) en vooral het tweede couplet ringt een belletje:

Times are a-changing. The mightiest scheming
Won't save the mighty. The bubble will burst.
Like bloody old peacocks they're strutting and screaming,
But, times are a-changing. The last shall be the first.
The last shall be the first.

Ongeveer drie maanden nadat hij dit heeft gehoord, schrijft Dylan “The Times They Are A-Changin’”.

De impact van dit iconische lied is ongeëvenaard. De titel is inmiddels een spreekwoord, het aantal covers is niet te tellen en het behoort tot het uiterst selecte groepje songs dat doordringt tot een uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, The Supreme Court. “The Times They Are A-Changin’ is een zwak excuus voor het verzaken van je plicht,” schrijft rechter Antonin Scalia bij een zaak in 2010 – en dat is pas de tweede keer dat een liedcitaat tot deze allerhoogste instantie doordringt (de eerste is ook al van Dylan, uit Like A Rolling Stone). Het wordt gebruikt in televisieseries, commercials, films, Steve Jobs citeert het bij de introductie van de Macintosh computer en het wordt tot op de dag van vandaag – al dan niet bewerkt – gezongen bij het maken van politieke statements. Het meest recent door Billy Bragg in 2017.
Die impact was opzet, begrijpen we van Dylans eigen commentaar bij het lied in de liner notes van Biograph (1985): “Dit was absoluut een lied met een doel (…). Ik wilde een grootse song schrijven.” Dat vooropgezette, bewuste blijkt ook uit de bekende anekdote die medemuzikant Tony Glover vertelt. Glover vindt een eerste opzetje voor de song in Dylans typemachine en vraagt, kennelijk weinig geïmponeerd: “What is this shit, man?” Dylan haalt z’n schouders op en antwoordt: “Nou ja, je weet wel, kennelijk willen de mensen zoiets horen.”

Het is een wat defensief weerwoord, misschien zelfs cynisch, maar de tijd geeft Dylan gelijk. Het ís inderdaad een lied dat de mensen graag willen (blijven) horen. En het bewijst Dylans meesterschap, het meesterschap van de kersenplukkende thief of thoughts.
De tekst is tijdloos. De meester is zo slim om, ook bij verwijzingen naar de actualiteit, algemene, universeel geldende bewoordingen te kiezen. Het derde couplet, bijvoorbeeld:

Dylan kort #1238

Wat ziet u, Bob Dylan?
Ik hoor het gehijg van verslaafden ik hoor
De echo's van bommen.
Breng de gedichten tot daden,
Droom hoe gelukkig u bent.
(Hans Dütting - Een kort visioen; blz. 16)

Afbeelding: Toen het vorige week zo bloedheet was ontving ik van Dirk een e-mail met de op het internet gevonden afbeelding bij dit bericht. [met dank aan Dirk]
Setlists: 20 juni, 21 juni, 23 juni, 24 juni.
Er zijn geruchten dat Bob Dylan afgelopen mei een studio in Dublin ingedoken is voor het maken van opnamen, zie hier. [met dank aan Rob]
The Allen Ginsberg project: "Bob Dylan's mother", zie hier.
Coen Peppelenbos in een column over Ernst Jansz: "ondanks een cover van én een loflied op Bob Dylan hield ik nog steeds van Ernst Jansz." Zie hier.


The Comic Book And Me #46

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Tot nog toe bestonden de afleveringen van "The Comic Book And Me" uit een scan van een (bladzijde uit een) comic met een verwijzing naar een song van Bob Dylan of Bob Dylan zelf. Deze aflevering is anders. Dit keer gaat het om een verwijzing van Bob Dylan naar een comic-figuur.
Het gaat om comicserie Daredevil van Marvel. Daredevil gaat over de blinde advocaat Matt Murdock. Deze Matt Murdock gaat 's nachts de straten van Hell's Kitchen in New York City op als superheld Daredevil om vijanden als Bullseye en Kingpin te bevechten.

In aflevering 47 van Theme Time Radio Hour (onderwerp: "Fools", uitzending: 28 maart 2007) leest Bob Dylan, zoals vaker in afleveringen van Theme Time Radio Hour, een e-mail voor.
Nadat Bob Dylan gezegd heeft vele e-mails te ontvangen, zegt hij het volgende (alle verwijzingen naar Daredevil heb ik vet gemaakt):

"This one is from Matt Murdock in New York City. He writes in: 'Dear Theme Time, I enjoy the show. I live in New York City and recently went to Niagara Falls. I couldn’t believe that people jumped over the falls. Who is the first person to ever do that. Sincerely yours, Matt Murdock, Hell’s Kitchen.'
Well Matt, a lot of folks are going over the Niagara Falls in a barrell, but the first person to actually jump the Falls was a guy named Sam Patch. He was known as the Yankee leaper and he was the first famous United States Daredevil. In September of 1827 he jumped of a 70-foot Passaic Falls in New Jersey. He was also the first man to jump Niagara Falls and live to tell about it.
In the background in honor of Sam Patch and all the other Daredevils 'Fools rush in where angels fear to tread'." [Ik moest gelijk aan "Jokerman" denken...]
Vervolgens is een stuk van "Fools Rush In" door Sonny Stitt te horen. (Hier is een versie van Zoot Sims te beluisteren)

Zoveel overeenkomsten tussen een e-mail en de comic-serie Daredevil, dat is natuurlijk geen toeval meer. De door Bob Dylan in deze aflevering van Theme Time Radio Hour voorgelezen e-mail is een grap, een in elkaar gezet verhaal met verwijzingen naar Daredevil om het verhaal van Sam Patch te kunnen vertellen.
Nog grappiger wordt het wanneer Bob Dylan een of twee afleveringen na deze aflevering van Theme Time Radio Hour een e-mail van Jack White (van The White Stripes) voorleest. Jack White schrijft de echtheid van de door Bob Dylan voorgelezen e-mails te betwijfelen. Dylans antwoord: ik lees jouw e-mail toch voor? Het moet dus wel echt zijn...


Dylan kort #1237

De winnaar van het Old Crow Medicine Show prijzenpakket is bekend: Pim.
Pim heeft inmiddels een e-mail van mij ontvangen. Dank aan alle deelnemers.
Setlists: 17 juni, 18 juni.
RTL Boulevard'Plagiaat Bob Dylan in nobellezing', zie hier.
Alleen voor betalende lezers: 'Wil Bob Dylan ons weer op het verkeerde been zetten?', zie hier.
'Een avondje Bob Dylan in De Avonden', zie hier.
NPO Radio 5: 'Op de band in 1965: "Like A Rolling Stone"', zie hier. [pijnlijk detail: de te beluisteren versie van "Like A Rolling Stone" bij dit bericht is niet van Bob Dylan, maar van een slechte imitator...]

Setlists

Setlist 14 juni: Things Have Changed / To Ramona / Highway 61 Revisited / Stormy Weather / Summer Days / Scarlet Town / Duquesne Whistle / Melancholy Mood / This Nearly Was Mine / Pay In Blood / Why Try To Change Me Now / Early Roman Kings / Desolation Row / All Or Nothing At All / Soon After Midnight / That Old Black Magic / Long And Wasted Years / Autumn Leaves // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man
Niet alleen is de setlist in vergelijking met de setlist van een dag eerder flink op de schop gegaan, ook speelde Bob Dylan voor het eerst in lange tijd weer gitaar (tijdens "To Ramona").

Setlist 15 juni: Things Have Changed / Don't Think Twice, It's All Right / Highway 61 Revisited / Stormy Weather / Summer Days / Scarlet Town / Duquesne Whistle / Melancholy Mood / This Nearly Was Mine / Pay In Blood / Why Try To Change Me Now / Early Roman Kings / Desolation Row / All Or Nothing At All / Soon After Midnight / That Old Black Magic / Long And Wasted Years / Autumn Leaves // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man
Bob Dylan speelde gitaar tijdens "Don't Think Twice, It's All Right".


Win concertkaarten en het album 50 Years Of Blonde On Blonde

Old Crow Medicine Show speelt Dylan

"Country music has a lot to learn from Bob Dylan" 
[Ketch Secor; Old Crow Medicine Show]



Americana-band Old Crow Medicine Show heeft 'iets' met de muziek van Bob Dylan. Voor het album Old Crow Medicine Show (2004) herschreef Ketch Secor de Bob Dylan-compositie "Rock Me, Mama" tot "Wagon Wheel" en voor het album Remedy (2014) werd Bob Dylans "Sweet Amarillo" bewerkt en opgenomen. Voor de officiële video van "Wagon Wheel", zie hier.
Dit jaar bracht Old Crow Medicine Show het album 50 Years Of Blonde On Blonde uit, een gewaagde, maar geslaagde poging om eer te bewijzen aan misschien wel Bob Dylans bekendste album: Blonde On Blonde (1966). Op 50 Years Of Blonde On Blonde speelt de band eigen versies van alle veertien songs van Bob Dylans meesterwerk Blonde On Blonde.
Op dit moment trekt Old Crow Medicine Show door Europa om op verschillende podia hun versie van Blonde On Blonde te spelen. Op 30 juni doet Old Crow Medicine Show Paradiso, Amsterdam aan om ook daar, tijdens het enige optreden in Nederland, de nummers van Blonde On Blonde te spelen. Een buitenkansje om deze band live te zien en horen.

Ga gratis naar Old Crow Medicine Show

Sony Music geeft een pakket met twee concertkaarten voor het optreden in Paradiso op 30 juni en een exemplaar van het album 50 Years Of Blonde On Blonde weg!

Het enige dat je moet doen om kans te maken op dit prijzenpakket is voor dinsdag 20 juni een mailtje sturen met je naam en adres naar tom_dylan@hotmail.com. [onderwerp van de e-mail: "Old Crow Medicine Show"]. Zet ook nog even in je e-mail of je voorkeur naar cd of lp uitgaat.
Loting bepaalt de winnaar. De ontvangen adresgegevens van de winnaar zullen worden doorgegeven aan Sony Music, zij zorgen er voor dat de gewonnen prijs bij de gelukkige winnaar terecht komt.



Video's van Old Crow Medicine Show:
50 Years Of Blonde On Blonde, album trailer, zie hier.
"Just Like A Woman", zie hier.
"Obviously 5 Believers", zie hier

De officiële website van Old Crow Medicine Show bekijken, zie hier.