Dylan kort #1276

Setlists: 29 oktober, 30 oktober.
NRC Handelsblad: Jan Vollaard over Travelin' Thru, zie hier.
Jan Mertens: "Elke ochtend even kijken naar de setlist van het concert dat Bob Dylan de vorige avond gespeeld heeft en je afvragen wat de kosmos daarvan denkt." Zie hier.
9 november: Bob Dylan in de kerk in Velp, zie hier.
De plekken waar de foto's voor hoezen zijn gemaakt bezoeken, onder andere The Freewheelin' Bob Dylan, zie hier.
Cover: Gerard Ekdom over "All Along The Watchtower" van Jimi Hendrix: hij vindt deze cover "veel beter dan het origineel van Bob Dylan." Zie hier.
Martijn Muijs: "Waarom het terecht is dat Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur won", zie hier.

Black Crow Blues (1964) - door Jochen Markhorst


Black Crow Blues (1964)

Midden jaren vijftig bereikt Simon Carmiggelt zowel kwalitatief als kwantitatief een eerste piek; de stukjes spuiten uit zijn pen en zijn vrijwel allemaal op elk gebied - stilistisch, inhoudelijk en humoristisch - vlekkeloos. In 1954, ’55 en ’56 verschijnen jaarlijks vier bundels, die tezamen een Himalayagebergte aan hoogtepunten vormen. 
Een van de toppen is “Het Hogere” uit de bundel Vliegen Vangen (1955).
De opening is, zoals gebruikelijk bij Carmiggelt, een binnentrekker van jewelste. “Hebt u nu ook, dat u vlak voor het inslapen op zulke geniale gedachten komt? Ik wel.” Halverwege het stukje nadert de ik-persoon de drempel naar Droomland.

“Dieper borend geraakte ik langzaam in het luchtledig der genialiteiten. Terwijl ik met mijn ogen toe in het donker lag, werkte mijn geest onder hoogspanning en leverde uitsluitend de hogere abstracties af die de mensheid definitief over de brug konden helpen.”

Hij wéét dat hij dit zou moeten opschrijven, morgenochtend is alles immers weer vergeten. Maar ja. Het bed ligt zo lekker en het zeil is zo koud. Dus ook deze geestesparelen zullen wel weer verloren gaan… Nee, toch niet; deze nacht, “ik weet niet hoeveel later” vindt hij de kracht, stommelt hij half-slapend naar zijn schrijfbureau, vindt in het donker op de tast een aantekenblok en krast hij de kern van zijn denken neer.

De ochtend bracht het blijde gevoel dat een kind heeft als het wakker wordend beseft: ‘Ik ben jarig.’ Daar op het bureau lag dus de sleutel die mij terugvoeren kon naar de hogere wereld waarin ik te gast was geweest. Bijna plechtig stond ik op en ging er op blote voeten heen.
Op het papier was met enorme, emotionele letters geschreven: ‘Eekhoorntje op lange weg’.

Tien jaar later heeft de dichter Dylan kennelijk een vergelijkbare openbaring, die hij in het ontnuchterende ochtendlicht op een vergelijkbare manier niet helemáál verwerpt - hij verwerkt het in een song. “Black Crow Blues” bestaat uit vijf inhoudelijk ongerelateerde coupletten, gegoten in een klassiek bluesformat. Het vijfde, laatste couplet heeft dezelfde uitsmijter als Carmiggelt:

Black crows in the meadow
Across a broad highway

“Zwarte kraaien in het weiland aan de overkant van een brede snelweg.”
Het enkele noemen van “zwarte kraaien” brengt een Opper-Dylanoloog als Clinton Heylin ertoe om referenties naar Van Gogh te zien. Heylin vindt dat dit slotcouplet “een schilder oproept die zijn tijd ver vooruit is”, voelt dat een “romantisch lijden” wordt uitgedrukt, zoals Van Gogh zijn lijden tot uiting brengt door een oor af te snijden en vervolgens zijn smart af te beelden in een schilderij van 'black crows in a meadow’.
(Heylin, Revolution In The Air)

Het is niet alleen wat érg dun, Heylin maakt zich ook schuldig aan verwijtbare verspreiding van fake news. Het schilderij waarnaar hij verwijst is weliswaar een adembenemend, duister geladen meesterwerk, een van Vincents allergrootste werken, maar het heet Korenveld met kraaien, in het Engels Wheatfield with Crows. Een relatie met het afsnijden van zijn oor is volledig uit de lucht gegrepen. Dat bloederige incident vond plaats zeven maanden voor de creatie van dit werk, daarna schilderde Van Gogh tientallen andere werken - waarin overigens ook al geen distress, geen “leed, smart” wordt uitgebeeld.
Raadselachtig, tot slot, is Heylins bewering dat de schilder zijn oor afsneed “om zijn lijden te uiten”. Er zijn aardig wat theorieën over het hoe & waarom van Vincents zelfverminking. Waanzin, tinnitus, verliefdheid, tot en met de theorie dat niet Vincent zelf, maar evil companion Gauguin bij een van hun vele ruzies uithaalde met een degen. Maar dat het een “uitdrukking van leed” zou zijn is een nieuwtje waarvan de kunsthistorici wel zullen opkijken.

Lijntjes van Dylan naar Van Gogh vallen moeiteloos te trekken, dat is waar. Voorop natuurlijk het frustrerend onvoltooid gebleven “Definitively Van Gogh” (ook wel “Spuriously Seventeen Windows”, “The Painting by Van Gogh” en “Positively Van Gogh”), de cassette-opname van journalist Robert Shelton, gemaakt in een hotelkamer in Denver, 13 maart 1966. De schetsmatige hotelkameropname belooft een kwikzilveren meesterwerkje, een evenknie van “Visions Of Johanna”, maar helaas, het blijft bij een belofte. Dylan heeft weliswaar vrij veel liefde in de tekst gestoken, melodie en akkoordenschema lijken ook al min of meer voltooid, maar kennelijk valt de combinatie hem toch tegen. Het lied blijft achter op de hotelkamervloer in Colorado en wordt nooit meer opgeraapt.

Een tweede lijntje is het obscure lied “Vincent Van Gogh”, dat Dylan samen met Bobby Neuwirth zingt tijdens de tweede editie van de Rolling Thunder Revue. Dylan kondigt het lied af en toe aan als een Neuwirthsong (“We’re gonna sing a song Bobby wrote about a famous painter” - Gainesville, april ’76) en prijst het soms nadrukkelijk (“You don't hear a song like that every day” - Mobile, april ’76).
Op de officiële Dylansite, in de Dylanbibliotheek en op vrijwel alle bootlegs wordt de song echter toegeschreven aan ene Robert Friemark, een verder volstrekt onbekende naam in de muziekwereld. In zijn nijvere liefdeswerk, de Collector’s guide to the Rolling Thunder Revue 1975-1976, Songs Of The Undergroud (2009) citeert Les Kokay uit een vraaggesprek met Bobby Neuwirth:

“In een persoonlijk gesprek met Bob Neuwirth, augustus 1988 tijdens het Edmonton Folk Festival, vroeg ik Bob specifiek naar het auteurschap van “Vincent Van Gogh”. Ik dacht altijd dat het een Neuwirth-compositie was. Hij zei dat het was geschreven door zijn kunstleraar, Robert Friemark. Hij voegde eraan toe dat hij, Dylan en Kristofferson wellicht alledrie een regel of twee hebben bijgedragen.”

Daar zit wel wat in, behalve dan dat de naam verkeerd is gespeld; het gaat hoogstwaarschijnlijk over Robert Freimark (1922-2010), die inderdaad enige naam heeft als schilder, en daarnaast wat freewheelt in muziek, film en poëzie.
Waardoor Dylan en Neuwirth geraakt worden is overigens niet helemaal navolgbaar; het lied is hooguit aardig en wordt ontsierd door een puberale, veel te flauwe woordspeling als slotregel: “Now where did Vincent van Go?”.
Een verwijzing naar het late meesterstuk Korenveld met kraaien ontbreekt niet, nu als decorstuk voor Vincents tragische dood:

He picked up his paints and his easel
and he went out to paint some crows.
They found him face down in a cornfield,
shot right between two rows.

Historisch niet correct (het werk is een week of drie daarvoor geschilderd), maar dramaturgisch goed gekozen. Korenveld met kraaien is een luguber, onheilspellend werk, de opfladderende kraaien zijn een mooi symbool voor de naderende dood - dat Van Gogh juist dit zou schilderen in het uur van zijn dood is een romantische en ontroerende, maar wetenschappelijk allang weerlegde mythe.

Naar dit “Black Crow Blues” is eigenlijk geen lijn naar Van Gogh te trekken - dat beeld van kraaien op een weiland kan overal vandaan komen. Vooruit, dus ook uit de schilderkunst misschien, maar al te waarschijnlijk is dat niet. Een liedkunstenaar als Dylan, die zo te horen weinig energie in deze halfgeïmproviseerde albumvuller heeft gestoken, leent of neemt zijn beeldtaal toch vooral uit oudere songs. Joan Baez bezingt een zwarte kraai als metafoor in haar “Fare Thee Well”, bijvoorbeeld (op haar debuutplaat Joan Baez, 1960). Kraaien vliegen überhaupt langs in antieke folksongs, vooral in de zogeheten scaring songs, kinderrijmpjes die werden gezongen door de jongens die de taak hadden om de vogels van het veld te jagen. Zichzelf begeleidend met een houten klapper zongen ze liedjes als

Away, away, John Carrion Crow!
Your master hath enow
Down in his barley mow

Bird boys heten ze, of crow keepers, en vanaf de negentiende eeuw wordt scarecrow gangbaar, zoals de ik-persoon in Dylans lied zichzelf ook noemt.
In andere oude ballades en verhalen hebben kraaien vaak een meer sinistere bijrol; aan het eind van zo’n lied wordt het lijk van de hoofdpersoon gevoerd aan de kraaien (in sommige varianten van “Fair Janet And Sweet William”, bijvoorbeeld) 

Voor de eerste vier coupletten geldt die herleidbaarheid nog in sterkere mate. De opening Woke up this morning, waarop Dylan hier lichtjes varieert, is natuurlijk al een bluescliché van jewelste. Evenals de thematiek, die het vervolg van die openingsregel belooft: het wordt een klaagzang van een verlaten minnaar.
Sommige exegeten denken daarom weer eens een autobiografische sleutel te hebben gevonden, en duiden de song dan als Dylans gejammer over het verliezen of het gemis van zijn geliefde Suze Rotolo.
Couplet twee, met standing at the side road en de empty wrist drukt dan zijn verlatenheid uit en het gevoel, buiten de tijd te zijn, couplet drie is het wanhopige smeken van Dylan om haar terugkeer en meer wanhoop in couplet vier,

Sometimes I’m thinkin’ I’m
Too high to fall
Other times I’m thinkin’ I’m
So low I don’t know
If I can come up at all      

… dat aansluit bij - weer - een doorgewinterd bluescliché en halfjes varieert op Furry Lewis’ “I Will Turn Your Money Green” (Been down so long it looks like up to me).
Alleen dat laatste couplet, dat kraaiencouplet, valt dan weer niet zonder hangen en wurgen in zo’n autobiografische Suze-interpretatie te wringen.

Travelin' Thru

Aanstaande vrijdag verschijnt Travelin' Thru, het vijftiende deel van The Bootleg Series. In de aanloop naar die uitgave worden er verschillende tracks prijsgegeven door platenmaatschappij Sony. In de afgelopen maand zijn er maar liefst zes tracks vrijgegeven, de tracks op een rijtje:

"Tell Me That It Isn't True" (take 2) staat op YouTube en op de single bij de Duitse editie van Rolling Stone (november 2019).
"I Pity The Poor Immigrant" (take 4) staat op YouTube.
"Wanted Man" (take 1) staat op YouTube.
"Ring Of Fire" staat op YouTube.
"Drifter's Escape" staat op de cd die bij Uncut (december 2019) zit.
"Big River" take 1 is te vinden op de single bij de Duitse editie van Rolling Stone (november 2019).

Bij het beluisteren van die zes tracks krijg ik vooral zin in meer, zin in Travelin' Thru. Wat die zes tracks vooral laten horen is dat Bob Dylan tussen 1967 en 1969 schitterende muziek heeft gemaakt. Het zijn de jaren van John Wesley Harding, Nashville Skyline en Self Portrait. Het is de periode van de Dylan-Cash-sessies en een optreden in The Johnny Cash Show. Het zijn de jaren waarin, na een motorongeluk in 1966, Bob Dylan voor het eerst weer in de schijnwerpers staat. 
Vanaf vrijdag kunnen we het allemaal horen, nu zijn er alvast zes tracks om ons lekker te maken. Ik val er voor. Ik blijf luisteren.


Bob Dylan - Ring Of Fire

Dylan kort #1275

Setlists: 26 oktober, 27 oktober.
De vijfde Beatle: Billy Preston, de zesde: Bob Dylan (Volkskrant, 26 oktober) [met dank aan Herman en Hans]:
Daan Stuyven: Alleen Elvis blijft bestaan, VRT radio, alleen in België te beluisteren. Ik heb het niet gehoord, maar ik ga er van uit dat Bob Dylan in deze uitzending voorbij komt, luister hier. [met dank aan Dirk]
"’t Is niet omdat je een linkse meubelmaker bent, dat je linkse kasten moet maken.", zie hier. [met dank aan Flor]
"Ik vind Bob Dylan tof. Mijn pa kan er niet tegen. Die houdt van pop uit de jaren tachtig.", zie hier. [met dank aan Herman en Hans]
"Sinds de jaren zeventig mochten er albums van zowel The Beatles als Bob Dylan worden uitgebracht in de DDR, in tegenstelling tot de jaren vijftig en zestig, toen popmuziek door de heersende socialistische partij in Duitsland werd beschouwd als een cultureel wapen om de jeugd te corrumperen." Uit De man die alles zag van Deborah Levy. [met dank aan Alja]
De Bob Dylan theedoek, zie hier. [met dank aan Hans]
"Dylan-fan Fernández erft een moeilijk bestuurbaar Argentinië", zie hier.




Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #126



Bovenstaande zijn afbeeldingen van de hoes van de cd-single van Dakloos & Breed Freed. Dakloos speelt op deze single o.a. "Nobody's Child".
[met dank aan Hans]

de hoezen #21 - door Patrick Roefflaer


18b – The Basement Tapes

Uitgebracht: 7 januari 1975
Fotograaf: Reid Miles
Art-director: Bob Cato
Hoestekst: Greil Marcus


Tijdens de zomer en herfst van 1967 namen Bob Dylan en de muzikanten die zichzelf later The Band zouden noemen, meer dan honderd nummers op tijdens informele sessies in West Saugerties, New York. Omdat de meeste van deze opnames plaatsvonden in de kelder van het huis genaamd Big Pink, werden de sessies The Basement Tapes genoemd.

"We hadden nooit gedacht dat het publiek hier ooit iets van zou horen," zei Robbie Robertson tegen Uncut in 2016. "Het was specifiek een songwriting ding. Bob wilde liedjes neerzetten voor andere mensen om op te nemen. We speelden een song en hij zei dan: "Oh, dat zou goed nummer zijn voor Ferlin Husky" of: "Misschien kan Ramblin 'Jack Elliott daar iets mee." Het was pure fun.”

In januari 1975 geeft Dylan onverwacht toestemming om een selectie van de opnames vrij te geven. Robbie Robertson wordt aangesteld om een ​​selectie van de nummers te maken en werkt eraan,  samen met ingenieur Rob Fraboni.

Omdat er geen foto's bestaan ​​van Bob Dylan met The Band uit de periode van de opnames, moeten er nieuwe worden gemaakt. Er is immers een portret nodig voor de hoes. Robertson meent dat de hoes van Underground, een album uit 1967 van Thelonious Monk, de juiste sfeer weergeeft. De art-director van die Grammy Award-winnende hoes is John Berg, die veel van Dylans albums heeft verzorgd. De fotograaf: Reid Miles.


Reid Miles (1927-1993)

Wanneer omstreeks 1955 het modern jazzlabel Blue Note de overstap maakt van 10” naar 12”, hebben ze iemand nodig om albumhoezen te ontwerpen. Producent en fotograaf Francis Wolff vindt iemand die werkt voor het tijdschrift Esquire: Reid Miles.

Hoewel de budgetten klein zijn, creëert hij een "hippe" uistraling voor het label, werkend met de foto’s van Wolff of gewoon "enkele buitensporige grafische afbeeldingen!", zoals hij het stelt. Blue Note wordt de belichaming van modern, cool en progressief en Miles Reid één van de eerste toonaangevend ontwerpers van albumhoezen.
In de jaren zestig raakt Reid zelf geïnteresseerd in fotografie, met succes, getuige de hoes van Underground.

Einde 1974 neemt Robertson contact op met Miles en vertelt hem wat hij op het oog heeft.

Reid vindt de perfecte plek voor de Basement Tapes-shoot in de kelder van de Hollywood YMCA, op de hoek van Schrader en Selma. De stookruimte, met leidingen en mechanische uitrusting alom, zorgt voor de juiste uitstraling.

De hoesfoto

Het idee was om de betrokken muzikanten te tonen, aangevuld met een Fellini-achtige cast die personages uit de songs voorstellen; een Eskimo, de dikke dame, een ballerina, een non, een buikdanseres ...

Omdat nergens wordt opgelijst wie wie is op de foto, ontstaan speculaties dat mensen als Neil Young, Ringo Starr en Todd Rundgren tot de betrokkenen behoren. Allemaal fout, zo blijkt.

De dwerg, die Tiny Montgomery voorstelt, is de acteur Angelo Rossitto - beroemd van de films Freaks (1932), Mad Max Beyond Thunderdome (1985) en de hoes van Swordfishtrombones van Tom Waits (1983).

Enkele vrienden zijn uitgenodigd om mee te “acteren”. David Blue en Bob Neuwirth vergezellen Bob. The Band brengen John en Bill Scheele mee. Bill is hun roadmanager en zijn broer John documenteerde de reünietournee van 1974 als fotograaf. Ed Anderson is hun opnametechnicus en Quinn the Eskimo wordt uitgebeeld door William David "Charlie" Chin, wiens band Cat Mother & The All Night Newsboys voor The Band opende tijdens hun eerste NYC-optreden in Fillmore East, in 1969.

John Schleese vertelde in 2011 aan Jim Linderman: "Dat was een surrealistische dag: tijdens de oorspronkelijke opnamen waren geen camera’s toegelaten, dus dit was een bewuste poging om de sfeer van die sessies weer te geven. Het bracht een ondeugende kant van Bob Dylan naar voren - hoe hij zich een nieuwe identiteit kon aanmeten door een hoed op te zetten en een kostuum aan te trekken. Achteraf gezien een kenmerk van zijn songs en creatief werk. […]
We begonnen in een kamer met veel licht… met pooltafels en zo, waar we ons konden omkleden en klaar maken.”

In een interview met Carol Caffin (gepubliceerd in BandBites, deel II, nr. 2, 2008), gaat John hier verder op in: "Reid had kledingrekken meegebracht, een vooraf ingestelde selectie zoals je zou doen voor een casting. Kleding die speciaal was uitgezocht voor Bob of een van de andere jongens. Ik weet dat er speciale verzoeken moesten bij zijn omdat Ed Anderson, verkleed was als Southern Belle. Dat was erg leuk, omdat Ed lang en slungelig is - niet bepaald een aantrekkelijk meisje. [Lacht]”

Bob trekt een rood en wit gestreept jasje aan, met een zwart en grijs wervelpatroon in banden over de armen en borst. De jas is gemaakt van een Indiaanse Cheumash-deken. Hij heeft het geleend van een vriendin. In 2012 bood ze de jas aan om te worden verkocht via PFC Auctions. Daarbij zat een herkomstbrief, waarin ze haar relatie met de songwriter beschrijft. In die brief legde ze uit dat het jasje "... iets te klein voor hem was. Terwijl hij de jas droeg, splitste Dylan de rug en de arm open, maar dit is inmiddels hersteld.”

"Er werden allerlei kledingstukken aangepast", vervolgt John. "Beneden nam ik niet meer veel foto's. Het was de fotoshoot van Reid. Ik nam enkel wat foto’s terwijl ze zich klaarmaakten, een soort documentaire-opnamen. Een paar foto's laten zien hoe Bob mensen aanwijzingen geeft en ze in de scène plaatst. Reid had de basissamenstelling ruw geschetst, maar Bob hielp iedereen om een pose aan te nemen, hetgeen bijdroeg aan het surrealisme. "

Nadat Miles de foto's heeft gekozen die hij het beste voor de hoes kon gebruiken, vernietigt hij de outtakes. "Hij had zijn beste foto’s uitgekozen", legt John Schleese uit, "kleurendia’s in dit geval - en stuurde ze naar Columbia. Zo hield hij de controle: "Dit zijn niet alleen de beste opnamen, het zijn de enige opnamen."

Bob Cato, de art-director van de platenmaatschappij, plaatst een foto aan de buitenkant van de uitklapbare hoes. Bob prijkt recht in het midden van de voorkant, omringd door de leden van de band. De personages uit de songs komen aan de achterzijde. Er is geen typografie aan de buitenzijde. De titel van het album staat vermeld op een kartonnen doos, aan de voorzijde.

De tweede foto wordt gebruikt voor de binnenhoes, samen met een tekst van, Rolling Stone journalist Greil Marcus. De tekst biedt een wetenschappelijke, zij het enigszins verwarrende analyse, die de liedjes in een historische context plaatst.

Hier is een wie is wie van de mensen die te zien zijn op de buitenhoes van de elpee, van links-boven beginnend en verder in uurwerkwijzerzin.

Achterzijde – vooral ingehuurde acteurs.
1. Ballerina
2. Streke man uit het circus
3. Degenslikker-vuurspuwer
4. Bob Neuwirth (met rood hemd)
5. William David Chin, als Quinn the Eskimo
6. Non
7. De dikke dame, met Mrs. Henry T-shirt
8. Angelo Rossitto als Tiny Montgomery
9. Slapende clown
10. Buikdanseres

Voorzijde: muzikanten + vrienden
11. David Blue (in kleermakerszit, met bolhoed)
12. Levon Helm, klaar voor de Million Dollar Bash
13. John Scheele (met haar naar achter opgebonden en snor), met fototoestel
14. Richard Manual (in Royal Air Force uniform)
15. Bill Scheele (met hoed, baard en donkere bril)
16. Robbie Robertson (in uniform van het Rode Leger)
17. onbekende man
18. Garth Hudson (met tuba)
19. (opnametechnicus) Ed Anderson (in dameskledij)
20. Bob Dylan (met mandoline)
21. Rick Danko, met accordeon
22. hond


Dylan kort #1274

Setlists: 17 oktober, 19 oktober, 20 oktober, 22 oktober, 23 oktober, 24 oktober.
Net verschenen: de dubbel cd Top 40 Bob Dylan; His Ultimate Top 40 Collection. Dit album bevat 39 tracks. Afgaande op de informatie online - ik heb de cd nog niet gehoord - bevat deze cd een aantal interessante tracks, zoals "George Jackson", de Mark Ronson-remix van "Most Likely You Go Your Way ( And I'll Go Mine)" en single edits van "Hurricane", "Changing Of The Guards" en "Not Dark Yet".
In november verschijnt onder de titel His Ultimate Collection een nieuw verzamelalbum van Bob Dylan op vinyl. His Ultimate Collection bevat 15 songs van His Ultimate Top 40 Collection - waaronder de edit van "Hurricane" - aangevuld met "You Ain't Going Nowhere".
Proef eenzaamheid, een nieuw programma van EO, voor de trailer is Adele's versie van "Make You Feel My Love" gebruikt, zie hier. [met dank aan Hans]
The Crown, seizoen 3. De trailer van deze serie bevat, net als de trailer van Proef eenzaamheid, een cover van een Dylan-song, zie hier. [met dank aan Bart]
Lust For Life over Travelin' Thru en "Wanted Man", zie hier.
Harm Peter Smilde: boekpresentatie van How Does It Feel? Leven met Bob Dylan is op 8 november in Concerto, Amsterdam, zie hier.
Harm Peter Smilde geeft op 10 november een lezing in de bibliotheek in Culemborg n.a.v. het verschijnen van zijn boek How Does it Feel? Leven met Bob Dylan, zie hier en hier.
OOR geeft How Does It Feel van Harm Peter Smilde weg aan nieuwe abonnees, zie hier.

Wanted Man door Bob Dylan & Johnny Cash

Er zijn veel redenen om over anderhalve week Travelin' Thru; The Bootleg Series vol. 15 1967 - 1969 te kopen. "Wanted Man" is een van die redenen.

 

Jack Kerouac 12 maart 1922 - 21 oktober 1969

"I fell into that atmosphere of everything Kerouac was saying about the world being completely mad. And the only people for him that were interesting were the mad people, the mad ones, the ones who were, you know, mad to live and mad to talk, mad to be saved, desirous of everything at the same time the ones who never yawn, all those mad ones. And I felt like I fit right into that bunch."

Bob Dylan in No Direction Home

Harm Peter Smilde - How does it feel? Leven met Bob Dylan

Na een droom over het overlijden van Bob Dylan komt schrijver en muzikant Harm Peter Smilde tot de conclusie dat het interessant is om mensen te vragen naar hun beeld van Bob Dylan en hun leven met (de muziek van) Bob Dylan. Tussen juli 2018 en maart 2019 interviewt Smilde zesentwintig bekende Nederlandse en Vlaamse liefhebbers van Bob Dylans muziek om het boek How does it feel? Leven met Bob Dylan te kunnen schrijven. Tussen de geïnterviewden zitten onder andere Henk Hofstede, Freek de Jonge, Bert van de Kamp, Diana Ozon, Benno Barnard, Jan De Smet, Raymond van het Groenewoud, Arie de Reus, Ernst Jansz, Lucky Fonz III en Erik Bindervoet.
How does it feel? is geen klassiek interviewboek. De lezer krijgt niet in zesentwintig hoofdstukken transcripties van evenzoveel interviews te lezen. Wat Smilde heeft gedaan is fragmenten uit de afgenomen interviews thematisch bundelen tot hoofdstukken. De rode draad van ieder hoofdstuk, de lijm tussen de verschillende interviewfragmenten is van de hand van Smilde. Tussendoor gebruikt Smilde veelvuldig citaten uit interviews met Bob Dylan en uit Dylans boek Chronicles. Veel van deze citaten zijn bijzonder scherp gekozen. Soms versterken ze wat een geïnterviewde heeft gezegd, soms staat zo'n Dylan-citaat juist haaks op de woorden van een van de geïnterviewden. Met name dat laatste werkt verfrissend en duwt de geïnterviewde (en daarmee ook de lezer) in een andere richting zodat het besprokene ook vanuit een andere kant bekeken kan worden.
De geïnterviewden praten in How does it feel? onder andere over Dylan-de-dichter, Dylan-de-zanger, Dylan en religie en Dylan en zijn publiek.
Het eerste dat opvalt bij het lezen van dit boek is hoe onevenwichtig de verschillende geïnterviewden in How does it feel? aan het woord komen. Benno Barnard komt slechts één keer kort voorbij, Arie de Reus drie keer, terwijl bijvoorbeeld Lucky Fonz III, Ernst Jansz en monnik Thomas Quartier bladzijde na bladzijde vol kletsen. Wat daar de oorzaak van is, weet ik uiteraard niet. Het kan zijn dat het ene interview meer bruikbaars opleverde dan het andere. Het is ook mogelijk dat de verschillende interviews wel min of meer evenveel opleverden, maar dat de auteur de keuze heeft gemaakt om de een meer aan het woord te laten dan de ander. Wat de reden ook is, het is jammer. Een evenwichtiger verdeling van de zesentwintig stemmen zou How does it feel? tot een beter boek maken. Dit is niet mijn enige bezwaar tegen How does it feel?
Harm Peter Smilde is een uitstekend schrijver. Hij weet de verschillende interviewfragmenten prima aan elkaar te lijmen. Hij laat zien net even dat beetje meer over Bob Dylans leven werk te weten om een boek als How does it feel? te kunnen schrijven. How does it feel? leest gewoon lekker weg. Helaas is dat niet genoeg om How does it feel? tot een goed boek te maken.
Wanneer zesentwintig Dylan-adepten aan het woord komen over de Bob Dylan in hun leven, dan verwacht ik uit mijn sokken geblazen te worden door briljante nieuwe inzichten in Bob Dylans leven en werk. Of zoals Lucky Fonz III het in How does it feel? verwoordt: "Als je tien mensen hun beeld van Dylan laat schetsen, krijg je in zekere zin tien zelfportretten." Die lijn doortrekkende zou How does it feel? zesentwintig zelfportretten moet bevatten. Dat gebeurt helaas niet.
Er lijkt een discrepantie in How does it feel? te zitten: aan de ene kant is de gedachte achter het boek dat zesentwintig individuele stemmen aan het woord komen over Bob Dylan, aan de andere kant moeten die zesentwintig stemmen tot één verhaal gesmeed worden om er een boek van te kunnen maken. In die discrepantie zit de zwakte van How does it feel? Dat is jammer. Het idee achter How does it feel? is fantastisch: zesentwintig individuen die vertellen over hun Dylan, dat is een boek dat ik wil lezen. In How does it feel? komt dat niet uit de verf, helaas.
Doordat er in How does it feel? een rode draad is gezocht, er één verhaal wordt verteld in plaats van zesentwintig, blijft het boek voor een groot deel hangen op het algemene verhaal over Bob Dylan, het verhaal dat we al kennen. Het verhaal dat al vaak op papier is gezet.

Natuurlijk zijn er momenten in How does it feel? waarin de individuele stem wel te horen is. Het zijn met name deze fragmenten die de aanschaf van How does it feel? de moeite waard maken. Zo weten bijvoorbeeld voormalig OOR-journalist Bert van de Kamp, schrijver Saskia de Coster, Dylan-verzamelaar Arie de Reus en muzikant Jan De Smet een aantal malen te verrassen met persoonlijke verhalen, verrassende inzichten en opmerkelijke uitspraken.
Natuurlijk zijn de geïnterviewden - allen Dylan-liefhebbers - vooral vol lof over de man en zijn werk, maar tegelijkertijd blijkt uit How does it feel? dat juist die liefhebbers ook kritisch kunnen zijn over diezelfde man en zijn werk. Het gaat dan vaak om gefundeerde kritiek, niet de losse flodders als "hij kan niet zingen" die sinds decennia steeds maar weer in de media opduiken.
Een van de aardigste momenten van How does it feel? komt wanneer het over een gevoelig onderwerp gaat: het stuk over Bob Dylans concerten in de jaren negentig, over The Never Ending Tour, over de periode waarin Bob Dylan zoekende was en zijn concerten onevenwichtig waren. De ene geïnterviewde is ronduit negatief terwijl de andere geïnterviewde de goede kanten naar boven probeert te halen. Ook zijn de verschillende antwoorden op de vraag in hoeverre het acceptabel is dat Bob Dylan tijdens concerten niets tegen het publiek zegt interessant. Vooral doordat de antwoorden van de verschillende geïnterviewden uiteen lopen ontstaan interessante gedachtesprongen en overwegingen die de lezer moet maken. Het met name deze momenten in How does it feel? die mij als lezer weten te boeien.

How does it feel? Leven met Bob Dylan is een aardig boek dat de moeite van het lezen waard is. Zoals boven aangegeven zijn er zeker zaken aan te merken op dit boek, maar dat neemt niet weg dat How does it feel? genoeg te bieden heeft. Zesentwintig liefhebbers, mensen die, zoals de titel al zegt leven met Bob Dylan, komen aan het woord over de meest interessante muzikant van de twintigste en éénentwintigste eeuw. De geïnterviewden weten zich soms los te zingen van clichés waardoor de lezer een nieuw en fris beeld van Bob Dylan voorgeschoteld krijgt. Harm Peter Smilde heeft met How does it feel? een bij vlagen interessant boek aan de uitgebreide Dylan-bibliotheek toegevoegd.

How does it feel? Leven met Bob Dylan van Harm Peter Smilde ligt in de boekwinkel.
(uitgeverij Lannoo - 248 bladzijdes - €22,95)

Dylan kort #1273

Uncut: het is inmiddels bijna traditie: er verschijnt een nieuw album van Bob Dylan en dus staat Bob Dylan op de cover van Uncut. Op de bijbehorende cd staat een nummer van Travelin' Thru, welke weet ik (nog) niet.
Sony introduceert een nieuwe manier van muziek luisteren. "Het nieuwe audioformat zal in eerste instantie werken met duizend nummers van onder andere Pharrell Williams, Bob Dylan en Billy Joel. Daartussen zitten ook live-opnames van concerten, die je het gevoel moeten geven dat je er echt bij aanwezig bent." Of er bij die live-opnames ook niet eerder uitgebrachte opnamen zitten, vertelt het artikel niet. Zie hier. [met dank aan Dirk]
Bob Dylan Approximately speelt op 27 oktober in Sevenum, zie hier.
Als je meer wilt weten over de sinaasappel die Elton John na een spelletje Hints naar Bob Dylan gooide, moet je de autobiografie van Elton John lezen, zie hier.
Opheffer: "Begin jaren zeventig van de vorige eeuw woonde ik een tijdje in Parijs om mijn ouders te ontvluchten, Bob Dylan uit te hangen, gedichten te schrijven en interessant te zijn". zie hier.
Tarantula verschijnt 3 december als audioboek. Het boek wordt helaas niet door Dylan zelf, maar door Will Patton voorgelezen. Zie hier.
Sheryl Crow & Jason Isbell hebben Dylans "Everything Is Broken" opgenomen, luister hier.

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #125



Postertje in de oude kerk in Goslar, Duitsland [met dank aan Simon]

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #124


Tate Modern, Londen [met dank aan Bert]

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #123



Uit de concertfilm Us And Them van Rogers Waters. [met dank aan Alois]

I Pity The Poor Immigrant


Omdat het zo lekker is. Omdat ik niet kan wachten tot 1 november.

aantekening #7227

Onlangs stopte iemand Modern Times in mijn handen, de gelimiteerde cd-versie in dat hoesje dat meer van een boekje dan van een cd-hoesje weg heeft. Die cd zat nog steeds in de plastic verpakking die er in 2006 in de fabriek omheen was gedaan.
Vandaag heb ik het plastic er af gehaald en heb ik de cd gedraaid. Nou draai ik Modern Times wel vaker, maar het gebeurt maar zelden dat ik ook die tweede schijf, de dvd uit het hoesje haal en draai. De eerste reden daarvoor is dat als ik Modern Times draai, ik meestal de elpee en niet de cd pak. Er zit een wereld van verschil tussen de geluidskwaliteit van de elpee- en de cd-versie van Modern Times, in het voordeel van de elpee. Daarnaast is de structuur van het album Modern Times, de manier waarop de songs op dit album elkaar opvolgen, gemaakt om te beluisteren op vinyl. Ik heb hier eerder over geschreven in Alles is oké, ma (blz. 57 en verder), ik ga mezelf hier niet herhalen.

Enfin, na het draaien van Modern Times eerder vandaag, heb ik de dvd die bij de limited edition van dit album zit voor het eerst in jaren weer bekeken.
Er staan vier videoclips op die dvd, te beginnen met "Blood In My Eyes". Een door Londen wandelende Bob Dylan, handtekeningen uitdelend. Hier en daar een paar woorden van de song playbackend. Dylan die jongleert, drinkt en praat. Ergens tegen het eind van de clip zit een vreemd moment dat ik helemaal vergeten was: Dylan, gezeten aan een tafel in een kroeg, een hoge hoed op zijn hoofd, doet net of hij in slaap valt. Het is het enige moment in de hele clip waarin Dylan lijkt te acteren.
de tweede clip is "Love Sick", opgenomen tijdens de uitreiking van de Grammy's op 25 februari 1998. Bob Dylan en band spelen een strakke versie van het openingsnummer van Time Out Of Mind, op de achtergrond dansen jonge mensen in zwarte kledij. Wie in 1998 de uitzending heeft gezien, kan zich herinneren dat het vooropgezette plan voor het schieten van "mooie beelden" tijdens het spelen van "Love Sick" wordt verstoort door een man die uit de menigte stapt, zijn shirt uittrekt en danst. Op zijn borstkas staat in zwarte letters "Soy Bomb".
In de clip zoals die op de dvd bij de limited edition van Modern Times staat, is het Soy Bomb-incident verdwenen. Het enige dat nog aan de dansende, half ontblote man doet denken, is de glimlach op het gezicht van Tony Garnier wanneer hij het op de grond achtergebleven shirt van de man buiten beeld schopt.
De derde clip is van "Thing Have Changed", een nummer dat Bob Dylan opnam voor de film Wonder Boys. In de clip worden - met succes - van Bob Dylan geschoten beelden vermengd met fragmenten uit die film. Als ik die clip zie, krijg ik altijd zin om weer eens naar Wonder Boys te kijken. Ook nu.
De dvd sluit af met "Cold Irons Bound", opgenomen op 16 juli 2002 voor de film Masked & Anonymous (2003). Bob Dylan en band staan dicht op elkaar, zijn van heel dichtbij gefilmd. Eén shot. Het is bijna alsof je in een vissenkom staart waarin Dylan en band spelen in plaats van dat er vissen in zwemmen. Dichterbij kom je niet. Er blijft altijd glas zitten tussen toeschouwer en vis.
Goede clip.

~ * ~ * ~ * ~

Terwijl ik dit schrijf luister ik naar een opname van het concert van 12 oktober. Net als Modern Times werd dit in mijn handen gedrukt. Ik zeg geen nee wanneer de kans zich voordoet.
Ik ben ongeveer halverwege het concert, de songs waarnaar ik uitkijk - "Lenny Bruce" en "Not Dark Yet" - moeten nog komen.
Opener "Beyond Here Lies Nothin'" valt me wat tegen, moet ik bekennen. Op de website van fanzine Isis oppert Derek Barker dat Dylan dit nummer mogelijk als vervanger van "Things Have Changed" heeft gekozen om de concerten te openen als saluut aan de onlangs overleden Robert Hunter met wie Dylan dit nummer schreef. Het is een mogelijkheid waar ik nog niet aan had gedacht.
De echt aangename verrassingen in het eerste deel van dit concert zijn voor mij "Can't Wait" en "When I Paint My Masterpiece". 

~ * ~ * ~ * ~

Er zit grofweg een decennium tussen de eerste en de laatste clip op de dvd bij de limited edition van Modern Times. De meeste recente clip op die dvd - "Cold Irons Bound" - is vier jaar oud op het moment dat Modern Times verschijnt. De draaitijd van die dvd is, schat ik, ongeveer een kwartier. In dat kwartier zie je Dylan tien jaar ouder worden. 
Het is dertien jaar geleden dat Modern Times verscheen. Het is in een vloek en een zucht voorbij gegaan zo lijkt het. En toch, wanneer ik bedenk wat er in die dertien jaar alleen gebeurd is, is het een eeuwigheid geleden dat ik voor het eerst Modern Times hoorde.

Time is an ocean but it ends at the shore, zong Dylan nog langer geleden. Is het waar? Is tijd een oceaan dat een einde vind aan de kust? Vandaag wel, morgen kan het allemaal weer anders uitpakken.

~ * ~ * ~ * ~

"Lenny Bruce" is ook tijdens dit concert briljant. "Girl From The North Country" is schitterend. "Early Roman Kings" maakt me onrustig, zo goed heeft deze standaard-blues nog nooit geklonken.
Van "Not Dark Yet" val ik stil. Dit is voorbij mooi.
Bob Dylan weet zichzelf weer eens te overtreffen. De man is 78 en vindt zichzelf nog steeds opnieuw uit op de verschillende podia die hij tijdens zijn zwerftochten rond de aardkloot beklimt. 
Ruim een halve eeuw geleden zong de man in misschien wel de beste song ooit geschreven he not busy being born is busy dying. Tot op de huidige dag is de man bezig met geboren worden, niet met sterven. En wij mogen meeluisteren. Goddank.

Seven Days (1976) - door Jochen Markhorst


Seven Days (1976)

“Mensen vragen zich af wat religie betekent voor jou,” stelt journalist Ben Fong-Torres in 1974, in een interview voor Rolling Stone (14 februari 1974). Dylan krijgt die vraag vaak en antwoordt, tot aan zijn veelbesproken bekering in 1979, doorgaans wat schouderophalend erop. Nu ook:

BD: Religie is voor mij een vluchtig iets. Ik kan er mijn vinger niet op leggen. Het is iets in mij en het is iets buiten mij.
BF: Maar het lijkt voldoende 'in' je te zitten om religieuze beelden onderdeel van je songs te laten zijn.
BD: Het geeft me wel wat beelden, maar ik weet niet in welke mate.

In 1965 zegt Dylan op een vergelijkbare vraag dat hij niet zo’n Bijbellezer is, maar heus wel eens in de Bijbel bladert (“I’ve glanced through it. I haven’t read it”). En na 1979, na de uren in zijn Bijbelstudieclubje analyseert hij, terugblikkend: “Ik heb altijd wel de Bijbel gelezen, maar beschouwde het alleen maar als literatuur” (interview met Robert Hilburn, 1980).

Vanaf 1980 schroeft Dylan zijn waardering voor de Bijbel op, hij beklemtoont ook ongevraagd dat hij de Bijbel leest en als Waarheid erkent, maar na een korte periode van meer en minder geslaagde gospel, keert de bard terug naar het oppervlakkigere verwerken van “wel wat beelden” in zijn songs.

Een behoorlijke factie Dylanologen negeert Dylans zelfanalyse liever, of ontkent domweg die zelfverklaarde oppervlakkigheid. Zeker sinds Slow Train Coming (1979) zijn er flink wat Christelijke Dylanduiders die met prijzenswaardige hardnekkigheid, maar ook met soms wat ridicuul hineininterpretieren de troubadour als de Dertiende Apostel willen blijven zien. Met terugwerkende kracht, ook. In songs als “All Along The Watchtower” en “The Times They Are A-Changin’” worden messiaanse dieptes en profetische vergezichten ontdekt, “Shelter From The Storm” blijkt het vijfde canonieke evangelie te zijn, het Evangelie volgens Robertus van Duluth, de “you” in “I Want You” is uiteraard de Here God.

Het wegwerpertje “Seven Days” uit 1976 ontsnapt ook niet. Allereerst door de titel, natuurlijk. “Zeven dagen” - aha! roepen de schriftuurlijken dan. Zeven is een ‘Bijbels getal’, en een Dylanoloog als Paul Robert Thomas wijdt meer dan 400 woorden in zijn lange artikel over “Seven Days”, An Examination Of Faith Crisis And Apocalypse (2007), aan de bijzondere betekenis van het getal 7 in de Joods-Christelijke mystieke traditie. En als je in die tunnel blijft, vind je genoeg bevestiging. Hoewel Thomas ook wel een beetje sjoemelt, trouwens. Hij vindt het vermeldenswaardig, bijvoorbeeld, dat het getal 7 “occurs no more, nor less than 700 times in the Old and the New Testament” - je moet lang zoeken naar een Bijbelvertaling waarin dát waar is. In Dylans King James Version komt seven (plus de afgeleiden seventh, seventy enzovoort) slechts 562 keer voor. In de English Standard Version 483 keer, in de Hebreeuwse, oeroude bron Codex Leningradensis 425 keer, en ook Luthers Duitse vertaling uit 1545 haalt die mythische 700 niet: 559 keer het woord sieben of een afgeleide daarvan.
Om het in perspectief te plaatsen: het getal honderd komt ongeveer even vaak voor (553 keer in de KJV), evenals de getallen drie en vier (511 en 448 keer) en nog veel vaker komt bijvoorbeeld twee voor (708 keer).
Net zo dubieus is Thomas’ misleidende voetnootje, waarin hij nog even gezegd wil hebben dat het woord seven ook precies zeven keer voorkomt in Dylans lied - in de officiële versie (in Lyrics en op de site) is het zes keer, in de live-versie op The Bootleg Series 3 (1991) acht keer.

Die al dan niet bewuste fouten hebben echter verder weinig invloed op de algehele waarde van een essay als dat van Thomas, natuurlijk. Verwijtbaar is daarentegen wel het aplomb waarmee veel Christelijke duiders met flinterdunne, a priori-waarheden schermen. Zoals in dit geval: dat “Seven Days” een Bijbels geïnspireerd lied is omdat ‘zeven’ een Bijbels getal is.
Dat laatste is aantoonbare kletskoek. In elke religie, cultuur en mystieke traditie speelt zeven wel een rol. Er zijn zeven chakra’s, zeggen de Hindoe’s. Apollo wordt geboren op de zevende dag van de zevende maand. Atlas heeft zeven dochters, Rome is gebouwd op zeven heuvelen, de Islam kent zeven hemelen en zeven hellen, Boeddha loopt zeven stappen na zijn geboorte, het is het heilige getal voor de Cherokee, en ga zo maar door - kennelijk is er door alle eeuwen, culturen en religies heen een universele, menselijke behoefte om een bijzondere betekenis aan 7 toe te kennen.

Dat Dylan voor het getal kiest kan natuurlijk best tot zijn oppervlakkige geblader in de Bijbel te herleiden zijn. Maar ja; net zo sluitend is dan het wijzen naar William Blake, om maar een andere dwarsstraat in te slaan. In Blake’s Collected Poems wordt het getal zeven 28 keer gebruikt, relatief vaker dan in de Bijbel dus. De ouders van Lyca, de Little Girl Found, zoeken seven days naar hun verloren lieveling, bijvoorbeeld. En, net zoals van de Bijbel, weten we dat Dylan al sinds de jaren 60, sinds Blake-adept Allen Ginsberg hem de Engelse dichter en duivelskunstenaar opdringt, door de werken van William Blake bladert - en ook regelmatig beelden, idioom en hele verzen leent. Blake did come up with some bold lines,” zegt Dylan in het interview met John Cohen, 1968. In ’92 ligt Blake nog steeds op zijn nachtkastje: ”De laatste tijd ben ik de gedichten van William Blake weer aan het herlezen.”
Een jaar later gooit Dylan er zelfs nog een schepje bovenop, als hij Blake vergelijkt met zijn beste songs:

“Love Henry” is een opmerkelijk verhaal met een raadselachtige laatste sectie waarin een moordenares probeert om een papegaai op haar knie te lokken. Het opent een deur naar een andere song, zegt Dylan. Dat is wat mijn beste liedjes doen. In de laatste paar regels zou het zomaar een deur naar een ander lied kunnen openen. William Blake had dat geschreven kunnen hebben.
(interview met Gary Hill, 13 oktober 1993)

Of Moby Dick, waarin alleen al in de eerste honderd bladzijdes 27 keer zeven wordt genoemd, of Dante’s Inferno met al die zevende cirkels en zeven koningen en zeven poorten en zeven hoofden. Of al die zevens in Tsjechovs verhalen, die Dylan kort voor de creatie van dit lied heeft gelezen. “Seven days is no joke!” roept de zenuwachtige Psyekov in The Swedish Match (1883).
Het punt is: het getuigt van tunnelvisie om al die zevens in al die andere bronnen, waarvan we weten dat Dylan meer dan oppervlakkig erdoorheen bladert, te negeren.

De ontstaansgeschiedenis van de song geeft ook al weinig aanleiding om te denken dat Dylan hieraan veel liefde heeft gegeven of dat hij bijzondere waarde eraan hecht. Ron Wood, de Rolling Stone die het lied cadeau krijgt voor zijn soloplaat Gimme Some Neck, vertelt erover aan Jip Golsteijn, in een interview voor De Telegraaf (18 augustus 1979):

Seven Days is niet speciaal voor mij geschreven. Dylan schrijft nooit nummers speciaal voor anderen, hij schrijft alleen voor zichzelf en de anderen komen vanzelf. Zo zit het en niet anders. Ik ben op een heel bijzondere manier aan Seven Days gekomen. Een jaar geleden heb ik privé een hele avond bij Bob thuis zitten spelen. Vrijwel elke song die hij ooit geschreven heeft en nog veel meer. Eric Clapton en Jesse Ed Davis waren er ook bij. Uren hadden we op band staan. Seven Days had mijn speciale interesse, omdat ik toevallig daar lead had gezongen. Bob zei: “Als je het wil hebben, mag je het hebben.” Dat was dat. Ik heb die cassette al die tijd bij me gehouden en er minstens een keer per dag naar geluisterd. Ik wilde dat nummer per se op Gimme Some Neck hebben. Tuurlijk had ik mijn plaat uitsluitend met eigen songs kunnen vullen, maar ik vind dat een Dylansong op geen enkele plaat misstaat, van wie dan ook.”

“Seven Days” is dan al een tijdje oud - Dylan speelt het voor het eerst tijdens een repetitie in april ’76 - en Eric Clapton bevestigt dat hij het lied niet hoefde (en in plaats daarvan “Sign Language” kreeg). Tijdens de tweede Rolling Thunder Revue speelt Dylan het een paar keer (de derde uitvoering verschijnt later op The Bootleg Series), en dan is hij wel erop uitgekeken. Tot twintig jaar later, in elk geval; in 1996 verblijdt de bard zowel zijn Amerikaanse als zijn Europese fans met setlists vol verrassingen. Songs als “This Wheel’s On Fire” en covers als “New Minglewood Blues” beleven hun debuut, van stal komen oude paarden als “John Brown” en “Obviously Five Believers”. En “Seven Days” popt plotseling weer tevoorschijn. Hij speelt het dertien keer en daarna verdwijnt het lied, ditmaal voorgoed, weer in de la.

Verdedigbaar (Dylan heeft genoeg songs in die categorie), maar toch ook wel spijtig. “Seven Days” is in potentie een prettige, up-tempo rockende wake-up call, en zo gebruikt Dylan de song ook. In Utrecht ’96, bijvoorbeeld: aan het eind van de set, na “When I Paint My Masterpiece” en “She Belongs To Me” (tweede avond).

De tekst is inderdaad open genoeg om een veelheid aan interpretaties toe te laten:

Seven days, seven more days she’ll be comin’
I’ll be waiting at the station for her to arrive
Seven more days, all I gotta do is survive

… maar nou ook weer niet al te hemelbestormend; de rijm is gemakzuchtig, die laatste bijzin is gewoon een zwaktebod, nauwelijks meer dan filler.
In iets mindere mate kun je vergelijkbare kritiek ook bij het vervolg hebben:

She been gone ever since I been a child
Ever since I seen her smile, I ain’t forgotten her eyes
She had a face that could outshine the sun in the skies

Wederom: prettig ‘open’. De ‘she’ kan naar believen van de luisteraar worden begrepen als een jeugdliefde, of een moederfiguur, of een abstractie (“levenslust”, bijvoorbeeld), of, inderdaad, een levensdoel: de verteller verwacht met blijde verwachting een goeroe als Jezus. Met een klein sprongetje kunnen de schriftuurlijken een Bijbelreferentie aanwijzen: een vrouw, bekleed met de zon, Openbaringen 12, zoals de Madonna ook vaak wordt afgebeeld, met een gezicht omgeven door een stralenkrans.
Maar ja, ook hiervoor geldt: minstens zo waarschijnlijk dat de dichter Dylan in 1976, in de tijd waarin hij slechts oppervlakkig door de Bijbel bladert en daaraan “wel wat beelden” ontleent, dit specifieke beeld weer van William Blake heeft gekregen, van diens befaamde schildering The Great Red Dragon And The Woman Clothed In The Sun (ca. 1805). Dat overigens inderdaad Blake’s illustratie bij Openbaringen 12 is.
Hoe dan ook: het is een poëtisch, Dylanwaardig beeld, maar compenseert nauwelijks de slappe, voorafgaande versregel Ever since I seen her smile, I ain’t forgotten her eyes. Ook weer zo’n amateuristische dichtregel die illustreert dat Dylans bron droog staat, in ’76 en ’77.

Na de speelse, licht onnozele brug (Kissing in the valley / Thieving in the alley) biedt de tekst nog één intrigerend beeld: my beautiful comrade from the north.
Intrigerend, omdat comrade een geladen, ongebruikelijke persoonsaanduiding is in songs überhaupt. Joan Baez gebruikt het eenmaal, net als Peter, Paul and Mary, beide keren in ernstige, zware anti-oorlogsliederen (respectievelijk “I Saw The Visions Of Armies” en “Cruel War”), en verder alleen The Beatles een keertje (“Back In The USSR”) - maar Dylan is ermee vertrouwd dankzij de klassieker “Streets Of Laredo”, die hij later impliciet in zijn Nobelprijsspeech zal eren als een van de liederen die hem “de taal van de folksongs hebben geleerd”. Ook daarin heeft het een sinistere connotatie overigens; in Eddy Arnolds Laredo is de comrade de cowboy die sterft, so brave, young and handsome. 
Én intrigerend omdat beautiful comrade from the North lijkt te refereren aan zijn eigen klassieker “Girl From The North Country”, natuurlijk.

Dylan kort #1272

Setlists: 12 oktober, 14 oktober.
The Broadcast Collection 1961 - 1965 (zie hier) is inmiddels ook te koop bij Aldi. [met dank aan Hans en Jos]
Veiling: tijdens een veiling op 25 en 26 oktober worden er handgeschreven songteksten van onder andere Bob Dylan te koop aangeboden. Om welke teksten het gaan, staat niet in het bericht, zie hier.
Quizfilippine puzzel, AD Magazine van 12 en 13 oktober (met dank aan Hans):



"Beste loopje van de wereld", Jeroen Teitler over Dylans optreden tijdens de Grammy's in 1991, zie hier.
"Ik ben geen Bob Dylan", zie hier.
"Bob Dylan is eigenlijk nooit de 'protestzanger' geweest die zovelen nog steeds van hem willen maken.", zie hier. [met dank aan Dirk]
"Bob Dylan zei ooit: ‘Als ik niet wandel, verzin ik niks’.", zie hier. [met dank aan Dirk]
Dylan tribute in Sittard, zie hier.
Beluister: Het bewijs dat Bob Dylan een literair genie is, zie hier.

aantekening #7225

Zondagochtend, op Facebook lees ik dat Sara Danius is overleden.
Vandaag precies drie jaar geleden vertelde Sara Danius de wereld dat de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan wordt toegekend. Ik herinner me de uitzending van die aankondiging op televisie, ik herinner mij de triomf in de ogen van Danius bij het uitspreken van Bob Dylans naam, alsof het toekennen van die prijs van Dylan niet alleen een overwinning is voor iedereen die vindt dat Dylans songteksten literatuur zijn, maar ook een persoonlijke overwinning voor Sara Danius. Heeft Danius zich binnen het Nobelcomité hard gemaakt voor Bob Dylan? Ik weet het niet, al denk ik het te kunnen zien in haar ogen, in dat ene moment.
"The Nobelprice in Literature for 2016 is awarded to Bob Dylan for having created new poetic expressions within the great American songtradition."
Misschien heb ik dingen gezien die er niet zijn, misschien is er niks te zien in Danius' ogen.

Twee berichten onder het verhaal over de dood van Sara Danius op Facebook staat een opname van "Lenny Bruce" van afgelopen vrijdag. Geen bewegend beeld, alleen geluid. Het geluid is matig, zeker op mijn telefoon. Toch krijg ik kippenvel. Bob Dylan op piano en Donnie Herron op viool, meer instrumenten hoor ik niet tijdens het eerste deel van het nummer. Veel belangrijker is Dylans stem. Die stem buigt levens om.
Die stem buigt mijn leven om.
Die stem, het is mijn kerk deze zondagochtend.
Meer verlang ik vandaag niet.

setlist 11 oktober

Beyond Here Lies Nothin' / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / When I Paint My Masterpiece / Can't Wait / Simple Twist Of Fate / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Lenny Bruce / Early Roman Kings / Girl From The North Country / Not Dark Yet / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Long And Wasted Tears / It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry

Bob Dylan - zang, piano, gitaar ("Beyond Here Lies Nothin'")
Tony Garnier - basgitaar
Matt Chamberlain - drums
Charlie Sexton - gitaar
Bob Britt - gitaar
Donnie Herron - viool, pedal steel, lap steel

Lenny Bruce & Not Dark Yet

Zaterdagochtend in Nederland, best wel vroeg. Bob Dylan is een paar uur geleden het podium in Bren Events Center in Irvine, Californië opgestapt voor het eerste concert van een nieuwe tournee.
De feiten moeten nog binnendruppelen, maar volgens de eerste geruchten speelde Bob Dylan zowel "Lenny Bruce" als "Not Dark Yet". Verder zeggen diezelfde geruchten dat Matt Chamberlain de nieuwe drummer is in Dylans band en dat Dylan zelf voor het eerst in lange tijd weer gitaar heeft gespeeld tijdens een concert.

BepBob - door Hans (platenzaak Bep Dylan, Deventer)

BEPBOB 

In de wetenschap dat ik heel wat diehard Bob Dylan-fans op hun ziel ga trappen, typ ik dit stukje tekst. Desalniettemin typ ik stug door en wacht ik met een gerust hart en een schoon geweten de eerste Grateful Dead-threads af. In de jaren ‘70 ging mijn eerste zakgeld/ loon op aan plaat en pils. Een heerlijke, onbezorgde tijd, dat is evident. Met je favoriete vrienden ontdekte je bij je favoriete platenzaak wat je nou eigenlijk mooi vond of je kwam hierachter via je favoriete kroeg met allemaal favoriete gelijkgestemden met dezelfde muzikale favorieten. Anyway, Bob Dylan diende zich aan; prachtige albums, geweldige stem, sublieme teksten. Met een vriend deelde ik de liefde voor Dylan. Al die prachtalbums uit de jaren ‘70 draaiden we grijs: Desire, Street Legal, Blood on the Tracks, Planet Waves en, als klap op de vuurpijl kwam in 1979 ook nog het fantastische live dubbelalbum At Budokan uit. Had ik al gezegd dat het een geweldig decennium was? Met vriend Perry mijmerde ik over hoe het fantastisch het wel niet zou zijn om hem live te zien. In 1984 ging deze vriend Perry voor een jaar naar Israël, vage dingen doen in een kibboets. “Ik kom alleen voor Dylan terug naar Nederland”, waren zijn laatste woorden voordat hij op het vliegtuig stapte. En ja hoor, vlak na zijn vertrek werd aangekondigd dat hij (Dylan, red.) in juni in Ahoy zou komen optreden. Snel een ticket gekocht en per brief (stuk papier waar je met pen iets opschrijft, in een envelop stopt, adres en postzegel erop en naar brievenbus brengt) laten weten dat Dylan in juni in Ahoy zou komen en dat hij (vriend Perry, red.) wel mijn kaartje kon krijgen. Haha, wat was ik lollig. Maar je begrijpt het al; een mooi excuus voor, zich een vriend noemende, Perry om vervroegd naar Nederland terug te keren en hier zijn vage dingen voort te zetten én … mijn gekoesterde Dylan-ticket op te eisen. Langverhaalkortje; geen Dylan gezien. Het duurde tot 2007 tot het zover kwam. Dylan kwam in de Heineken Music Hall. Met vriend Bob er naar toe. In de auto zaten we lekker te beppen over ‘s mans oeuvre en spraken we de hoop uit dat hij veel jaren ‘70 spul zou spelen toen er plotseling een beste rij achterlichten in zicht kwam. Het zou toch niet zo zijn dat we te laat zouden komen? Jawel, drie kwartier na aanvang stormden we de HMH binnen, waar meteen een stormachtig applaus losbarstte. Duidelijk niet voor ons, maar blijkbaar voor de levende legende op het podium. Toen we ons eenmaal konden overgeven aan het concert volgde echter de volgende onaangename verrassing. Wij, als enige twee leek het wel, vonden het niet best; zijn prachtige stem van weleer was geëvolueerd in, wat vriend Bob later typeerde als, ‘Donald Duck on speed’. Ook sprak hij de legendarische woorden: “Ik heb Dylan nu vier keer gezien en deze keer was veruit de beste!” Hoogtepunt bleek achteraf voor ons het gebep over Bob in de file op de A1. Gelukkig hebben we de platen nog. Gauw eentje op de draaitafel leggen.

Hans
Bep Dylan 
Grote Overstraat 60
Deventer