More Blood, More Tracks de cover


[met dank aan Bart]

More Blood, More Tracks

De officiële aankondiging van More Blood, More Tracks, het veertiende deel van Bob Dylans Bootleg Series laat op zich wachten, al zal dat niet lang meer duren. Ook zonder een officiële aankondiging valt er al het een en ander te melden over deze nieuwe release.
More Blood, More Tracks verschijnt - zoals het zich nu aan laat zien - op vrijdag 2 november. In Japan verschijnt dit album een week later.
More Blood, More Tracks verschijnt in drie verschillende versies: de standaardversie is een enkele cd. Daarnaast verschijnen er een dubbelelpee en een luxe boxset met zes cd's.

tracklist standaard-versie en vinyl:
  1. Tangled Up in Blue
  2. Simple Twist of Fate
  3. Shelter from the Storm
  4. You're a Big Girl Now
  5. Buckets of Rain
  6. If You See Her, Say Hello
  7. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts
  8. Meet Me in the Morning
  9. Idiot Wind
  10. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  11. Up to Me

tracklist luxe boxset:
Disc: 1
  1. If You See Her, Say Hello
  2. If You See Her, Say Hello
  3. You're a Big Girl Now
  4. You're a Big Girl Now
  5. Simple Twist of Fate
  6. Simple Twist of Fate
  7. You're a Big Girl Now
  8. Up to Me
  9. Up to Me
  10. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts
  11. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts

Disc: 2
  1. Simple Twist of Fate
  2. Simple Twist of Fate
  3. Simple Twist of Fate
  4. Call Letter Blues
  5. Meet Me in the Morning
  6. Call Letter Blues
  7. Idiot Wind
  8. Idiot Wind
  9. Idiot Wind
  10. Idiot Wind
  11. Idiot Wind
  12. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  13. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  14. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  15. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  16. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  17. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  18. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  19. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  20. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go

Disc: 3
  1. Tangled Up in Blue
  2. You're a Big Girl Now
  3. You're a Big Girl Now
  4. Tangled Up in Blue
  5. Tangled Up in Blue
  6. Spanish Is the Loving Tongue
  7. Call Letter Blues
  8. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  9. Shelter from the Storm
  10. Buckets of Rain
  11. Tangled Up in Blue
  12. Buckets of Rain
  13. Shelter from the Storm
  14. Shelter from the Storm
  15. Shelter from the Storm

Disc: 4
  1. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  2. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  3. Buckets of Rain
  4. Buckets of Rain
  5. Buckets of Rain
  6. Buckets of Rain
  7. Up to Me
  8. Up to Me
  9. Buckets of Rain
  10. Buckets of Rain
  11. Buckets of Rain
  12. Buckets of Rain
  13. If You See Her, Say Hello
  14. Up to Me
  15. Up to Me
  16. Up to Me
  17. Buckets of Rain
  18. Meet Me in the Morning
  19. Meet Me in the Morning
  20. Buckets of Rain

Disc: 5
  1. Tangled Up in Blue
  2. Tangled Up in Blue
  3. Tangled Up in Blue
  4. Simple Twist of Fate
  5. Simple Twist of Fate
  6. Up to Me
  7. Up to Me
  8. Idiot Wind
  9. Idiot Wind
  10. Idiot Wind
  11. You're a Big Girl Now
  12. Meet Me in the Morning
  13. Meet Me in the Morning

Disc: 6
  1. You're a Big Girl Now
  2. Tangled Up in Blue
  3. Tangled Up in Blue
  4. Idiot Wind
  5. You're a Big Girl Now
  6. Tangled up in Blue
  7. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts

  8. If You See Her, Say Hello

Wanneer je de tracklist van de luxe boxset legt naast de informatie van de sessies voor Blood On The Tracks zoals die staat op de website Olof's Files, dan lijkt het er op dat disc 1 tot en met 5, plus de eerste 3 tracks van disc 6 alle opnamen uit New York bevatten. Hier en daar verschillen het aantal takes van een gegeven nummer tussen de tracklist van More Blood, More Tracks en Olof's Files, maar ik denk dat dat te maken heeft met kleine onvolkomenheden in de op Olof's Files gegeven informatie.
Ik ga er van uit dat disc 1 tot en met 5, plus de eerste drie tracks van disc 6 alle in New York opgenomen takes bevatten.
De laatste vijf songs op disc 6 zijn precies die vijf songs die Bob Dylan in december 1974 in Minneapolis opnieuw opnam. Ik ga er van uit dat dit geen outtakes zijn - het schijnt dat de banden met outtakes uit Minneapolis nergens te vinden zijn, zo heb ik ooit ergens gelezen - maar geremasterde versies van de songs zoals we die kennen van Blood On The Tracks.

O ja, en dan is er nog die ene verrassing: disc 3, track 6: "Spanish Is The Loving Tongue".

Bob Dylan aan de Seine


Bovenstaande foto van een van de stalletjes langs de oever van Seine in Parijs is gemaakt door Peter.
[met dank]

Dylan kort #1307

Carrie Slee: "Bob Dylan mag van mij altijd gedraaid worden. Maakt niet uit welk album. Ik vind ze allemaal even mooi." zie hier. [met dank aan Jasper]
Stephen Fry in Fry Chronicles [met dank aan Alja]:



Diederik Huffels over singer-songwriter Judy Blank in NRC Handelsblad: "De inspiratie van Bob Dylan is goed te horen in een nummer als 'Tangled Up In You'." [met dank aan Herman] Met zo'n titel verwacht je (ik) een echo van "Tangled Up In Blue" te horen, maar ik hoor het niet. Luister hier.
Bob 'till you drop is de weblog van Dylanliefhebber Luc De Vos die sinds januari online staat, zie hier.
"Bob Dylans whiskymerk gedaagd door concurrent om inbreuk", zie hier.
A Slice of Dylan op 23 september in Beverwijk, zie hier.

bob dylan by daniel kramer: het boek en de recensie (1967)


Get Your Rocks Off! (1967) - door Jochen Markhorst

Get Your Rocks Off! (1967)

“With God On Our Side” is de eerste Dylansong waaraan Manfred Mann zich waagt en is te vinden op de EP The One In The Middle uit 1965. De EP is een enorme hit; behaalt drie keer de eerste plaats in de EP charts en verkoopt zo goed dat het ook in de Top 10 bij de singles scoort. De titelsong is heus aardig, en ook met de andere songs (het jazzy “Watermelon Man” en de Phil Spector/Doc Pomus ballade “What Am I To Do”) is weinig mis, maar de Dylancover is het echte prijsnummer. Het lied staat erop, aldus de hoestekst, omdat Dylan een optreden van de band had bijgewoond en daarna had verklaard de band real groovy te vinden.
Het bevalt. Hierna maakt de band een sprankelende bewerking van “If You Gotta Go, Go Now”, die een enorme hit wordt. Manfreds Dylanliefde krijgt dan nog een extra opsteker als Dylan publiekelijk, bij een persconferentie in december 1965, verklaart dat niemand zoveel recht aan zijn songs doet als Manfred Mann: “Ze hebben er drie of vier gedaan. Elk daarvan precies in de context van waar de song over gaat.”
Niet helemaal correct (Mann heeft op dat moment pas twee Dylansongs opgenomen), maar dat kan de pret niet drukken. Voor zijn boek Jingle Jangle Morning: The Folk Rock In The 1960s vraagt Richie Unterberger aan Manfred wat hij eigenlijk van die publiekelijke goedkeuring vond. “Het deprimeerde me bepaald niet toen ik dat las. Ik was opgetogen, uiteraard.”

Die terugblik wordt uitgesproken in 2014, als Manfred nog een twintigtal Dylansongs meer heeft opgenomen. In de jaren 60, als hij nog zijn gelijknamige beatgroep leidt, verheft hij “The Mighty Quinn (Quinn The Eskimo)” tot een wereldhit en daarmee tot het popmonument dat het vandaag nog steeds is, kort nadat hij ook met “Just Like A Woman” de hitlijsten heeft veroverd. En een grote hit heeft met een van de meest geslaagde Dylan rip-offs van de jaren 60, het aanstekelijke psychpopjuweeltje “Semi-Detached Suburban Mr. James”, dat oorspronkelijk overigens ene Mr. Jones bezingt. Omdat zanger Paul Jones zojuist de band heeft verlaten (dit is de eerste hit met nieuwe zanger Mike d’Abo), bedenkt Manfred net op tijd dat Paul een tekst over ene Mr. Jones met zinnen als So you think you will be happy, taking doggie for a walk en Do you think you will be happy, giving up your friends wel eens als een trap na zou kunnen ervaren, en verandert hij Jones toch maar gauw in James.
In 1971 richt hij zijn Earth Band op en zet hij de gewoonte voort; voor bijna elk album in de jaren 70 neemt hij wel een Dylancover op. Nog steeds met instemming van de meester, kennelijk. Als een journalist bij een persconferentie in 1981 in Travemünde aan Dylan vraagt wat hij van Manfred Manns covers vindt, antwoordt hij: “Ja, die zijn goed… beter zelfs dan Peter, Paul And Mary.”

Het succes van “Quinn The Eskimo” wijst Mann naar een vruchtbaar zijpad: de miskende niemendalletjes, de winkeldochters, de lelijke eendjes en de muurbloempjes. Mann blijkt een ware grootmeester te zijn in het slijpen van ruwe diamanten, in het ontginnen van braakliggend terrein – ongeveer zoals Dylan dat zelf ook doet, met vergeten en verstofte melodieën en liederen uit voorbije eeuwen.
Een eerste structurele aanzet daartoe verricht Mann als producer, voor het harige kwartet Coulson, Dean, McGuinness, Flint. Als Gallagher en Lyle de band McGuinness Flint na twee albums en evenveel hits (“When I’m Dead And Gone” en “Malt And Barley Blues”) in 1971 verlaten, zijn de overgebleven bandleden niet alleen twee begaafde multi-instrumentalisten kwijt, maar vooral ook de belangrijkste songschrijvers. McGuinness klaagt zijn nood bij zijn oude bandleider Manfred Mann en die weet raad. Bassist Dixie Dean wordt erbij gehaald, Mann heeft nog wel ergens een stapeltje onbekende Dylansongs liggen, kruipt zelf achter de opnameknoppen en gezamenlijk storten de mannen zich op Basementpareltjes als “Please Mrs. Henry” en “Sign On The Cross”, op nooit officieel uitgebrachte vroege Dylansongs als “The Death Of Emmett Till” en “Let Me Die In My Footsteps”, en op rariteiten als “Eternal Circle” en “I Wanna Be Your Lover”.
Het album, Lo And Behold (1972), is een klein meesterwerk en geldt nog steeds als een van de meest geslaagde Dylantribuutplaten. En het wijst Manfred Mann de weg naar de artistieke voltreffers die hij in de jaren 70 zal plaatsen met ondergeschoven Dylansongs, naar stralende covers van weinig aansprekende songs als “Quit Your Lowdown Ways”, “You Angel You” en “Father Of Day”.

De eerste plaat van zijn Earth Band, Stepping Sideways, zal nooit officieel verschijnen, maar in de eenentwintigste eeuw maken we dankzij een Biographachtige box (Odds And Sodds - Mis-takes And Out-takes, 2005) wel kennis met de “Please Mrs. Henry” die daarvoor wordt opgenomen. Voor het eerste officiële album (Manfred Mann’s Earth Band, 1972) neemt de band een radicaal andere, maar eveneens schitterende versie van die genegeerde Basementsong op. De plaat flopt, maar Mann versaagt niet. Kant twee van Messin’ (1973) opent met wéér een wonderschone versie van wederom zo’n verguisde Dylan original, “Get Your Rocks Off!”, ook al een overblijfsel van die keldersessies in de Big Pink. Voor de Amerikaanse markt wordt Messin’ herdoopt tot Get Your Rocks Off en van een andere, knap lelijke, hoes voorzien. Het baat niet; de plaat komt niet verder dan de 196ste plek in de Billboard 200 (juni 1973, de week dat George Harrisons vergeten meesterstuk Living In The Material World op één staat).

Het lied oogst weinig genegenheid bij de professionele Dylanologen. Clinton Heylin vindt het een perversity dat van dit lied wél, en van songs als “Going To Acapulco” niet meteen de auteursrechten werden vastgelegd, en vindt daarnaast dit ‘minst geslaagde’ lied niet veel meer dan wat gehannes rondom de dubbele woordbetekenis van rocks (de stenen waarmee gestenigd kan worden enerzijds, de vulgaire benaming voor testikels anderzijds). Greil Marcus negeert de song vrijwel geheel in zijn uitbundige liefdesverklaring aan de Basement Tapes, in Invisible Republic (1997), noemt het alleen als een van de voorbeelden van de miasmic, unplaced, floating dramas – van de ‘verstikkende, wankele, zwevende drama’s’. Waarbij vooral die kwalificatie miasmic nogal onnavolgbaar is; dat betekent eigenlijk zoiets als ‘giftige dampen verspreidend, ziekteverwekkend, walgelijk’. Hoe dan ook een raadselachtige, maar weinig charmante aanduiding.
En ook in het echelon daaronder, bij gerespecteerde amateurdylanologen als Tony Attwood is weinig liefde te ontwaren. Attwood luistert de song op de dubbel-cd-uitgave van The Basement Tapes, vindt het beste aan het lied: dat “Santa Fe” erna komt en snapt niet waarom de song überhaupt een plaats op een album krijgt.
Het andere uiterste is de eerbiedwaardige emeritus professor Louis Renza in zijn Dylan's Autobiography of a Vocation (2017), die op het genante af diepgang in het kolderieke fuifnummer poogt bloot te leggen. De ‘expliciete allusie naar Blueberry Hill en het beeld van de bus die over de snelweg zwerft, verwijzen naar het reizen dat een rock-‘n-rollbestaan vereist,’ is dan nog een kinderlijk charmante interpretatie van de hoogleraar en Dylankenner van het statige Dartmouth College in New Hampshire. Aangekomen bij het mysterieuze ‘Mink Muscle Creek’ vliegt prof. Renza echt uit de bocht:

Dylan wijst naar zichzelf en naar een andere man "liggend ergens in de buurt van Mink Muscle Creek", een scène die wordt getypeerd door twee metaforen: gecommercialiseerde "mink, nerts" oftewel het geld en de sociale status die gepaard gaan met rock-'n-rollsucces; en de macht ("muscle, spierkracht") die een beroemdheid als Bob Dylan onvermijdelijk over zijn (toenmalige) culturele omgeving heeft. Beide dreigen Dylans reeds verzwakte (het is slechts nog een ‘kreek’) bron van creativiteit te blokkeren en daarmee de voor hem onlosmakelijke relatie met zijn existentiële visie.

Dure woorden, die uiteindelijk naar de conclusie leiden dat Dylan in dit lied, ongeveer net zoals in “Maggie’s Farm”, lucht geeft aan zijn ergernis over de verwachtingen van zijn publiek en de eisen die aan hem worden gesteld. “Haal die zware stenen van mij af,” dus.   
Overigens verdient professor Renza in zijn algemeenheid beslist bewondering voor zijn missiewerk om Dylan tot in de hoogste academische kringen te laten doordringen; hij is beslist een van de wegbereiders voor Dylans Nobelprijs.

Renza negeert, uit ambitie vermoedelijk, maar liever de meest voor de hand liggende analyse: de speelse taalkunstenaar Dylan die zich, zoals wel vaker, vooral laat leiden door de sound van de woorden en minder, of zelfs helemaal niet, door de semantische lading daarvan. “Het gaat om de sound en de woorden. Woorden mogen daarbij niet in de weg staan. Die … die moeten er accenten op plaatsen,” tekent Rosenbaum in 1978 op uit Dylans mond (in het Playboy-interview). En ‘Mink Muscle Creek’ (of ‘Mink Mussel Creek’) klinkt nu eenmaal heerlijk, loopt als een tierelier. Dat het inhoudelijk nogal loos wordt, dat kan de dichter nu even minder schelen. Sterker: het amuseert hem nogal, zoals we aan de aanstekelijke, hinnikende lach van de meester tijdens de opname kunnen horen.

Bob Dylan in de Nederlandse literatuur - het begin

Vanaf het moment dat Bob Dylan naamsbekendheid weet te verwerven in Nederland, vanaf mei 1965 met de uitgave van de single "Subterranean Homesick Blues", duikt Bob Dylans naam op in de Nederlandse literatuur. Het eerste Nederlandse boek waar Bob Dylan in te vinden is - voor zover ik heb kunnen nagaan - is niet geschreven door Simon Vinkenoog, zoals je misschien zou verwachten, maar door Peter H. van Lieshout.
In 1966 publiceerde Querido de debuutroman van de dan 20-jarige Van Lieshout. De generalenrepetitie heet dat boek. De jonge schrijver schreef het tussen februari en augustus 1965. In de 156 bladzijden van De generalenrepetitie komt Bob Dylan maar liefst elf keer voorbij.
Een van de elf: "Kijk, en dat wou ik je maar even duidelijk maken, vlak voordat ik het verhaal vertel van mijn liftreizen, de opschuddingen in heel Brabant en Amsterdam, de nieuwe korte liefde, de zeer recente aanschaf van twee elpees van Bob Dylan, zeer tendentieuze oorlogsverhalen, de bezeten toestanden tijdens een weekend een paar weken geleden, de happenings, de toevallige gebeurtenissen," enzovoort.
De generalenrepetitie is zo'n typisch jaren zestig boek - wat dan dan ook wezen mag - zoals ik ze graag lees. Ik las het boek voor het eerst in de jaren negentig en voor de tweede keer in de afgelopen drie dagen. Ook tijdens die tweede keer lezen maakte het boek indruk.

zijsprong 1: tijdens een speurtocht over het internet na informatie over Peter H. van Lieshout stuit ik op een column van een van de weinige Nederlandse popjournalisten die altijd de moeite van het lezen waar is: Bert van de Kamp. In een column van een paar jaar geleden komen De generalenrepetitie en het gisteren zeventien jaar geleden verschenen album "Love & Theft" voorbij. Zie hier.

Goed, De generalenrepetitie is het eerste boek in de Nederlandse literatuur waar Bob Dylan in te vinden is. Na De generalenrepetitie volgden nog tientallen, misschien wel honderden boeken van Nederlandse auteurs waarin Bob Dylan te vinden is.
Na De generalenrepetitie publiceerde Van Lieshout Slow Motion. Dat boek verscheen in 1973. Wat deed Van Lieshout tussen 1966 en 1973? Vertaalwerk?

zijsprong 2: Peter H. van Lieshout is de vertaler van enkele boeken van Jack Kerouac. In De generalenrepetitie is William Burroughs te vinden. Ziedaar een driehoek die ik niet in Dylan & de Beats heb aangeroerd: Bob Dylan, The Beats & Peter H. van Lieshout.

Mijn herinnering zegt dat Bob Dylan ook in Van Lieshouts tweede boek, in Slow Motion te vinden is, maar om dat zeker te weten moet ik het boek herlezen. Het is zo lang geleden dat ik het boek gelezen heb dat ik het simpelweg niet meer weet.
Terwijl Van Lieshout aan De generalenrepetitie schreef, werkte hij ook aan een bundel met veertig gedichten. De gedichten zijn in het voorjaar van 1965 geschreven. Het manuscript werd op een plank gelegd en vergeten. Pas tien jaar later, in 1975 werd het weer ontdekt. Een selectie van 28 gedichten werd in 1977 onder de titel Belevenissen 1965 door Fizz-Subvers Press uit Alkmaar uitgegeven.
Bob Dylan is niet in deze gedichten te vinden, mogelijk doordat ze zo vroeg in 1965 werden geschreven, nog voor Bob Dylan naamsbekendheid verwierf in Nederland, maar verrassend genoeg is Bob Dylan wel op de cover van Belevenissen 1965 en op een van de door Han Hehuat gemaakte illustraties in het boekje te vinden.
Ik stel me zo voor dat die Dylan-cover van Belevenissen 1965 niet in 1965 is bedacht, maar 12 jaar later, in 1977 toen Fizz-Subvers Press op zoek was naar een cover die de tijdsgeest van 1965 moest vatten. Als dat inderdaad de opzet was van Fizz-Subvers Press, dan hebben ze goed werk geleverd.


Apekool

Zo rond 2015 – de precieze datum weet ik niet meer – heb ik het mopperen over wat anderen over Bob Dylan en zijn muziek schrijven afgezworen. Niemand is feilloos, dus waarom mopperen? Het levert zo weinig op.
Die mopper-stop bevalt me wel. Het geeft rust in de kop.
Maar soms, heel soms…
Heel soms knapt er iets.

Ergens halverwege de jaren negentig besluit de redactie van Vooys het artikel “De nederlaag als levensvorm; Bob Dylan als outsider” van Jeroen Steenbakkers af te drukken in het aan de vakgroep Nederlands van de Universiteit Utrecht verbonden literaire tijdschrift.
Dat de door Steenbakkers gedane research voor zijn acht pagina’s tellende artikel zich heeft beperkt tot het doornemen van drie Engelstalige artikelen, allen opgenomen in een herdruk van het door Craig McGregor samengestelde boek Bob Dylan; A Retrospective uit 1972, een door Wouter van Oorschot geschreven bericht uit een Volkskrant van juni 1989 en een roofdruk van Bob Dylans verzamelde songteksten, moet voor de redactie van Vooys toch een hint zijn geweest dat “De nederlaag als levensvorm” geen doorwrocht stuk is.
De redactie doet niets met de hint en plaatst “De nederlaag als levensvorm” in de editie van februari / maart 1995 van het tijdschrift.
Bijna een kwart eeuw later lees ik dat artikel. Er knapt iets in mij.
Het artikel telt meer fouten dan pagina’s. Onnodige, makkelijk te controleren feiten zijn door Steenbakkers alinea na alinea verhaspeld tot onzin. Hij heeft het over Woody Guthry in plaats van Guthrie, de albums The Basement Tapes en Slow Train Coming laat hij een jaar te vroeg uitkomen en de song “Tonight I’ll Be Staying Here With You” verplaatst hij van 1969 naar 1967 alsof het niks is.
Een verhaspel-dieptepunt bereikt Steenbakkers in twee zinnen over het concert tijdens de tournee van 1966 waarbij Bob Dylan vanuit het publiek “Judas!” naar zijn hoofd geslingerd krijgt.
Hoeveel fouten kan een mens in twee zinnen maken?
Steenbakkers: “De tweede keer verschijnt hij [Dylan] met een rockband, waarin onder andere Robbie Robbertson en Levon Helm meespelen. Op 10 mei staat hij in de Royal Albert Hall in Londen.”
Even drie keer diep adem halen…
Oké, ik blijf kalm.
Iedereen kan zich vergissen.
Daar gaat ‘ie, met respect.

1. Het concert waarbij Bob Dylan werd uitgescholden voor “Judas!” was niet in de Royal Albert Hall in Londen, maar in de Free Trade Hall in Manchester. Een feit dat anno 1995, in de tijd waarin Steenbakkers zijn artikel schreef, nog niet algemeen bekend was. Het is hem vergeven.
2. Op 10 mei 1966 – zoals Steenbakkers schrijft - staat Bob Dylan niet in de Royal Albert Hall in Londen. Ook staat hij op die dag niet in de Free Trade Hall in Manchester, waar hij werd uitgemaakt voor Judas. Op 10 mei 1966 staat Bob Dylan op het podium van Colston Hall in Bristol.
10 mei Bristol, 17 mei Manchester en 26 en 27 mei Londen. Zo zit het.
Hoe komt Steenbakkers dan aan die datum van 10 mei? Steenbakkers heeft moeite met jaartallen. Slow Train Coming en The Basement Tapes komen ineens respectievelijk in 1978 en 1974 uit in plaats van in 1979 en 1975, “Tonight I’ll Be Staying Here With You” speelt Dylan al in 1967, niet in 1969. En zo gaat het ook met die tiende mei. Op 10 mei is Bob Dylan wel degelijk in de Royal Albert Hall, alleen niet in 1966, maar in 1965.
3. De naam van Dylans gitarist tijdens tournee 1966 schrijf je met drie b’s, niet met vier, zoals Steenbakkers doet.
4. En Levon Helm heeft regelmatig achter het drumstel gezeten terwijl Bob Dylan stond te zingen, maar niet tijdens het concert op 10, 17, 26 of 27 mei 1966 en ook niet tijdens het concert een jaar eerder, op 10 mei 1965.

Goed, Steenbakkers had er goed aan gedaan de feiten te checken voor hij zijn “De nederlaag als levensvorm” publiceerde. Dat heeft hij niet, of in ieder geval onvoldoende gedaan.
Het ergste is dat dit nog te accepteren is. Iedereen maakt tenslotte wel eens een fout.
Echt kwalijk wordt “De nederlaag als levensvorm” pas op de momenten dat Steenbakkers pretendeert in het hoofd van Bob Dylan te kunnen kijken om vervolgens de apekool door de strot van de achteloze lezer drukken.
Steenbakkers: “sinds zijn motorongeluk lijkt hij [Dylan] er veeleer op gericht fans te verliezen dan fans te winnen.”
En iets verderop:
“Het laatste echt grootse nummer dat hij heeft geschreven, is ‘Blind Willie McTell’ (1983), dat hij, waarschijnlijk om te jennen, niet op de lp Infidels heeft geplaatst.”
Bob Dylans doel in dit leven – aldus Steenbakkers - is om zijn fans af te schrikken, om de mannen en vrouwen die er voor zorgen dat er een boterham op de plank komt van zich te vervreemden, dusdanig te schofferen dat ze nooit meer een Dylanplaat kopen.
Er is maar één woord voor de onzin die Steenbakkers op papier slingert: apekool.
En het meest idiote is nog dat ieder weldenkend mens weet dat het apekool is en toch schrijft Steenbakkers het op. Een koekenbakker, dat is Steenbakkers.
Beweren dat Bob Dylan er op uit is om de fans van zich te vervreemden is ongeveer net zo logisch als een marktkoopman die roept dat zijn groente niet te vreten is.
Ik zeg het nog één keer: apekool.
Goed, terzijde schuiven dat artikel, rustig blijven ademhalen en verder gaan. Het leven is te mooi om alleen zure appels te eten.

Maar voor ik dat doe nog even over “Blind Willie McTell” en Infidels. Steenbakkers sluit zich aan bij de breed gedragen mening dat een Infidels met “Blind Willie McTell” beter is dan een Infidels zonder.
Hoewel er altijd twijfel bij mij zal blijven bestaan over de juistheid van mijn gedachten, ben ik er op dit moment van overtuigd dat de breed gedragen mening dat “Blind Willie McTell” op Infidels had moeten staan niet alleen een onzinnige gedachte is – “Blind Willie McTell” staat immers niet op Infidels – maar ook dat die gedachte berust op het misverstand dat één sterke song een album als geheel beter maakt.

Er bestaat voor mij geen twijfel over de schoonheid van “Blind Willie McTell”. “Blind Willie McTell” is naar mijn smaak beter / mooier dan alle songs op Infidels als songs an sich.
Maar… de acht songs die op Infidels staan vormen samen een uitstekend, samenhangend album. Wanneer “Blind Willie McTell” aan deze acht songs wordt toegevoegd, of wanneer één van de acht songs op Infidels wordt vervangen door “Blind Willie McTell”, dan is de balans van het album weg. Dan zal Infidels geen album meer zijn, maar een verzameling songs.
Daarom is naar mijn smaak een Infidels zonder “Blind Willie McTell” beter dan een Infidels met “Blind Willie McTell”.

Groene Amsterdammer

John stuurde mij onderstaande foto's van twee artikelen uit Groene Amsterdammer van 30 augustus.
Het artikel "Say It Loud" van Fred de Vries:




Dit doet mij gelijk denken aan de hoes van het album Listen Whitey!; The Sounds Of Black Power 1967 - 1974


In haar column "Opvatting" in Groene Amsterdammer schrijft Nina Weijers over het optreden van Patti Smith tijdens de uitreiking van de Nobelprijzen, eind 2016:


[met dank aan John!]