De hoezen #4 - door Patrick Roefflaer

7 - Blonde On Blonde

Uitgebracht: (waarschijnlijk) 20 juni 1966
Fotograaf: Jerry Schatzberg
Fotograaf binnenhoes: Jerry Schatzberg
Art-director: John Berg

De fotograaf

Jerold Schatzberg – Jerry voor de vrienden - is een New Yorkse fotograaf voor glamour bladen als Vogue, McCall’s en Esquire. Mooie, goedgeklede vrouwen is zijn specialiteit.

‘Sara kende ik eerst,’ vertelt Jerry aan het Dylan fanzine On the Tracks. ‘Toen heette ze nog Sara Lowndes. Sara vertelde me over hem. Ik herinner me dat ik in haar appartement was, met uitzicht over The Village en ze wees me waar Dylan aan het spelen was. Ik kende Dylan niet. Zijn muziek ook niet.
En dan was er ook nog Nico, van de Velvet Underground. Telkens als ik haar zag had ze het over Dylan: in Parijs of Londen of New York… ‘Je moet Dylan zien… Je moet Dylan horen.’ Uiteindelijk ben ik gaan kijken en natuurlijk was ik meteen helemaal weg van hem.’

Het duurt echter nog zowat een jaar voor hij Dylan ontmoet. Het eerste contact is in augustus 1965, tijdens de sessies voor Highway 61 Revisited. ’Ik was wat geïntimideerd toen ik hem voor het eerst ontmoette in zijn opnamestudio in New York,’ blikt de fotograaf terug, in 2008. ‘Nochtans was me verzekerd dat ik hem vrijuit mocht fotograferen. Ik denk dat hij net 'Desolation Row' had opgenomen. Hij liet het ons beluisteren en ging dan weer aan het werk.’

Schatzberg wil liever meer controle over de situatie en daarom nodigt hij Dylan uit voor een sessie in zijn fotostudio, op 335 Park Avenue South.

Dylan is tevreden over het resultaat en vraagt hem om de foto voor de hoes van zijn volgende elpee te maken.

Die 28ste januari 1966 is de plaats van afspraak opnieuw de fotostudio.
Dylan draagt een modieus geel hemd, een kort bruin lederen vest en een zwart-grijs gestreepte broek. Voor de lens van de fotograaf poseert hij met een aantal voorwerpen die daar aanwezig zijn: een grote Zippo aansteker, een kruis, een bos sleutels, een boek over Vlaamse schilders…
Maar het meest geslaagd is een reeks zwart-wit portretten terwijl Dylan een sigaret rookt. Een daarvan, waarbij Dylan rook uitblaast, wordt geselecteerd als hoesfoto. (zie hier)

De zanger is echter niet helemaal overtuigd.
Een tijdje geleden heeft Schatzberg interessante foto’s gemaakt van Dylan met een witte sjaal, bij een verlaten fabriekspand in Jacobs Street. Misschien dat ze iets gelijkaardigs kunnen doen?

De foto’s zijn op dat moment nog niet gebruikt, maar één er van wordt in juni 1966 gebruikt voor het hoesje van de single ‘I Want You’. Een andere verschijnt op 30 juli 1966 op de omslag van de Saturday Evening Post.

Het is een winterse dag, wanneer ze weer op zoek gaan naar een verlaten fabrieksbuurt.
‘Ik wou een interessante locatie – buiten de studio,’ vertelt Schatzberg ‘We trokken naar de west kant, waar nu de Chelsea kunst galerijen zijn, maar toen was er de vleesverpakkingsindustrie van New York gevestigd. De plek sprak me wel aan.’

Aan 375 West Street in  Morton Street, houden ze halt voor Brooks Transportation Co. Ze stappen uit en maken snel wat foto’s. Dylan draagt een langere suède vest en een zwart-wit geblokte sjaal. En boven dat alles: zijn wilde haardos.

Alles samen zijn er 14 foto’s bekend op deze locatie.
‘Het vroor en ik had het erg koud. De foto die hij koos is bewogen en wazig. Vanzelfsprekend was iedereen aan het gissen naar de betekenis: dat het moest voorstellen dat hij high was of aan het trippen op LSD. Niks daarvan. We hadden het gewoon koud en stonden allebei te beven. Er waren andere foto’s die wel scherp en gefocust waren, maar - ere wie ere toekomt – Dylan koos deze foto.’


De vormgeving

Dylan confronteert art-director John Berg met een probleem: hij heeft zoveel materiaal opgenomen dat er twee elpees nodig zijn. Het fenomeen dubbelelpee is totaal nieuw. Toevallig heeft een andere platenmaatschappij hetzelfde probleem met Freak Out! van The Mothers of Invention (een plaat in een productie van  Tom  Wilson – de vroegere producer van Bob Dylan)
Jack Anesh, de art-director van Verve/MGM lost het op door de platen gewoon in een enkele hoes te stoppen.

Berg komt echter met het idee om een klaphoes te maken – een totaal nieuw concept.

In 2007 licht de art-director een tipje van de sluier over zijn inbreng: ‘We werkten vanuit dat beeld [de door Dylan gekozen foto] – in tegenstelling tot een totaal concept. Het bijsnijden en het lettertype was dus onze bijdrage. Ik gaf de Blonde on Blonde hoes vorm, zodat je hem kon dichtklappen. Dat gaf ons een interessante rechthoekige/ verticale foto in plaats van het standaard vierkante formaat.’

De rechthoek, met verhouding een op twee, vult hij door het portret van Dylan 90° te draaien. Het mooie is echter dat, wanneer de hoes is dichtgeklapt, het geheel zo kan worden geplaatst dat Dylans hoofd en bovenlijf gewoon rechtop staan als de elpee in het raam van een platenwinkel wordt gepresenteerd.
Dat is vooral belangrijk omdat het de enige informatie is die een potentiele klant te zien krijgt: Dylans naam noch de titel van het album zijn afgedrukt op de voorzijde van de hoes. Waarschijnlijk precies omwille van de dubbele wijze waarop de hoes kan worden gepresenteerd.

Wel staan de titel en naam in kleine letters aangegeven op vouw in het midden van het portret. Die rug blijft immers wel zichtbaar wanneer de elpee tussen andere albums in een rek staat.

‘Ik denk dat de eerste keer was dat zoiets gebeurde voor een elpee,’ zegt Berg trots. ‘Natuurlijk dreigden de platen er uit te vallen, maar het zag er goed uit.‘

Op de binnenzijde van de klaphoes schikt Berg negen zwart-wit foto’s. Die zijn door Dylan gekozen uit de portfolio van Schatzberg. De foto rechtsonder, van Dylan met de witte sjaal, is er eentje van de oorspronkelijke sessie op Jacob Street, die de inspiratie vormde voor de hoes. Verder zien we ook het achterhoofd van manager Albert Grossman. Ook Jerry Schatzberg zelf staat afgebeeld – zijn naam is dan weer nergens terug te vinden.

Bij de eerste persing is er ook een portret van Claudia Cardinale afgebeeld, maar nadat haar agent bezwaar maakte tegen het gebruik van haar afbeelding zonder haar toestemming, wordt de binnenhoes aangepast, zodat er nog zeven foto’s overblijven.
Daarbij sneuvelt ook de foto van een vrouw die iets in Dylans oor fluistert (Carole Adler, de dochter van harmonicaspeler Lou Adler).

Voor de iconische hoes krijgen John Berg en Jerry Schatzberg terecht een Grammy onderscheiding.

Naschrift
De foto’s die worden gebruikt  voor de hoes van Bob Dylan Live (1966) en natuurlijk ook The Cutting Edge 1965–1966 (een outtake van de fotosessie voor Blonde on Blonde) zijn eveneens van de hand van Jerry Schatzberg.

I Want You single shoot op Jacob Street, zie hier.

de locatie, zie hier.

outtakes, zie hier.

De titel

Net als  de wazige foto is de mysterieuze titel Blonde on Blonde voer voor speculaties. Waarom is de Engelse schrijfwijze is gebruikt, in plaats van het Amerikaanse ‘blond’?

En wat betekent het?

Tweet, tweet: The Bootleg Series vol. 14

Al weken is er een spanning in huize Willems. Niet bij alle bewoners. Eigenlijk maar bij één bewoner: ondergetekende. Het is zomer, het kan niet lang meer duren of een nieuwe editie van The Bootleg Series wordt aangekondigd. Of misschien niet eens aangekondiging, maar dan in ieder geval een heerlijk vette roddel, een aanwijzing over deel veertien van The Bootleg Series. Dat wachten geeft spanning. Een gezonde spanning. Ik slaap nog goed, dank u wel.

En dan is er ineens een tweet Paul at SuperDeluxeEditions, al weer twee dagen oud, maar vandaag pas gevonden: The next @bobdylan 'Bootleg Series' will be volume 14. It is going to be based around the Blood On The Tracks album and will be called More Blood, More Tracks. It will be released later this year.

Goed, More Blood, More Tracks gaat het dus worden. Mijn eerste reactie is niet heel anders dan de reactie van Jon Howells op de tweet: "I’ll buy it, but that’s a godawful title."
Hoe verschrikkelijk ik de titel ook vind, ik wil niet klagen. Ik ga dit kopen. Niet alleen dat, ik kijk er ook naar uit. En die titel? Ach, daar wen ik wel aan. Misschien ga ik 'm nog wel waarderen ook.

Blood On The Tracks is een schitterend album en de New York-versie van deze plaat is er eentje van de buitencategorie. Ik hoop dan ook dat More Blood, More Tracks op één schijf de New York-versie van Blood On The Tracks bevat, aangevuld met enkele schijven met outtakes van de New York-sessies voor dit album.
Natuurlijk hebben we ook al wel het een en ander in de loop der jaren aan outtakes van Blood On The Tracks gekregen. Zo staan er op Biograph van deze sessies een alternatieve versie van "You're A Big Girl Now" en de outtake "Up To Me". Op The Bootleg Series vol. 1 - 3 staan alternatieve takes van "Tangled Up In Blue", "Idiot Wind" en "If You See Her, Say Hello" en de outtake "Call Letter Blues". Op The Best Of Bob Dylan staat een alternatieve take van "Shelter From The Storm" en de in 2012 uitgebrachte single van "Duquesne Whistle" bevat op de flipside een alternatieve take van "Meet Me In The Morning".
Dan is er natuurlijk nog de vraag in wat voor formaten More Blood, More Tracks zal uitkomen. Afgaande op de afgelopen paar edities van The Bootleg Series zal het een standaard-versie op 2 cd's zijn, deze standaard-versie op vinyl en een deluxe editie met ergens tussen de vier en de tien schijven.

In afwachting van More Blood, More Tracks draai ik nog maar eens het album dat als uitgangspunt dient voor deze nieuwe editie van The Bootleg Series: Blood On The Tracks. Hoe vaak ik dit album ook draai, vervelen doet het nooit.

3 van lezers ontvangen tips & een quote

Bob Dylan in Stedelijk Museum, Amsterdam
De iconische door Milton Glaser ontworpen poster van Bob Dylan werd in 2008 aan de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam toegevoegd.
De poster is te bewonderen in het Stedelijk.


[met dank aan Bert]

~ * ~ * ~

Op 2 juli schreef ik hier over de Unoppressive Non-Imperialist Bargain Books, de boekwinkel in New York met een Dylan-afdeling.
Gisteren ontving ik van Peter een e-mail over het opmerkelijk ruime aanbod van Dylan-boeken in het warenhuis Ludwig Beck te München.



[met dank aan Peter]

~ * ~ * ~

Binnen kort verschijnt van de makers van Uncut het tijdschrift Bob Dylan and The Band; The Ultimate Music Guide. Meer informatie staat hier.


[met dank aan Gerbrand]


~ * ~ * ~

Jolande Withuis - Raadselvader:


[met dank aan Alja]

~ * ~ * ~

Do Re Mi

'Mevrouw Tom' heeft mij geleerd de muziek van Ani DiFranco te waarderen. Of was het nou net andersom en heb ik 'mevrouw Tom' DiFranco voor het eerst laten horen? Ik weet het niet meer. Het doet er ook niet echt toe. Feit is dat ik afgelopen zaterdag in de stad Z. op de inmiddels al weer 18 jaar oude cd-single "Swing" van DiFranco stuitte. Gekocht natuurlijk.
Op die cd-single staan naast twee versies van het nummer "Swing" vier non-album tracks, zoals dat zo mooi heet. Eén van die tracks, het afsluitende nummer, is Dylans "Hurricane".
De andere previously unreleased tracks zijn een remix van "To The Teeth", "Do Re Mi" en "When I'm Gone".
Het is "Do Re Mi" die er voor mij uitspringt. Misschien komt dat mede doordat DiFranco op dit nummer muzikaal ondersteund wordt door Gillian Welch & David Rawlings. (Ik weet zeker dat ik het was die 'mevrouw Tom' kennis heeft laten maken met de muziek van Gillian Welch & David Rawlings, niet andersom.)
Met dank aan DiFranco's versie van "Do Re Mi" kreeg ik Dylans versie van dit nummer in mijn kop. Het staat op de cd The People Speak uit 2009. Zoals Ani DiFranco op "Do Re Mi" wordt ondersteund door Gillian Welch en David Rawlings, zo wordt Bob Dylan op dit nummer bijgestaan door Ry Cooder van Van Dyke Parks.
Het is inmiddels twee dagen geleden dat ik de cd-single "Swing" in de stad Z. kocht.
Het afgelopen uur heb ik steeds weer "Do Re Mi" opgezet. Bob Dylan met zijn stem en gitaar, Ry Cooder met zijn gitaar, Van Dyke Parks met zijn piano en ik met mijn kippenvel. Er zijn slechtere manieren om een avond te vullen.
Ik luister gewoon nog een keer. Kan mij het schelen. Ik heb nog wel wat kippenvel te vergeven.

Dylan & de Beats


"Met een jaloersmakende nauwgezetheid en aanstekelijk enthousiasme deelt Tom Willems uitstekende voorbeelden van deze kruisbestuiving en haalt hij zelfs mijn favoriet e.e.cummings op het podium en dat alles in een zich herhalende, poëtische stijl."

Alja Spaan over Dylan & de Beats

Man Gave Names To All The Animals (1979) - door Jochen

Man Gave Names To All The Animals (1979)

De Alabama woman die in “Slow Train” wordt opgevoerd, heeft een moederlijke, strenge boodschap:

Boy, without a doubt
Have to quit your mess and straighten out
You could die down here, be just another accident statistic

Hou op met je geklooi en gedraag je, anders ga je eraan en word je een nummer in de ongevalstatistieken, dus. Wijze woorden waarvoor de tweejarige Tony McCrary, die tijdens de opnamesessies voor Slow Train Coming in Alabama door de studio hobbelt, nog te jong is. Tony is het zoontje van Regina McCrary, een van de drie achtergrondzangeressen tijdens Dylans evangelische periode, van het begin tot het eind zelfs. Op voorspraak van haar jeugdvriendinnetje Carolyn Dennis, de latere Mrs. Dylan, doet ze eind ’78 auditie, ze valt in de smaak en begeleidt Dylan vervolgens op Slow Train Coming, Saved en Shot Of Love, alsmede bij de 150 concerten die hij tot juli 1981 geeft.
Dylan lijkt in die jaren het gezelschap van de gekleurde dames op prijs te stellen, volgens verschillende bronnen. In de zwarte gemeenschap heeft hij niet zo’n mythische status als daarbuiten, dus de dames zijn butt-naked honest; ze bekken hem moeiteloos af, behandelen hem prettig respectloos en hebben geen last van dat vaak genante, verlammende ontzag dat de doorsnee gesprekspartner intimideert. Op dat ontzag reageert de meester met afstandelijkheid, herinnert zich de mede-eigenaar van Muscle Shoals Sound Studio, Jim Johnson, in de Alabama Entertainment (augustus 2017).

De opwinding om hem te ontmoeten leidde tot ongemak. Hij was een bijzonder vreemd en interessant mens. Toen we hem voor het eerst ontmoetten, sprak hij geen woord en pas toen we hem op dezelfde manier gingen behandelen, sloeg hij om en werd hij vriendelijker. Ik geloof niet dat we in al die jaren ooit zo iemand hebben meegemaakt. Maar uiteindelijk ontwikkelden we een goede, prettige vriendschap.

Opnametechnicus Gregg Hamm deelt eendere ervaringen. “Iemand met zijn staat van dienst… aanvankelijk loop je op eieren.” En drummer Pick Whithers voegt daaraan toe dat ze (hij en mede Dire Strait Mark Knopfler) Dylan nooit spraken, behalve tijdens het werk in de studio, at the coalface, ‘in de loopgraven’.
Eén nuancering plaatst Johnson wel, en die betreft de dames:

Dat wil niet zeggen dat Dylan álle Slow Train Coming-muzikanten uit de weg ging tijdens die opnamesessies. Johnson lacht en verklapt dat alle drie achtergrondzangeressen bij hem in het Wilson Lake House woonden, waar hij gedurende die dagen verbleef.

In die dagen is dat gastenverblijf aan 1998 Lake Drive, Sheffield, nog eigendom van de studio, een prachtig, ruim huis aan de waterkant. Sinds juli 2014 wordt het via AirBNB aan particulieren verhuurd (vanaf € 93 per nacht) en uiteraard werft Clay, de huidige eigenaar, op de site met het historische gegeven dat Dylan hier heeft gewoond (‘en dit is de kamer waar Bob sliep’), natuurlijk vent hij uit dat het huis ooit van Muscle Shoals Sound Studio was en memoreert hij dat ook Stephen Stills hier heeft geslapen. ‘Het huis heeft een geweldige sfeer en als je een muzikant bent, is dit misschien wel de plek waar je je volgende nummer één-hit componeert.’ Nou zijn Stills noch Dylan aansprekende voorbeelden voor logees met hitparadeambities (Stills heeft zelfs nog nooit een Top 10-hit gehad), maar de advertentietekst heeft toch wel een sympathieke, kneuterige charme – en onderscheidend is dat pand aan de Lake Drive hoe dan ook.

In dat huis woont Dylan dus een paar weken met zijn drie achtergrondzangeressen en de aanhang daarvan; de peuter Tony. Aan dat ventje danken we dan het behoud van “Man Gave Names To All The Animals”, de luchtige spanningsbreker op Slow Train Coming. Voor Dylan zelf is het aanvankelijk niet meer dan een niemendalletje, een Spielerei op het terras van het Wilson Lake House, daar aan de waterkant. Maar Tony kraait van plezier als hij het hoort, Dylan kijkt op en ziet de kleine dubbel liggen van het lachen om “Ooh I think I’ll call it a cow” en bij “Ooh I think I’ll call it a pig.” De bard is om. “Dylan keek naar mijn gierende zoon en besloot dat hij het op de plaat zou zetten,” vertelt Regina aan Scott Marshall in april 2000 (On The Tracks #18). Vermoedelijk onderkent hij op dat moment de aparte aantrekkingskracht, de adempauzekwaliteit van dit lied tussen die devote, ernstige en strenge songs op Kant Twee van zijn eerste Christelijke plaat.

Onomstreden is het lied niet. In de roemruchte poll “Slechtste Bob Dylansong” van Rolling Stone (juli 2013) eindigt “Man Gave Names To All The Animals” op de vierde plaats (“Wiggle Wiggle” staat op één, maar de optie none krijgt eigenlijk de meeste stemmen, twee keer zoveel als de ‘winnende’ song). Dylanologisten vinden het goofy, dwaas of zelfs ‘afschuwelijk’ en Dylanfans schamen zich er vaak een beetje voor.
Supporters heeft de song echter ook, en niet de minste: de legendarische Townes Van Zandt, de songschrijver die ook door Dylan zo wordt bewonderd, covert het voor zijn tribuutalbum Roadsongs (1994), de plaat met live-opnames van songs waarvan ‘ik had gewenst dat ik ze had geschreven. Maar helaas.’ Van Johnny Cash is een vreselijk truttige demo-opname uit 1981 bewaard gebleven en een onwaarschijnlijke Johnny Borrell (van de dynamische indierockband Razorlight) produceert een erg droge, deels a capella-versie (The Atlantic Culture, 2016). De bekendste cover is die van Jason Mraz, een bonustrack op zijn doorbraakalbum We Sing. We Dance. We Steal Things (2008), en dat is ook wel de leukste. De versie van Tim O’Brien (Red On Blonde, 1996) is eveneens reuze aanstekelijk, maar bevat dezelfde flater als Johnny Cash: hij verknalt de pointe.

Op zich is de tekst niet al te hemelbestormend, natuurlijk. Het ís nu eenmaal, tot irritatie van veel critici, een nursery rhyme, een kinderliedje. Vijf coupletten met een hoog Dr. Seussgehalte:

Hij zag een dier staan in een wei
Het kauwde op gras en keek blij
Er kwam ook melk uit maar hij begreep niet hoe
“Ach, die noem ik een koe”

Maar het zesde couplet maakt Dylan opzettelijk niet af:

vandaag

We carried you in our arms
On Independence Day
And now you’d throw us all aside
And put us on our way

Bob Dylan & Richard Manuel - "Tears Of Rage"

afdwalen

Vrijdagavond was 't, al zappend langs de verschillende kanalen viel ik in het programma What we did on our holiday. Het eerste waar mijn oog op viel waren de boeken op de kast achter het meisje met de zonnebril en dan in het bijzonder het boek Dylan On Dylan dat op een stapel in het midden van de kast ligt. Ik volgde het programma niet meer. Het lukte niet meer, ik bleef maar staren naar die boeken, zoeken naar meer Dylan-boeken.
Tsja, boeken. Op Facebook schreef een New Yorker over de boekwinkel Unoppressive Non-Imperialist Bargain Books in de wijk Greenwich Village te New York. Deze boekwinkel, aldus de Facebooker, heeft een aparte Dylan-afdeling. Kun je het je voorstellen? Een boekwinkel met niet een paar Dylan-boeken, maar gewoon veel. Een droomwinkel.
Zo'n bericht op Facebook maakt nieuwsgierig en dus hapte ik toe, ik klikte op de ingesloten link. Dat klikken bracht me bij een artikel van Maggie Paley op de website van The New York Times. Dat artikel gaat over Unoppressive Non-Imperialist Bargain Books, zeg maar de Dylan-boekwinkel.
In die boekwinkel, aldus Paley, hangen twee posters. Een van die twee posters meldt: "Over 35 Different Bob Dylan Books in Stock!"
De eigenaar van de winkel, ene Mr. Drougas, is een Dylan-liefhebber. Wederom Paley: "Though the sound system has been quiet lately, it has been known to play Dylan from opening until closing."
Waarom gaat de stereo-installatie tegenwoordig niet meer aan om van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat Bob Dylan de winkel in te slingeren?
Is Mr. Drougas plots een liefhebber van de stilte geworden? Of heeft hij misschien klachten gekregen over geluidsoverlast?
Ergens in mijn achterhoofd, aan de ronde achterwand van mijn geest plakt een post it met de naam van die boekwinkel: Unoppressive Non-Imperialist Bargain Books. Het is een verre droom. Ik ben geen reiziger, geen avonturier. Ik ben het meest gelukkig thuis, tussen mijn boeken en platen.
In mijn dagdromen reis ik vaak ver genoeg. Laat mijn lichaam maar thuis.



Het is zo'n song waarbij je even vergeet wie je bent

Een dag of acht, negen geleden viel de opname van een Bob Dylan-concert in Nashville in mijn schoot. Het is uit de tijd dat Dylans band bestond uit Bucky Baxter, Larry Campbell, Tony Garnier en David Kemper. Het is uit de tijd dat Bob Dylan nog gitaar speelde tijdens zijn concerten. Mis ik die dagen? Volgens mij niet. Het is nu ook goed.
Zoals op zoveel concertopnamen van Bob Dylan komen ook op deze tape enkele verrassend sterke versies van bekende songs voorbij. Daarnaast bevat de opname enkele aangename verrassingen. In de eerste categorie vallen voor mij opener "Gotta Serve Somebody" met een deels nieuwe tekst en "Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again". In de tweede categorie valt de Hank Williams-cover "Honky Tonk Blues".
Het schitterende "Friend Of The Devil" gaat op deze opname wat de mist in. Niet omdat Dylan en band dit niet goed spelen, maar omdat het enthousiaste publiek zó luid meezingt dat Bob Dylan zo nu en dan overstemt wordt. Dat is jammer voor de opname, maar mooi - denk ik - voor de mannen en vrouwen die er bij waren die avond in Nashville.
Enfin, een dag of acht, negen geleden viel de opname in mijn schoot en sinds ik 'm voor het eerst beluisterde spookt het door mijn hoofd. Het zijn niet "Gotta Serve Somebody", "Mobile" of "Honky Tonk Blues" die mij wakker houden. Het is die ene song op deze opname die tot de buitencategorie hoort. En dat is uitzonderlijk. Bijna iedere concertopname bevat wel sterke versies en aangename verrassingen, maar een song van de buitencategorie is een rariteit. Het is zo'n song waarbij je even vergeet wie je bent.
Het is zo'n song waarover ik niet meer kan zeggen dan dit: als je de kans krijgt, luister dan. Deze tape, "It's All Over Now, Baby Blue". Kippenvel.

Bovenstaande gaat over het concert van 6 februari 1999.

de hoezen #3 - door Patrick Roefflaer

5 - Bringing it All Back Home 
Uitgebracht:22 maart 1965
Fotograaf: Daniel Kramer
Fotograaf achterzijde: Daniel Kramer
Hoestekst: Bob Dylan
Art-director: John Berg

Fotograaf Daniel Kramer raakt geïnteresseerd in Bob Dylan, door diens optreden in de Steve Allen Show op 25 februari 1964. Hij ziet hoe de jonge zanger zich ongemakkelijk voelt om vragen te beantwoorden op TV, maar helemaal open bloeit wanneer hij ‘Lonesome Death of Hattie Carroll’ brengt. (De opname is te beluisteren op de 50th Anniversary Collection 1964.)

Kramer contacteert Dylans manager Albert Grossman, met de vraag om een fotoshoot van een uur te mogen doen. Het antwoord is nee. De aanhouder wint echter en na een half jaar zeuren, krijgt hij eindelijk zijn zin. Het is dan 27 augustus 1964. Maar zijn model geeft zich niet zo gemakkelijk bloot. Op Dylans vraag wat voor soort foto’s hij wou maken, antwoordt Kramer: "Oh, doe maar wat je wou doen." Waarop Dylan hem mee neemt naar een filmzaaltje om recent opgenomen beelden te bekijken. In het duister kan de fotograaf natuurlijk niks beginnen.
Gelukkig ziet de fotograaf er de humor van in en uiteindelijk mag hij Dylan, zoals de titel van zijn boek aangeeft (Bob Dylan: A Year and a Day - Taschen, 2016) volgen: van 27 augustus 1964 tot 28 augustus 1965. Hij is daardoor een bevoorrechte getuige bij de overgang van de folkzanger naar een rockster.

Vanzelfsprekend mag hij de foto voor de hoes van Bringing It All Back Home verzorgen. “Het was mijn eerste platenhoes,” verklaart Kramer later. ‘Ik wist dat de muziek speciaal was en anders. Daarom wou ik ook een beeld dat met niks te vergelijken viel. Tot dan heeft Dylan niet voor mij willen poseren. Hij had liever dat ik hem in beweging vastlegde.’

Begin februari 1965 zijn de opnamen achter de rug en komt de hoes ter sprake. De platenfirma  heeft laten weten dat ze graag weer een meisje op de foto hebben, net als bij The Freewheelin’ Bob Dylan, twee jaar eerder. Bob heeft echter niet veel zin om zijn nieuwe vriendin op te voeren. Hij wil Sara Lowdnes liever buiten beeld houden – ook al omdat hij nog steeds iets heeft met Joan Baez.

Sally Grossman is net in het kantoor van haar man wanneer de boodschap binnenkomt en Dylan stelt voor dat zij het zal doen.

Kramer heeft een aantal van de opnamesessies bijgewoond en weet dus dat Dylan muzikaal een heel andere richting uitgaat.  En dat wil hij tonen op de hoes.  Hij wil hem kalm en onbeweeglijk tonen te midden van de chaos om hem heen. De boodschap is: ‘Bob Dylan ziet niet alleen dat de wereld om hem heen verandert, maar begrijpt het ook. Terwijl het voor ieder ander wazig is.’

‘Dat was allemaal lang voor photoshop,’ legt hij, in augustus 1996 uit aan Mojo. ‘Dus moest het wazige effect met de hand worden gemaakt. Ik bouwde een statief dat me toeliet de camera rond te draaien en de foto was het resultaat van een combinatie van statische en bewegende belichting. Ik zocht naar het gevoel van een beweging met hem als middelpunt.”

De shoot vindt plaats in huis van Grossman, in Bearsville bij Woodstock. De keuze voor de setting valt op de vroegere keuken van het huis: voor de open haard, rond een ligzetel (een cadeau van Mary Travers van Peter, Paul en Mary, voor het huwelijk van de Grossmans), waarop Bob en Sally plaatsnemen.
‘Op de ochtend van de fotosessie maakte ik een ruwe proeffoto, zonder Bob en hij begreep onmiddellijk wat ik voor ogen had.’
Om het geheel wat meer aan te kleden, stelt Daniel voor dat Bob wat favoriete spullen uitkiest. ‘Hij koos wat voorwerpen uit. Dat deed ik ook en misschien brengt Sally er ook een paar aan. Het wordt wat te druk - te gemaakt - en dus moesten we weer wat wegdoen.’

Naast boeken en tijdschriften zijn er ook heel wat elpees in beeld: The Impressions, Robert Johnson, Ravi Shankar en Eric Von Schmidt. Het valt op dat Dylans meeste recente album, Another Side of Bob Dylan, helemaal achteraan is beland: in de haard – als om aan te geven: dit ligt ver achter mij.

Helemaal vooraan ligt dan weer een EP van Françoise Hardy: ‘Tous les garçons et les filles’. Dit is de tweede keer op rij dat Dylan eer bewijst aan de française: een van de gedichten op de achterzijde van de hoes van Another Side was aan haar opgedragen.
Door de foto vierkant bij te snijden voor de hoes, valt de EP echter buiten beeld.

Meer info over de voorwerpen vind je hier.


Van het tiental foto’s die Kramer maakt is er slechts één waarop de twee personen én  de kat in de lens kijken. Volgens de biograaf Robert Shelton heet die kat overigens Rolling Stone (No Direction Home: The Life and Music of Bob Dylan - Beech Tree Books, 1986), maar andere bronnen hebben het dan weer over Lord Growing.

Het resultaat is schitterend: in plaats van het jonge, zorgeloze koppeltje van The Freewheelin’ Bob Dylan zien we nu een sjiek geklede heer in een  stijlvolle omgeving, geflankeerd door een elegante, zelfbewuste dame. De boodschap is duidelijke middelvinger aan diegenen die zeuren over zijn authenticiteit: bye-bye folkies, hier zit een rockster!

Het was de bedoeling dat de foto de hele hoes zou in beslag nemen, maar art-director John Berg beslist daar anders over. Hij voegt de witte rand en titel toe, maar laat wel de opsomming van de songtitels achterwege – een primeur voor Columbia.

Op de achterzijde prijken naast een tekst van Dylan, een selectie van zes zwart-wit foto’s gekozen uit  de portfolio van Kramer.
Van rechts boven naar links beneden:
Bob met Joan Baez (foto waarschijnlijk genomen in het Convention Center, Philadelphia, op 5 maart 1965);
Peter Yarrow praat met enkele politieagenten (foto gemaakt op 5th Avenue);
Allen Ginsberg (met hoge hoed) backstage tijdens een Dylan concert in het McCarter Theater in Princeton, New Jersey, in september 1964;
Dylan tijdens een opnamesessie voor Bringing It All Back Home;
Underground filmmaker Barbara Rubin (die Dylan introduceerde bij het gezelschap rond Andy Warhol) masseert Bobs hoofd backstage in het McCarter Theater;
Dylan (met hoge hoed) verlaat de Town Hall in Philadelphia, na het concert op 25 oktober 1964.

Daniel Kramer en John Berg krijgen een nominatie voor een Grammy voor beste hoesontwerp 1965. De eer gaat echter naar Robert M. Jones en Ken Whitmore, voor Jazz Suite on the Mass Texts van Paul Horn.


Naschriften
Geïnspireerd door het succes van de hoesfoto, doet Kramer de shoot een maand later nog eens over, voor de kaft van Dylans experimentele boek Tarantula. De locatie is opnieuw in Woodstock, maar dit keer in de tuin van het huis van de moeder van Peter Yarrow (de Peter van Peter, Paul and Mary). Op 15 maart 1965 schikken ze, voor het schuurtje een aantal voorwerpen rond Bob. Dit keer mag Sara wel in beeld.
Uiteindelijk wordt besloten om de foto niet te gebruiken. ‘Jammer genoeg, deden we het te goed,’ vertelt Kramer in zijn boek Bob Dylan by Daniel Kramer (Citadel Books, 1967) ‘De foto leek te sterk op die van Bringing It All Back Home.’

De titel Bringing It All Back Home kan verwijzen naar het terugkeren naar de muzikale roots uit zijn jeugd en tegelijkertijd ook naar de verschuiving van de focus van zijn songs van universele bekommernissen naar meer persoonlijke conflicten.
Anderzijds kan de titel ook worden geïnterpreteerd als een antwoord op de Britse Invasie in het kielzog van The Beatles. De jonge Britten brachten de rock ‘n’ roll terug in de Amerikaanse hitlijsten. Dylan nam de handschoen op, zette een nieuwe standaard voor het genre en claimde het zo opnieuw voor het land van oorsprong.
Mogelijk lag die laatste interpretatie mee aan de basis om in Engeland en ook in de Benelux de elpee  om te dopen naar de eerste single uit de plaat: Subterranean Homesick Blues. Die titel bleef zelfs een hele tijd aangehouden bij de overgang naar de cd.