Bob Dylan in de Kuip, 23 juni 1978

In februari 2008 begon ik met de blog Bob Dylan in (het) Nederland(s). In het eerste bericht op deze blog plaatste ik het gedicht van Pieter Jan Mellegers over Bob Dylans eerste concert in Nederland. Dat gedicht begint zo:

Toen JEZUS eindelijk naar Holland kwam -
in het Feyenoordstadion trad Hij op,
waar eertijds Billy G. en Reinier K. triomfen vierden -
stroomde gans het volk naar Rotterdam.

Het tweede bericht op deze blog ging ook over dit concert. Ik schreef:

Dylans eerste concert in Nederland was op 23 juni 1978 in het Feijenoord stadion te Rotterdam. Heel Dylanminnend Nederland moet die dag in Rotterdam, in de regen, samengepakt hebben gezeten. Heel Dylanminnend Nederland plus uitgever Geert van Oorschot.

Zoon Wouter van Oorschot: "In april van laatstgenoemd jaar [1978] vertelde ik Hilly dat Bob Dylan op 23 juni een concert zou geven in het Feijenoordstadion te Rotterdam. Reeds lang tevoren had ik mijn moeder voor zijn werk weten te winnen. Het sprak daarom voor mij vanzelf dat ze mij en wat vrienden daarheen zou vergezellen. Ze zag evenwel op tegen het massale karakter van de samenkomst en weigerde. [...] Tot mijn verrassing melde Geert [van Oorschot] dat hij graag mee zou gaan. [...] op een stadiontribune, in de stromende regen die voorafgaand aan het concert overvloedig valt, zit een in regenjas gehulde gestalte met een plastic haarkapje op die een krant leest. De enige reden waarom je wilt geloven dat hier de uitgever van Tirade zit, is omdat van onder dit haarkapje een florissant brandende havanasigaar uitsteekt." (Tirade 400)

Ook dichter Jan Kal - o.a. schrijver van negen sonnetten naar teksten van Bob Dylan (opgenomen in zijn boek 1000 sonnetten) - was erbij, aldus een dagboekaantekening van C. Buddingh' van 26 juni 1978: "Nederland, toch nog in de finale gekomen, gisteravond, zij het pas in de verlenging, met Stientje, Sacha, Wiebe, Walter en Jan Kal (die in Rotterdam had gelogeerd na afloop van het Bob Dylan-concert in het Feyenoordstadion) met 3-1 van Argentinië zien verliezen." (Dagboeknotities 1977 - 1985; blz. 275)

Het lijkt mij duidelijk: dat eerste concert van Bob Dylan in Nederland is belangrijk voor mij. Vandaag is het veertig jaar geleden dat dat concert plaats vond, dat Bob Dylan in De Kuip in Rotterdam zijn allereerste concert in Nederland gaf.
Op 23 juni 1978 was ik niet in Rotterdam. Op die dag zat ik waarschijnlijk zandtaartjes te bakken of reed ik rondjes op mijn step. Op 23 juni 1978 was ik 5 jaar. Hoewel ik niet in Rotterdam was om Bob Dylans verrichtingen op het podium van De Kuip op te zuigen op die dag in juni 1978, ben ik toch dichtbij geweest. Over dat dichtbij zijn schreef ik vijf jaar geleden, op het 35-jarige jubileum van dit concert. Ik schreef toen:

Het is 23 juni 1978. In tegenstelling tot miljoenen anderen heb ik nog nooit van Bob Dylan gehoord. In de zomer van 1978 speelde ik in de zandbak van mijn kleuterjaren. Ik heb geen herinneringen aan 23 juni 1978, aan Bob Dylans concert in het Feyenoord stadion in Rotterdam, aan zijn eerste concert in Nederland.
Mijn fascinatie voor dit concert is gevoed door het gebrek aan herinneringen en hoewel het onmogelijk is om achteraf die ontbrekende herinneringen alsnog in te halen, heb ik in de loop der jaren wel mijn best gedaan om een surrogaat op te bouwen. Ik moet inmiddels tientallen artikelen over dit concert hebben gelezen, honderden foto's van dit concert hebben gezien. En natuurlijk heb ik de opname gehoord en de paar minuten film gezien. Ik moet de beelden van het Polygoon Journaal al tientallen keren gezien hebben. Ik heb vele mensen gesproken die er bij waren, dichterbij kom ik niet.
Het is vandaag 35 jaar geleden dat Bob Dylan voor het eerst in Nederland optrad. In die 35 jaar is er veel gebeurd. Mijn gefabriceerde herinneringen aan dit concert zijn in die 35 jaar alleen maar sterker geworden. Een van de uitwassen van die fascinatie voor Bob Dylans eerste concert in Nederland is het stuk '23 juni 1978, Feyenoord stadion "de Kuip", Rotterdam' in mijn boek Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978. Het is een ruim twintig pagina's tellend stuk over dat eerste concert in Nederland. Tijdens het schrijven van dat stuk heb ik voor even de zandbak van mijn kleuterjaren verlaten om plaats te nemen in de Kuip, om Bob Dylan voor het eerst in Nederland te zien en horen optreden. Voor even was het weer 23 juni 1978.

Onderaan dat stuk plaatste ik een fragment over dit concert uit mijn boek Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978. Hier nogmaals dat fragment:


En dan, rond half negen, wordt het stil op het podium.
Heel stil.
Het publiek scandeert Dylans naam.
Een bruingekleurd, met velours bekleed, rond plateau op wieltjes wordt op het podium naar voren geschoven, de instrumenten staan er al op.
Negen uur, de band, zonder Dylan komt het podium op en speelt een instrumentale versie van ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’. Een paar minuten later volgt ook Dylan voor een optreden van tweeënhalf uur. Dylan komt op zonder gitaar. Zijn gitaar, een zwarte Fender Stratocaster met parelmoer ingelegde hals, staat dan al op het podium voor hem klaar. Tijdens de toegiften bespeelt Dylan een honey blonde Fender Telecaster (model 1952).
‘Een vreemd gevoel is dat. Daar staat hij dan, Bob Dylan, de dichter uit Minnesota, maar…
Onzin natuurlijk. ’t Is dwaas om te veronderstellen dat er meer gebeuren moet dan dat er gebeurt. En er gebeurt nogal wat. De sfeer prettig voelbaar, de muziek, beter nog, het geluid óók. We zijn met z’n duizenden één krankzinnig grote familie, samen in bad, in de Kuip, kletsnat, gezellig doorweekt. Onzin dus. Méér verlangen is gezeur.’ [1]
Is hij goed? Kan hij de onvermijdelijke vergelijking met zijn vroegere zelf, ergens uit de jaren zestig, aan, of valt hij glorieus door de mand?
‘In een witte broek en vest, een zwart leren jack en zwarte blouse leek de Dylan van 1978 nog altijd op de oude uit de jaren ’60. Maar ook in zijn muziek is Dylan in kwaliteit en zeggingskracht er niet op achteruitgegaan. Integendeel, zo goed als nu heeft hij nog nooit eerder gezongen en de muzikanten die achter hem staan zijn de beste waarmee hij tot nu toe gespeeld heeft.’ [2]
Henk Boom: ‘Nog niets heeft zijn [Dylans] stem aan fraaiheid, aan onverwachte wendingen, aan originaliteit ingeboet. Zijn zang is meer dan een niet te kopiëren instrument. Eén ding werd zo gisteravond [sic] duidelijk: Dylan is in de eerste plaats zanger.’ [3]

Het concert opent met een cover van het door Tampa Red geschreven ‘Love Her With A Feeling’ direct gevolgd door het eerste van twee nummers van Dylans net verschenen album Street-Legal [4]. Ik vraag me af hoeveel van de tienduizenden aanwezigen in de Kuip ‘Baby Stop Crying’ al in de albumversie gehoord hebben voor ze het Dylan vanaf het podium hoorden zingen.
En dan volgt de eerste massale herkenning, ondanks het geheel nieuwe arrangement, tijdens ‘Mr. Tambourine Man’. Het nieuwe arrangement valt echter niet bij iedereen in de smaak: ‘Het geoe-hoe van het trio [achtergrondzangeressen] maakte van “Mister Tambourine Man” een Engelbert Humperdinck-achtig gebeuren, dat bij lange na niet kon tippen aan de oorspronkelijke elpee-versie’, aldus Gerard Kessels in De Limburger [5] van 26 juni 1978. Het ‘recyclingsproces’ werkt, aldus Kessels, wel bij ‘Like A Rolling Stone’, ‘Ballad Of A Thin Man’ en ‘All I Really Want To Do’. Ook is Kessels zeer te spreken over de band: ‘De acht man sterke band manifesteerde zich als een geconcentreerd werkend gezelschap. Vooral de gitaristen Billy Cross, Ian Wallace en Steven Soles maakten indruk. Dat gold ook voor de economisch drummende Bobby Hall.’ [6] Dat Ian Wallace geen gitaar speelt, maar achter het drumstel zit en Bobby Hall verantwoordelijk is voor de percussie, doet aan de lofprijzingen van Kessels niets af.
Elly de Waard ziet ook wel wat minpuntjes aan het, zoals zij het noemt, ‘breed geïnstrumenteerd geluid waarin orgel en koor een belangrijke rol spelen’, maar is zeker niet alleen negatief: ‘In dat brede geluid is alleen nog maar ruimte voor korte soli, waarbij die van gitarist Billy Cross, violist David Mansfield en vooral Steve Douglas op diverse saxen en fluiten opvielen. Het geluid dat Dylan nu produceert is gemakkelijk in het gehoor liggend en commercieel. de up-tempo-kanten van zijn songs  zijn allemaal aangepunt, de vrolijke en opgewekte kanten eveneens. Al zijn songs hebben een opkontje gehad en dat werkt in sommige gevallen goed en in andere bepaald minder.’ [7]

De hoezen #2 - door Patrick Roefflaer

Vooreerst een correctie op The Freewheelin’ Bob Dylan.
Rob merkt terecht op: "De geplaatste James Dean foto (de overbekende 'boulevard of broken dreams' poster) gemaakt op Times Square is niet de juiste foto; bijgaand de foto die mogelijk als inspiratie diende voor de hoesfoto van The Freewheelin' (niet gemaakt door Dennis Stock maar Roy Schatt)."



4 - Another Side of Bob Dylan 
Uitgebracht: 8 augustus 1964
Fotograaf: Sandy Speiser
Hoestekst: Bob Dylan
Art-director: John Berg

Voor de hoesfoto van Dylans vierde elpee wordt opnieuw een staffotograaf van Columbia Records ingeschakeld. Dit keer is het niet Don Hunstein, maar zijn collega Sandy Speiser die van dienst is.
Van deze sessie zijn acht foto’s gekend.

Dankzij het speurwerk van Bob Egan kunnen we precies het traject volgen dat de fotograaf en zijn onderwerp hebben afgelegd, die dag in juni 1964.  (Zie hier)
Volgens Google Maps kan je het hele traject in nog geen twee minuten lopen.

De trip vertrekt midden in de muziekwijk van New York: op de kruising van Seventh Avenue en West 52nd Street. De studio van de platenmaatschappij Columbia bevindt zich vlakbij: op de zevende verdieping van het gebouw op nummer 799 van Seventh Avenue.
Dylan heeft er waarschijnlijk met mixen van de opnamen voor de plaat bijgewoond. Hoewel het zomer is, is het blijkbaar niet erg warm: hij draagt een zwarte trui met rolkraag, met daarover een zwarte vest zonder kraag. De linker pijp van zijn jeansbroek is onderaan opgelapt.

Ze steken de straat over en volgen West 52nd Street tot aan het volgende kruispunt.
Onderweg poseert Dylan in een speelhal, met een geweer richtend op een of ander spel. Hiervan zijn minstens drie verschillende foto’s in omloop.
Vervolgens hurkt hij voor de etalage van de speelhal. Achter het glas hangen carnavalsmaskers van Jackie Kennedy en Charles De Gaulle (twee foto’s).
Een paar meter verder, staat een politieagent te praten met een vrouw. Dylan kijkt over zijn schouder terwijl hij de twee passeert.
Dan poseert hij voor een kraampje met tijdschriften (twee foto’s in kleur).

Op de hoek van West 52nd Street met Broadway aangekomen, hurkt Dylan op de stoep, kijkt peinzende blik, naar de grond, leunt tegen een wegwijzer/straatnaambord en steunt tenslotte met de linkervoet op voet van dezelfde wegwijzer.
Die laatste foto wordt geselecteerd voor de hoes. In zwart-wit afgedrukt, centraal geplaatst tegen een witte achtergrond, met aan de linkerzijde de elpeetitel en het logo van CBS, aan de rechterzijde de songtitels.

Een lange tekst van Bob Dylan neemt de gehele achterzijde van de hoes in beslag: ‘Some Other Kind of Songs’.


De foto met de maskers, “Large Selection of Masks”, wordt in 2003 overwogen voor Volume 6 van de Bootleg Series: Live 1964 – Concert at Philharmonic Hall. Uiteindelijk krijgt een portret uit een andere sessie met Speiser de voorkeur.

Voor wie wil weten hoe de fotograaf er zelf uit ziet: op de foto gemaakt tijdens het beluisteren van de opname van ‘Like A Rolling Stone’, op 16 juni 1965, zit Sandy Speiser rechts vooraan, in een wit hemd.











Dylan & de Beats: de laatste dagen van Allen Ginsberg

In mijn net verschenen boek Dylan & de Beats schreef ik over de laatste dagen van Allen Ginsbergs leven:

In maart 1997 doken er geruchten op over een tv-special rond Allen Ginsberg. Het zou gaan om een aflevering van MTV Unplugged en Bob Dylan zou, aldus de geruchten, meedoen. Allen Ginsberg in een interview met Michael Goldman op 14 maart 1997: “I’m looking forward to working with Bob [Dylan] again soon, we’re going to be doing an album together. A kind of Ginsberg Unplugged.”  Die Unplugged-sessie van Allen Ginsberg stond gepland voor 20 juli 1997. Volgens Allen Ginsberg had niet alleen Bob Dylan toegezegd mee te willen werken aan deze sessie, ook Beck, Paul McCartney en Philip Glass zouden van de partij zijn.
Eind maart 1997 werd het voor Allen Ginsberg duidelijk dat hij terminaal ziek was, dat hij niet  lang meer te leven had. Hij belde honderden vrienden, bekenden en voormalige geliefden, waaronder Bob Dylan, om afscheid te nemen.
Op 3 april 1997 werd definitief besloten dat Ginsbergs tv-special niet door kon gaan vanwege de slechte gezondheid van de dichter.
Op 5 april 1997 overleed Allen Ginsberg, hij was zeventig jaar.

In 1997 gaf Bob Dylan maar liefst 94 concerten. Slechts één keer tijdens al deze concerten speelde hij “Desolation Row” en wel op 5 april 1997 in Moncton, Canada. Aan het eind van het nummer richtte hij zich tot het publiek met de woorden: “A friend of mine passed away, I guess this morning, that was one of his favorite songs, poet Allen Ginsberg.”

Vanochtend zette Billy 4 "Desolation Row" op YouTube, opgenomen tijdens het concert in Moncton, Canada op 5 april 1997. Dat zal toeval zijn, ik ken Billy 4 niet. Een mooi toeval.
Luister naar "Desolation Row" hier.




Dylan kort #1301

Bob Dylans Amerika met Wolfgang Niedecken is een documentaireserie van vijf afleveringen van ongeveer een half uur per stuk die deze week op Arte wordt uitgezonden. Vier van de vijf afleveringen staan inmiddels online, zie hier. Zeer de moeite van het kijken waard. Het is te hopen dat NTR of een andere Nederlandse omroep binnenkort het goede voorbeeld van WDR / Arte volgt.
Bob Dylan Live 1962 - 1966; Rare Performances Form The Copyright Collections de dubbel-cd waarvan aanvankelijk gedacht werd dat die alleen in Japan zou uitkomen, lijkt toch een wereldwijde release te zijn. De cd is inmiddels bij verschillende winkels te bestellen. Zie bijvoorbeeld hier. Bob Dylan Live 1962 - 1966 verschijnt 28 juli, voor de prijs hoef je het niet te laten. [met dank aan Rob]
Mike Posner - "I Took A Pill In Ibiza", een bekend beeld, zie hier. [met dank aan zoonlief voor de tip]
Nieuwe pagina: Misschien is het je al opgevallen, misschien nog niet: bovenaan de kolom rechts op deze blog staan sinds enkele dagen twee knoppen met de namen "BD in NL (home)" en "Dylan & de Beats". Deze knoppen geven de mogelijkheid om te schakelen tussen de hoofdpagina van Bob Dylan In (Het) Nederland(s) - de pagina waar je nu naar kijkt - en een pagina over het net verschenen boek Dylan & de Beats.

Dylan & de Beats

Dylan & de Beats, een studie naar de invloed van The Beat Generation op Bob Dylan is verschenen.

Dylan & de Beats is de weerslag van de grondige studie die Dylan-kenner en Beat-liefhebber Tom Willems deed naar de invloed van de schrijvers van The Beat Generation op het werk van Nobelprijswinnaar Bob Dylan en vice versa. Niet eerder werd er zo uitvoerig en met zoveel inzicht geschreven over deze relatie.

Drie jaar schrijven en een volwassen leven lang oog hebben voor de connecties tussen Bob Dylan en de schrijvers van The Beat Generation heeft geresulteerd in Dylan & de Beats, de meest diepgravende studie naar de connecties tussen Beat-schrijvers als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs enerzijds en Bob Dylan anderzijds. Om Dylan & de Beats te kunnen schrijven las Tom Willems een boekenkast vol Beat-literatuur, onderhield hij contact met curatoren van het Allen Ginsberg-archief en luisterde hij maandenlang naar niets anders dan Bob Dylans muziek.
In Dylan & de Beats beperkt Willems zich niet tot de grote namen uit de Beat Generation - de inmiddels legendarische literaire beweging uit het Amerika van de jaren vijftig en zestig - als Allen Ginsberg en Jack Kerouac. Ook Beat-schrijvers Lawrence Ferlinghetti, Gregory Corso, Michael McClure, LeRoi Jones, Peter Orlovsky en vele anderen zijn in Dylan & de Beats te vinden.

Tom Willems legt in Dylan & de Beats connecties tussen songwriter Bob Dylan en de schrijvers van The Beat Generation bloot die tot op heden grotendeels verborgen bleven. Zo is er veel aandacht voor de invloed van de boeken van de Beats op Bob Dylans mid-sixties meesterwerken Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde On Blonde en het boek Tarantula. Verder gaat Willems in Dylan & de Beats uitvoerig in op Bob Dylans verblijf in en rond San Francisco in december 1965, een tijd waarin hij veelvuldig in het gezelschap verkeerde van Allen Ginsberg, Lawrence Ferlinghetti en Michael McClure en weet hij antwoord te geven op de vraag: Is Bob Dylan een van de Beats?

Bij het lezen van Dylan & de Beats wordt duidelijk dat de invloed van Jack Kerouac op Bob Dylan verder strekt dan alleen zijn bekendste boek, On The Road, zijn dichtbundel Mexico City Blues of het enige boek dat bij Kerouacs leven verscheen waarin de naam Bob Dylan te vinden is: Desolation Angels.
Ook toont Willems in Dylan & de Beats aan dat de door William Burroughs bekend gemaakte cut up-techniek door Bob Dylan met name in de jaren 1965 en 1966 werd gebruikt.
In Dylan & de Beats schrijft Willems niet alleen over het belang van de dichtbundel A Coney Island Of The Mind van Lawrence Ferlinghetti voor Bob Dylan, maar ook over het belang van Bob Dylans songs voor het schrijven van Lawrence Ferlinghetti.

Het meest uitvoerige hoofdstuk in Dylan & de Beats is gereserveerd voor de vriendschap tussen Beatdichter Allen Ginsberg en Bob Dylan. In dit hoofdstuk gaat Willems niet alleen in op die vriendschap maar ook op de invloed van Allen Ginsberg op Bob Dylan en vice versa. Zo schreef Allen Ginsberg meerdere gedichten voor en over Bob Dylan en zorgde Bob Dylan er al dan niet  bewust mede voor dat de dichtbundels The Fall Of America en Gates Of Wrath van Allen Ginsberg konden verschijnen.
Als een extra is in Dylan & de Beats een niet eerder gepubliceerd interview met Allen Ginsberg over zijn samenwerking met Bob Dylan tijdens het opnemen van songs voor zijn album First Blues opgenomen.

Verder bevat Dylan & de Beats hoofdstukken over de relatie tussen Bob Dylan en respectievelijk Gregory Corso en Michael McClure. In aparte hoofdstukken gaat Tom Willems in Dylan & de  Beats onder andere nog in op de grote aanwezigheid van de Beats op de hoes van Bob Dylans album Bringing It All Back Home, de invloed van bijna vergeten Beats als Bob Kaufman en Richard Brautigan op Bob Dylan en de aanwezigheid van Beats in Bob Dylans werken uit de eenentwintigste eeuw.



Tom Willems - Dylan & de Beats
Uitgeverij Brave New Books, 2018
ISBN 9789402176070
Softcover, 350 pagina’s, €26,50

Maxima sings Dylan - door Leo Lotterman

Argentijnse media berichtten dat koningin Maxima op de begrafenis van haar zus het lied “Knockin’ on heaven’s door” van Bob Dylan heeft gezongen. Eerder zong zij op de begrafenis van haar vader ook een lied van Dylan. Welke, dat stond jammer genoeg niet in het bericht. Los van de verdrietige aanleiding, is dit nieuws voor mij, die al langer dan levenslang in Bob is, te mooi om niet waar te zijn. Ik word er blij van. Omdat “Knockin’ on heaven’s door” gewoon een heel erg mooi lied is. Dat is één. Twee is dat onze koningin blijkbaar ook een beetje in Bob is. Drie, ten slotte. Er gaat weinig boven een koningin die liedjes van Bob Dylan zingt. Ze zingt ze vast heel mooi. Troostrijk, vermoed ik.

zie hier.






Dylan kort #1300

Bob Dylans Amerika op Arte, aanstaande maandag en nu al online, zie hier. [met dank aan Floater]
Onder de titel Bob Dylan Approximately is er een Dylan-tribute in Venlo op 18 november, zie hier. [met dank aan Henk]
De trailer van het computerspel The Last Of Us part 2 bevat een mooie versie van "Little Sadie", een nummer dat Bob Dylan ook opnam voor Self Portrait, zie hier. [met dank aan Wim]
Bob Dylan als dichter, is er iemand bij deze lezing op Texel geweest? Zie hier.
40 jaar Street-Legal, zie hier.
Gevonden zin: "Net zoals Bob Dylan en The Rolling Stones brengt Kamagurka af en toe een oude hit die klinkt als een nieuwe." Vindplaats hier.
Bob Dylan is het onderwijs ingeslopen: "Medeoprichter, onderwijskunstenaar en directielid Sjef Drummen gebruikt bij zijn lezingen over dit onderwijsconcept een tekst van Bob Dylan (1966): 'But to live outside the law, you must be honest.' Vindplaats hier.

aantekening #6741

The sun’s not yellow it’s chicken

Hoe vaak heb ik No Direction Home, de documentaire over het eerste deel van Bob Dylans carrière, in de loop der jaren gezien? Ik weet het niet precies, ik houd het maar op vaak.
Gistermiddag keek ik deel 1 van No Direction Home, vanochtend in alle vroegte deel 2. Als wat ik me tijdens het kijken kon herinneren van al die keren dat ik eerder keek een goede graadmeter is voor hoe vaak ik die film heb gezien, dan heb ik deel 1 vaker dan deel 2 gezien.
Vreemd, ik dacht dat ik films altijd van begin tot eind keek. Niet dus.

Goed, No Direction Home dus.
Wanneer ik Joan Baez "Love Is Just A Four Letter Word" hoor zingen, denk ik "damn, dat had Dylan moeten zingen."
Ik val voor de porseleinen "Visions Of Johanna" ergens in de tweede helft van deze film. Iedere keer weer.
De magere, bijna doorschijnende Allen Ginsberg niet lang voor zijn dood die huilt om "A Hard Rain's A-Gonna Fall" zoals hij in 1963 ook deed en die andere Beat, Lawrence Ferlinghetti die - voor wie weet waar hij moet kijken - niet één, maar twee keer voorbij komt. Zijn woorden blijven hangen.

I was an American boy.
I read the American Boy Magazine   
and became a boy scout   
in the suburbs.

En de camera die langs de lange rij wachtende concertbezoekers raast, ergens in de laatste minuten van No Direction Home. Wie goed kijkt ziet in een flits een wachtende voor even uit de rij stappen om te zwaaien naar de camera.
Wat stond er ook al weer op die poster waar Bob Dylan voor stond toen Daniel Kramer hem op de foto zette? O ja: "Protest against the rising tide of conformity" en hoewel die poster niet meer is dan een ordinaire reclameposter voor gin, is de slogan er eentje om te onthouden. Een levenshouding waarbij men af en toe even uit de rij stapt in één zin gevat. Zoiets.

Goed, No Direction Home dus.
Goede docu, eentje om nog vaak te kijken. Die docu stuurde me naar de platenkast en dus draai ik nu de ene na de andere take van "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" en "Tombstone Blues".
Goede muziek voor de zaterdagochtend. Het schudt wakker, maar op een dragelijke manier. "I'm chillin' with Bob Dylan", zoals Sheldon in een van de afleveringen van The Big Bang Theory zegt. Zo is 't deze ochtend.

Ik had natuurlijk Street-Legal moeten draaien, gisteren of anders vandaag, maar ik heb er momenteel de oren niet voor. Ik zit nu even vast in No Direction Home en de muziek uit halverwege de jaren zestig.
Street-Legal verscheen op 15 juni 1978, gisteren veertig jaar geleden. Voor veel Nederlandse Dylan-liefhebbers - zo stel ik me voor - was het verschijnen van Street-Legal een aangenaam opstapje naar Bob Dylans allereerste concert in Nederland, acht dagen later, op 23 juni 1978.
Ik heb daar geen herinneringen aan. In juni 1978 was ik vijf. En hoewel het zinloos, onzinnig is, heb ik daar soms spijt van. Spijt dat ik zo laat geboren ben.

Het liefst zou ik nu in de auto stappen en de 160 kilometer naar mijn geboortegronden rijden. Vis eten en zeggen hoe geweldig het er is. De hele weg de ramen open en Highway 61 Revisited in de cd-speler. Maar ik ga niet, verplichtingen en vermoeidheid kluisteren mij aan huis en dus verwisseling de ene cd voor de andere. Nee, geen Highway 61 Revisited, dat album is vandaag onlosmakelijk verbonden met de reis die ik niet ga maken. Ik hoef geen herinnering aan wat ik niet ga doen.

Misschien is het tijd voor iets van tournee 1966, een solo-set. Terug naar "Visions Of Johanna" en de schok die het kijken van de bijbehorende beelden in No Direction Home me gaven.

Ik blijf thuis, Bob Dylan zingt.
Het is zaterdag.
Mij kan niks gebeuren.
Chillin' with Bob Dylan.

De hoezen #1 - door Patrick Roefflaer

Dit voorjaar kon je, in de bibliotheek van het Belgisch Limburgse Genk, een unieke tentoonstelling bezoeken rond Bob Dylan. Onderdeel daarvan was een presentatie van de vinylhoezen van zijn studio- en live elpees. Ik had de eer daarbij een rondleiding te mogen verzorgen om tekst en uitleg te geven.
De resultaten van mijn opzoekingswerk wil ik graag met jullie delen in een serie posten. 

Op 26 oktober 1961, tekent Bob Dylan een platencontract met Columbia Records in New York City.
Dat hij bij Columbia – een van de grootste Amerikaanse platenmaatschappijen – terecht komt is een gelukkige gebeurtenis. Wie weet hoe zijn carrière zou zijn verlopen indien hij bij een in folk gespecialiseerde maatschappij was ondergekomen, zoals Folkways Records, Elektra of Vanguard. Misschien hadden puristen wel de stekker getrokken uit zijn voorstel om elektrisch versterkt te gaan spelen.

Anyway, belangrijker nog in dit verhaal is dat, kort voordat Dylan bij Columbia Records onder contract komt, de afdeling vormgeving van de platenmaatschappij net helemaal is vernieuwd. Bob Cato (37) is in 1960 aangesteld als hoofd van de afdeling en John Berg (29) kwam een jaar later als diens assistent.
Samen zorgen ze voor frisse nieuwe beeldentaal – net op tijd voor de rockmuziek die het zal overnemen van de jazz uit de jaren vijftig. Zeker nadat Cato in 1965 wordt bevorderd tot adjunct-directeur en Berg zijn plaats inneemt aan het hoofd van de afdeling, levert de afdeling baanbrekend werk af. In de dertig jaar dat hij bij de firma blijft, maakt Berg meer dan 5000 hoezen, waaronder Born to Run van Bruce Springsteen en Underground van Thelonious Monk.

Belangrijk om weten in dit verhaal is ook dat in het contract staat vermeld dat de artiest de foto mag aanleveren die op de voorzijde van de hoes wordt afgedrukt.

1 - Bob Dylan 
Uitgebracht: 19 maart 1962
Fotograaf: Don Hunstein
Hoestekst: Robert Shelton
Art-director: John Berg

December 1961
Veel tijd of geld wil de firma niet besteden aan de hoes van het platendebuut van hun nieuwste aanwinst. Een van de staffotografen krijgt de opdracht om een portret van de folkzanger te maken. Don Hunstein vindt het zelfs niet nodig om er de fotostudio van Columbia Records aan 7th Avenue
voor te verlaten. Hij laat Bob plaatsnemen voor een raam, gitaar in de hand – klik, klik en klaar is Kees.

De 20 jaar oude Dylan ziet er uit als een koorknaap, met blozende wangen, een jas van schapenvacht en op zijn hoofd een zeemanspetje - zoals zijn idool Woody Guthrie er ook droeg. Hij kijkt geamuseerd in de lens, een beetje onwennig onder de aandacht. 
Om te voorkomen dat het CBS-logo in de linkerbovenhoek niet goed zichtbaar zou zijn door de hals van de gitaar, laat Berg de foto in spiegelbeeld afdrukken.

Begin jaren zestig is het gebruikelijk om de songtitels op de voorzijde op te sommen. Om kosten te drukken is de achterzijde van de hoes steeds in zwart-wit. Het kleine zwart-wit portret in de linkerbovenhoek is ook gemaakt door dezelfde fotograaf, waarschijnlijk tijdens een van de twee sessies voor de opname van de elpee, einde november 1961.
De rest van de achterzijde is ingenomen door twee teksten. In de rechtse kolom staat het artikel van Robert Shelton, dat eerder werd gepubliceerd in The New York Times (29 september 1961) en dat toen de jonge artiest onder de aandacht bracht van producer John Hammond. De rest van de hoestekst is toegeschreven aan ene Stacey Williams – een pseudoniem waarachter diezelfde Shelton zich verschuilt.






2 - The Freewheelin’ Bob Dylan 
Uitgebracht: 27 mei 1963
Fotograaf: Don Hunstein
Hoestekst:  Nat Hentoff
Art-director:  John Berg

Hetzelfde team als voor de debuutelpee is ook verantwoordelijk voor de hoes van Dylans tweede elpee. 
Don Hunstein herinnert zich: ‘Ik sprak af met Bob in zijn appartement, op de derde verdieping [boven Bruno's Spaghetti Shop, op 161] West 4th Street in Greenwich Village. Het appartement was nogal somber, maar ik maakte er toch een bruikbaar setje foto’s, waarvan een aantal met zijn vriendin Suze. Dylan zelf was toen al bewust bezig met zijn imago. Hij was zelfverzekerd en wist hoe te spelen met de camera.’

Daarna stelt de fotograaf een andere locatie voor: ‘Ik zei dat ik even naar buiten wou. Ik keek door het raam en zag dat het snel donker zou zijn.’

Het is februari 1963. Binnen was het al niet te warm, maar buiten ligt er sneeuw. Daarom trekt Suze nog een tweede dikke trui aan, onder haar jas. Dylan wil er echter cool uitzien en verkiest enkel een jasje van hertenleer over zijn hemd aan te trekken – absoluut niet geschikt voor het koude winterweer.
‘Op sommige foto’s is duidelijk dat we het ijskoud hadden’, vertelt Suze. ‘Bob in elk geval, in dat dunne jasje. Maar het plaatje telde.’

Chris Wade - Bob Dylan in the 1980s

Gisteren in mijn handen gevallen, vandaag uitgelezen: Bob Dylan in the 1980s van Chris Wade. Het is geen dik boek en het leest makkelijk weg. Een heerlijk boek om even tussendoor te lezen.
Een boek over Bob Dylan in de jaren 80, een decennium dat volgens menig Dylan-schrijver maar het best zo snel mogelijk vergeten kan worden.
Chris Wade is goddank eigenwijs, hij luistert niet naar het liedje van menig Dylan-schrijver dat we allemaal kennen, maar trekt zijn eigen plan. In Bob Dylan in the 1980s schrijft hij (kort) over ieder studioalbum dat Bob Dylan in de jaren 80 uitbracht, de verschillende tournees, de film Hearts Of Fire en komt daarbij soms tot verrassende conclusies: Saved en Shot Of Love zijn - in tegenstelling tot Infidels - uitstekende albums en Saved is misschien wel Dylans best klinkende album.
Hoewel ik het lang niet met alles wat Wade schrijft eens ben, is het verfrissend om Bob Dylan in the 1980s te lezen. Het lezen van een afwijkende mening zet de geest weer even op scherp.
Met name in de eerste helft van Bob Dylan in the 1980s wordt die geest op scherp gezet. Zodra Wade schrijft over de tweede helft van de jaren 80, over albums als Down In The Groove en Oh Mercy, lijkt hij zijn frisse schrijfpen leeg te hebben geschreven.
Bob Dylan in the 1980s is geen topboek - daarvoor had Wade een stuk uitvoeriger op het onderwerp in moeten gaan - maar zeker een aangenaam boek om tussendoor te lezen. Met name de frisse blik die Wade werpt op Dylans albums uit de eerste helft van de jaren tachtig en het in dit boek opgenomen interview met gitarist Ira Ingber maken Bob Dylan in the 1980s tot een alleraardigst boek.