aantekening #7083


~ * ~ * ~ * ~

Op YouTube staat sinds gisteren een filmpje met fragmenten van nieuwe series, documentaires en films die in juni voor het eerst op Netflix te zien zullen zijn. In dat filmpje zitten een aantal flitsen van de documentaire die Martin Scorsese maakte over Dylans Rolling Thunder Revue.
Flitsen van Dylan op een podium, een recente(re) Dylan en Dylan en Allen Ginsberg bij het graf van Jack Kerouac.
Bij dat graf lazen Allen Ginsberg en Bob Dylan uit Mexico City Blues, een dichtbundel van Jack Kerouac. Dat lezen zit niet in de paar seconden die nu op YouTube staan. Wat we wel te zien krijgen - en nog niet te horen - is Bob Dylan die speelt op het door Allen Ginsberg meegebrachte harmonium.
Hoeveel seconden van de 1975-film krijgen we te zien in het reclamefilmpje? Ik heb het niet geklokt, maar als ik een schatting zou moeten maken, zou ik zeggen ergens tussen de 5 en de 10 seconden. Niet meer.
Het is genoeg om me te doen verlangen naar die film.

~ * ~ * ~ * ~

23 mei, vandaag drieënveertig jaar geleden speelde Bob Dylan een niets ontziende versie van "Idiot Wind" tijdens een concert in Fort Collins, Colorado. Die "Idiot Wind" is te horen op het album Hard Rain en te zien in de gelijknamige concertfilm.
Een aantal jaren geleden maakte ik een screenshot van een getergde Dylan die de woorden van "Idiot Wind" het publiek in spuugt op die dag in mei in Fort Collins. Het screenshot heeft jaren in de zijbalk van deze blog gestaan, een paar jaar geleden heb ik die afbeelding van de blog gehaald. 
Het grappige is dat ik die afbeelding, het screenshot dat ik ooit maakte, steeds vaker op internet tegenkom. Vandaag nog (zie hier). Blijkbaar ben ik niet de enige die deze foto een goede weergave van het het concert op 23 mei 1976 vindt.


~ * ~ * ~ * ~

I can’t feel you anymore, I can’t even touch the books you’ve read
Every time I crawl past your door, I been wishin’ I was somebody else instead
Down the highway, down the tracks, down the road to ecstasy
I followed you beneath the stars, hounded by your memory
And all your ragin’ glory

~ * ~ * ~ * ~

"Hé, met mij."
"Zeg het eens."
"Heb jij dat kaartje nog gestuurd?"
"Dat zou jij toch doen."
"Nee, jij! Dat heb ik je nog gevraagd!"
"Nou, dat had ik niet begrepen."
"Lekker dan."
"Stuur ik er morgen toch alsnog eentje."
"Da's natuurlijk te laat, hè."
"Kan toch nog wel..."
"Nee joh, morgen is hij al jarig."
"O, morgen al."
"Verdomme. Ik vroeg je een simpel iets te doen..."
"Sorry hoor, ik heb je gewoon niet goed begrepen."
"Ik los het wel weer op."
"Maar ik kan toch alsnog..."
"Nee, laat maar. Ik stuur morgen wel een kaartje digitaal."
"Of je laat een bosje bloemen bezorgen."
"Nah... Ik bedenk het wel wat 't gaat worden. Komt goed."
"Doe je het wel namens ons samen dan?"
"Als je meebetaalt wel, ja."

Hard Rain

Ieder jaar rond de derde week van mei voel ik dat 't moet om de rust weer in mijn kop te krijgen: Hard Rain draaien, misschien wel Dylans beste live-album.
Beter dan Before The Flood of Unplugged.

Ik zie mezelf weer de trap aflopen in het ouderlijk huis - altijd datzelfde beeld als ik aan Hard Rain denk - zestien jaar & de paar noten die "Maggie's Farm" inleiden voor me uit fluitend.
Muziek is herinnering.
Herinnering en beeld.
De zwart omrande ogen van de 34-jarige Bob Dylan staren me aan vanaf de hoes van Hard Rain. Ze volgen me door de kamer.
Ik ben inmiddels ouder dan de Hard Rain-Dylan & toch zal hij altijd mijn senior zijn.
Ik herinner mij niets van mei 1976, ik was drie toen Hard Rain werd opgenomen. Ik ben nu 46 & Bob Dylan is ouder dan mijn vader is.
Zo'n dertig jaar geleden hoorde ik Hard Rain voor het eerst.
Soms is muziek ook gewoon wiskunde.

Is het mogelijk om in mei niet aan Hard Rain te denken?
Wat men ook beweert, er zijn domme vragen.

Iedere keer als ik Dave Rawlings in "Method Acting / Cortez the Killer" hoor zingen dat T-Bone de tape moet laten rollen denk ik aan Hard Rain.
Dat gaat zo:

So T-Bone, please keep the tape rolling
We'll keep strumming that guitar
We need a record of our failures
We must document our love

T-Bone Burnett liet tijdens de opnamen voor Hard Rain geen banden lopen, hij speelde gitaar en piano.
Een kop vol associaties is een kop vol verwarring.

Vier songs van dit album werden opgenomen op 16 mei 1976 tijdens een concert in Fort Worth, Texas: "I Threw It All Away", "Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again", "Oh Sister" en "Lay, Lady, Lay". De overige vijf nummers werden een week later, op 23 mei tijdens het concert in Fort Collins, Colorado, opgenomen.
Soms is muziek een verzameling feiten en wetenswaardigheden.

Goed, ik luister naar Hard Rain, het is zo'n beetje de derde week van mei. Het is tijd.
De muziek is bruut, soms op een tedere manier bruut, zoals in "Oh Sister" en "Lay, Lady, Lay", maar bovenal is het bruut. Hard. Take no prisoners, dàt soort muziek.
Hoe goed ik het album als geheel ook vind, ik kan eigenlijk nooit wachten tot ik aan kant twee kan beginnen.
Het zoeken met de slidegitaar aan het begin van "Shelter From The Storm" trekt een nieuwe wereld open, een wereld die er voor kant 2 van Hard Rain niet bestond, niet voorstelbaar was.
Het is op het randje, deze "Shelter From The Storm", zwevend tussen er net op en er net naast. Het wankelen op dat randje maakt dit zo mooi.
Als ik naar Hard Rain luister zie ik de beelden uit de gelijknamige concertfilm voor mij verschijnen. Beeld en geluid zijn bij Hard Rain onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Tijdens "You're A Big Girl Now" gebruikt Dylan een van zijn andere stemmen. De muziek, de sfeer krijgt een schop in een andere richting.
De viool die er doorheen krast als een psycholoog door de geest van een puber. Het heelt, maar er blijft ook wat achter.

Past een song van Nashville Skyline tussen drie songs van Blood On The Tracks? Wel als je Dylan op een podium zet.
"I Threw It All Away" wordt opengescheurd en dan moet het echte werk nog beginnen.

Ik geloof niet spoken. Ik ben niet bang voor de belastingen, God of eenzaamheid. Ik ben bang voor Bob Dylan die "Idiot Wind" zingt, 23 mei 1976.
En toch luister ik iedere keer weer, want ondanks de angst voor wat dit met mij doet, doet het vooral ook veel goeds.

Het zet tijd stil.
Het laat mij die diepste uithoeken van mijn geest zien.
Het tilt me op en kwakt mij weer neer.
Het scheldt me uit terwijl het mijn haar aait.
Het verscheurt me.
Het verscheurt me zodat ik als nieuw kan opstaan.
Het is Dylans feniks-song.

En aan het eind spring ik op als een klein kind, klap in mijn handen en roep "nog een keer, nog een keer, nog een keer."
En begin van voren af aan.
Ik begin met de jongen van 16 die de inleidende noten van "Maggie's Farm" voor zich uit fluit terwijl hij de trap van het ouderlijk huis afloopt.
Laat het altijd de derde week van mei zijn.

Ellyn Maybe

Tweeënhalve week geleden schreef ik hier onder de titel "boeken" onder andere over The Outlaw Bible of American Poetry. In die bloemlezing las ik voor het eerst poëzie van Ellyn Maybe. Omdat ik onder de indruk was van haar gedichten in The Outlaw Bible of American Poetry bestelde ik bij een of andere winkel in Amerika de bundel The Cowardice of Amnesia (1998) van Maybe.
Die bundel viel gisteren op de deurmat. Ik heb 'm inmiddels gelezen. Een uitstekende bundel, helemaal in mijn straatje.
Nou lees ik wel vaker een boek waarvan ik onder de indruk ben, maar dat betekent nog niet dat ik er hier over schrijf. Als ik hier over een boek schrijf, dan moet er een Dylan-connectie zijn.
Ik ben Bob Dylan op veertien verschillende bladzijden in deze bundel tegengekomen, zoals bijvoorbeeld in het gedicht "Ball & Chain Record Store":

Hippies and New Age people are like
     the difference between Bob Dylan and Bob Hope.

Of in het gedicht "My Mind Is a Radio":

my mind is a radio
once I could sing
        the play by play of Blonde on Blonde
        like it was Eddie Doucette weaving
        basketball free throw averages
        with a handful of scars

every day I listened to all Dylan
        all of the times there are a-changin'

I sat in a rockin' roll chair
my own Edward Hopper painting

my eyelids showing outtakes
        from Renaldo and Clara
        and Eat The Document
        to the amphitheater
        between retina and lash

Rolling Thunder Revue - voor wie niet kan wachten

Voor wie niet kan wachten, op bol.com zijn samples van alle tracks op The Rolling Thunder Revue: The 1975 Live Recordings te beluisteren. Zie hier.
[met dank aan Hans]


verkoop

Onlangs is een privécollectie van een Dylan-verzamelaar vrijgekomen voor de verkoop. 90% van de collectie wordt nog niet online aangeboden. Het gaat om een grote collectie bestaande uit boeken, dvd's en cd's.
Mocht je serieus interesse hebben om te kijken (in Amersfoort) of er items bijzitten die jij zou willen kopen, stuur mij dan even een e-mail, dan breng ik je in contact met de verkoper.

Don’t Ya Tell Henry (1967) - door Jochen Markhorst


Don’t Ya Tell Henry (1967)

“Die oude folksongs,” zegt Dylan in het chaotische, onserieuze New York Post-interview met Nora Ephron en Susan Edmiston in de late zomer van 1965, “dat is de enige muziek waarin het allemaal niet zo simpel is. Die zijn bizar, gevuld met legendes, mythes, Bijbel en geesten. Zelf heb ik nog nooit iets geschreven dat moeilijk te begrijpen is, althans niet voor mij, en niets dat zo uitzinnig is als die oude songs. Die gaan echt helemaal los.”
“Zoals welke songs?” vragen de dames.
Little Brown Dog,” antwoordt Dylan, en hij zingt een stukje voor: “I bought a little brown dog, its face is all gray. Now I’m going toTurkey flying on my bottle.”

Het is - wederom - een halfserieus antwoord. "Little Brown Dog" is inderdaad een eeuwenoud, bizar liedje dat helemaal teruggaat naar "When I Was A Little Boy", waarvan weer echo’s te horen zijn in “Nottamun Town”, dat door Dylan omgekat zal worden tot "Masters Of War". “Al die liedjes zijn met elkaar verbonden,” zegt Dylan in zijn fameuze MusiCares-speech, 2015, “laat je niet voor de gek houden. Ik heb alleen maar een andere deur op een ander manier geopend. Het is alleen maar hetzelfde op een andere manier verteld.”

In dat interview vijftig jaar eerder demonstreert de jonge Dylan dat ook: hij improviseert ter plekke een variant op de oorspronkelijke tekst van "Little Brown Dog", dat hij vermoedelijk in de versie van Judy Collins kent (op Golden Apples In The Sun, 1962):

I buyed me a little dog its color it was brown
Taught him to whistle to sing and dance and run
His legs they were fourteen yards long his ears they were broad
Round the world in half a day on him I could ride
Sing taddl’o day

Het lied is, in varianten en met andere titels, ook opgenomen door onder anderen Dave van Ronk, Taj Mahal en Peggy Seeger (in 1957). Dylan neemt de Van Ronkvariant op in 1970, die als "Tattle O’Day" zal verschijnen op The Bootleg Series: Another Self Portrait (2013). Die tekst is nonsensicaal genoeg. Er komt een halve kinderboerderij langs, uit een oester broedt de kip een haas uit, de haas springt over een aantrekkelijk paard, schapen die soms wol, dan weer veren leveren, maar in 1965 schakelt Dylan dus nog een tandje absurder bij, door ook nog ‘op een fles naar Turkije te vliegen’.

Het is de vrolijke onzinnigheid van nursery rhymes, van kinderliedjes, niet zozeer de ‘mystiek van oude folksongs.’ Dylans faible voor de dartele flauwekul van nursery rhymes demonstreert hij definitief op under the red sky (1990), maar veel eerder, in ’67 in de basement van de Big Pink steekt die liefde ook al de kop op. "The Mighty Quinn", "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread", "Apple Suckling Tree"… allemaal liedjes op simpele, aanstekelijke melodietjes, met taal- en rijmplezier en vooral: met uitgelaten kolder. En in dat rijtje hoort ook de zotteklap van het montere miniatuurtje "Don’t Ya Tell Henry".

Hoewel? De stokregel apple’s got your fly en versfragmenten als a lttle chicken down on his knees ademen dezelfde dwaze anarchie als it ain’t my cup of meat en underneath that apple suckling tree, maar de meeste versregels van "Don’t Ya Tell Henry" zijn toch meer herleidbaar dan de apekool in die andere kinderrijmpjes van The Basement Tapes.
De openingsregel van elk couplet, bijvoorbeeld. I went down to… (the river, the corner, the beanery) echoot bluesklassiekers als "Crossroads" (I went down to the crossroads), oude negrospirituals als het negentiende-eeuwse "Down To The River To Pray" en een legendarische folksong als "St. James Infirmary Blues" in de jazzbewerking van Louis Armstrong uit 1927 (I went down to the St. James Infirmary).

Opmerkelijk genoeg lijkt de rest van het eerste couplet een moderne klassieker te persifleren: "A Chance Is Gonna Come", het onsterfelijke meesterwerk van Sam Cooke. Opzet lijkt moeilijk voor te stellen; dat zou grenzen aan disrespect. Maar toch: Dylans verteller gaat naar de rivier om te kijken wie er geboren is, kijkt rond en vindt een piepkuiken op z’n knieën, en roept please naar hem. Dan wordt het toch wel erg uitnodigend om Sam Cooke erbij te halen:

I was born by the river
(…)
I said mother could you help me please?
(…)
Then I looked around
and I was right back down,
down on my knees

… het zou impliceren dat Dylan de protagonist van "A Change Is Gonna Come" vergelijkt met een knielend, pasgeboren piepkuiken. Nee, dat is toch niet erg waarschijnlijk; Dylans ontzag voor zowel Sam Cooke als het monumentale lied zijn goed gedocumenteerd, met als hoogtepunt zijn bejubelde interpretatie van het lied in 2004, in het Apollo Theater in Harlem.

De overige drie coupletten geven ook geen enkele aanleiding om de tekstdichter van enige achterliggende bedoeling te verdenken. De woorden zijn in een tamelijk restrictief korset geperst en vertellen niet veel meer dan dat de verteller rond een bepaalde tijd (zaterdagochtend, om half tien, om half twaalf en gisteravond) een bepaalde plek bezoekt (de rivier, de hoek, een eetcafé en een pompstation). Hij kijkt aldaar zoekend rond en ontwaart achtereenvolgens een knielend eendje, zijn geliefde, een drietal boerderijdieren en zichzelf, en in het refrein bezweert elk van die tegenspelers hem ene Henry niet te vertellen dat de ‘appel jouw vlieg’ heeft.
De meest voor de hand liggende associatie bij de combinatie apple + fly is die met de fruitvlieg, de rhagoletis pomonella, die in het Engels apple fly wordt genoemd. Het blijft verder ongewis waarom de onbekende Henry niet op de hoogte gesteld mag worden van de aanwezigheid van dit onder entomologen populaire, schadelijke insect. Het moet een verrassing zijn, vermoedelijk.

Maar ja, fly heeft veel betekenissen. Baseball. Slagman Apple heeft de fly ball van pitcher Henry door, en dat mogen we niet verklappen. Of Apple heeft Henry’s rits uit zijn broek geknipt. Of heeft zijn favoriete kunstvlieg uit zijn viskoffer gesnaaid, wie zal het zeggen.

Legaal maakt de wereld pas in 1975 kennis met het lied, als het op de eerste officiële uitgave van The Basement Tapes verschijnt. Dat is een opgepoetste, opnieuw ingespeelde versie van het ruwe diamantje uit 1967. Levon Helm neemt nu de zang voor zijn rekening, en doet dat bijzonder goed. The Band heeft het lied dan ook al min of meer geannexeerd; het lied staat meteen op de setlist als de The Band weer begint te touren (Winterland, San Francisco in april, Fillmore East, New York in mei, en op Woodstock in augustus, bijvoorbeeld). Voor de gevoelige Helm is het een openbaring: “Het was de eerste keer in vier jaar dat we niet werden uitgejouwd” (in zijn autobiografie This Wheel’s On Fire, 1993). En ook in de daaropvolgende jaren leukt de song regelmatig de optredens op. Het is dan nog redelijk obscuur; het optreden van The Band op Woodstock zal vanwege financieel gesteggel en halfhartige artistieke bezwaren niet op de plaat verschijnen en ook op de befaamde ‘oer-bootleg’ Great White Wonder is "Don’t Ya Tell Henry" niet te vinden. Maar Levon is dol op het lied, dat hem als gegoten zit. Ondanks een in potentie traumatische ervaring, overigens:

“Mijn andere herinnering aan dat weekend is van de zaterdagavond. Ik was van de drums overgestapt op de mandoline voor "Don’t Ya Tell Henry", raakte met mijn lip de microfoon en zag een flits. Ik kreeg een elektrische schok. Het verblindde me, tranen vulden mijn ogen, mijn hele gezicht stond in brand, maar ik ging door met het lied. We hadden nieuwe apparatuur, en die was kennelijk niet goed geaard.”


De enige keer dat Dylan het lied nog eens zingt is als gast, bij het oudjaarsavondoptreden ’71 van The Band in New York, waar een relaxte Dylan tot verrukking van het verraste publiek op de bühne verschijnt om de set af te sluiten. Goedgemutst reageert de bard op geschreeuwde verzoekjes en beslist ter plekke tot – ongereperteerde, dus – opvoeringen van "Down In The Flood", "When I Paint My Masterpiece", "Don’t Ya Tell Henry"en als uitsmijter "Like A Rolling Stone".
Henry blijft in decennia erna toch een lijntje tussen Dylan en The Band, vertelt Levon in zijn boek. In 1983 doen Helm en Richard Manuel met z’n tweetjes een akoestische tournee langs clubs en universiteiten.

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #83


Uit de serie La Treve (te zien op Canvas)
[met dank aan Dirk]

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #82

Vanmorgen (18 mei) bezocht ik in een naburig dorp een garageverkoop dag. Een van de deelnemers, een royale 70+ er, had wat spulletjes ter verkoop op zijn oprit geplaatst. De garage zelf stond nogal propvol met o.a. een aantal oldtimers, waarvan het opknappen zijn hobby bleek te zijn. Wat daar stond was niet te koop, maar ik mocht er wel even een kijkje nemen als ik daar interesse in had. En ja hoor, achter de auto's, opgepropt tegen de wand stond vrijwel onbereikbaar ook nog een oude piano, met de klep open. Op die piano, je raadt het al, een boek met op de linkerpagina, prominent in beeld, een portret van Dylan en op de rechterpagina de bladmuziek en tekst van "Blowin' In The Wind". Met de nodige moeite wist ik ook de andere kant van de piano te bereiken om een foto van de cover van het boek te maken. Het was een afgeschreven bibliotheek exemplaar van een schoolboek Eerste Klas Muziek van Toon Verbeek. Zo zie je maar weer eens, Dylan is overal; hij is zelfs te 'vinden waar hij niet of nauwelijks is' - zoals je dat zelf zo mooi definieerde.

groeten,
Hans

P.S. Ik googlede op de titel en een 'boekwinkeltjes' aanbieder houdt het op '1984'. Toch ook alweer 35 jaar geleden.



W. Isaacson - iSteve


[met dank aan Hennie]

Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #81

Tom,
Sinds 2003 bezoek ik regelmatig boekhandel Feltrinelli op het station van Napels.
In dat jaar was het voor mij absoluut ‘Dylan waar je’m niet verwacht’.
Inmiddels is het tegenovergestelde een feit, hoewel ik dat wel elke keer even check...

Groet,
Willem