ansichtkaart

Mister D.,

Vandaag jarig. Zevenenzeventig is een behoorlijke leeftijd. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer, maar de verjaardagen van anderen krijgen wel gepaste aandacht van mij. Niks groots met ballonnen of taart of zo, maar klein en gepast. Zo draai ik ieder jaar op 24 mei muziek en zeg ik tegen de kinderen "wie weet wie vandaag jarig is krijgt een euro."
Ze weten het nooit.
Geen idee waarom ik dit doe. Ik ben een verwrongen geest. Laat ik het daar maar op houden.
Ook deze 24 mei draai ik muziek om de feestdag een gepast tintje te geven. Bringing It All Back Home is het dit keer geworden. "She Belongs To Me" komt net voorbij. Ik kan dat nummer niet horen zonder aan het gedicht "Aars Poetica" van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky te denken. Dat gedicht gaat zo:

Aars Poetica
(She got ev'rything she needs
she's an artist, she don't look back)

Dichten is net als koken:
je pleurt maar wat in de pan
als je koken kan.

Dat denken aan "Aars Poetica" maakt "She Belongs To Me" niet mooier of lelijker, dat denken is er gewoon. Het voegt niks toe aan "She Belongs To Me".
Riekus Waskowsky is niet oud geworden. Vierenveertig werd hij. Ik ben inmiddels ouder, maar voel me nog altijd jong.
Ik snap de wereld niet. Het luisteren naar songs als "Mr. Tambourine Man" of "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" helpen me om grip te krijgen op wat ik nooit heb begrepen.

Werd Riekus Waskowsky net als ik ontroerd bij het horen van "Mr. Tambourine Man" zonder te snappen waarom hem dat overkwam?
Vond Riekus Waskowsky "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" een groter kunstwerk dan Het Laatste Avondmaal van DaVinci of De Goddelijke Komedie van Dante? Ergens denk ik dat hij dat vond omdat ik dat vind.
Dertig jaar geleden hoorde ik voor het eerst "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" en al dertig jaar zoek ik naar een groter kunstwerk dan dit. Ik heb het niet gevonden.
En dat terwijl ik echt mijn best heb gedaan.

En dan zijn er vandaag mensen die roepen dat de boeken van Philip Roth grotere kunstwerken zijn dan de songs op bijvoorbeeld Bringing It All Back Home. Uitgerekend vandaag. Dat moeten mensen zijn die nog nooit met hun oren gelezen hebben.
Mensen zouden eens wat meer met hun oren moeten lezen of met hun ogen moet luisteren. Dat zal de mensheid redden van het klakkeloos volgen van het makkelijkste pad.

Inmiddels ben ik een uurtje aan het stoeien met de woorden op deze ansichtkaart die ik toch niet zal versturen. Ik zet gewoon nogmaals Bringing It All Back Home op. En even zal ik weer denken aan Riekus Waskowsky, die maffe dichter die het wel begreep:

She got ev'rything she needs
she's an artist, she don't look back

schreef hij bovenaan zijn gedicht.
En zo is 't.

Happy Birthday, mister D.

Tom

aantekening #6717

Waarom pak ik uit een overvolle kast in een antiquariaat nou juist dat ene boek van een mij nog onbekende schrijver dat bij lezing indruk zal maken en laat ik al die andere banden staan? Geen idee. Ik heb niet de illusie in dit opzicht uniek te zijn, het zal iedereen wel eens overkomen.
Enfin, het boek dat ik afgelopen weekend uit de kast pakte is Leven is werk van Christophe Vekeman. Het boek bevat twee essays over Bob Dylan, in totaal niet meer dan 9 pagina's, of eerder 8 en hoewel er veel redenen zijn om Leven is werk te kopen is wat Vekeman over Bob Dylan schrijft een verdomd goede reden om de portemonnee te trekken.
Het eerste essay gaat voornamelijk over Chronicles, het tweede over Slow Train Coming.
Vekeman: "ondanks het feit dat Slow Train Coming met stip de gladst geproducete plaat is in zijn hele oeuvre, ondanks ook de overvloedige aanwezigheid erop van blazers, orgels, sythetische ongein en wat je verder ook maar met gospelpop zou associëren, is er van enige vorm van achtergrondmuziek geen enkele sprake en betreft het hier wel degelijk - of in elk geval bijwijlen - snoeiharde rock in vergelijking waarmee het nochtans door mij óók hevig bewonderde Never Mind The Bollocks klinkt als een trap tegen een leeg limonadeblikje."

~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

Ik roep altijd maar dat ik geen liefhebber ben van Best Of..., Greatest Hits en andere verzamelalbums. Toch luister ik zo nu en dan naar Bob Dylan's Greatest Hits vol. II (1971) en dan niet alleen naar de voor dit album unieke nummers zoals "Watching The River Flow" en "When I Paint My Masterpiece", maar het hele album, van voor naar achter.
De nummers op Bob Dylan's Greatest Hits vol. II zijn ogenschijnlijk uit Bob Dylans oeuvre tot dan toe geplukt en in willekeurige volgorde op de plaat gekwakt, dit alles aangevuld met een handje vol niet eerder uitgebrachte opnamen. Ik gebruik bewust het woord 'ogenschijnlijk' want wie luistert naar Bob Dylan's Greatest Hits vol. II krijgt al snel de indruk dat er wel degelijk een plan, een idee achter de tracklist van dit album schuil gaat. De vinger heb ik nooit achter dat plan gekregen en misschien is het juist wel dat - het wel vermoeden, maar niet weten - wat het luisteren naar dit album zo aangenaam maakt.
Zo komt de Isle Of Wight-versie van "The Might Quinn (Quinn The Eskimo)" op Self Portrait (1970) maar matig uit de verf terwijl diezelfde opname hier - omringd door "All Along The Watchtower" en "Just Like Tom Thumb's Blues" - wel uit de verf komt.
Niet "The Might Quinn", maar "Tomorrow Is A Long Time" - een van de niet eerder uitgebrachte songs - is het beste dat Bob Dylan's Greatest Hits vol. II te bieden heeft. 
Het lijkt even stil te worden voor Bob Dylan aan "Tomorrow Is A Long Time" begint, een stilte zoals het moment waarop vogels en andere beesten stilvallen vlak voor een zonsverduistering. Dylans stem is die van een man die ieder moment door emoties overmand zou kunnen breken, maar breken doet hij niet. Hij blijft balanceren op het randje tussen een verhaal en zijn verhaal. 
En natuurlijk is het zijn verhaal, maar om niet geraakt te worden, om het te kunnen vertellen heeft hij er voor even een verhaal van gemaakt, zo klinkt het.
Te vaak wordt er gezegd of geschreven dat de spanning om te snijden is. Ik ken slechts één opname waarop de spanning echt om te snijden is: deze "Tomorrow Is A Long Time". 
En helemaal aan het eind van de opname komt de ontlading in de vorm van waardering, in de vorm van het applaus van het aanwezige publiek. Die ontlading is nodig om verder te kunnen, verder met "When I Paint My Masterpiece".

~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

In maart 1991 - nog net geen 18 jaar oud - kocht ik voor het eerst Vrij Nederland. Bob Dylan stond op de cover, onder zijn portret de tekst "Bob Dylan wordt alweer 50". Oud vond ik dat toen, 50 jaar. 
Inmiddels zijn we 27 jaar verder. 50 is in mijn ogen niet meer zo oud, het is al bijna binnen handbereik.
Ik herinner mij de aandacht in kranten en tijdschriften toen Bob Dylan 60 werd in mei 2001. Alsof 60 een mooie leeftijd is voor een muzikant om te stoppen met creëren.
Toen hij 70 werd was de aandacht al minder, alsof de journalisten eindelijk begrepen dat Bob Dylan zich op geen enkele leeftijd achter de geraniums laat schrijven. Dat is inmiddels zeven jaar geleden. Bob Dylan wordt morgen 77.
Wie nu denkt dat 77 een mooie leeftijd is om te stoppen met creëren heeft de boodschap niet begrepen: er is er maar één die bepaald wanneer het moment daar is en dat is Bob Dylan zelf.

Dylan kort #1296

Ken je deze? (cover) Zie hier. [met dank aan Alja]
"De eenzaamheid van Bob Dylan; Desolation Row Revisited" (1974) door Willem de Ruiter, zie hier. [met dank aan Gerard]
"A Change Is Gonna Come" met dank aan Henk keek ik weer eens naar deze video, zie hier.
De gitaar waar Bob Dylan ooit even op speelde - aldus Robbie Robertson, groot gitarist, maar ook begenadigd fantast getuige zijn boek Testimony - is verkocht voor een flinke stapel dollars, zie hier (en minstens nog tien artikelen met allemaal dezelfde strekking). RTV Noord had kort aandacht voor de verkoop va de gitaar, zie hier.
Paxavani - "Ik heb Bob Dylan nog gekend", zie hier.

Dylan kort #1295

Cover: tijdens het lezen van Jochens stuk over "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" moest ik denken aan de uitzending van De Wereld Draait Door rond het overlijden van Martin Bril waarin Tom Barman "It's Alright, Ma" speelde, zie hier.
De dichtbundel Desperado van Wim Kikkert kocht ik omdat op de achterzijde van dit boek staat: "Een desperate poging om, aan de hand van de twee grootmeesters van de liedkunst, te weten Bob Dylan en Leonard Cohen, de werkelijkheid nog een keer bij de kladden te pakken."
Desperado bevat 31 gedichten / teksten / vertalingen waarvan 22 vertalingen / bewerkingen van Dylan-songs en één gedicht met een (vertaald) Dylan-citaat. Ik worstel een beetje met een goede benaming voor de teksten in Desperado. ik vond dit boek tussen de dichtbundels, maar een groot deel - de Dylan-songs - zijn niet meer dan vertalingen van wisselende kwaliteit. Het gedicht / de tekst "Liefde onder nul / Geen limiet Love minus zero / No limit / B. Dylan" begint zo:

Mijn lief spreekt met de stilte
Haar stem verdrijft de kilte 
Ze hoeft niets meer uit te leggen
Ze is waar als ijs als vuur

Dit lijkt mij een vertaling met weinig tot geen inbreng van de dichter Wim Kikkert. Kan dit dan zomaar staan in een dichtbundel waar alleen de naam Wim Kikkert op staat?
Niet iedere Dylan-tekst is een 'slechts' vertaling. Soms - mede door rijmdwang - geeft Kikkert een eigen draai aan de Dylan-tekst. Dat pakt niet altijd goed uit. Zo verbasterde Kikkert het refrein van "A Hard Rain's A-Gonna Fall" tot het op de lachspieren werkende:

En het wordt hard, het wordt hard
Het wordt hard en het wordt hard
Het wordt hard Pa, wat ik je brom

Desperado is zeker geen must read voor de Dylan-liefhebber, het is eerder een rariteit waarvan lezing de dag wat kan verlichten.
Meer poëzie: Herman stuurde mij een link naar een gedicht (zie hier) en de vraag "aan welke songtekst doet dit gedicht je denken?" Antwoorden graag via reacties bij dit bericht. [met dank aan Herman]
The Dylan Whisky Bar: Nee, dit heeft niks met Bob Dylans nieuwe whiskey-merk Heaven's Door te maken, dit is een bar in Ierland, zie hier. [met dank aan Bert]
The Vietnam War is - naar ik heb begrepen - een indrukwekkende serie over de oorlog in Vietnam. In deze serie is regelmatig de muziek van Bob Dylan te horen. Ook is Bob Dylan te vinden op de soundtrack van deze serie, zie hier. [met dank aan Bert]
Bob Dylan "weer eens" in de Volkskrant, zie hier. [met dank aan Simon]
‘Ik heb Bob Dylan zo’n vijftien keer zien spelen’, zie hier. Alleen leesbaar voor abonnees van Elsevier.
Winterdijk 30b: een Dylan-tribute, zie hier.

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965) - door Jochen

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965)

In oktober 2013 meldt The Mercury News uit San José dat het pand op 2066 Crist Drive, Los Altos, monumentenstatus is verleend. De Los Altos Historical Commission heeft unaniem besloten dat het huis met de aangebouwde garage van waaruit Steve Jobs zijn eerste Apples bouwde en verkocht een historical resource is en beschermd dient te worden.
Bijna museaal wordt het monument als veertien maanden later, in januari 2015, regisseur Danny Boyle toestemming krijgt om op locatie te filmen voor zijn verfilming van Walter Isaacsons biografie Steve Jobs (2011). De filmscènes die de embryonale fase van Apple vertellen, spelen dus ook werkelijk in de originele garage. Daarvoor moet het decor worden teruggetoverd naar 1976 en mede dankzij de huidige eigenaar, Steve Jobs’ zuster Patricia, lukt dat goed – Patricia was er immers bij, in die beginjaren, en werkte samen met medeoprichter Steve Wozniak en haar broer aan de assemblage van de eerste honderd Apple 1 computers. Met behulp van enkele foto’s en haar geheugen reconstrueert Patricia voor de filmploeg de uitdragerij die de garage destijds was. Bovendien kan ze de decorbouwers verblijden met authentieke attributen, zoals met de poster die tegen de achterwand hangt: een still uit het promotiefilmpje bij Dylans “Subterranean Homesick Blues”, de iconische voorloper van de latere videoclips.

Jobs’ fanatieke liefde voor Dylan is uitgebreid gedocumenteerd en in de film uit 2015 is Dylan dan ook een leidmotief. In kleine, onopvallende details, zoals die poster tegen de achterwand, en onverbloemd, zoals in scriptdialogen en in het afspelen van “Shelter From The Storm” over de aftiteling. Op de soundtrack staat behalve Shelter ook “Rainy Day Women #12 &35”, dat regisseur Boyle tegen de verwachting in laat klinken bij Jobs’ befaamde aankondiging van de Macintosh. Onverwacht, want Jobs (fantastisch gespeeld door Michael Fassbender) opent die aankondiging met het citeren van “The Times They Are A-Changin’”, voorafgegaan door een, helaas deels weggeknipte, discussie met John Sculley (Jeff Daniels) over de betekenis van dat lied. Daarbuiten zit er nog een song verstopt; uit een radio op de achtergrond horen we “Meet Me In The Morning” komen.
De vele Dylanverwijzingen zijn in lijn met het boek waarop deze film baseert. In de biografie komen Dylan, Dylanplaten, songtitels en Dylanverwijzingen een kleine honderd keer langs. Echte Dylanliefde, zoveel is wel duidelijk, en de anekdote over Jobs’ ontmoeting met zijn held is ook leuk, maar het meest onthullende weetje staat op de laatste bladzijde van het boek, op pagina 570:

Je moet jezelf altijd blijven vernieuwen. Dylan had eeuwig protestsongs kunnen blijven zingen en dan waarschijnlijk heel veel geld kunnen verdienen, maar dat deed hij niet. Hij moest door. En toen hij dat deed, door over te stappen op elektrische muziek in 1965, vervreemdde hij veel mensen van zich. (…) Dat is wat ik altijd heb geprobeerd – in beweging blijven. Want anders gebeurt er wat Dylan zegt: if you’re not busy being born, you’re busy dying.

Het is meer dan een zakelijk motto, het is een levensmotto voor Jobs en het werpt ook extra licht op die posterkeuze - de jonge Jobs ziet dagelijks Dylans cue card met de woorden GET BORN. En de sleutelzin uit The Times is voor hem dus ook “the present now will later be the past”, blijkt uit het script van grootmeester Aaron Sorkin. Die zin betekent dat je jezelf continu, doelbewust van het verleden moet ontdoen omdat het anders eveneens je heden wordt, zegt Jobs’ mentor Sculley. Ja! Precies! Dat is precies – je bent de enige die… God… dat is wat ik bedoel! schreeuwt de enthousiaste computernerd uit.
Die wijsheid zal met ijzeren consequentie een leidraad blijven voor de rusteloze vernieuwer Jobs.

Het busy being born-citaat uit “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is een van de gietijzeren, onverwoestbare versfragmenten uit een van Dylans allergrootste meesterwerken en een van de vier regels die doordringen tot de citatenbundeling Columbia Dictionary of Quotations, tussen Shakespeare, John F. Kennedy en Mark Twain. Presidentskandidaat Jimmy Carter citeert het in zijn acceptatiespeech bij de Democratische Conventie in 1976 om zijn vooruitgangsdromen en toekomstvisie te illustreren, in 2000 noemt presidentskandidaat Al Gore het zijn favoriete quote, in de eenentwintigste eeuw kapen schrijvers van managementboeken, publicerende wetenschappers, journalisten en bumperstickerproducenten de kreet. He not busy being born is busy dying is doorgedrongen tot de collectieve culturele bagage.
Misschien ontspringt de oneliner aan Blind Willie McTells “You Was Born To Die” (1933), misschien zoemt zijn eigen ’stead of learnin’ to live they are learnin’ to die (uit “Let Me Die In My Footsteps”, 1962) in zijn hoofd rond – Dylan weet zelf ook niet waarvandaan deze regel, en überhaupt het hele lied, komt. Al ten tijde van de conceptie, in 1964, vertelt hij dat zijn manier van songschrijven is veranderd, maar repeterend is het woord unconscious, onbewust, dat hij al in relatie tot vroege songs als “Girl From The North Country” gebruikt en dat hij nog tot en met Blonde On Blonde kiest als hem om reflectie wordt gevraagd. In de jaren 70 raakt hij dat talent kwijt, vertelt hij in verscheidene interviews, en moet hij aan de bak om “bewust te doen wat ik vroeger onbewust kon”.
Misschien niet zo heel uitzonderlijk. Dat Dylan een magistraal meesterwerk als “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” zó jong, op zijn drieëntwintigste, kan produceren, lijkt onvoorstelbaar, maar is toch wel een kenmerk van geniale kunstenaars. Goethe schrijft zijn Werther als hij vierentwintig is, Picasso is vijfentwintig als hij met Les Demoiselles d’Avignon het kubisme uitvindt, Michelangelo houwt zijn David op zijn vijfentwintigste, net zo oud als Gershwin is als hij de Rhapsody In Blue componeert, Hergé begint de Kuifje-reeks als hij tweeëntwintig is, Rimbaud is amper negentien (!) als Un Saison En Enfer wordt gepubliceerd.
Maar gevoelsmatig blijft dat gegeven verbazen en ook de oude bard zelf kijkt nog in de eenentwintigste eeuw herhaaldelijk met ontzag terug op juist dit werk van zijn jonge zelf:

Het is moeilijk om aan zo’n standaard te voldoen. Je kunt het niet overtreffen - daar gaat het niet om. Lyrisch gezien kun je daar niet overheen, nee. Ik kan dat nummer nog steeds spelen en ik weet wat het kan doen. Dat lied werd geschreven met een honger die stenen muren kan neerhalen. Dat was de motivatie.

En een maand later, in november 2004, herinnert hij ook ongevraagd, in een interview voor de Rolling Stone, aan “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)”:

Al die vroege songs zijn op bijna magische wijze geschreven. Ah… Darkness at the break of noon, shadows even the silver spoon, a handmade blade, the child’s balloon… Probeer maar eens om zoiets te schrijven. Het heeft een bepaald soort magie, en dan bedoel ik niet van die Siegfried and Roy magie. Het is een ander soort, indringende magie. En dat heb ik geschreven. Ooit kon ik dat. 

Magisch is inderdaad wel treffend. Overdonderend, is misschien nog wel een betere kwalificatie. De zanger ratelt een ritmisch spervuur van 667 woorden op een zeer basale melodie en een schraal akkoordenschema over de luisteraar heen. De dichter beperkt zichzelf tot een loeistrak rijmschema: elk couplet is AAAAAB, de B keert terug aan het eind van de volgende twee coupletten én aan het eind van het refrein. Tussendoor strooit de rijmkoning overvloedig met duizelingwekkende alliteraties, binnenrijm en assonanties, oneliners met de kracht van een aforisme en een overvloed van wat het Nobelprijscomité jaren later zou roemen als “zijn beeldrijke denkwijze”.
Het overdonderende daarbij is dat de dichter nergens in de valkuil loze rijmelarij valt.  Ook inhoudelijk is het werk meeslepend, monumentaal, Kunst met een hoofdletter, net als bijvoorbeeld “Chimes Of Freedom” of “A Hard Rain’s A-Gonna Fall” een eclectische collage van adembenemende beelden. Maar anders dan in die werken schetsen al die beelden hier niet één, veelgelaagd panorama. “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is het mozaïek van een condition humaine. De luisteraar wordt meegevoerd langs de Grote Thema’s, langs existentiële angst, eenzaamheid, religie en commercie, moraal en schijnheiligheid, de waan van de dag en alledaagse onvrijheid. Verpakt wordt dat ook nog eens in tijdloze bewoordingen en majestueuze metaforen; het lied is vijftig jaar later niet minder actueel, scherp en doeltreffend geworden.

Bizar genoeg lijkt Dylan aanvankelijk niet echt door te hebben dat hij weer een song uit de buitencategorie te pakken heeft. Het lied staat er vrijwel in een keer op; op The Cutting Edge staat een korte, afgebroken take (we horen producer Tom Wilson na het eerste couplet, na vijfentwintig seconden, de opname afbreken omdat Dylan kennelijk te dicht op de microfoon staat). Die eerste aanloop wordt al weinig liefdevol ingezet. Tom Wilson kondigt “Gates Of Eden” aan, maar Dylan protesteert: I wanna do this other one first. Het intro is veel korter dan in de volgende, definitieve take en lijkt op “Blowin’ In The Wind”. Als hij dan wordt afgebroken lijkt de zanger alle lust te vergaan: I really don’t feel like doing the song and I have to do it, though. It’s such a long song. Wilson lacht. “Suit yourself, I’m with you – wat jij wil, ik sta achter je.”
Maar hij doet het dan toch maar wel. Gelukkig.

Was Bob Dylan the original hippy - de reactie van Frans

Mooie bijdrage van Hans, vooral het contrast tussen het collectivisme (commune!?) van de hippies en het individualisme van the Beats en Dylan. Ik heb de jaren 60 niet meegemaakt, maar ik herinner me een paar gesprekken met iemand die er wel bij was. Een van de dingen die hij zei, was dat ze destijds vonden dat Blowing In the Wind ging over blowen, waarop ik zei dat die woordspeling voor zover ik weet niet in het Engels bestaat. Maar het zegt wel iets over hoe iedereen aan Dylan's ideeën z'n eigen draai kan geven. Vind jij  het een hippielied, nou ja, dan is het een hippielied.
Ik zag ooit een aflevering van 3 op reis waarin de presentator (Dennis Storm volgens mij) Woodstock bezocht en vertelde dat het festival daar georganiseerd was om Dylan uit z'n tent (Big Pink) te lokken, maar dat hij niet kwam omdat hij een hekel had aan hippies!
Hoe hoog het waarheidsgehalte van dit verhaal is weet ik niet, maar ik geloof dat het er zo langzamerhand op begint te lijken dat we de vraag of Dylan de "original hippy" was met nee kunnen beantwoorden. Maar wie was dat dan wel?

Where's My Welly?



Bovenstaande is te vinden in het boek Where's My Welly? The World's Greatest Music Festival Challenge van Matt Everitt en Jim Stolen. Zoek Dylan...
Bob Dylan is nog een twee keer in dit boek te vinden.

Was Bob Dylan the original hippy? - het antwoord van Hans

In "aantekening #6705" schreef ik: "Was Bob Dylan the original hippy zoals Hunter S. Thompson schrijft?" Hieronder het antwoord van Hans

Beste Tom

Zoals het mooi sobere omslag van je nieuw te verschijnen boek al aanduidt, Dylan heeft iets met The Beats te maken, de woordenvloed van de zwerver Kerouac, het scherp experimentele van Burroughs, en in mindere mate het zangerige van Ginsberg heeft zijn sporen in hem nagelaten, de laatste huilde niet voor niets toen hij Hard Rain hoorde waarin deze de ultieme fusie herkende tussen literatuur en muziek, iets waar de Beats altijd al naar zochten. Maar Dylan the original Hippy? Toegegeven, de flower power beweging is net als Dylan schatplichtig aan The Beats, het op reis gaan, de Oosterse, religieuze invloeden, vrijheidszin, non conformisme, vredeszin. Maar Hippies waren ook erg gericht op het collectief, en hun ongebreidelde geloof in de liefde vindt wel zijn oorsprong in de zoektocht daarnaar van bijvoorbeeld Ginsberg en ook wel Kerouac, maar heeft niets meer van het cynisme, de ontgoocheling, die Kerouac ten toon kon spreiden en door Burroughs op de spits werd gedreven, terwijl deze beide voortrekkers, en ook velen in hun gevolg, bovendien uitgesproken individualisten waren. Dylan moest evenmin iets hebben van groepjesgeest, en zijn liefdesliederen zitten voller met put downs en aanklachten en zelfkritiek dan roze hartjes. Wel bevond Dylan zich duidelijk op de grens tussen The Beats en de hippies, kondigde hij hun komst aan, daarmee zou je hem The Original kunnen noemen. Ginsberg werd in feite volledig hippie onder zijn invloed, misschien wel de meest totale. Dylan zelf ondervond enkel veel last van wat hij had gezaaid met zijn liederen tot en met Mister Tambourine Man. Zijn Desolation Row, It's Allright Ma (I'm only Bleeding), Gates of Eden en Like a Rolling Stone, konden de trippende meute niet meer tegenhouden om hem tot God te kronen, terwijl die liederen toch echt de geest van de hippie beweging loochenen, veroordelen zelfs. Nee, in hun roes, voelden ze zich thuis in het schimmige Visions of Johanna, en Tom Thumbs Blues en Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again begeleidde aangenaam hun come downs na de pillen en het gesnuif, ach ja en op paddestoelen of LSD vergat je de melancholie van Sad Eyed Lady of the Lowlands, kickte je alleen op de gave beelden. Kwam nog bij dat de terug naar de natuur beweging van de hippies lijfliederen vond  in John Wesley Harding en The Basement Tapes, twee 'albums' die hij maakte juist als kluizenaar, om zich af te sluiten van die zogenaamde peace & love fanaten. Wat wel een voetnoot verdient is dat Desire en The Rolling Thunder Revue toch wel de meest overweldigende uitdrukking werden van de hippie cultus, vreemd genoeg. Ergens zou je kunnen beweren dat in die magische periode van 75, vlak voor punk ons horendol en doof maakte, Dylan, in zijn speuren naar zijn dichtersziel, voor een keer zich helemaal onderdompelde in het gewoel van de beesten die hijzelf ooit uit de dierentuin had bevrijd, in de hoop misschien toch weer iets van het zuivere te vinden dat The Beats nastreefden, om de doem af te wenden die hij zag naderen. De rest is geschiedenis...
The original Hippy, and the first to step out of it yeah...
Maar het meest toch... The Cool Beatnik pur sang, wat dan weer een contradictio in terminus is, maar ja, tegenstelling, dat is het terrein van Dylan bij uitstek (niet samenscholen), daar wordt de huls van de werkelijkheid opengebroken weet ik uit eigen ervaring, heel mijn schrijversziel is op die tegenstelling gericht... met dank aan The Bard

groet hans altena

Bob Dylan in The New York Public Library

op 21 januari plaatste ik op de blog een link naar een webpagina over een tentoonstelling in The New York Public Library. Ik schreef toen: "De New York Public Library, zo las ik vrijdag, is in het bezit van 'an original typescript' van Dylans 'Changing Of The Guards'.  Dit Dylan-kleinood wordt sinds vandaag samen met manuscripten van Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs onder de titel You Say You Want A Revolution – Remembering the Sixties tentoongesteld."
Peter is naar die tentoonstelling geweest, hij plaatste foto's op Facebook.
Hij is zo vriendelijk geweest mij toestemming te geven om die foto's ook hier te plaatsen.





[met dank aan Peter voor de foto's en Simon voor de tip]

Dylan & de Beats (bijna)



Op 13 april schreef ik op deze blog vol optimisme: "Het boek Dylan & de Beats is bijna klaar. Nog een maand schat ik (al moet ik toegeven dat ik erg slecht in schatten ben...)"
Het blijkt dat ik inderdaad slecht in schatten ben. Er is een maand verstreken en Dylan & de Beats ligt nog niet in de winkels. Er moet nog wel het een en ander gebeuren voor het zover is.
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar nog een paar weken wachten...