aantekening #7359

Terwijl 'mevrouw Tom' naar Netflix kijkt, blader ik gedachteloos door een boek over de Amerikaanse popart kunstenaar Robert Rauschenberg. Ik kan me meestal redelijk afsluiten voor het geluid van de televisie, tenzij ik iets bekends hoor.
Het is de klank van de mondharmonica die mij uit mijn boek trekt. Het snerpende, bijna zwevende geluid dat ik uit duizenden herken: het intro van "All Along The Watchtower". En zoals dat vaak gaat op dat soort momenten, word ik niet alleen uit mijn boek getrokken, maar ook in het verleden, in een herinnering gezet. Ik ben zestien jaar. Een vriend heeft op zijn zolderkamer "All Along The Watchtower" van Jimi Hendrix voor mij gedraaid. Het is de vetste song die ik ooit gehoord heb, maar nieuwsgierig als ik ben, wil ik het origineel horen.
Ik leg iedere week een paar gulden van mijn zakgeld opzij en als ik na een paar weken twintig gulden heb, stap ik op de fiets. De stad is zo'n zeventien kilometer verderop, ongeveer een uur fietsen. In de stad is één platenzaak. Ik wil Bob Dylans versie van "All Along The Watchtower" horen, simpelweg omdat ik nieuwsgierig ben. Ik weet niet op welk album het nummer staat, laat staan of de platenzaak een uur fietsen van huis de plaat op voorraad heeft. En als die plaat op voorraad is, of mijn 20 gulden genoeg is om de plaat mee te mogen nemen. Het zijn de dagen voor internet en smartphone.
De drang om geluk te hebben, om "All Along The Watchtower" te vinden reduceren de zeventien kilometer peddelen tot niet meer dan een eenvoudig te overwinnen noodzakelijk kwaad.
In die platenzaak zie ik voor het eerst van mijn leven de hoes van John Wesley Harding - het album waar "All Along The Watchtower" op te vinden is. Mijn 20 gulden is genoeg om de plaat mee naar huis te kunnen nemen. Ik houd nog een paar gulden over.
De plaat zit in een plastic tas, de plastic tas heb ik aan het handvat vast - een plaat doe je niet onder snelbinders en een fietstas heb ik niet. De wind slaat regelmatig tegen de tas waardoor de plaat tegen mijn peddelend been slaat. En iedere keer ben ik bang dat de plaat zal breken. Zeventien kilometer lang.
De plaat breekt niet. Goddank.



Tussen het besluit om op de fiets te stappen en het uit zijn wat vreemd ogende hoes halen van de plaat zit zo'n tweeënhalf uur - wie zijn die mannen naast Bob Dylan op de foto? Tweeënhalf uur waarin mijn hersens overuren hebben gedraaid. Ik heb me veel verschillende voorstellingen gemaakt van de muziek op John Wesley Harding, maar niet een komt er in de buurt van wat ik te horen krijg. Na drie nummers die ik niet echt gehoord heb - ik wacht op "All Along The Watchtower" - is het eindelijk zo ver. Hendrix' versie is vet, ik verwacht dat Dylans versie nog vetter is. Ronkende gitaren, knallende drums, orgels, pompende bassen, overslaande stemmen, psychedelica, trillende borstbenen, een moeder die onder aan de trap schreeuwt of 't wat zachter mag, ik verwacht het allemaal, maar krijg het niet.
Ik hoor een akoestische gitaar en een mondharmonica. Meer niet. Is dit het?
Drums en basgitaar vallen in, niet te veel op de voorgrond.
Een stuwend ritme, dat dan wel.
En dan die stem:

“There must be some way out of here,” said the joker to the thief

De springstof in mijn kop gaat af.
In dat moment, na die ene zin weet ik het: dit is het.
Alle respect voor Jimi Hendrix, maar zijn "Watchtower" hoef ik nooit meer te horen.

Het komt allemaal terug, dertig jaar later, als de Netflix-serie "All Along The Watchtower" mijn kamer in spuugt. Dat was gisteravond.
Maandagochtend, half vijf. Ik kan niet meer slapen. De spoken in mijn hoofd zingen die ene regel. En na die regel volgt vanzelf de rest.
Ik stap uit bed, zet John Wesley Harding op. Althans, wil dat doen. Realiseer me dat ik een lijstje in mijn kop heb en dat lijstje bepaalt welke John Wesley Harding ik draai.
Het lijstje van de best klinkende versies van dit album:

1. originele Amerikaanse mono-persing
2. reel to reel-versie
3. Engelse heruitgave uit jaren negentig
4. originele Amerikaanse stereo-persing
5.

Ik leef inmiddels zo lang met John Wesley Harding dat ik een lijstje in mijn kop heb.
Soms wil ik vergeten, opnieuw kunnen beginnen.
De volgorde van de platen op het lijstje is niet in steen gebeiteld. Er wil nog wel eens iets schuiven.
Plek vijf is nog leeg. Ik twijfel welke persing daar moet komen. Eigenlijk al jaren. De Japanse persing? De eerste cd-versies? In ieder geval niet de cd-heruitgave uit 2003. Die klinkt gewoon slecht.
Het lijstje bepaalt niet alleen welke John Wesley Harding ik meestal draai, maar vooral ook welke ik niet draai. Zoals de Engelse mono-persing, staat in de kast, draai ik eigenlijk nooit.
Daar moet verandering in komen, al is het maar voor één keer. Vandaag draai ik die Engelse mono. Een paar maal.
Klinkt goed.
Ik ben toe aan een nieuwe explosie in mijn hoofd. Een explosie die de lijstjes eruit blaast.

Maandagochtend, het is dertig jaar geleden dat ik voor het eerst John Wesley Harding hoorde. Ik veer nog steeds op als "All Along The Watchtower" begint.

Goed nummer, mysterieuze tekst.
Ik begrijp die tekst niet. Althans, niet helemaal. De grote lijn wel.
Zolang Dylan zingt, zie ik het voor mij. Denk ik het te begrijpen. Maar vraag het me niet na te vertellen. Dan moet ik zeggen dat ik het niet begrijp. Ik snap de muziek waar ik zo van houd niet. Het is een vloek, een absurditeit.
Het is een paradox. Ik houd er van.
Lang leve de paradoxen.
Dat ik het niet begrijp, zorgt er mede voor dat ik na dertig jaar luisteren nog steeds gefascineerd ben.
Natuurlijk, ik heb de tekstanalyses gelezen. Dylan had een bijbel en daar heeft hij wat regels uit gehaald. Maar staren naar die bron, is uiteindelijk niet de ingang tot begrip. Wat het staren naar die bron vooral bewijst, is dat Bob Dylan een interessantere schrijver is dan de krabbelaar die jaarlijks royalty's voor de verkochte bijbels op zijn bankrekening bijgeschreven krijgt.
Er is een theorie die beweert dat de coupletten in de verkeerde volgorde staan, dat je, om "All Along The Watchtower" te begrijpen, de tekst van achter naar voren moet lezen.
Flauwekul.
Klinkklare onzin.
Kletspraat.
Het gewauwel van een dronken aardbei met een tikkeltje grootheidswaanzin onder z'n kroontje.
Als de tekst in een andere volgorde gelezen had moeten worden, dan had Dylan die tekst wel in die andere volgorde gezet.
Bovendien moet de tekst niet gelezen worden, de lezer moet luisteren voor begrip.
Er is een reden waarom "All Along The Watchtower" met een mondharmonica begint. Er is een reden waarom Dylan de nadruk legt op sommige woorden tijdens het zingen. Alleen daarom al moet er geluisterd worden.

There must be some way out of heeere,” 
saidthe joker to the thief
“There’s too much confusion, I can’t get no relief
Businessmen, theeeey drink my wine, plowmen dig my earth
None of them along the line 
know what any of it is worth”

Er zit woede, verontwaardiging in de woorden van de joker. Dat zit 'm in de tekst, maar vooral in hoe Dylan die woorden zingt. En meer nog dan verontwaardiging is het onrust dat te horen is in dat eerste couplet. De joker zit op hete kolen. Hij heeft het niet breed.
Eenzelfde exercitie is te doen voor het tweede couplet, voor hetgeen de dief tegen de joker zegt. De dief relativeert. Hij lijkt de joker gerust te willen stellen. "Doe maar rustig, komt allemaal goed", lijkt hij te willen zeggen. En toch krijg ik als luisteraar het idee dat hij de boel belazert, dat hij een dubbele agenda heeft.
In het derde couplet komt niemand meer aan het woord. het is een couplet dat zich het beste laat lezen (beluisteren) als regieaanwijzingen.
Daarmee is het mysterie dat "All Along The Watchtower" is niet opgelost. Gelukkig maar.

"All Along The Watchtower" draait - voor mij - om het naar het puntje van mijn stoel gedreven worden op het moment dat ik die huilende mondharmonica hoor, de onrust zich in mijn donder begint te roeren.

Outside in the distance a wildcat did growl
Two riders were approaching, the wind began to howl

En dan gewoon weer vooraan beginnen.

Dylan kort #1297

In dé Blueskrant no. 20 (februari - april) staat een uitvoerig artikel over Michael Bloomfield door Corné Lis. Uiteraard komt Bob Dylan een aantal malen voorbij in dit artikel (o.a. Newport 1965). Dé Blueskrant is gratis te krijgen in een groot aantal platenwinkels. [met dank aan Hans]
Chris en Rich Robinson (Black Crowes) waren vrijdag 14 februari te gast in het radioprogramma One Night Stenders. De mannen praten uitvoerig over Dylan, na zo'n veertig minuten, na Joe Cockers versie van "Dear Landlord". Luister hier. [met dank aan Martijn]
Johan Braeckman: "Rockzangers zoals Bob Dylan zijn ook verhalenvertellers.", zie hier. [met dank aan Dirk]
Aldi verkoopt een aantal 4 cd's tellende boxsets van Sony waar muziek van Dylan op de vinden is: Ultimate Movies bevat "Things Have Changed" (en "Ballad Of Easy Rider" door The Byrds), op Ultimate Love staat "Make You Feel My Love" en Ultimate Acoustic heeft "Shelter From The Storm". [met dank aan Hans]
Van Mojo ligt nu The Collectors Series: Bob Dylan - Edition 1 is de schappen van de kiosk. Dit tijdschrift beslaat de jaren 1941 - 1973. Ik heb het blad nog niet gezien, maar al wel begrepen dat er voor de doorgewinterde Dylanliefhebber weinig tot niks nieuws in staat, maar dat het wel allemaal fraai oogt. Zie hier. Deel twee ligt vanaf 5 maart in Engeland in de schappen (in Nederland dus iets later). [met dank aan Jasper]
19 maart: een Dylan-avond in Metropool, Hengelo, zie hier.
12 maart: in het kader van de boekenweek, Dylansongs in de bibliotheek in Almere, zie hier.

Million Dollar Bash (1967) - door Jochen Markhorst


Million Dollar Bash (1967)

Het meest beruchte miljoenenbal van de afgelopen decennia is het feestje dat niet doorging: het Fyre Festival op de Bahama’s, op het paradijselijke eilandje Great Exuma. De mislukking is spectaculair. In de aanloop naar het luxueuze, decadente, meerdaagse ‘Festival Van De Eeuw’ worden social media influencers  als Kendall Jenner betaald (en niet misselijk, blijkt bij de rechtszaak: $ 275.000,-) om het feest te promoten en dat werkt: kaartjes voor duizenden dollars worden grif verkocht. 28 April 2017 moet het dan losbarsten, maar het wordt een debacle. Het terrein is niet klaar, de riante, duurbetaalde onderkomens zijn tenten, er is onvoldoende voedsel en water, de topartiesten zijn niet gecontracteerd en de overhaaste afgelasting, op Dag Eén, leidt tot apocalyptische, Lord Of The Flies-achtige toestanden rond het vliegveldje: tot overmaat van de ellende krijgt de organisatie het niet voor elkaar om iedereen weer terug naar huis te laten vliegen.

De nasleep is al net zo sensationeel. Miljoenenclaims, rechtszaken, gevangenisstraffen… in januari 2019 verschijnen, onafhankelijk van elkaar, vrijwel tegelijkertijd twee documentaires over deze zeperd (Fyre Fraud en op Netflix Fyre: The Greatest Party That Never Happened), die beide moeite hebben om de veelheid aan tumult tot een overzichtelijke reconstructie terug te brengen.

Op de voorafgaande avond, als er al flink wat gasten zijn gearriveerd, wordt een ‘spontaan strandfeest’ georganiseerd, waarbij opgetrommelde leden van een lokaal bandje voor de muziek moeten zorgen. Ze blijven, noodgedwongen, urenlang doorspelen en zijn uiteindelijk de enige act van het festival. De setlist is niet bekend. Maar Million Dollar Bash zou de voor de hand liggende keus zijn geweest. Met profetische waarde zelfs, alleen al in de openingsregels:

Well, that big dumb blonde
With her wheel in the gorge
And Turtle, that friend of theirs
With his checks all forged

Aan domme blondjes geen gebrek, daar op Great Exuma, de wheel in the gorge kan zo maar een originele metafoor voor het ontsporen van een evenement zijn en Turtle die cheques vervalst is dan organisator McFarland die in oktober 2018 wegens miljoenenfraude tot zes jaar cel wordt veroordeeld.

Het miljoenenfeestje van Dylan en de jongens van The Band, daar in die kelder van de Big Pink in West Saugerties, is gelukkig heel wat minder opgepompt, stukken veelkleuriger en sowieso veel geslaagder. En volijker.

Althans, Dylan en The Band vinden het kennelijk een novelty song, een cabaretachtig liedje dat drijft op humor. In zijn autobiografie (Testimony, 2016) vertelt Robbie Robertson dat hij even weg was voor een paar boodschapjes en dat de overige mannen in de tussentijd “Yea Heavy And A Bottle Of Bread” en “Million Dollar Bash” hebben opgenomen. 

“We rookten een joint en lachten onszelf kapot om die opnames. Bob zei: ‘Okee, wie zou deze liedjes kunnen doen?’ We opperden van alles en iedereen, van Brook Benton tot Marty Robbins. ‘Nee… wat dacht je van Little Jimmy Dickens,’ bood ik aan.
Garth liet zijn orgel toeteren en fluiten.”

Niet helemaal navoelbaar is de link met Marty Robbins en met Brook Benton (vanwege “Boll Weevil” misschien?), maar Little Jimmy Dickens, de kleine countrygrootheid die naam maakt met humoristische liedjes als “May The Bird Of Paradise Fly Up Your Nose” en “Truck Load Of Starvin’ Kangaroos” is inderdaad wel een kandidaat voor een novelty song. Maar ja – zijn dit wel novelty songs? Beide songs hebben kop noch staart, ontberen een pointe, en missen ook een andersoortige klapper, zoals een dialoog met rare stemmetjes (“What’s The Use Of Getting Sober”) of gestotter (“K-K-K-Katy”) of dwaze geluidseffecten (“Beep Beep”) – Little Jimmy had vermoedelijk vriendelijk bedankt.
.
Robertson’s associatie is waarschijnlijk geïnspireerd door de twee verwijzingen in “Million Dollar Bash”, de verwijzingen naar “Yakety Yak” en “Along Came Jones”, twee bekende novelty hits van The Coasters, beide geschreven door de grootmeesters Leiber en Stoller, overigens.

Die verwijzingen rechtvaardigen het stempeltje ‘novelty’ echter niet. Net als Yea Heavy is de tekst van “Million Dollar Bash” een pointeloze opeenstapeling van zinledige, nonsensicale observaties, losjes bijeengehouden door een stokregel en een refrein. Wel slaagt de dichter Dylan er weer in om epiek te suggereren; het lied lijkt een verslag van een feest dat gaandeweg uit de hand loopt. ‘Iedereen zal er zijn,’ belooft het eerste couplet, tussendoor wijst de dichter naar gasten als Turtle en Silly Nelly op een toon alsof iedereen wel weet wie dat zijn en hij vermeldt, net als in bijvoorbeeld “Clothes Line Saga” banaliteiten (‘Jones bracht het vuilnis weg’, ‘Ik keek op mijn horloge’) die door het enkele vermelden ervan symboliek of diepgang suggereren – die er niet is, natuurlijk.

Net als bij Yea Heavy boeit dan wel weer het creatieve proces: waarvandaan ontspringen die halfbekende zinnen, de namen, de beelden?
Deels uit de taal zelf, zo te zien. De associatieve geest van de taalvirtuoos Dylan springt binnen zo’n slenterend couplet vanzelf van alliteratie naar rijm naar alliteratie: checks – cheese – chunk – cash – bash, bijvoorbeeld, zoals elke zesde regel alleen maar gedicteerd wordt door de restrictie dat er gerijmd moet worden op bash. En dat leidt tot emptied the trash of then push and then crash.

Moeilijker herleidbaar zijn inhoudelijke opvallendheden, zoals die namen. Silly Nelly? ‘Nelly’ is een vrijwel uitgestorven naam in de Verenigde Staten; volgens de Social Security Administration komt de naam al sinds 1900 niet meer voor in de Top 1000 van populairste namen. Literair schijnt de naam ook al niet te inspireren. Weinig Nellies. De vertelster in Wuthering Heights (1847), huishoudster Nelly, wordt een keertje silly genoemd (door hoofdpersoon Cathy; you’re silly, Nelly), maar het is niet erg waarschijnlijk dat Dylan zich door die roman heeft heen geworsteld, laat staan dat het een blijvende invloed op zijn creatieve ader zou hebben.

In songs ja, in liedjes leeft de naam wel voort. Vooral in oude liedjes, overigens. “Nelly Bly” bijvoorbeeld, van de Dylan van de negentiende eeuw, Stephen Foster, dezelfde Nelly die nog even langskomt in “Frankie And Johnny” (There sat her lover man Johnny / Makin’ love to Nelly Bly). En Dylan kan ongetwijfeld ook meezingen met Shel Silversteins “Hey Nelly Nelly”.
Dat lied kent hij in ieder geval van Judy Collins, die het zingt op haar derde album (met de sprankelende titel Judy Collins #3). Collins neemt die plaat maart 1963 op en bezorgt de jonge Dylan rooie oortjes door diens “Masters Of War” en “Farewell” te coveren. Die plaat opent voorts met “Anathea”, het lied dat Dylan zal verbouwen tot het meesterlijke “Seven Curses”, en bevat Judy’s versies van “Deportee” en “The Bells Of Rhymney”- liedjes die Dylan later, onder andere in The Basement, ook zal spelen. Judy Collins #3 en daarmee “Hey Nelly Nelly”, zoveel is wel duidelijk, zit wel onder Dylans huid.

Maar Nelly zat er al eerder, blijkt uit de Gaslight Tapes, de opnames uit oktober ’62 van Dylan in het Gaslight Café, New York. Dylan speelt het aloude “The Cuckoo Is A Pretty Bird” (ook wel “The Evening Meeting”, of “The Coo Coo Bird”, of “Going To Georgia”, en nog wel een stuk of wat titelvarianten), dat hij kent van de uitvoering van Clarence Ashley. En daarin verandert de lieddichter, zonder duidelijke reden, de versregel So I can see Willie / As he goes on by in So I can see Nelly / As she goes on by. 
Maar het houdt niet over – noch in Dylans oeuvre (één Nellie nog, in “Wanted Man”), noch in liedjes überhaupt. Niet te vergelijken met de hoeveelheid Mary’s (en de varianten Marie, Maria, Rosemary en Rose Marie), bijvoorbeeld.

Dylanesque, tot slot, zijn de achteloos ingestrooide catachreses, de abusio’s, de vertrouwd klinkende woordcombinaties die niettemin volstrekt origineel, of gewoon onjuist, zijn. The louder they come, the harder they crack is er zo een, en I get up in the mornin’ but it’s too early to wake (‘to wake up, zou dat moeten zijn). We kennen de stijlfiguur uit de gloriejaren ’65-’66, als sterkhouders van poëtische explosies als “Farewell Angelina” en “It’s All Over Now, Baby Blue”, maar op een lome namiddag in de nazomer van 1967 schudt de bard ze ook nog met kennelijk gemak, ongekunsteld improviserend, uit zijn mouw.

Het liedje is populair. “Million Dollar Bash” zit in de grabbelton waaruit de Britse geluksvogels als Manfred Mann (“Quinn The Eskimo”) en Brian Auger and the Trinity (“This Wheel’s On Fire”) mogen grabbelen, en Fairport Convention gaat aan de haal met het feestnummer. Bassist Ashley Hutchings, die overigens in 1988 de allermooiste versie van Dylans verworpen meesterwerkje “Angelina” zal opnemen, herinnert zich zesendertig jaar later die eerste kennismaking, ergens in een Londens kantoortje, met die selectie van Basement Tapes:

“Het grootste deel van de band ging erheen. Daar zaten we, in een kringetje, en we zetten die white-label vinyl kopieën op. En uit de speakers kwam die rare mengelmoes van stijlen en lijzige teksten. Het klonk ondergronds, op de een of andere manier, een bizarre mantel van gekte overdekte de liedjes. We vonden het geweldig. Als het had gekund, hadden we alle liedjes gecoverd.”         
(The Observer, 20 juni 2004)

Maar ze moeten kiezen, en zo wordt uiteindelijk “Million Dollar Bash” een van de prijsnummers van de prachtige plaat Unhalfbricking. Het lied is ook een blijvertje op de setlist; de Cropredy-uitvoering van 1997 is onweerstaanbaar.

Iets eerder komt de cover van Stone Country uit, de eerste band van countryrockpionier Steve Young, kort voordat hij als solo-artiest zijn onsterfelijke “Seven Bridges Road” schrijft. Behalve een enkele, erg leuke LP (Stone Country) brengt de vergeten band in 1968 ook vier singles uit, waarvan eentje een ‘Basement-single’ is: “This Wheel’s On Fire” (mei ’68). Het B-kantje is een bijzonder leuke, Buffalo Springfieldachtige versie van “Million Dollar Bash” – beide songs staan in 2007 als bonustracks op de heruitgave van dat enige album.
Net zo’n charmante psychedelische jaren 60-allure heeft The Mixed Bag – alweer een B-kantje, nu van de terecht vergeten, door Tim Rice geproduceerde single “Potiphar” uit de Andrew Lloyd Webbermusical Joseph And The Amazing Technicolour Dreamcoat (1969)

Gunga Din, The Beards, Crust Brothers… het lied blijft ook in de eenentwintigste eeuw populair en eigenlijk is elke cover wel leuk. Een van de allerleukste uit deze eeuw staat op het sympathieke Garth Hudson Presents A Canadian Celebration Of The Band, op de heruitgave in 2011, de versie met Steve Leckie en Thin Buckle. En wat klinkt zo’n Canadian Celebration in Garth Hudson’s schuur dan toch oneindig veel feestelijker dan een Fyre Festival op de Bahama’s.






Garth Hudson’s Canadian Celebration: https://www.youtube.com/watch?v=WDqxzavvoK0



More Blood More Tracks alternatieve hoezen

Pjotr stuurde mij een serie alternatieve hoezen voor More Blood More Tracks, het veertiende deel van The Bootleg Series. Waarschijnlijk zijn al deze hoezen door fans gemaakt. Dat valt op wanneer je naar details kijkt, zo is het catalogusnummer op één hoes van Highway 61 Revisited. Dat neemt niet weg dat ze de moeite van het bekijken meer dan waard zijn. [met dank aan Pjotr]







Rubber Soul & Dylan

Hoi Tom

Onlangs dook de originele foto op die gebruikt is voor de cover van Rubber Soul. Het verhaal van deze hoes is bekend: fotograaf Robert Freeman projecteerde enkele slides tegen een op een stoel geplaatst wit bord ter grootte van een lp hoes, het bord schoof iets naar achteren zodat de foto vervormd overkwam, maar het effect ervan vonden the Beatles zo mooi waarna de keuze voor de hoesfoto snel was gemaakt.

Op de originele foto zie je the Beatles geposeerd, alle vier opvallend in modieuze bruin suède jasjes met daaronder pulli's, en dit doet meteen denken aan onze eigen held, die er een jaar eerder precies zo uit zag: bruin suède jasje met daaronder een pulli.
Dylan zocht the Beatles op in die tijd (augustus 1964), toen ze verbleven in het Delmonico hotel in New York, en het is zeer goed mogelijk dat hij the Beatles op een idee bracht.

Groet Rob





Hallo Rob,

In mijn tienerjaren luisterde ik naar the Beatles. Ik had een paar albums, maar lang niet alles: The Beatles (White Album), Sgt. Pepper, Abbey Road, Let It Be en de rode en blauwe verzamelaars. Ik realiseer me achteraf pas dat ik - op een verzamelaar na - uitsluitend muziek van de latere Beatles had.
Tijdens een van de vele opruimacties is al dat werk van the Beatles verdwenen.
Een sprong voorwaarts naar halverwege de jaren negentig, 'mevrouw Tom' bracht na een jaar wonen in  Afrika de herinnering aan één album mee naar huis: Rubber Soul. De herinnering aan rijden over Afrikaanse wegen met Rubber Soul op de autoradio was voor haar genoeg om eenmaal terug in Nederland bij het eerste beste bezoek aan een platenzaak dat album te kopen.
Voor het eerst Rubber Soul horen was voor mij de trigger om de muziek van the Beatles weer in huis te halen. Van alle Beatles-platen draai ik Rubber Soul denk ik het meest frequent.
Ik moet de hoes van dat album inmiddels tientallen keren in mijn handen hebben gehad en nooit had ik de link gelegd tussen Dylans jas met coltrui en de kledij van the Beatles op die hoes. Nu ik het weet, kan ik het haast niet meer anders zien. Dank dat je mij hier op attent hebt gemaakt. Ik kan hier lang over mijmeren.
Ik denk dat je gelijk hebt, ik denk dat de overeenkomst geen toeval is. Er is een foto van Bob Dylan vlak voor of na hij the Beatles bezocht in het Delmonico op 28 augustus 1964 en hoewel de foto zwart-wit is, is het overduidelijk dat hij een suède jasje en coltrui draagt.
Deze jas-link is een mooi verhaal naast dat andere Rubber Soul-Bob Dylan-verhaal, een verhaal dat jij als Beatles en Dylan-liefhebber zeker kent: "Norwegian Wood (This Bird Has Flown)" van Rubber Soul werd door Dylan gebruikt als uitgangspunt voor zijn eigen "4th Time Around" van Blonde On Blonde. Gaat het te ver om er dan ook nog op te wijzen dat Bob Dylan op de hoesfoto van Blonde On Blonde een bruin suède jasje draagt?

groet,
Tom


aantekening #7351 (associaties)

Where Ma Rainey and Beethoven once unwrapped their bedroll
Tuba players now rehearse around the flagpole

Bob Dylans songteksten zitten vol namen, zoals Ma Rainey en Beethoven in bovenstaand voorbeeld uit "Tombstone Blues". Het horen van die namen ervaar ik steeds weer als een uitnodiging om verder te kijken dan alleen dieper in Bob Dylans oeuvre. Met dank aan Bob Dylan luister ik regelmatig naar "De Kreutzersonate" van Ludwig van Beethoven en staan de filmbeelden van Ma Rainey die ik meer dan een decennium geleden zag nog steeds op mijn netvlies.
Gisteren vond ik in de kelder van een platenzaak een plaat van Ma Rainey. Het oude formaat: 10 inch. Ik heb getwijfeld of ik de plaat moest kopen, maar toen ik zag dat het nummer "Rough And Tumble Blues" op de plaat staat - een van de vele voorlopers van Bob Dylans "Rollin' And Tumblin'" - was ik verkocht. De plaat kraakt, piept en zucht als een bejaarde zeurkous wanneer het rondjes maakt onder de naald, maar mooi is het wel.


~ * ~ * ~ * ~

Iedere zondagochtend begint voor mij met de nieuwsbrief van Meander Magazine. Die nieuwsbrief is voor iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in poëzie essentieel. Vanochtend werd ik, met dank aan die nieuwsbrief, gewezen op een bespreking van het gedicht "1975" van Frank Koenegracht door Jeroen van den Heuvel. Voor het bespreken van het gedicht van Koenegracht gebruikt Van den Heuvel twee andere gedichten: "Sociëteitsfeest" van Lucebert en "1975" van Remco Campert. Het gaat me om het tweede gedicht, "1975" van Campert, dat begint zo:

Rare jaren, deze jaren,
niets komisch veel mislukt
rollende stenen zonder mos.

Tegen beter weten in denk ik bij die derde regel aan Bob Dylans "Like A Rolling Stone". De jazz-liefhebber Campert zal met deze regel niet verwijzen naar de Dylan-song en toch lukt het mij maar niet om tijdens het lezen van dit gedicht ergens in mijn achterhoofd die bekende stem te horen:

How does it feel
How does it feel
To be on your own
With no direction home
Like a complete unknown
Like a rolling stone?

De schrijver van het stuk over Koenegrachts gedicht, Jeroen van den Heuvel, heeft ook een associatie bij die derde regel, maar zijn associatie is anders dan die van mij. Hij schrijft: "Het gedicht van Campert typeert de tijdgeest en de veranderingen met duidelijke verwijzingen. Bijvoorbeeld naar popmuziek, de Bijbel, de Tweede Wereldoorlog, de beat generation, en ook Lucebert. Hij doet dat  specifieker dan Koenegracht. Waar die refereert aan popmuziek via ‘versterkte muziek’, wijst Campert specifieker op de Rolling Stones."
Waar ik aan Bob Dylans "Like A Rolling Stone" denk, denkt Van den Heuvel aan The Rolling Stones.

Ik herinner mij een recensie van Bob Dylans "Like A Rolling Stone" van niet lang na het verschijnen van die single in de zomer van 1965, volgens de recensente is de song een verwijzing naar The Rolling Stones, maar dit terzijde.

Slaan Van den Heuvel en ik met onze associaties niet beiden de plank mis? Is de regel van Campert niet gewoon een verwijzing naar het Engelse gezegde "a rolling stone gathers no moss"?

~ * ~ * ~ * ~

In de zaak waar ik gisteren Ma Rainey kocht, kocht ik ook een cd van Karen Dalton. Nog een naam die ik associeer met Bob Dylan. Ik kan me niet herinneren ooit muziek van Dalton gehoord te hebben. 
Op de cd staat "Nottingham Town", een nummer dat Dylan gebruikte voor het componeren van "Masters Of War". 
In de auto onderweg naar huis hoor ik voor het eerst Karen Dalton. Het bevalt.
Dick Weissman in de liner notes bij deze cd: "In his autobiography. Chronicles, Vol. 1, Bob Dylan refers to Karen as his favorite of the Village coffeehouse singers."

~ * ~ * ~ * ~

Dylan (erg) kort #1296

De Volkskrant (papier:15 februari, online: 14 februari) bevat een (korte) recensie van How Does It Feel; Leven met Bob Dylan van Harm Peter Smilde, zie hier. [met dank aan Herman en Hans]
23 februari: Ana en The Zimmies in Culemborg, zie hier.

BDinNL 2.0

De pagina BDinNL 2.0 bevat een nieuw bericht met informatie (kort) over de publicatie van Bob Dylan in Nederland 1965 - 1984 en over Bob Dylans concert in Rotterdam in 1987. De pagina BDinNL 2.0 staat hier.


Under The Red Sky

Op 6 september 2019 bracht Sony vier albums van Bob Dylan opnieuw op vinyl uit: Infidels, Real Live, Down In The Groove en Under The Red Sky. Hans Altena besprak eerder de nieuwe persing van Infidels (zie hier), ik schreef eerder over Real Live (zie hier). Vandaag is het tijd voor Under The Red Sky.

Als beginnende Dylan-liefhebber, ergens in mijn pubertijd, leerde ik dat Under The Red Sky maar een matig album is. Ik las het in recensies en boeken. Voor ik het album hoorde, wist ik het al: Under The Red Sky is onder de maat.
Er zijn inmiddels bijna 30 jaar verstreken sinds het verschijnen van Under The Red Sky. In die 30 jaar ben ik geleerd dat eigenwijs zijn ook voordelen kan hebben. Ergens in de afgelopen 30 jaar ben ik eigenwijs genoeg geworden om eens goed naar Under The Red Sky te luisteren. Om gelijk maar even de knuppel in het hoenderhok te gooien: Under The Red Sky bevat misschien wel Dylans beste zangpartij van de jaren negentig. Ik heb het over "T.V. Talkin' Song". En misschien, heel misschien vind ik Under The Red Sky wel Dylans beste album van de jaren negentig. Beter dus dan Good As I Been To You en World Gone Wrong. En ja, misschien zelfs wel beter dan Time Out Of Mind.
Dat wil niet zeggen dat er niks valt af te dingen op Under The Red Sky. Songs als "Wiggle Wiggle", "Cat's In The Well" en "2 X 2" zijn op het eerste gehoor wat simpel, misschien zelfs kinderachtig. Het is geen geheim dat Dylan voor het schrijven van de songs op Under The Red Sky flink geput heeft uit kinderversjes, nursery rhymes. Voor veel Dylan-liefhebbers is dit een struikelblok. Ik heb daar niet zo'n moeite mee, moet ik zeggen. Het gaat er in eerste instantie om wat Dylan met die kinderversjes heeft gedaan, niet om dat hij ze heeft gebruikt. Wat hij er mee heeft gedaan is een aantal leuke songs schrijven. Songs als "Wiggle Wiggle" en "Cat's In The Well" moeten niet beluisterd worden in de hoop een levensles voorgeschoteld te krijgen. Het zijn geen "protestsongs" die de heersende macht, de oudere generatie of de politiek incorrecte denkers op de hak nemen. Het zijn nummers waar het (kinderlijk) plezier vanaf spat. Als luisteraar meer van deze songs verwachten is jezelf te kort doen.
Het enige mankement dat Under The Red Sky heeft, is dat een aantal songs beginnen met een fade in en eindigen met een fade out. Alsof de muziek die we horen geknipt is uit een langere jam-sessie. Het is een mankement waar ik mee kan leven.

Als er gesproken of geschreven wordt over Under The Red Sky wordt er zelden aandacht geschonken aan de ijzersterke composities die ook op dit album staan. Allereerst zijn er de twee songs die Dylan voor voorganger Oh Mercy schreef, maar die niet op dat album terecht kwamen: "Born In The Time" en "God Knows". Natuurlijk zijn er sterke versies van deze songs opgenomen tijdens de sessies voor Oh Mercy, maar dat betekent niet dat de versies van deze songs op Under The Red Sky onder de maat zijn. Verre van zelfs.
Bob Dylan heeft in zijn carrière met een aantal mensen, zowel op het podium als in de studio, duetten gedaan. Ik denk aan Joan Baez, Bette Midler, Neil Young, Van Morrison, enzovoort. Ik moet bekennen dat er maar héél weinig duetten zijn in Dylans oeuvre die ik echt kan waarderen. De grote uitzondering is "Born In Time" op Under The Red Sky waarop Dylan vocaal wordt ondersteund door David Crosby. Er is een soort ondefinieerbare magie tussen de stemmen van Bob Dylan en David Crosby in "Born In Time". Dat tilt deze "Born In The Time" boven het maaiveld uit.

Goed, sterke songs op Under The Red Sky. Naast de twee Oh Mercy-outtakes zijn er drie die er uitspringen. Natuurlijk het eerder genoemde "T.V. Talkin' Song" met de schitterende regel

Sometimes you gotta do like Elvis did and shoot the damn thing out

Verder is er de titelsong, een kindervers voor grote mensen met onder andere:

This is the key to the kingdom and this is the town
This is the blind horse that leads you around

Regels om nog eens op te kauwen. Bovendien heeft dit nummer een glansrol voor gitarist George Harrison en pianist Al Kooper.
Tot slot is er "Unbelievable". Heerlijk nummer, duistere tekst. Eentje om in rond te dwalen.

Twee song heb ik dan nog niet genoemd. Allereerst "10.000 Men": redelijke bluestekst, heerlijke muziek, goed gezongen. Tot slot "Handy Dandy". "Handy Dandy" is een valkuil. Door de titel en een aantal andere songs op Under The Red Sky is de eerste gedachte dat het hier wederom om een kindervers zoals "Wiggle Wiggle" of "Cat's In The Well" gaat. Niets is minder waar. "Handy Dandy" is alles behalve een kindervers. Kijkend naar de tekst doet het mij ergens denken aan het Traveling Wilburys-nummer "Tweeter And The Monkey Man".
Maar nog een afgezien van de tekst, luister eens naar hoe Dylan dit zingt. Luister bijvoorbeeld eens goed naar de regels:

Handy Dandy, if every bone in his body was broken he would never admit it
He got an all-girl orchestra and when he says
“Strike up the band,” they hit it

Als "T.V. Talkin' Song" Dylans beste zangpartij van de jaren negentig bevat, dan komt zijn zang op "Handy Dandy" er direct achteraan. Ik heb me eerder vergist. Er staan geen vijf ijzersterke songs op Under The Red Sky, maar zes: "Handy Dandy" hoort ook bij de categorie 'ijzersterk'.

Het mag duidelijk zijn, naar mijn smaak is Under The Red Sky een veel beter album dan de reputatie van deze plaat doet vermoeden. Het loont de moeite om 30 jaar na release naar Under The Red Sky te luisteren.
Het draaien van de in september uitgekomen heruitgave op vinyl van dit album is een uitstekende manier om Under The Red Sky opnieuw te ontdekken. Deze persing van Under The Red Sky heeft een warm geluid. De verschillende instrumenten zijn - naar mijn smaak - wat beter van elkaar te onderscheiden op deze persing dan op de oorspronkelijke persing van dit album. De nieuwe Under The Red Sky is naar mijn smaak (net) de best klinkende versie van dit album.

~ * ~ * ~

Bij de recente heruitgaven van Bob Dylans albums zit een download code zodat het album ook als hoogwaardige mp3 beluisterd kan worden. Rob heeft de mp3-versies van Real Live en Under The Red Sky beluisterd en vergeleken met onder andere de versies van deze albums in the Complete Album Collection vol. 1. Bij beide albums is zijn conclusie overduidelijk: de mp3's die weggegeven worden bij de We Are Vinyl-heruitgaven van Real Live en Under The Red Sky zijn de best klinkende (digitale) versies van deze albums.