aantekening #6803

Ik kom ineens overal de song "My Back Pages" tegen. Vreemd hoe een song waar ik nooit veel over nadenk of aandacht aan geef binnen enkele uren drie keer op mijn pad kan komen.

~ * ~ * ~ * ~

"'My father died in 1962,' he said, as the three of us sat around the kitchen table like the old friends in 'Bob Dylan's Dream.'"

Kinky Friedman - The Love Song of J. Edgar Hoover

~ * ~ * ~ * ~

In het boek Rock-'n-Roll voorbij de midlifecrisis van Jan Donkers lees ik: "Luister naar 'My Back Pages' uit 1967 met die aanvankelijk als zo raadselachtig beschouwde refrein-regel 'I was so much older then / I'm younger that that now.'" 
Mijn jongere zelf had na het lezen van zo'n zin dit boek aan de kant gesmeten om een boze brief aan Jan Donkers te schrijven. Mijn oudere zelf niet, die denkt "ach" en leest gewoon verder. Die snapt de vergissing.
Another Side Of Bob Dylan, het album waar "My Back Pages" op te vinden is, kwam uit in 1964, niet in 1967, maar op alle Nederlandse elpee- en cd-persingen van voor 2003 van dit album staat "(c) 1967" en daar komt de vergissing van Jan Donkers vandaan.

~ * ~ * ~ * ~


Drink whiskey en koop een hek, het houdt de buren op afstand (het hek, niet de whiskey).

~ * ~ * ~ * ~

In de eerste uitzending geheel gevuld met Bob Dylan op de Nederlandse radio heeft presentator Leo Nelissen het over "The Back Pages" in plaats van "My Back Pages". Leo Nelissen is duidelijk geen echte liefhebber van Dylans muziek. De uitzending eindigt met "Don't Think Twice, It's All Right", niet in de uitvoering van Bob Dylan, maar - omdat Nelissen dat wil - in de versie van Harry Simeone Corale.

~ * ~ * ~ * ~

 Zoals een mens ineens zin kan hebben, of beter een onweerstaanbare behoefte kan hebben aan chocolade, gevulde koeken of drop, zo voelde ik ineens de noodzaak om naar iets uit 1996 te luisteren. Na wat twijfelen en speuren koos ik uiteindelijk voor het concert van 17 mei 1996 omdat Bob Dylan tijdens dit concert "Señor" speelde en "Señor" kan hij zo mooi spelen. (Later, toen de keuze al gemaakt was, realiseerde ik me pas dat dit concert precies dertig jaar na de dag waarop Bob Dylan "Judas!" naar zijn hoofd kreeg geslingerd werd opgenomen, maar dit terzijde.)
De opname is niet geweldig, maar de taper heeft z'n best gedaan. Mag ik meer verwachten? Niet van de taper, wel van het aanwezige publiek. Dat publiek blijft maar lullen, dwars door de muziek heen. En "Señor" is mooi, althans dat vermoed ik, het is moeilijk om de song door het geklets goed te horen.
Bob Dylan doet stik z'n best, misschien wel omdat er zoveel geluld wordt. Hij blijft maar woorden buigen en rekken en uitspugen dat het een lieve lust is, maar het publiek hoort het niet.
Na de verplichte "All Along The Watchtower" op plek drie komt "I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)". Dat is geen favoriet van mij, maar wat hij er vanavond mee doet...
Vanavond krijgt "I Don't Believe You" nieuw leven. Bob Dylan trekt de song - zo lijkt het - volledig uit elkaar om 'm vanaf de grond opnieuw op te kunnen bouwen. Vergeet voor even de versies van Another Side Of Bob Dylan en de concerten in 1966, vanavond krijgt de song een nieuw leven, alsof het er nooit eerder was. Alsof ik het nooit eerder hoorde.
En het publiek blijft maar lullen.

~ * ~ * ~ * ~


~ * ~ * ~ * ~

Ergens tegen het eind van het concert haalt Bob Dylan Roger McGuinn het podium op om mee te zingen op "My Back Pages". Dat zal mogelijk best een belevenis zijn geweest voor het aanwezige publiek op die avond in mei in '96, maar luisterend in mijn huiskamer, in augustus 2018 werkt het niet. Helemaal niet zelfs, het wekt alleen maar ergernis op. 
Om niet te eindigen met een zure nasmaak schakel ik een paar songs terug, eerst naar het rustige, langgerekte (12 minuten) "Tangled Up In Blue", daarna naar het nog langer durende (14 minuten), maar geen seconde vervelende "She Belongs To Me".
Bijna net zo mooi als "I Don't Believe You".

~ * ~ * ~ * ~

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt (zie hier). Reacties zijn meer dan welkom en kunnen naar: twillems87[at]gmail.com.

De hoezen #5 - door Patrick Roefflaer

8 – Bob Dylan’s Greatest Hits

Een verzamelelpee hoort eigenlijk niet thuis in dit rijtje van studio en live elpees, maar de geschiedenis van Bob Dylans eerste verzamelplaat is te mooi om onvermeld te blijven. Vooral ook omdat er in 1966-67 maar liefst drie verschillende platen verschenen onder dezelfde noemer.


Nederlandse uitgave: Bob Dylan’s Greatest Hits - No One Sings Dylan Like Dylan
Uitgebracht: 27 maart 1966
Fotograaf: Jerry Schatzberg
Art-director: ?

Het is de verdienste van mijn gastheer hier op deze blog, om de precieze verschijningsdatum te ontdekken van de allereerste compilatie van Bob Dylan (Bob Dylan in Nederland 1965-1978 – Tom Willems, 2011). Op 27 maart 1966 - dag op dag één jaar voor de Amerikaanse uitgave - bracht de Nederlandse afdeling van CBS immers al een plaat uit met de titel: Bob Dylan’s Greatest Hits.

Als ondertitel voor deze compilatie staat in de linkerbovenhoek de kreet: ‘No One Sings Dylan Like Dylan’. Die slogan werd door Columbia gelanceerd in Engeland op 21 juni 1965, ter promotie van Bringing It All Back Home.

Op de hoes prijkt een foto gemaakt door Jerry Schatzberg, op 28 januari 1966, tijdens de sessie voor de hoes van Blonde on Blonde. Daarbij poseerde Dylan met allerhande voorwerpen die in de fotostudio aanwezig waren. De keuze voor de hoes valt op een foto van Dylan met in zijn ene hand een sigaret, terwijl hij met de andere een extra large versie van een Zippo aansteker omhoog houdt.

Op de achterzijde van de hoes staan opnieuw de songtitels, plus de foto’s van Dylans van de tot dan toe verschenen albums.

Doordat deze uitgave op de markt is gebracht, nog voor Blonde on Blonde is verschenen, ontbreken songs van die dubbelelpee tussen de 12 vermelde nummers.


Britse uitgave: Bob Dylan – Greatest Hits
Uitgebracht: december 1966
Fotograaf: Jerry Schatzberg
Art-director: ?

Negen maanden later, verschijnt in Groot-Brittannië en Ierland een gelijkaardige plaat onder de titel Greatest Hits. Er staan evenveel nummers op als op de Nederlandse uitgave, maar omdat Blonde on Blonde inmiddels is verschenen, is er deels een andere selectie gekozen.

Veelal staat 1967 aangegeven als verschijningsdatum, waarbij er gemakshalve van wordt uitgegaan dat de plaat zowat gelijk met de Amerikaanse tegenhanger is uitgebracht. De plaat duikt echter op 14 januari 1967 voor het eerst op in de Britse hitlijsten, waardoor een uitgave in de laatste week van december 1966 waarschijnlijker is.

Belangrijker echter voor dit verhaal is dat deze Britse compilatie een andere hoesontwerp heeft. Op de foto staat een voor zich uit starende Bob Dylan, tegen een witte achtergrond en onder zijn arm een portet van een Bijbels uitziende man.

Net als voor de Nederlandse compilatie is ook deze foto afkomstig uit dezelfde fotosessie van Jerry Schatzberg (28 januari 1966). We zien Bob Dylan die peinzend voor zich uit staart, met in zijn armen een boek met een afbeelding van een Bijbels uitziende oude man.

Het portret is een fragment van De aanbidding der wijzen, een schilderij van Peter Paul Rubens uit 1624. Het is de omslagfoto voor een boek van Jacques Lassaigne, uitgegeven in New York in 1958, met als titel Flemish Painting from Bosch to Rubens.
Uit andere foto’s waarop Dylan met het boek is te zien, blijkt de foto voor de hoes te zijn gespiegeld, zodat er links plaats is voor het logo van de platenmaatschappij en rechts voor de titels van zowel het album als de songs.

De achterzijde van de hoes is erg vergelijkbaar met de Nederlandse versie: de songtitels plus de foto’s van de tot dan toe verschenen albums – echter, omdat er slechts plaats is voor zes foto’s, ontbreekt er eentje: Another Side of Bob Dylan.


Amerikaanse Bob Dylan’s Greatest Hits
Uitgebracht: 27 maart 1967
Fotograaf: Rowland Scherman
Fotograaf achterzijde: David Gartner en Fred Hammerstein
Poster: Milton Glaser
Art-director: John Berg

In juli 1966, tijdens een pauze in Dylans wereldtournee, komt het nieuws dat de zanger zou zijn gevallen met zijn motorfiets. Vanuit het Dylankamp is er geen verdere communicatie en de man lijkt van de aardbol verdwenen. Dit leidt vanzelfsprekend tot veel speculatie: Dylan zou dood zijn, of minstens zijn nek gebroken hebben. Kwatongen opperen dan hij is opgenomen in een ontwenningskliniek.

In elk geval: Dylan heeft het perfecte excuus om de immense druk van zijn frêle schouders te halen. Zijn manager, Albert Grossman zegt al zijn verplichtingen af: de tournee geschrapt, de plannen voor de uitgave van een boek, toneelstuk en een film opgeborgen. Het platencontract wordt opgezegd en er is dus geen verplichting meer om de studio in te duiken.

Columbia Records meent dat hiermee het hoofdstuk Dylan is afgesloten en komt met het voorstel om een verzamelelpee uit te brengen. De tijd is er rijp voor, want recent hebben grote namen als The Rolling Stones (Big Hits (High Tide and Green Grass) – maart 1966), The Beach Boys (Best of the Beach Boys  - juli 1966) en The Beatles (A Collection of Beatles Oldies – december 1966) hun werk voor het eerst gebundeld.

Dylan ziet zoiets echter niet zitten en weigert elke medewerking. Hij wil zelfs niet poseren voor de hoesfoto.

Dus moeten de ontwerpers van de hoes creatief omspringen met materiaal uit het archief.

‘Dylan had hier niets in te zeggen,’ legt fotograaf Rowland Scherman in 2013 uit aan Ben Yakas . ‘In zijn contract stond dat hij zijn veto kon stellen wanneer hij een foto maar niets vond, maar hij was niet langer onder contract. Hij kreeg een maand later of zo een nieuw contract [eigenlijk pas op 21 augustus 1967], maar tussen beide contracten in had hij geen inspraak.’


Voorzijde

Rowland Scherman is een freelance fotograaf. Zijn werk verschijnt voornamelijk in het tijdschrift Life.

Hij maakt de opmerkelijke foto op de voorzijde van de hoes op 28 november 1965. Die dag treedt Bob Dylan op in Coliseum in Washington DC. Scherman woont vlak bij de concertzaal en bezoekt het  concert, samen met zijn vrouw. Een goede fotograaf heeft altijd zijn toestel bij en Rowland gebruikt zijn perskaart om backstage te raken.

In het boek Encounters with Bob Dylan (Tracy Johnson - Humble Press, 2000) vertelt Scherman zijn verhaal: ‘Dylan stond in die blauwe spot, een nummer te zingen waarvan ik me de titel niet meer herinner. Ik zette een 300 mm (lens) op en zag meteen het hele plaatje: het haar, de halo, de harmonica – de drie h’s. Ik deed: klik, klik, klik  - zes of zeven foto’s.
Ik riep: “Hartelijk dank. Ik ben ervandoor.” Ik bleef niet wachten. Beter dan dit wordt het niet, dacht ik. Snel weer de zaal in,  voor de rest van het concert.’

Een hele tijd later toont Rowland de foto’s aan de verloofde van zijn zus: John Berg – die toevallig werkt bij de ontwerpafdeling van Columbia Records. ‘Hij bekeek het stapeltje  - het was een paar centimeter dik en bij de derde foto zei hij ‘Dit wordt de volgende hoes’. Het ging sneller dan ik nodig heb om je dit te vertellen.’
Berg biedt hem 300 dollar voor een foto en Sherman hapt toe. ‘Dat was mooi verdiend in die tijd. Dat was toch wel een paar maanden huur.’

‘John Berg had een prima inzicht,’ gaat Scherman verder. ‘Hij vergrootte het beeld, sneed het uiterst nauw aansluitend bij en spiegelde het dan zodat [Dylan] de andere kant uitkijkt. En dan zette hij die titels bovenaan in het hoofd.
Het was mijn idee om hem in tegenlicht te fotograferen – dat was misschien zelfs nooit eerder vertoond op de hoes van een plaat - maar het was zijn design dat er zo ’n sterk beeld van maakte.’

‘Waar ik achteraf enorm van staat te kijken, is dat hij nu een van de iconen van de jaren zestig is. Daar ben ik ben enorm trots op. Plus het feit dat het nu is opgenomen in de Library of Congress.’   


Achterzijde

Voor de achterzijde van de hoes vindt Berg een gelijkaardige foto van Dylan in tegenlicht.

Over deze foto niet veel is geweten. Enkel twee namen: David Gartner en Fred Hammerstein.

In mijn speurtocht naar informatie  vind ik niets over Hammerstein, maar Gartner blijkt een Facebook account te hebben. Hij was de officiële fotograaf van Playboy en dus vooral gespecialiseerd in het vereeuwigen van bunny’s en allerhande beroemdheden op party’s.  Wanneer ik hem contacteer, is hij bereid op mijn vragen te antwoorden. Hij herinnert zich vaag: ‘Die foto werd gemaakt in Queens New York op tennisvelden, nu heet dat daar Arthur Ashe Stadium. Ik was fotograaf en Fred Hammerstein. 1968’

Ik vraag hem of dit misschien het Forest Hills Tennis Stadium in New York kon zijn. Op 28 augustus 1965 gaf Dylan er het openingsconcert van zijn eerste tournee mét band, voor 15 000 toeschouwers.

Gartner bevestigt de datum en locatie. Hij voegt er aan toe: ‘Ik herinner me dat de foto genomen werd van achter het podium. Hij draaide zich om naar het gordijn en de spot achter hem deed zijn haar oplichten.’

Over het waarom van die twee namen, legt hij uit: ‘Het was mijn opdracht om Bob Dylan te fotograferen [in opdracht van de promotor van het concert, Jerry Weintraub] en omdat Fred Hammerstein mijn medewerker was, vond ik het niet meer dan fair om beide namen er onder te zetten.’

In ieder geval: deze foto is dus zelfs drie maanden eerder gemaakt dan die van Scherman aan de voorzijde. Mogelijk zag John Berg de gelijkenis en nam dit als vertrekpunt.

Mondo scripto


aantekening #6801

setlist 14 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

~ * ~ * ~ * ~

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt (zie hier).

~ * ~ * ~ * ~



~ * ~ * ~ * ~

Ondertussen in IKEA

dingdong.....
"Willen de ouders van Tom Willems kleine Tom ophalen uit speelland? Hij blijft maar 'Blowin' In The Wind' in het gezicht van de andere kindjes schreeuwen. Ik herhaal, willen de ouders van Tom Willems kleine Tom ophalen uit speelland? Dank u."

~ * ~ * ~ * ~

"In no time at all I was out on the windswept, frozen corner of Nightmare Alley and Desolation Row looking for a working pay phone to call my cousin Rachel Samet."

Kinky Friedman - The Love Song of J. Edgar Hoover

~ * ~ * ~ * ~

aantekening #6800

setlist 13 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

~ * ~ * ~ * ~

De televisieserie The Sixties bestaat uit tien afleveringen van 40 minuten. Iedere aflevering concentreert zich rond een thema. De afleveringen zitten vol archiefbeelden. Deze serie is in 2014 op dvd verschenen. Die dvd ligt nu voor €2,50 bij Action. 
Een van de tien aflevering draagt de titel "The Times They Are A-Changin'", maar gek genoeg is Bob Dylan in deze aflevering in geen velden of wegen te bekennen. Toch is Dylan wel in deze serie te vinden.
In de aflevering "The British Invasion" wordt gesproken over hoe The Animals "House Of The Rising Sun" van Bob Dylan hebben gejat en zijn er fragmenten te zien van "Mr. Tambourine Man" (Newport 1964), "Maggie's Farm" (Newport 1965), "Like A Rolling Stone" (Newport 1965) en de rehearsal van Newport 1965.
In de aflevering "Sex, Drugs and Rock 'n' Roll" is "Only A Pawn In Their Game" (Newport 1963), een zeer kort fragment van Newport 1964 en een fragment uit Dont Look Back te zien.
Al deze beelden zijn bekend en te vinden op de dvd's The Other Side Of The Mirror en Dont Look Back, maar dat neemt niet weg dat The Sixties zeker de moeite van het bekijken waard is. Zoals gezegd bevat de serie veel archiefbeelden. Deze archiefbeelden geven een uitstekend beeld van de tijd waarin Bob Dylan muziek begon te maken en naam begon te verwerven.

Voor de lezers van Dylan & de Beats: in de aflevering "Sex, Drugs and Rock 'n' Roll" zit een fragment van Jack Kerouac die voorleest uit On The Road in The Steve Allen Show. (zie Dylan & de Beats, blz. 258)

~ * ~ * ~ * ~

BDinNL 2.0

In 2011 publiceerde ik het boek Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978. Nu, zeven jaar later, is dat boek niet meer in druk. Bovendien zijn er sinds de publicatie van Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978 voldoende nieuwe feiten boven tafel gekomen om een nieuwe editie te rechtvaardigen.
Ik ben begonnen met het herschrijven van Bob Dylan in Nederland en dit keer stop ik niet in 1978, maar ga ik door, door tot het heden. Dit project heeft de werktitel BDinNL 2.0 gekregen. 

Tijdens het schrijven van een boek gebeurt er van alles achter de schermen waar lezers geen weet van hebben. Zo stuur ik sinds jaar en dag regelmatig e-mails over de vorderingen van het schrijven naar Rob. Die e-mails helpen mij om mijn gedachten te ordenen tijdens dat proces. Ik schrijf in die mails vaak over vondsten, maar ook over twijfels en zaken die ik nog moet uitzoeken.
Ik heb besloten de e-mails die ik tijdens het werken aan BDinNL 2.0 naar Rob stuur ook online, op deze blog te publiceren zodat lezers niet alleen op de hoogte blijven van het schrijfproces, maar ook kunnen reageren, misschien zelfs helpen bij het voltooien van een nieuwe editie van het boek Bob Dylan in Nederland.

De mails zullen gepubliceerd worden op de pagina BDinNL 2.0 (Zie hier.) In de kolom rechts staat permanent een link naar deze pagina.
De eerste e-mail staat inmiddels online. Wanneer een nieuwe e-mail gepubliceerd wordt zal ik dat hier melden.

Tom Willems

Bourbon Street (1967) - door Jochen Markhorst

Bourbon Street (1967)

Louis Jordan (1908-1975) is natuurlijk een grootmeester van de noveltysongs, de songs die drijven op een komisch effect. De hitpotentie daarvan is onverwoestbaar en van alle tijden. Songs als “They're Coming to Take Me Away, Ha-Haaa!" (Jerry Samuel, 1966), “Da Da Da” (Trio, 1982), “Yakety Yak” (The Coasters, ’58), artiesten als Zappa (“Dancing Fool”) en Weird Al Yankovic, zelfs Sinatra bezondigt zich eraan (met het volslagen mislukte “Mama Will Bark”, ’51, bijvoorbeeld) en in de zomer van 2018 scoort Cardi B een wereldhit met de noveltysong “I Like It”.
In de jaren 40 scoort Louis Jordan met zijn band Tympany Five de ene hit na de andere met kolderieke refreinen, bizarre geluidjes of humoristische teksten. “G.I. Jive”, “Mop! Mop!”, “Five Guys Named Moe”, “Petootie Pie”, om er maar een paar te noemen. In tien jaar tijd, tussen 1942 en 1951 produceert Jordan maar liefst vierenvijftig Top 10-hits, vijftien keer nummer 1(!), in de R&B/Race Charts, en negentien singles scoren ook cross-over, in de blanke lijsten dus. Het zijn ook daar geen kleine hitjes; negen keer de Top 10 van de US Pop Chart en twee hits zijn zelfs helemáál cross-over, scoren in drie lijsten: “Ration Blues” behaalt ook nog de eerste plek in de Country Charts, evenals “Is You Is Or Is You Ain’t My Baby”.
Maar de King Of The Jukebox slechts als novelty-artiest wegzetten, doet geen recht aan Jordans fenomenale muzikaliteit, de geraffineerde composities en vooral zijn enorme invloed. Chuck Berry wijst naar Louis Jordan, als men hem als de Grondlegger Van De Rock ‘n’ Roll probeert te eren. Zonder Louis Jordan, zegt Berry dan, was ik nooit de muziek ingegaan. Hij geeft ook moeiteloos toe dat hij het aardverschuivende intro van “Johnny B. Goode” gewoon heeft gejat van Jordan: van het intro bij “Ain’t That Just Like A Woman”. Daarvan inspireert de tekst overigens ook al. Chuck Berry tot “Brown-Eyed Handsome Man”, Dylan tot een song als “Highway 61 Revisited”, die opstapeling van surreële, ongerelateerde coupletten met Bijbelse referenties:

There was Adam, happy as a man could be
Till Eve got him messin' with that old apple tree
Ain't that just like a woman?
Yeah, ain't that just like a woman?
Ain't that just like a woman?
They'll do it every time

Lot took his wife down to the cornerstore for a malted
She wouldn't mind her business, boy did she get salted
Ain't that just like a woman?
Ain't that just like a woman?
Yeah, that's just like a woman, they'll do it every time

James Brown erkent de impact op zijn eigen ontwikkeling eveneens herhaaldelijk, net als Little Richard, en Jordans producer, Milt Gabler, transponeert des jukeboxkonings muziek naar zijn blanke cliënt Bill Haley, ook al zo’n aartsvader van de rock ‘n’ roll. Bill Haley And The Comets nemen dan ook aardig wat Jordansongs op in hun repertoire (“Choo Choo Ch’Boogie”, “Caldonia”). Het rechtvaardigt allemaal de eretitel Grandfather Of Rock ‘n’ Roll, in ieder geval.

Als radiomaker komt Dylan niet om de man heen. In zijn Theme Time Radio Hour  draait hij Louis Jordan acht keer, even vaak dus als Sinatra en Bob Wills, eentje minder dan lijstaanvoerder George Jones. “Louis werd een van de pioniers van de rhythm & blues,” zegt Dylan waarderend in aflevering 13, na "If You’re So Smart, How Come You Ain’t Rich?”, en memoreert vervolgens dat zelfs Chuck Berry hem zijn belangrijkste invloed noemt, “… en Chuck laat anders nóóit zijn licht op iemand anders vallen.”
In de kelder van de Big Pink waart de geest van Louis Jordan ook rond, in 1967. Aanvallen van landerige meligheid worden getoonzet in noveltysongs als “My Bucket’s Got A Hole In It”, “Kickin My Dog Around” en “See You Later, Allen Ginsberg” en de meligheid bereikt een creatief hoogtepunt bij “Bourbon Street”, het broertje van Jordans eerste nummer-1-hit: “What’s The Use Of Getting Sober (When You Gonna Get Drunk Again)”.
De gimmick van dat lied is de openingsdialoog tussen een moedeloze, zwaar teleurgestelde vader en zijn nietsnut van een zoon die het drinken niet kan laten. Als pa klaar is met zijn verwijtende gezeur, krijgt de dronken zoon alle ruimte om zijn bezopen loflied op de alcohol te lallen: ‘waarom zou je nuchter willen worden, als je daarna toch weer dronken wordt.‘
Uit dat gedeelte, de sterkhouder van de song, kopieert en extrapoleert Dylan dan de dictie, de frasering en de vloeibare voordracht; Dylans protagonist is de zoon uit What’s The Use, die gewoon weer aan de bar hangt, na dat standje van pa.
De landerige traagheid van Jordans song, die met tempo en schrale instrumentatie de wee small hours van een doorgehaalde nacht op ’s lands meest beruchte uitgaansstraat, Bourbon Street in New Orleans, oproept, weten Dylan en de jongens van The Band te evenaren. Over zo’n puike blazerssectie als de Tympany Five beschikt de Big Pink niet, maar kijk aan: met alleen een beschonken trombone (Rick Danko, vermoedelijk) roep je New Orleans ook al op.

De tekst lijkt grotendeels ter plekke geïmproviseerd en is ook niet helemaal te verstaan, maar dat de goedgehumeurde Dylan een en ander concentreert rond een dubbele woordspeling á la Rainy Day Women is er nog wel uit te halen, hoewel dat de (weinige) analytici lijkt te ontgaan. Clinton Heylin, Greil Marcus en Tony Attwood ontwaren niet veel meer dan een nathals die ergens op Bourbon Street aan de bar hangt, dan wel van bar tot bar zwalkt. Alle drie gaan dan voorbij aan de openingsregel “I’d like another Bourbon Street”, aan “I want a Bourbon Street” en vooral aan de stokregel van de laatste coupletten: “Mister bartender, I’ll have another Bourbon Street”. Dat allitereert met een gewone bestelling, a Bourbon straight, puur, maar meer nog wil de drinkebroer kennelijk een hele straat van bourbonwhisky voor zich op de toog zien, een rijtje van een stuk of acht borrels dus, hatsee. Dat Bourbon Street dan ook werkelijk die beroemde kroegstraat in Amerika is, is leuk voor de woordspeling.
De toepasselijke naam is overigens toeval; de straat is genoemd naar het Franse koningshuis (New Orleans was immers de hoofdstad van de Franse kolonie Louisiana, vandaar), niet naar de whiskeyvariant die oorspronkelijk in Bourbon County in Kentucky werd gestookt, twaalfhonderd kilometer verderop.

De Jong, Dylan en een beetje Pfeijffer

Sjoerd de Jong (1960), journalist van NRC Handelsblad en Bob Dylan-biograaf debuteerde in 2011 met de bundel Uit het lood als dichter.
Ik ben een poëzielezer, al gaat de frequentie waarin ik poëzie lees op en neer. Er zijn maanden, soms jaren dat ik de ene dichtbundel na de andere verslind terwijl ook ik soms lange periodes geen letter poëzie verdraag. Ik houd niet bij welke dichtbundels er wanneer verschijnen, ik lees wat er op mijn pad komt. De bundel van Sjoerd de Jong was in de zeven jaar sinds verschijning nog niet op mijn pad gekomen.
Ik wist tot voor kort niet van het bestaan van de dichter Sjoerd de Jong.
Als liefhebber van de muziek van Bob Dylan kende ik de naam Sjoerd de Jong wel. De Jong recenseerde verschillende Dylan-platen, -boeken en –concerten voor NRC Handelsblad en Groene Amsterdammer, dáár ken ik De Jong van. En natuurlijk van zijn Dylan-biografie, in 1992 uitgegeven door Mets en in 2000 op herhaling door Mets & Schilt.
Ik leerde van het bestaan van de dichter Sjoerd de Jong in de kringloopwinkel in Alkmaar, afgelopen zomer. Daar stond de bundel Uit het lood, kosten 25 cent. Ik heb die bundel gekocht, een goed bestede 25 cent. Sjoerd de Jong kan schrijven.
Tijdens het lezen van deze dichtbundel van een Dylan-biograaf ontkwam ik er niet aan om – als Dylan-liefhebber – al lezende te denken, vrezen, hopen Dylan tegen te komen in de gedichten in Uit het lood.
En natuurlijk gebeurde dat ook, in het gedicht “Angst voor jongeren” las ik:

pak je geweten en schud het op
geef je avatar een zoen die klapt
sla die drummer, hou je koest 
neem me mee naar Middelharnis

baby

Het was in eerste instantie het ritme van de woorden, de regels waar mijn Dylan-ogen achter bleven haken. De regels van De Jong staan in hetzelfde ritme als een van de songs van Dylans Basement Tapes, al kon ik niet gelijk de vinger er op leggen welke song dat dan moet zijn.
Op zo’n moment gaat het zeuren in mijn achterhoofd. Ik wil het weten.
Ik bladerde door de bundel van De Jong om te kijken of er ergens een verantwoording staat waarin verklaart wordt waarom deze regels mij zo aan Bob Dylan deden denken. Niet dus.
Was ik dan gek? Zag ik spoken? Is er niks Dylanesk aan deze regels?
Het bleef maar zeuren in mijn achterhoofd. Het was nu niet meer alleen het ritme, maar ook de eerste helft van die derde regel, “sla die drummer”, en wat in de regels daarna komt wat me aan Dylan deed denken.
En ineens, als een donderslag bij heldere hemel, wist ik het: in de song “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” (1967) zingt Bob Dylan het volgende couplet:

Now, pull that drummer out from behind that bottle
Bring me my pipe, we’re gonna shake it
Slap that drummer with a pie that smells
Take me down to California, baby
Take me down to California, baby
Take me down to California, baby

En nee, dit is niet hetzelfde als wat De Jong schrijft in “Angst voor jongeren”, maar er zijn zeker opmerkelijke overeenkomsten: er wordt in beide teksten de opdracht gegeven de drummer te slaan en “baby” wordt meegenomen naar respectievelijk Middelharnis en Californië.
Misschien is het toeval, misschien zie ik dingen die er niet zijn. Want als Sjoerd de Jong in zijn gedichten Bob Dylan citeert dan zou hij dit toch wel keurig onder het kopje “verantwoording” of “aantekeningen” achterin de bundel vermelden? Er staat geen verantwoording achter in Uit het lood. En dus denk ik misschien wel spoken te zien. Dat het allemaal toeval is, dat De jong helemaal niet bewust regels van Bob Dylan naschrijft. Bovendien zijn die overeenkomsten nou ook weer niet zó groot dat het onomstotelijk vast staat dat… Enfin, ik moet het maar gewoon vergeten, denk ik nog, en verder lezen.

Een paar bladzijden verder, het gedicht “O, man”:

het stripboekje en ik
alleen wij
we pakten de bus
de kleine chauffeur daarentegen
die lag thuis in bed
de volgende dag
met een neus vol pus

Ik ben niet gek! Sjoerd de Jong is een gedachtendief! Kijk maar, Bob Dylans “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” begint zo:

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus

Dat is precies, maar dan ook tot op het woord precies hetzelfde!
Dat vind ik mooi zo’n ontdekking, alsof ik een deel van de code van De Jongs bundel Uit het lood heb gekraakt. Daar kan ik van genieten.
Nou is er misschien heel even de verleiding om hoog van de toren te gaan blazen, om heel hard te roepen dat Sjoerd de Jong publiekelijk aan de schandpaal genageld moet worden wegens het plegen van plagiaat. Dat is naar mijn mening helemaal niet nodig, onzin zelfs. Laat de rotte eieren en tomaten maar thuis. Sjoerd de Jong heeft zich laten inspireren, hij heeft enkele regels van Bob Dylan uit de oorspronkelijke context getild en ze een nieuw thuis gegeven, er iets eigens, iets De Jongs van gemaakt. Dat is geen plagiaat.
Daarmee lijkt de kous af. De Jong heeft in zijn bundel Uit het lood uit Bob Dylans “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” geciteerd en daar geen melding van gemaakt in zijn bundel. Het zij zo. Geen reden voor paniek of verontwaardiging.
Maar wacht, er is meer.
In 2016 kreeg Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur. De bekendmaking van het toekennen van de prijs aan Bob Dylan zorgde voor felle reacties, van zowel voor- als tegenstanders. Een van die felle tegenstanders is Ilja Leonard Pfeijffer. Op 8 december 2016 publiceerde hij onder de titel “Kan hij zich meten met grote dichters?” in NRC Handelsblad een stuk waarin hij probeert – ik schrijf met opzet ‘probeert’ – aan te tonen dat Bob Dylan de Nobelprijs niet verdient. Hij schrijft, na zijn oordeel te baseren op één vers uit “A Hard Rain’s A-Gonna Fall”, slechts één song uit een immens oeuvre, onder andere: “Duizenden dichters dichten beter dan Dylan en daarom is de bekroning belachelijk.”
Goed, het moge duidelijk zijn: Pfeijffer vindt – in tegenstelling tot ondergetekende – Bob Dylan geen groot dichter, niet Nobelprijs waardig.
Terug naar Sjoerd de Jong.
Op de achterzijde van De Jongs bundel Uit het lood staat een gloeiende aanprijzing van de bundel geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer. Pfeijffer schrijft over Uit het lood: “We lezen iets wat we nog niet eerder zo hebben gelezen. Het is een bundel die mij wakker maakt en dat is heel uitzonderlijk. Wie verstand heeft van poëzie, kan zien dat er een rijpe, ervaren en moedige dichter aan het woord is.”
De ironie wil dat de lofprijzingen van Pfeijffer over de hele bundel van De Jong gaan, dus ook over de regels van Bob Dylan die in twee van de gedichten in Uit het lood zitten verstopt.
Pfeijffer houdt stiekem toch wel een beetje van Bob Dylans poëzie, want Pfeijffer heeft verstand van poëzie en Pfeijffer ziet dat in Uit het lood een “rijpe, ervaren en moedige dichter aan het woord is”.
Het leven is mooi, zeker voor de Uit het lood-lezende Dylanliefhebber.

Aanvulling 13 augustus

Na het plaatsen van bovenstaand stuk ontving ik van Sjoerd de Jong een sympathieke e-mail. Hij schrijft onder andere: 'Ja, dat heeft u goed gezien (het is ook vrij evident, natuurlijk, voor een Dylan- liefhebber), die passage in Uit het Lood is een verwijzing naar het kolderiek-absurdistische “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread”.

Bedoeld zoals u het opvat, namelijk als Nederlandse hertaling, ingebed in een eigen context – of, zoals Pfeijffer het misschien zou noemen, een kort "intertekstueel" eerbetoon – zoals die bij Dylan zelf geregeld te vinden zijn.'

Zo is het. De Jong past hier het folkproces - zoals Dylan het ooit noemde - toe. Het hergebruiken van fragmenten van andermans teksten om tot een nieuw, een eigen geheel te komen.

Verder stuurde De Jong mij een link naar een artikel uit NRC Handelsblad van 2 februari 2015. "nrc.next vraagt", aldus het artikel, "deze week dagelijks een dichter om een gedicht te herschrijven." Op 2 februari 2015 was het de buurt aan Sjoerd de Jong, hij koos voor het hertalen / herschrijven van de door Bindervoet & Henkes gemaakte vertaling van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread".
De Jong schrijft in dit artikel onder andere:

"Juist dat ritme, het over elkaar buitelen van alliteraties of rijmwoorden [in 'Yea! eavy And A Bottle Of Bread'] die de opwinding van het op reis gaan suggereren (it’s a one-track town, brown, and a breeze too), kortom de geëxalteerde beweging die in de woorden zit, komt in de bestaande vertaling [van Bindervoet & Henkes], in mijn oren, te weinig uit. Al moet het Nederlands blijven. Vandaar de fruitmand en Franeker.

Toegegeven, Dylans absurdisme in dit nummer blijft ongrijpbaar, het is meer klank dan betekenis – maar naar Wichita ga je nu eenmaal niet in een bananenboot, of met een zilvervloot.

Misschien naar Middelharnis? Dylans slotzin Take me down to California, baby! (Bindervoet en Henkes: 'Ginder ligt El Silverado, joffer!') brul ik ten minste liever mee als: 'Neem me mee naar Middelharnis, schatje!'"

Het artikel sluit af met het naast elkaar zetten van de oorspronkelijke vertaling van Bindervoet & Henkes en de nieuwe vertaling van Sjoerd de Jong.

Yea! Heavy and A Bottle of Bread
Nou, het stripboekje en ik, we namen toen de bus
Maar de arme kleine chauffeuse lag alweer te kooi
Pal de dag erop, met haar neus vol met pus
Yo! Koppig en de zilveren vlooi!
Het is een land hier van kant noch wal, rede noch ka
Pak je barbiezen, lieve, we gaan ervandoor
Naar de Breziel, in een tros bananen
Grijp de buit, scheer je weg, we gaan de spekken voor!
Bindervoet & Henkes

Ja, klote, maar we hebben het druk
Het stripboekje en ik, alleen wij, we pakten de bus
Maar de kleine chauffeur, pech, die lag thuis in bed
Op de volgende dag, met een neus vol pus
Ja, klote, maar we hebben het druk
Het is een éénbaansweg, bruin en met een briesje
Pak het vlees in, schat, we gaan op pad
Naar Franeker, met een fruitmand op
Grijp het geld en schiet op, want we hebben beet
Sjoerd de Jong

Je hoeft geen genie te zijn om te zien dat de vertaling van De Jong beter is, simpelweg omdat die beter bij het origineel blijft en - met name in de eerste paar regels - beter het ritme van de song "Yea! Heavy And  A Bottle Of Bread" vangt dan de vertaling van Bindervoet & Henkes.

aantekening #6797



~ * ~ * ~ * ~

De foto gebruikt voor bovenstaande advertentie is natuurlijk gemaakt door Daniel Kramer. Drie jaar geleden verscheen bij Taschen het boek Bob Dylan A Year And A Day van Kramer. Dat boek kostte toen zo'n €500,-.
Later deze maand brengt Taschen opnieuw Bob Dylan A Year And A Day uit, het gaat om een veel goedkopere editie. Op de cover van Bob Dylan A Year And A Day staat de foto die ook gebruikt is voor bovenstaande advertentie. Zie hier.

~ * ~ * ~ * ~

Charlie Sexton, gitarist in Dylans band, is vandaag vijftig geworden. Happy birthday, mister Sexton!

~ * ~ * ~ * ~

In 1964 verscheen bij Vista Books te Londen een door Anselm Hollo samengestelde bloemlezing met poëzie onder de titel Negro Verse. Aangezien deze bloemlezing gedichten van Beat-dichters LeRoi Jones en Ted Joans bevat, kocht ik het boekje, ondanks die foute titel. In dit bundeltje staan niet alleen gedichten volgens de 'klassieke' definitie, maar ook teksten van blues- en gospelsong, waaronder "Thought I Heard That K.C. Whistle Blow". Het eerste couplet:

Well I thought I heard that K.C. whistle blow,
Blow like she never blow before.
I believe my woman's on that train-
O babe! I believe my woman's on that train.

Leg dit naast Dylans "Duquesne Whistle":

Listen to that Duquesne whistle blowin’
Blowin’ like she never blowed before
(...)
Listen to that Duquesne whistle blowin’
Blowin’ like my woman’s on board


~ * ~ * ~ * ~


~ * ~ * ~ * ~


"Mevrouw Tom" kocht afgelopen week bij een kringloopwinkel het boek Baggergoud van Daniel van den Bos. Ik zag het vanochtend liggen op haar stapel nog te lezen boeken. Waarom weet ik niet, maar ik pakte het van die stapel op en sloeg het open. Op een van de eerste bladzijden staat:

'In the days of old, in the days of gold
How oft'times I repinefor the days of old
When we dug up the gold, in the days of '49'

Bob Dylan, 1970

Die regels komen natuurlijk uit "Days of 49", een nummer dat door Bob Dylan werd opgenomen voor zijn album Self Portrait (1970), maar niet een nummer dat hij schreef.
Met dank aan het openslaan van Baggergoud heb ik nu al de hele dag "Days of 49" in mijn hoofd zitten.
Ik heb het net gedraaid. Heerlijk nummer.
Wanneer is de laatste keer dat jij Self Portrait hebt gedraaid?

~ * ~ * ~ * ~

Volgens een bericht op het forum van Expecting Rain is de setlist van het concert in Adelaide van vandaag identiek aan de setlists van de twee voorgaande concerten. 

setlist 11 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

Een foto van Bob Dylan op het podium in Adelaide staat hier.

~ * ~ * ~ * ~

Na het beluisteren van "Days of 49" heb ik het album Self Portrait voor het eerst in lange tijd weer eens van voor naar achteren beluisterd. Dat beviel. Self Portrait is een veel beter album dan de reputatie doet vermoeden.

~ * ~ * ~ * ~



~ * ~ * ~ * ~

Dylan kort #1303

De plaat van Marietje Schaake: Op radio 1, afgelopen donderdag mocht politica Marietje Schaake vertellen over haar plaat. Je kiest voor "I Shall Be Released" in de versie van Hadewych Minis en vertelt ook waarom ze voor deze plaat kiest. Het bewuste stukje luisteren kan hier. [met dank aan Hans]
John Otway heeft een nummer geschreven met de titel "Bob Dylan", zie hier.
Humo over Live 1962 - 1966, zie hier.
Frank Tubex staat op en gaat slapen met Bob Dylan, kort, van oktober 2016. Moet ik toen gemist hebben, zie hier.