aantekening #6800

setlist 13 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

~ * ~ * ~ * ~

De televisieserie The Sixties bestaat uit tien afleveringen van 40 minuten. Iedere aflevering concentreert zich rond een thema. De afleveringen zitten vol archiefbeelden. Deze serie is in 2014 op dvd verschenen. Die dvd ligt nu voor €2,50 bij Action. 
Een van de tien aflevering draagt de titel "The Times They Are A-Changin'", maar gek genoeg is Bob Dylan in deze aflevering in geen velden of wegen te bekennen. Toch is Dylan wel in deze serie te vinden.
In de aflevering "The British Invasion" wordt gesproken over hoe The Animals "House Of The Rising Sun" van Bob Dylan hebben gejat en zijn er fragmenten te zien van "Mr. Tambourine Man" (Newport 1964), "Maggie's Farm" (Newport 1965), "Like A Rolling Stone" (Newport 1965) en de rehearsal van Newport 1965.
In de aflevering "Sex, Drugs and Rock 'n' Roll" is "Only A Pawn In Their Game" (Newport 1963), een zeer kort fragment van Newport 1964 en een fragment uit Dont Look Back te zien.
Al deze beelden zijn bekend en te vinden op de dvd's The Other Side Of The Mirror en Dont Look Back, maar dat neemt niet weg dat The Sixties zeker de moeite van het bekijken waard is. Zoals gezegd bevat de serie veel archiefbeelden. Deze archiefbeelden geven een uitstekend beeld van de tijd waarin Bob Dylan muziek begon te maken en naam begon te verwerven.

Voor de lezers van Dylan & de Beats: in de aflevering "Sex, Drugs and Rock 'n' Roll" zit een fragment van Jack Kerouac die voorleest uit On The Road in The Steve Allen Show. (zie Dylan & de Beats, blz. 258)

~ * ~ * ~ * ~

BDinNL 2.0

In 2011 publiceerde ik het boek Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978. Nu, zeven jaar later, is dat boek niet meer in druk. Bovendien zijn er sinds de publicatie van Bob Dylan in Nederland 1965 - 1978 voldoende nieuwe feiten boven tafel gekomen om een nieuwe editie te rechtvaardigen.
Ik ben begonnen met het herschrijven van Bob Dylan in Nederland en dit keer stop ik niet in 1978, maar ga ik door, door tot het heden. Dit project heeft de werktitel BDinNL 2.0 gekregen. 

Tijdens het schrijven van een boek gebeurt er van alles achter de schermen waar lezers geen weet van hebben. Zo stuur ik sinds jaar en dag regelmatig e-mails over de vorderingen van het schrijven naar Rob. Die e-mails helpen mij om mijn gedachten te ordenen tijdens dat proces. Ik schrijf in die mails vaak over vondsten, maar ook over twijfels en zaken die ik nog moet uitzoeken.
Ik heb besloten de e-mails die ik tijdens het werken aan BDinNL 2.0 naar Rob stuur ook online, op deze blog te publiceren zodat lezers niet alleen op de hoogte blijven van het schrijfproces, maar ook kunnen reageren, misschien zelfs helpen bij het voltooien van een nieuwe editie van het boek Bob Dylan in Nederland.

De mails zullen gepubliceerd worden op de pagina BDinNL 2.0 (Zie hier.) In de kolom rechts staat permanent een link naar deze pagina.
De eerste e-mail staat inmiddels online. Wanneer een nieuwe e-mail gepubliceerd wordt zal ik dat hier melden.

Tom Willems

Bourbon Street (1967) - door Jochen Markhorst

Bourbon Street (1967)

Louis Jordan (1908-1975) is natuurlijk een grootmeester van de noveltysongs, de songs die drijven op een komisch effect. De hitpotentie daarvan is onverwoestbaar en van alle tijden. Songs als “They're Coming to Take Me Away, Ha-Haaa!" (Jerry Samuel, 1966), “Da Da Da” (Trio, 1982), “Yakety Yak” (The Coasters, ’58), artiesten als Zappa (“Dancing Fool”) en Weird Al Yankovic, zelfs Sinatra bezondigt zich eraan (met het volslagen mislukte “Mama Will Bark”, ’51, bijvoorbeeld) en in de zomer van 2018 scoort Cardi B een wereldhit met de noveltysong “I Like It”.
In de jaren 40 scoort Louis Jordan met zijn band Tympany Five de ene hit na de andere met kolderieke refreinen, bizarre geluidjes of humoristische teksten. “G.I. Jive”, “Mop! Mop!”, “Five Guys Named Moe”, “Petootie Pie”, om er maar een paar te noemen. In tien jaar tijd, tussen 1942 en 1951 produceert Jordan maar liefst vierenvijftig Top 10-hits, vijftien keer nummer 1(!), in de R&B/Race Charts, en negentien singles scoren ook cross-over, in de blanke lijsten dus. Het zijn ook daar geen kleine hitjes; negen keer de Top 10 van de US Pop Chart en twee hits zijn zelfs helemáál cross-over, scoren in drie lijsten: “Ration Blues” behaalt ook nog de eerste plek in de Country Charts, evenals “Is You Is Or Is You Ain’t My Baby”.
Maar de King Of The Jukebox slechts als novelty-artiest wegzetten, doet geen recht aan Jordans fenomenale muzikaliteit, de geraffineerde composities en vooral zijn enorme invloed. Chuck Berry wijst naar Louis Jordan, als men hem als de Grondlegger Van De Rock ‘n’ Roll probeert te eren. Zonder Louis Jordan, zegt Berry dan, was ik nooit de muziek ingegaan. Hij geeft ook moeiteloos toe dat hij het aardverschuivende intro van “Johnny B. Goode” gewoon heeft gejat van Jordan: van het intro bij “Ain’t That Just Like A Woman”. Daarvan inspireert de tekst overigens ook al. Chuck Berry tot “Brown-Eyed Handsome Man”, Dylan tot een song als “Highway 61 Revisited”, die opstapeling van surreële, ongerelateerde coupletten met Bijbelse referenties:

There was Adam, happy as a man could be
Till Eve got him messin' with that old apple tree
Ain't that just like a woman?
Yeah, ain't that just like a woman?
Ain't that just like a woman?
They'll do it every time

Lot took his wife down to the cornerstore for a malted
She wouldn't mind her business, boy did she get salted
Ain't that just like a woman?
Ain't that just like a woman?
Yeah, that's just like a woman, they'll do it every time

James Brown erkent de impact op zijn eigen ontwikkeling eveneens herhaaldelijk, net als Little Richard, en Jordans producer, Milt Gabler, transponeert des jukeboxkonings muziek naar zijn blanke cliënt Bill Haley, ook al zo’n aartsvader van de rock ‘n’ roll. Bill Haley And The Comets nemen dan ook aardig wat Jordansongs op in hun repertoire (“Choo Choo Ch’Boogie”, “Caldonia”). Het rechtvaardigt allemaal de eretitel Grandfather Of Rock ‘n’ Roll, in ieder geval.

Als radiomaker komt Dylan niet om de man heen. In zijn Theme Time Radio Hour  draait hij Louis Jordan acht keer, even vaak dus als Sinatra en Bob Wills, eentje minder dan lijstaanvoerder George Jones. “Louis werd een van de pioniers van de rhythm & blues,” zegt Dylan waarderend in aflevering 13, na "If You’re So Smart, How Come You Ain’t Rich?”, en memoreert vervolgens dat zelfs Chuck Berry hem zijn belangrijkste invloed noemt, “… en Chuck laat anders nóóit zijn licht op iemand anders vallen.”
In de kelder van de Big Pink waart de geest van Louis Jordan ook rond, in 1967. Aanvallen van landerige meligheid worden getoonzet in noveltysongs als “My Bucket’s Got A Hole In It”, “Kickin My Dog Around” en “See You Later, Allen Ginsberg” en de meligheid bereikt een creatief hoogtepunt bij “Bourbon Street”, het broertje van Jordans eerste nummer-1-hit: “What’s The Use Of Getting Sober (When You Gonna Get Drunk Again)”.
De gimmick van dat lied is de openingsdialoog tussen een moedeloze, zwaar teleurgestelde vader en zijn nietsnut van een zoon die het drinken niet kan laten. Als pa klaar is met zijn verwijtende gezeur, krijgt de dronken zoon alle ruimte om zijn bezopen loflied op de alcohol te lallen: ‘waarom zou je nuchter willen worden, als je daarna toch weer dronken wordt.‘
Uit dat gedeelte, de sterkhouder van de song, kopieert en extrapoleert Dylan dan de dictie, de frasering en de vloeibare voordracht; Dylans protagonist is de zoon uit What’s The Use, die gewoon weer aan de bar hangt, na dat standje van pa.
De landerige traagheid van Jordans song, die met tempo en schrale instrumentatie de wee small hours van een doorgehaalde nacht op ’s lands meest beruchte uitgaansstraat, Bourbon Street in New Orleans, oproept, weten Dylan en de jongens van The Band te evenaren. Over zo’n puike blazerssectie als de Tympany Five beschikt de Big Pink niet, maar kijk aan: met alleen een beschonken trombone (Rick Danko, vermoedelijk) roep je New Orleans ook al op.

De tekst lijkt grotendeels ter plekke geïmproviseerd en is ook niet helemaal te verstaan, maar dat de goedgehumeurde Dylan een en ander concentreert rond een dubbele woordspeling á la Rainy Day Women is er nog wel uit te halen, hoewel dat de (weinige) analytici lijkt te ontgaan. Clinton Heylin, Greil Marcus en Tony Attwood ontwaren niet veel meer dan een nathals die ergens op Bourbon Street aan de bar hangt, dan wel van bar tot bar zwalkt. Alle drie gaan dan voorbij aan de openingsregel “I’d like another Bourbon Street”, aan “I want a Bourbon Street” en vooral aan de stokregel van de laatste coupletten: “Mister bartender, I’ll have another Bourbon Street”. Dat allitereert met een gewone bestelling, a Bourbon straight, puur, maar meer nog wil de drinkebroer kennelijk een hele straat van bourbonwhisky voor zich op de toog zien, een rijtje van een stuk of acht borrels dus, hatsee. Dat Bourbon Street dan ook werkelijk die beroemde kroegstraat in Amerika is, is leuk voor de woordspeling.
De toepasselijke naam is overigens toeval; de straat is genoemd naar het Franse koningshuis (New Orleans was immers de hoofdstad van de Franse kolonie Louisiana, vandaar), niet naar de whiskeyvariant die oorspronkelijk in Bourbon County in Kentucky werd gestookt, twaalfhonderd kilometer verderop.

De Jong, Dylan en een beetje Pfeijffer

Sjoerd de Jong (1960), journalist van NRC Handelsblad en Bob Dylan-biograaf debuteerde in 2011 met de bundel Uit het lood als dichter.
Ik ben een poëzielezer, al gaat de frequentie waarin ik poëzie lees op en neer. Er zijn maanden, soms jaren dat ik de ene dichtbundel na de andere verslind terwijl ook ik soms lange periodes geen letter poëzie verdraag. Ik houd niet bij welke dichtbundels er wanneer verschijnen, ik lees wat er op mijn pad komt. De bundel van Sjoerd de Jong was in de zeven jaar sinds verschijning nog niet op mijn pad gekomen.
Ik wist tot voor kort niet van het bestaan van de dichter Sjoerd de Jong.
Als liefhebber van de muziek van Bob Dylan kende ik de naam Sjoerd de Jong wel. De Jong recenseerde verschillende Dylan-platen, -boeken en –concerten voor NRC Handelsblad en Groene Amsterdammer, dáár ken ik De Jong van. En natuurlijk van zijn Dylan-biografie, in 1992 uitgegeven door Mets en in 2000 op herhaling door Mets & Schilt.
Ik leerde van het bestaan van de dichter Sjoerd de Jong in de kringloopwinkel in Alkmaar, afgelopen zomer. Daar stond de bundel Uit het lood, kosten 25 cent. Ik heb die bundel gekocht, een goed bestede 25 cent. Sjoerd de Jong kan schrijven.
Tijdens het lezen van deze dichtbundel van een Dylan-biograaf ontkwam ik er niet aan om – als Dylan-liefhebber – al lezende te denken, vrezen, hopen Dylan tegen te komen in de gedichten in Uit het lood.
En natuurlijk gebeurde dat ook, in het gedicht “Angst voor jongeren” las ik:

pak je geweten en schud het op
geef je avatar een zoen die klapt
sla die drummer, hou je koest 
neem me mee naar Middelharnis

baby

Het was in eerste instantie het ritme van de woorden, de regels waar mijn Dylan-ogen achter bleven haken. De regels van De Jong staan in hetzelfde ritme als een van de songs van Dylans Basement Tapes, al kon ik niet gelijk de vinger er op leggen welke song dat dan moet zijn.
Op zo’n moment gaat het zeuren in mijn achterhoofd. Ik wil het weten.
Ik bladerde door de bundel van De Jong om te kijken of er ergens een verantwoording staat waarin verklaart wordt waarom deze regels mij zo aan Bob Dylan deden denken. Niet dus.
Was ik dan gek? Zag ik spoken? Is er niks Dylanesk aan deze regels?
Het bleef maar zeuren in mijn achterhoofd. Het was nu niet meer alleen het ritme, maar ook de eerste helft van die derde regel, “sla die drummer”, en wat in de regels daarna komt wat me aan Dylan deed denken.
En ineens, als een donderslag bij heldere hemel, wist ik het: in de song “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” (1967) zingt Bob Dylan het volgende couplet:

Now, pull that drummer out from behind that bottle
Bring me my pipe, we’re gonna shake it
Slap that drummer with a pie that smells
Take me down to California, baby
Take me down to California, baby
Take me down to California, baby

En nee, dit is niet hetzelfde als wat De Jong schrijft in “Angst voor jongeren”, maar er zijn zeker opmerkelijke overeenkomsten: er wordt in beide teksten de opdracht gegeven de drummer te slaan en “baby” wordt meegenomen naar respectievelijk Middelharnis en Californië.
Misschien is het toeval, misschien zie ik dingen die er niet zijn. Want als Sjoerd de Jong in zijn gedichten Bob Dylan citeert dan zou hij dit toch wel keurig onder het kopje “verantwoording” of “aantekeningen” achterin de bundel vermelden? Er staat geen verantwoording achter in Uit het lood. En dus denk ik misschien wel spoken te zien. Dat het allemaal toeval is, dat De jong helemaal niet bewust regels van Bob Dylan naschrijft. Bovendien zijn die overeenkomsten nou ook weer niet zó groot dat het onomstotelijk vast staat dat… Enfin, ik moet het maar gewoon vergeten, denk ik nog, en verder lezen.

Een paar bladzijden verder, het gedicht “O, man”:

het stripboekje en ik
alleen wij
we pakten de bus
de kleine chauffeur daarentegen
die lag thuis in bed
de volgende dag
met een neus vol pus

Ik ben niet gek! Sjoerd de Jong is een gedachtendief! Kijk maar, Bob Dylans “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” begint zo:

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus

Dat is precies, maar dan ook tot op het woord precies hetzelfde!
Dat vind ik mooi zo’n ontdekking, alsof ik een deel van de code van De Jongs bundel Uit het lood heb gekraakt. Daar kan ik van genieten.
Nou is er misschien heel even de verleiding om hoog van de toren te gaan blazen, om heel hard te roepen dat Sjoerd de Jong publiekelijk aan de schandpaal genageld moet worden wegens het plegen van plagiaat. Dat is naar mijn mening helemaal niet nodig, onzin zelfs. Laat de rotte eieren en tomaten maar thuis. Sjoerd de Jong heeft zich laten inspireren, hij heeft enkele regels van Bob Dylan uit de oorspronkelijke context getild en ze een nieuw thuis gegeven, er iets eigens, iets De Jongs van gemaakt. Dat is geen plagiaat.
Daarmee lijkt de kous af. De Jong heeft in zijn bundel Uit het lood uit Bob Dylans “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” geciteerd en daar geen melding van gemaakt in zijn bundel. Het zij zo. Geen reden voor paniek of verontwaardiging.
Maar wacht, er is meer.
In 2016 kreeg Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur. De bekendmaking van het toekennen van de prijs aan Bob Dylan zorgde voor felle reacties, van zowel voor- als tegenstanders. Een van die felle tegenstanders is Ilja Leonard Pfeijffer. Op 8 december 2016 publiceerde hij onder de titel “Kan hij zich meten met grote dichters?” in NRC Handelsblad een stuk waarin hij probeert – ik schrijf met opzet ‘probeert’ – aan te tonen dat Bob Dylan de Nobelprijs niet verdient. Hij schrijft, na zijn oordeel te baseren op één vers uit “A Hard Rain’s A-Gonna Fall”, slechts één song uit een immens oeuvre, onder andere: “Duizenden dichters dichten beter dan Dylan en daarom is de bekroning belachelijk.”
Goed, het moge duidelijk zijn: Pfeijffer vindt – in tegenstelling tot ondergetekende – Bob Dylan geen groot dichter, niet Nobelprijs waardig.
Terug naar Sjoerd de Jong.
Op de achterzijde van De Jongs bundel Uit het lood staat een gloeiende aanprijzing van de bundel geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer. Pfeijffer schrijft over Uit het lood: “We lezen iets wat we nog niet eerder zo hebben gelezen. Het is een bundel die mij wakker maakt en dat is heel uitzonderlijk. Wie verstand heeft van poëzie, kan zien dat er een rijpe, ervaren en moedige dichter aan het woord is.”
De ironie wil dat de lofprijzingen van Pfeijffer over de hele bundel van De Jong gaan, dus ook over de regels van Bob Dylan die in twee van de gedichten in Uit het lood zitten verstopt.
Pfeijffer houdt stiekem toch wel een beetje van Bob Dylans poëzie, want Pfeijffer heeft verstand van poëzie en Pfeijffer ziet dat in Uit het lood een “rijpe, ervaren en moedige dichter aan het woord is”.
Het leven is mooi, zeker voor de Uit het lood-lezende Dylanliefhebber.

Aanvulling 13 augustus

Na het plaatsen van bovenstaand stuk ontving ik van Sjoerd de Jong een sympathieke e-mail. Hij schrijft onder andere: 'Ja, dat heeft u goed gezien (het is ook vrij evident, natuurlijk, voor een Dylan- liefhebber), die passage in Uit het Lood is een verwijzing naar het kolderiek-absurdistische “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread”.

Bedoeld zoals u het opvat, namelijk als Nederlandse hertaling, ingebed in een eigen context – of, zoals Pfeijffer het misschien zou noemen, een kort "intertekstueel" eerbetoon – zoals die bij Dylan zelf geregeld te vinden zijn.'

Zo is het. De Jong past hier het folkproces - zoals Dylan het ooit noemde - toe. Het hergebruiken van fragmenten van andermans teksten om tot een nieuw, een eigen geheel te komen.

Verder stuurde De Jong mij een link naar een artikel uit NRC Handelsblad van 2 februari 2015. "nrc.next vraagt", aldus het artikel, "deze week dagelijks een dichter om een gedicht te herschrijven." Op 2 februari 2015 was het de buurt aan Sjoerd de Jong, hij koos voor het hertalen / herschrijven van de door Bindervoet & Henkes gemaakte vertaling van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread".
De Jong schrijft in dit artikel onder andere:

"Juist dat ritme, het over elkaar buitelen van alliteraties of rijmwoorden [in 'Yea! eavy And A Bottle Of Bread'] die de opwinding van het op reis gaan suggereren (it’s a one-track town, brown, and a breeze too), kortom de geëxalteerde beweging die in de woorden zit, komt in de bestaande vertaling [van Bindervoet & Henkes], in mijn oren, te weinig uit. Al moet het Nederlands blijven. Vandaar de fruitmand en Franeker.

Toegegeven, Dylans absurdisme in dit nummer blijft ongrijpbaar, het is meer klank dan betekenis – maar naar Wichita ga je nu eenmaal niet in een bananenboot, of met een zilvervloot.

Misschien naar Middelharnis? Dylans slotzin Take me down to California, baby! (Bindervoet en Henkes: 'Ginder ligt El Silverado, joffer!') brul ik ten minste liever mee als: 'Neem me mee naar Middelharnis, schatje!'"

Het artikel sluit af met het naast elkaar zetten van de oorspronkelijke vertaling van Bindervoet & Henkes en de nieuwe vertaling van Sjoerd de Jong.

Yea! Heavy and A Bottle of Bread
Nou, het stripboekje en ik, we namen toen de bus
Maar de arme kleine chauffeuse lag alweer te kooi
Pal de dag erop, met haar neus vol met pus
Yo! Koppig en de zilveren vlooi!
Het is een land hier van kant noch wal, rede noch ka
Pak je barbiezen, lieve, we gaan ervandoor
Naar de Breziel, in een tros bananen
Grijp de buit, scheer je weg, we gaan de spekken voor!
Bindervoet & Henkes

Ja, klote, maar we hebben het druk
Het stripboekje en ik, alleen wij, we pakten de bus
Maar de kleine chauffeur, pech, die lag thuis in bed
Op de volgende dag, met een neus vol pus
Ja, klote, maar we hebben het druk
Het is een éénbaansweg, bruin en met een briesje
Pak het vlees in, schat, we gaan op pad
Naar Franeker, met een fruitmand op
Grijp het geld en schiet op, want we hebben beet
Sjoerd de Jong

Je hoeft geen genie te zijn om te zien dat de vertaling van De Jong beter is, simpelweg omdat die beter bij het origineel blijft en - met name in de eerste paar regels - beter het ritme van de song "Yea! Heavy And  A Bottle Of Bread" vangt dan de vertaling van Bindervoet & Henkes.

aantekening #6797



~ * ~ * ~ * ~

De foto gebruikt voor bovenstaande advertentie is natuurlijk gemaakt door Daniel Kramer. Drie jaar geleden verscheen bij Taschen het boek Bob Dylan A Year And A Day van Kramer. Dat boek kostte toen zo'n €500,-.
Later deze maand brengt Taschen opnieuw Bob Dylan A Year And A Day uit, het gaat om een veel goedkopere editie. Op de cover van Bob Dylan A Year And A Day staat de foto die ook gebruikt is voor bovenstaande advertentie. Zie hier.

~ * ~ * ~ * ~

Charlie Sexton, gitarist in Dylans band, is vandaag vijftig geworden. Happy birthday, mister Sexton!

~ * ~ * ~ * ~

In 1964 verscheen bij Vista Books te Londen een door Anselm Hollo samengestelde bloemlezing met poëzie onder de titel Negro Verse. Aangezien deze bloemlezing gedichten van Beat-dichters LeRoi Jones en Ted Joans bevat, kocht ik het boekje, ondanks die foute titel. In dit bundeltje staan niet alleen gedichten volgens de 'klassieke' definitie, maar ook teksten van blues- en gospelsong, waaronder "Thought I Heard That K.C. Whistle Blow". Het eerste couplet:

Well I thought I heard that K.C. whistle blow,
Blow like she never blow before.
I believe my woman's on that train-
O babe! I believe my woman's on that train.

Leg dit naast Dylans "Duquesne Whistle":

Listen to that Duquesne whistle blowin’
Blowin’ like she never blowed before
(...)
Listen to that Duquesne whistle blowin’
Blowin’ like my woman’s on board


~ * ~ * ~ * ~


~ * ~ * ~ * ~


"Mevrouw Tom" kocht afgelopen week bij een kringloopwinkel het boek Baggergoud van Daniel van den Bos. Ik zag het vanochtend liggen op haar stapel nog te lezen boeken. Waarom weet ik niet, maar ik pakte het van die stapel op en sloeg het open. Op een van de eerste bladzijden staat:

'In the days of old, in the days of gold
How oft'times I repinefor the days of old
When we dug up the gold, in the days of '49'

Bob Dylan, 1970

Die regels komen natuurlijk uit "Days of 49", een nummer dat door Bob Dylan werd opgenomen voor zijn album Self Portrait (1970), maar niet een nummer dat hij schreef.
Met dank aan het openslaan van Baggergoud heb ik nu al de hele dag "Days of 49" in mijn hoofd zitten.
Ik heb het net gedraaid. Heerlijk nummer.
Wanneer is de laatste keer dat jij Self Portrait hebt gedraaid?

~ * ~ * ~ * ~

Volgens een bericht op het forum van Expecting Rain is de setlist van het concert in Adelaide van vandaag identiek aan de setlists van de twee voorgaande concerten. 

setlist 11 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

Een foto van Bob Dylan op het podium in Adelaide staat hier.

~ * ~ * ~ * ~

Na het beluisteren van "Days of 49" heb ik het album Self Portrait voor het eerst in lange tijd weer eens van voor naar achteren beluisterd. Dat beviel. Self Portrait is een veel beter album dan de reputatie doet vermoeden.

~ * ~ * ~ * ~



~ * ~ * ~ * ~

Dylan kort #1303

De plaat van Marietje Schaake: Op radio 1, afgelopen donderdag mocht politica Marietje Schaake vertellen over haar plaat. Je kiest voor "I Shall Be Released" in de versie van Hadewych Minis en vertelt ook waarom ze voor deze plaat kiest. Het bewuste stukje luisteren kan hier. [met dank aan Hans]
John Otway heeft een nummer geschreven met de titel "Bob Dylan", zie hier.
Humo over Live 1962 - 1966, zie hier.
Frank Tubex staat op en gaat slapen met Bob Dylan, kort, van oktober 2016. Moet ik toen gemist hebben, zie hier.

Singapore, 06/08/2018

Op een van de fora waar Dylans muziek wordt besproken las ik een recensie van het concert van 6 augustus jongstleden in Singapore van slechts acht woorden, een komma en maar liefst zeven uitroeptekens: "Well, shave my balls!!! The singing on Masterpiece!!!!" Genoeg reden om dat concert te willen horen.
Na het instrumentale intro van Stu Kimball start het concert met - hoe kan het ook anders - "Things Have Changed". Het is een wat opener, meer relaxte versie van het nummer dat Bob Dylan ooit opnam voor de soundtrack van Wonder Boys. Dylan achter de piano, zoals hij het hele concert zal doen.
"It Ain't Me, Babe" lijkt vanavond niet meer op de "It Ain't Me, Babe" uit 1964 en zo hoort het ook. ik heb niet meer dezelfde oren als in '64. Ik zal nooit meer die oren hebben, ik was toen min 9.
"Highway 61 Revisited" is een nummer dat ik tijdens een concert vaak kan waarderen, maar thuis op de bank, luisterend naar een concertopname minder. Het is een nummer dat het publiek meetrekt, dat de avond kan opentrekken. Zeikerds zeggen dan "je had er bij moeten zijn", soms hebben zeikerds gelijk, zoals bij "Highway 61 Revisited". Sterk pianospel van Dylan. Wat hij in de jaren '90 met zijn gitaar deed - eindeloos met tonen, korte contra-geluiden de melodie ontregelen, voortstuwen of vlottrekken - doet hij nu met zijn pianospel. In deze "Highway 61 Revisited" zijn die contra-geluiden een paar keer te horen.
Bij het vierde nummer, "Simple Twist Of Fate" krijg ik voor de eerste keer kippenvel. Een beetje. Die stem die op de juiste momenten even omhoog schiet in combinatie met die pingelpiano. Deels nieuwe tekst, maar dat is inmiddels ook al weer oud.
En de mondharmonica, voor het eerst deze avond, komt de mondharmonica tevoorschijn.
"Duquesne Whistle", kan er iemand stil blijven zitten? Wat moet ik me bij het publiek in Singapore voorstellen, wild swingende, in het gangpad dansende, naar het podium schreeuwende uitgelaten fans of keurig op hun stoel zittende beleefde luisteraars? Geen idee, op de opname die ik beluister is niet tot nauwelijks het publiek te horen. Braaf applaus tussen de songs.
Nu opletten, "When I Paint My Masterpiece".... Holy crap, dit is rustig, een ingetogen nummer geworden! Fantastisch gezongen. Door het rustige tempo dat het nummer heeft gekregen krijgt Dylan alle ruimte om zijn stemgymnastiek te gebruiken op "Masterpiece". En dan zijn pianospel erbij. Dylan gaat steeds beter pianospelen tijdens zijn concerten.
een opname om te koesteren.
Geen tijd voor rust, de opname draait verder: "Honest With Me". Voor het eerst wat stevig gitaarwerk tijdens dit concert. Door dit nieuwe arrangement 'vloeit' het nummer minder dan in de oorspronkelijke versie. Het is even wennen, maar zeker wel aangenaam. Eentje om over een tijdje opnieuw te beluisteren, en nogmaals.
Het tempo gaat weer omlaag voor "Tryin' To Get To Heaven", en van de drie songs van Time Out Of Mind. Mocht je de kans krijgen, luister dan vooral naar hoe Dylan

Trying to get to heaven before they cloooooose the door

zingt. Steeds weer. Volgens Bob Links speelt Dylan mondharmonica op "Tryin' To Get To Heaven", maar dat is niet.
Hij speelt wel harmonica op het volgende nummer, "Make You Feel My Love". En hij zingt het zoals het gezongen moet worden. Eat your heart out, Adele, Garth Brooks, Billy Joel, Huub van der Lubbe, Paul de Leeuw en al die andere kwibussen die dachten "Make You Feel My Love" te kunnen zingen.
"Pay In Blood" heeft een erg mooi, nieuw arrangement gekregen, net als "Tangled Up In Blue". "Tangled" drijft op Dylans piano. Naar mijn smaak een mooiere versie dan tijdens concerten in 2017. Hoeveel verschillende arrangementen heeft "Tangled" inmiddels al wel niet gehad? Veel, in ieder geval. Misschien vind ik het huidige arrangement wel het beste van de pianojaren.
De hele avond lijkt wel meer ingetogen dan we van Dylan gewend zijn. Zelf "Early Roman Kings" gaat op een lager standje. Het komt de song ten goede, de geest van Muddy Waters wordt vakkundig wakker geschud.

Wake up, Muddy Waters, Wake up,
It's the Early Roman Kings!

"Desolation Row", dat moet wel goed zijn, toch? En het is goed. Ik zal niet beweren dat dit de beste "Desolation Row" ooit is, zelfs niet top tien, maar vanavond is het perfect. Zoals eigenlijk altijd tijdens "Desolation Row" zoekt Dylan zijn woorden zorgvuldig. Iedere klank wordt gewogen, zo lijkt het, op belang voor het verhaal. Op de noodzaak om extra volume te geven of juist een beetje inhouden.
De vallende, dalende pianoriedels die niet zo lang geleden nog de kleur van dit nummer tijdens concerten bepaalden zijn grotendeels verdwenen (vlak voor de mondharmonicasolo komen ze nog even opdagen).
Erg mooi.
Het derde en laatste nummer van Time Out Of Mind: "Love Sick". Let vooral even op het bijna bongo-achtige geluid helemaal aan het begin van dit nummer. En dan na ongeveer een minuut:

My feet are so tired, my brain is so wired
And the clouds are weeeeeeeeeeeeeeeeeeeeping

"Don't Think Twice, It's All Right" is in het verleden vaak in een hoog, wat hupsend tempo gespeeld. Ik moet bekennen dat dat mijn favoriete versies van dit nummer zijn. Vanavond begint het nummer erg, èrg rustig. Langzaam maar zeker gaat het meer en meer naar het hoge, hupsende tempo. Het begin is erg mooi, de tweede helft aardig, maar naar mijn smaak duidelijk minder dan het begin.
"Thunder On The Mountain" draait op een nieuw gitaar-riffje en het werkt! Het schurkt tegen de swing aan.
"Soon After Midnight" ligt nog dicht bij de versie van Tempest. Dylan zingt het met iets minder uithalen in vergelijking met de Tempest-versie.
"Gotta Serve Somebody" begint als de herkenningstune van een of andere James Bond-film, als filmmuziek uit de jaren zestig, een spannende film. Dit is werkelijk schitterend. Met "When I Paint My Masterpiece" absoluut het hoogtepunt van dit concert. Zou de release van Trouble No More de reden zijn geweest om "Gotta Serve Somebody" weer uit het stof te halen? Uiteindelijk doet de reden er niet toe, "Gotta Serve Somebody" is terug, en hoe!
Sterk pianospel van Dylan.
Applaus, af en toe een "Thank you Bob!" Het is wachten tot de toegiften beginnen.

Eerste toegift: "Blowin' In The Wind", uiteraard. Met Donnie Herron op viool. In de basis is dit de "Blowin' In The Wind" zoals Dylan & band die al een tijd spelen, maar dat maakt dit niet minder mooi. Wederom kippenvel. Mooi mondharmonicaspel van de maestro.
Het concert sluit af met "Ballad Of A Thin Man". En het frustrerende is dat dat naar meer smaakt...

In Singapore gaf Bob Dylan een uitstekend concert met positieve uitschieters in "When I Paint My Masterpiece" en "Gotta Serve Somebody". Meest opvallend aan dit concert vind ik het sterke pianospel van Dylan. Zijn spel is een stuk beter dan een tijdje geleden. Het spel draagt bij aan de songs zoals Dylans gitaar dat in de jaren negentig deed, als een verlengstuk van zijn visie hoe de songs vanavond moet klinken.

Luister, ik doe je na - toegift #3

Met de aanschaf van enkele cd's met door Bob Dylan geschreven nummers in de uitvoering van andere artiesten, wordt het tijd dat ik de serie "Luister, ik doe je na" weer oppak. In 2011 besprak ik in negen afleveringen in totaal 567 covers.
Eind 2017 pakte ik de draad weer op met twee toegiften. Na die twee toegiften stond de teller op 651 covers. De zeven stukken uit 2011 en de twee toegiften uit december 2017 resulteerde in een eindlijst - een lijst met uitstekende covers van nummers van Bob Dylan - en een twijfellijst - een lijst met songs die de eindlijst net niet haalden. (zie hieronder)
Dit zal niet de laatste toegift zijn, maar hoeveel toegiften er ook nog komen, hoeveel songs er nog op de eindlijst terecht zullen komen, één feit blijft als een paal boven water staan: Nobody Sings Dylan Like Dylan.

Various Artist - Listen to Bob Dylan; a tribute
[21 covers, totaal: 672]
Listen to Bob Dylan is een tribute-album uit 2005 met een keur aan voor mij onbekende artiesten. De enige voor mij bekende naam is James Blunt (maar als ik hem er bij een line up uit zou moeten pikken, zal mij dat niet lukken).
Ik begon met niet al te hoge verwachtingen aan het beluisteren van Listen to Bob Dylan. Dat is niet geheel terecht. Van de 21 songs op dit album zijn er 18 uit de jaren zestig, qua songkeuze sluit dit album dus goed aan bij veel andere tribute-platen.
Goed, er komen een paar rare snuiters voorbij op Listen to Bob Dylan. De versie van "It Ain't Me, Babe" van Dave Melillo is één zo'n snuiter: de muziek doet meer denken aan "Like A Rolling Stone" dan aan "It Ain't Me, Babe".
De versie "Like Rolling Stone" door Anberlin heeft dan weer niet zo veel weg van "Like A Rolling Stone" omdat de zanger denkt de zanglijn haaks op de muziek te kunnen zetten. Dat kan hij niet.
"Mr. Tambourine Man" van Roark lijkt meer gebaseerd te zijn op de versie van The Byrds dan op het origineel van Dylan. Roarks versie is een stuk beter dan die van The Byrds, maar lang niet zo goed als het origineel van Dylan, vrees ik.
Echt vreemd - en ook de enige track op Listen to Bob Dylan die ik niet tot het eind beluisterd heb - is "Rainy Day Women #12 & 35" door Rock 'n' Roll Soldiers.
Na het zuur nu het zoet. Listen to Bob Dylan bevat een opmerkelijk hoog aantal covers die bovengemiddeld goed zijn, zoals "Girl From The North Country" door As Tall As Lions, "Simple Twist Of Fate" door The Format en "Positively 4th Street" door I Can Make A Mess Like Nobody's Business.
De echte uitschieter is "Boots Of Spanish Leather" van Julia Haltigan. Zeer ingetogen, af en toe bijna zing-pratend brengt Haltigan een mooie versie van "Boots", slechts begeleid door een gitaar en een zwevende viool. Bij de eerste keer luisteren was ik erg enthousiast, bij een tweede keer luisteren hoorde ik wat meer wat er nog aan ontbrak. Daardoor kan ik een plek op de eindlijst niet rechtvaardigen. Zeker een versie voor de twijfellijst.

Fairport Convention - Moat on the Ledge; Live at Broughton Castle
[1 cover, totaal: 673]
Met in het achterhoofd het album A Tree With Roots; Fairport Convention & Friends and the songs of Bob Dylan dook ik gisteren een platenzaak in, maar helaas A Tree With Roots was niet op voorraad. In de allereerste aflevering van "Luister ik doe je na" haalde Fairport Conventions "Si Tu Dois Partir" de eind-  of twijfellijst niet. Achteraf snap ik dat niet helemaal meer van mezelf. Het is gewoon fout, "Si Tu Dois Partir" hoort in ieder geval op de twijfellijst (misschien wel op de eindlijst). Die fout zal ik alsnog corrigeren: "Si Tu Dois Partir" gaat op de twijfellijst. Goed, nu dat is rechtgezet, dan nu naar Live at Broughton Castle.
Ik kon gisteren A Tree With Roots niet vinden in de platenzaak. De afgeprijsde cd Live at Broughton Castle kon ik vervolgens niet laten liggen, vooral omdat er 1 cover op staat die niet op A Tree With Roots staat: "Country Pie".
Ik zeg het niet graag over een album van Fairport Convention, maar het is een ramp. "Country Pie" is - net als de rest van dit album - prut.

Fairport Convention - Unhalfbricking (bonus tracks)
[2 covers, totaal: 675]
In de achtste aflevering van  "Luister ik doe je na" schreef ik over Unhalfbricking - het album van Fairport Convention waar "Si Tu Dois Partir" op te vinden is: "Naast de Franstalige versie van 'If You Gotta Go, Go Now' bevat dit album een ingetogen versie van 'Percy's Song' & een feestversie van 'Million Dollar Bash'. Beide klinken aardig, maar zijn te zwak om een blijvende indruk op mij te maken."
Sinds ik dat schreef heb ik een geremasterde versie van Unhalfbricking gekocht. Op deze cd staan twee bonustracks: "Dear Landlord" en "The Ballad Of Easy Rider". Of "The Ballad Of Easy Rider" echt meegeteld kan worden als Dylan-cover is wat twijfelachtig, maar aangezien deze song - net als "Dear Landlord" - op A Tree With Roots - en album vol Dylan-covers - staat, tel ik 'm hier toch maar mee.
Muzikaal blijft "Dear Landlord" door Fairport Convention dicht bij het origineel, de fluwelen stem van Sandy Denny past erg goed bij dit nummer. Eentje voor de eindlijst.
"The Ballad Of Easy Rider" is aardig, beter dan wat The Byrds er van maakten, maar net niet goed genoeg voor een plekje op de lijst.
PS: wat is Unhalfbricking toch een goed album!

Jeff Buckley - You and I
[1 cover, totaal: 676]
Een album met door Jeff Buckley opgenomen demo's, dat is You and I. Dat album opent met Buckleys versie van "Just Like Woman". Dit klinkt ook als Buckley, niet meer als Dylan. Dat maakt dit tot een geslaagde cover. Hij komt niet op de lijst simpelweg om dat er een betere "Just Like A Woman" is (zie hieronder).

Jeff Buckley - Live at Sin-é
[3 covers, totaal: 679]
Tien jaar na het verschijnen van de ep Live at Sin-é verscheen onder dezelfde titel een dubbel-cd + dvd versie met daarop alle in Sin-é gemaakte opnamen van Jeff Buckley.
Drie Dylan-covers zijn op dit album te vinden, te beginnen met "Just Like A Woman". Hoe mooi de demo-versie van deze cover op You and I ook is, deze live-versie wint het met gemak. Een van de betere covers van een Dylan-song. Dit is eindlijst-materiaal.
Op de tweede cd van Live at Sin-é staat "If You See Her, Say Hello" waarop Buckley slidegitaar speelt. Helaas gaat Buckley hier he-le-maal de mist in. Een cover om zo snel mogelijk te vergeten.
Tot slot staat op dit album nog "I Shall Be Released": zeker een aardige cover, geen straf om naar te luisteren, maar is dit materiaal voor een van de twee lijsten? Nee, dat niet.

Ik heb voor deze aflevering van "Luister, ik doe je na" 28 covers beluisterd. Dat leverde één correctie, één song voor de twijfellijst en twee songs voor de eindlijst op. Dat is bovengemiddeld veel (ik word soft op m'n ouwe dag...)

eindlijst:
The Band - "When I Paint My Masterpiece"
Wilco & Fleet Foxes - "I Shall Be Released"
Guy Davis - "Sweetheart Like You"
Suzzy & Maggie Roche - "Clothes Line Saga"
Martin Simpson - "Highway 61 / Highway 61 Revisited"
Develish Doubledylans - "Shot Of Love"
Michael Moore Trio - "Sign On The Window"
Merl Saunders and Jerry Garcia - "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" [3 versies: 2x Keystone 1973 en Garcia Plays Dylan]
Merl Saunders, Jerry Garcia, John Kahn, Bill Vitt - "Positively 4th Street"
Jim James & Calexico - "Going To Acapulco" [gouden ster]
The Band - "I shall Be Released"
The Band - "Long Distance Operator"
Oh Susanna - Billy 4"
Odetta - "Long Ago, Far Away"
Odetta - "Long Time Gone"
Grateful Dead - "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry"
Jerry Garcia Band - "Simple Twist Of Fate" (1 maart 1980)
Fairport Convention - "Dear Landlord"
Jeff Buckley - "Just Like A Woman" (Live at Sin-é-versie)

twijfellijst:
The Low Anthem - "Dignity"
Ramblin' Jack Elliott - "Don't Think Twice, It's All Right" [The Ballad of Ramblin' Jack]
Articolo 31 - "Come Una Pietra Scalciata (Like A Rolling Stone)"
Patti Smith - "The Wicked Messenger"
Odetta - "Paths Of Victory"
Robert Deeble with Mandy Troxel - "Boots Of Spanish Leather"
Billy Goodman - "Billy 1"
Tim O'Brien - "Subterranean Homesick Blues"
Peter, Paul and Mary - "Blowin' In The Wind"
Jeff Tweedy - "Simple Twist Of Fate"
Willie Nelson & Calexico - "Señor (Tales Of Yankee Power)"
Antony & The Johnsons - "Knockin' On Heaven's Door"
Richie Havens - "Just Like A Woman" [versie van Mixed Bag]
Neville Brothers - "With God On Our Side"
The Band - "Tears Of Rage" (2 versies)
Salomon Burke - "Stepchild"
Pete Seeger - "Masters Of War"
Odetta - "Masters Of War"
Grateful Dead - "Queen Jane Approximately"
Eddie Vedder - "Masters Of War"
Jerry Garcia Band - "When I Paint My Masterpiece"
Jerry Garcia Band - "Simple Twist Of Fate" (28 februari 1980)
Julia Haltigan - "Boots Of Spanish Leather"
Fairport Convention - "Si Tu Dois Partir"

oude stukken:
Luister ik doe je na #1
Luister ik doe je na #2
Luister ik doe je na #3
Luister ik doe je na #4
Luister ik doe je na #5
Luister ik doe je na #6
Luister ik doe je na #7
Luister ik doe je na #8
Luister ik doe je na #9

Luister ik doe je na - toegift #1
Luister ik doe je na - toegift #2






aantekening #6794


~ * ~ * ~ * ~

Isis issue 198 is net verschenen. In deze aflevering van het Dylan-fanzine schrijft Derek Barker over More Blood, More Tracks, het veertiende deel van The Bootleg Series, dat het om een zes cd's tellende boxset gaat en "the makers have gone back to multitracks to remix and to make speed corrections where necessary." De verwachte releasedatum van More Blood, More Tracks is ergens in november, aldus Derek Barker.

~ * ~ * ~ * ~

Christophe Vekeman - Juist de nacht

Juist de nacht dat Bert
Weer urenlang te woelen lag
Worstelend met de vraag of hij
Nu ja dan nee de nieuwe Dylan was
Bleek in Syrië de oorlog
Onverminderd verder te gaan

Dat kon
Geen toeval zijn

~ * ~ * ~ * ~

Ik ben oud geworden. Zonder leesbril kan ik niet meer zien dat op de zijkant van het cd-doosje van Live 1962 - 1966 RARE PERFROMANCES FROM THE COPYRIGHT COLLECTIONS staat in plaats van RARE PERFORMANCES ....

~ * ~ * ~ * ~

setlist 8 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

~ * ~ * ~ * ~

Met dank aan Jochen zingt het al de hele dag door mijn hoofd:

The man standin’ next to me, his head was exploding
Well, I was prayin’ the pieces wouldn’t fall on me

~ * ~ * ~ * ~


~ * ~ * ~ * ~

Day Of The Locusts (1970) - door Jochen Markhorst

Day Of The Locusts (1970)

David Crosby beschouwt zichzelf als een vriend van Dylan en dat functioneert omdat hij de code heeft gekraakt:

Ik kan behoorlijk goed met hem opschieten want ik heb tot nu toe goed kunnen verbergen dat hij me imponeert (totdat hij dit leest, dus). Du moment dat je hem laat merken dat je hem bewondert, maakt hij je af. Dan roert hij met een lepel door je hersenen.

De ex-Byrd en erkend marihuanagrootverbruiker heeft niet echt het imago van een scherpzinnig analyticus, maar er staan wel meer onverwacht rake observaties in Crosby’s eerste autobiografie Stand And Be Counted – A Revealing (2000). Hij kan benoemen hoe ongemakkelijk Dylan zich voelt als hij zich in het nauw gedreven voelt, zoals bij de uitreiking van het eredoctoraat en de bijbehorende toespraak aan Princeton in 1970, en hij heeft een goed ontwikkeld gevoel voor opmerkelijkheden.

Een van de beste dingen die ik Bob over zichzelf heb horen zeggen was in andermans woorden. Hij citeerde Henry Miller, die Dylans hele leven in één regel kan vatten: “De taak van de kunstenaar is de wereld met teleurstelling inenten.”

Nu komt dat citaat ook in een paar interviews met Dylan langs (o.a. in het Playboyinterview, 1977), maar vooruit, theoretisch kan Crosby het ook zelf uit Dylans mond hebben gehoord. En een mooie, tot nadenken stemmende quote is het hoe dan ook.

De schriftelijke bekentenis dat hij Dylan stiekem wel degelijk bewondert, heeft de vriendschap kennelijk niet aangetast; in Chronicles schrijft de bard, drie jaar na Crosby’s confidentie, liefkozende, vriendelijke woorden over zijn harige vriend. Hij memoreert hoe hij Crosby heeft meegenomen naar die gevreesde eredoctoraattoekenning, noemt hem ‘kleurrijk en onvoorspelbaar’, hij kan een obstreperous companion zijn, een ‘weerspannige metgezel’, en hij mag hem erg graag.
Dat tripje naar Princeton is een veelbesproken, uitvoerig gedocumenteerde dag uit het leven van Dylan. Allereerst door Dylan zelf dus, die in Chronicles ruim zeshonderd woorden aan het voorval wijdt. Maar vooral in de Dylanologie natuurlijk. Niet alleen omdat het een bijzondere gebeurtenis is in Dylans biografie, maar ook omdat het een van die zeldzame levensfeiten is die een duidelijk aanwijsbare, onweerlegbare neerslag vindt in een Dylansong: in “Day Of The Locusts”.
De titel is fraai en ook al uit het leven gegrepen. Althans, ongeveer dan toch. De insecten die, in Dylans woorden, daar zo’n zoete melodie zingen, zijn geen sprinkhanen (locusts) maar cicaden. Dat zijn beestjes die sowieso al een vrij bijzondere levenscyclus kennen, maar deze Princetonvariant, de magicicada helemaal. De entomologen onderscheiden bij de zeven soorten daarvan zogeheten broods, ‘legsels’. Het cicadenkoor bij Dylans ceremonie wordt gezongen door het tiende legsel, brood X, van de Michigancicade en die soort heeft als bizarre eigenschap dat ze slechts om de zeventien jaar bovengronds komen. Dan zijn de nimfen volgroeid en geslachtsrijp, en hebben ze enkele weken om zich voort te planten en te sterven.
De tweede dichterlijke vrijheid die Dylan zich permitteert, behalve die herbenoeming naar sprinkhanen, is de ‘zoete melodie’ die ze met een high whining thrill, met hoge klaaglijke opwinding zingen. Hoog en trillend is het zeker, maar enkele tientallen cicaden in een boom kunnen al 100 dB halen (vergelijkbaar met een motorfiets dus) en het monotone dreinen is allesbehalve melodieus te noemen. Washington Postjournalist Cameron W. Barr, die vlakbij woont, schrijft met regelmaat over de plaag en noemt het deafening (oorverdovend), vergelijkt het met het binnendenderen van een metrotrein en vindt de sound otherworldly, niet van deze wereld – en dat bedoelt hij niet bewonderend.

Het is desondanks begrijpelijk dat de dichter de geladen kracht van het beeld van een sprinkhanenzwerm niet kan weerstaan. Behalve de archaïsche, Bijbelse doem die het enkele noemen van locusts al oproept (de Egyptische plaag in Exodus 10 bijvoorbeeld, en vooral de onheilsprofetie van de vijfde engel in Openbaringen 9), is The Day Of The Locust ook het bekendste werk van Nathanael West, een van Dylans literaire voorbeelden. Het is de laatste roman van de jonggestorven West, gepubliceerd in 1939, en de thematiek is Dylan op het lijf geschreven: de kloof tussen schijn en werkelijkheid. In The Day Of The Locust trekt de jonge schilder Tod Hackett naar Hollywood, verdient aldaar de kost met het schilderen van decors en ontdekt de wereld van ontgoocheling, afgunst en lelijkheid achter de schone schijn en pracht en praal. West schrijft in een soms groteske, provocerende stijl, het werk staat bol van symboliek en bizarre metaforen en is aanvankelijk knap omstreden (inmiddels staat het in de Modern Library’s List van 100 beste Engelstalige boeken uit de twintigste eeuw, op plek 73). Allemaal in Dylans straatje dus
Hij geeft ook wel vaker blijk van zijn liefde voor Nathanael West. In hoofdstuk 4 van Chronicles bijvoorbeeld, als Dylan verhaalt over zijn wanhoop in de jaren 80, over zijn angst dat het afgelopen is met zijn talent:

The mirror had swung around and I could see the future — an old actor fumbling in garbage cans outside the theater of past triumphs.
   
Dat pikt de bard bijna letterlijk uit Wests eerste, tamelijk obscure en niet al te geslaagde roman The Dream Life Of Balso Snell (1931), waarin we op bladzijde 27 lezen:

I’m like an old actor mumbling Macbeth as he fumbles in the garbage can outside the theatre of his past triumphs.

Het refrein van Dylans song “Day Of The Locusts” is van een gezocht poesiealbumniveau, de inleidende coupletten hebben daarentegen reportagekwaliteit. De verslaggever Dylan dient meteorologische feiten op, beschrijft het decor, verklaart de aanwezigheid van de hoofdpersoon, I stepped to the stage to pick up my degree, en bericht waarheidsgetrouw dat hij na afloop met zijn meisje in de auto stapt en wegrijdt (Sara Dylan is er inderdaad bij).  Poëtisch is hij slechts in enkele terzijdes. De bankjes zijn ‘gevlekt door tranen en zweet’, een dichterlijke verwijzing naar de emoties waarmee een diploma-uitreiking gepaard gaat en tegelijk een literaire knipoog naar de befaamde blood, toil, tears and sweat-speech van mede-Nobelprijswinnaar Churchill. Gevoelens van ongemak verwoordt de dichter met het beklemmende beeld in het tweede couplet: ‘duisternis alom, de lucht van een grafkelder’, en ronduit vervreemdend is het beeld van de man next to me, wiens hoofd dreigt te exploderen. Crosby denkt te weten dat Dylan hem bedoelt, want hij was weer eens knetterstoned. Hij brengt het verhaal zelf in de wereld, ongevraagd, tijdens een interview met Paul Zollo in de serie Lyrically Speaking van de Aspen Writers’ Foundation (2008):

DC: Hij heeft ooit eens over me geschreven.
PZ: O ja? Welk lied is dat?
DC: Ik geloof dat het “The Locusts” heet.
PZ: “Day Of The Locusts”? Dat is een geweldige song.
DC: Ja… ‘the man next to me, his head was exploding…’
PZ: Ja! Ben jij dat?
DC: (knikt trots en ook wat verontschuldigend, tot hilariteit van het publiek)

Dylans recollectie in Chronicles wijst echter eerder naar de spreker die de bul uitreikt, en Dylan tot diens afgrijzen verheerlijkt als ‘spreekbuis van het verstoorde en bezorgde geweten van Jong Amerika’, het soort etiketten waarvan Dylan juist zo graag verlost zou worden. 
Op en top poëtisch en Dylanesque zijn slechts de laatste twee regels van het laatste couplet: ze vertrekken

Straight for the hills, the black hills of Dakota
Sure was glad to get out of there alive

Hier heeft de reporter de verslaggeving verlaten, zoveel is wel duidelijk. De Zwarte Heuvels van South Dakota liggen zo’n drieduizend kilometer verderop, daar rijd je niet even heen. En als mikpunt voldoet het ook niet; Dylans huis staat in Woodstock, tweeënhalf uur rijden pal ten noorden van Princeton, de andere kant op dus.