Dylan kort #1247

Roland Janes: Sinds gisteren staat op Dylans website een door Bob Dylan geschreven eerbetoon aan gitarist en producer Roland Janes (1933 - 2013). Ik vind het een mooi initiatief, zo'n door Dylan geschreven eerbetoon aan een van de vergeten helden van de moderne muziek. Wat ik me wel afvraag is waarom uitgerekend nu dit op Dylans website gepubliceerd wordt, wat is de aanleiding? Ik kan het niet bedenken. Misschien moet ik niks achter het moment van publicatie zoeken en het nemen zoals het is. Het door Bob Dylan geschreven eerbetoon aan Roland Janes staat hier. Een foto van Bob Dylan en Roland Janes in de studio staat hier.
Shot Of Love komt op 3 november opnieuw op vinyl uit. [met dank aan Hans voor de tip]. De grote vraag is of deze persing "The Groom's Still Waiting At The Altar" zal bevatten of niet. Zie ook "Dylan kort #1243" voor meer binnenkort op vinyl te verschijnen albums van Bob Dylan.
Time Out Of Mind: Op het forum van expecting rain wordt druk geschreven over een begin oktober te verschijnen 20th Anniversary Edition van Time Out Of Mind op vinyl. Volgens de ene webwinkel gaat het om een 3 elpee-versie (!), volgens een andere webwinkel is het 'gewoon' een 2 elpee-versie.
"In Memoriam Miel Swillens": "hij [Miel Swillens] was het die begonnen was met een ware exegese [in TLiedboek] van die moeilijke liederen van Bob Dylan, ‘Desolation Row’ voorop." Voor het hele verhaal, zie hier.
Recensie: Joan Osborne - Songs Of Bob Dylan, zie hier.
Meer Joan Osborne: In oktober 1998 namen Joan Osborne en Bob Dylan samen "Chimes Of Freedom" op voor de soundtrack van de film The '60s.Die versie van "Chimes Of Freedom" kan hier beluisterd worden.
Mark Oliver Everett van Eels (in 2013): "If you were to make a comparable contribution to music you ‘d have to be Bob Dylan or something, I don’t think I’m Bob Dylan. We’d all love to be Bob Dylan. Even Bob Dylan would like to be Bob Dylan.", voor het hele interview, zie hier.
MTV Unplugged komt terug op de buis, zie hier.
25 jaar Lowlands: "Ze [Bunk Bessels] noemde het 'A Campingflight To Lowlands Paradise', vernoemd naar het nummer 'Sad Eyed Lady of the Lowlands' van Bob Dylan." Nooit geweten. Het hele verhaal staat hier.
The 1966 Live Recordings: Soms vergeet ik dat de eind vorig jaar verschenen box The 1966 Live Recordings ook nog in de kast staat. Dat is vreemd, tournee 1966 behoort - naar mijn smaak - tot het beste / mooiste wat Bob Dylan ooit gedaan heeft. Ik luister te weinig naar de opnamen in The 1966 Live Recordings.
Gisteravond heb ik de deksel weer eens van die box gehaald en vrij willekeurig een cd gekozen. Het werd het concert in Dublin, het deel voor de pauze.
Het duurde maar even voor ik weer overtuigd was: dit is hemeltergend mooi. Pijnlijk mooi. Dit moet ik koesteren en draaien, meer dan ik nu doen.
Enfin, om een lang verhaal kort te houden: ik was weer terug bij tournee 1966.
Na het beluisteren van die cd zat ik om een geheel andere reden te bladeren door oude afleveringen van fanzine Look Back. In aflevering 10 (summer 1986) van dat blad kwam ik een aantal foto's uit 1966 tegen waarvan ik me niet kon herinneren ze eerder te hebben gezien (en ik moet ze eerder hebben gezien, ik heb de bewuste aflevering van Look Back immers ooit al gelezen.) een van de foto's, een foto van Bob Dylan en Richard Manuel op het vliegveld van Kopenhagen, wil ik niemand onthouden:




Bob Dylans tip

Bob Dylan: "I got a friend who wrote a book called One Hundred Dollar Misunderstanding. I don’t know if it’s been around Chicago, but it’s about this straight A college kid, y’know, fraternity guy and, er, a Negro prostitute and it’s got two dialogues in the same book. One dialogue in one chapter and the other chapter follows with, er... this is exactly what he’s thinking and what he does and the next chapter is her view of him, and then the whole book..."
Studs Terkel: "Yeah, I heard of this book..."
Bob Dylan: "This guy, Bob Gover wrote it and, er... that would explain a lot too... that’s one of the hip, more hip things nowadays, I guess, besides, I mean, it actually comes out and states something that’s actually true, you know, that everybody thinks about where, where, I don’t know if the feller that wrote in this letter was thinking about the crusades in, er... this guy who wrote it, you can’t label him, y’know, he’s unlabelable. He’s a, that’s the word, you understand what I mean."

Bovenstaande komt uit Studs Terkels interview met Bob Dylan van april 1963. Ik heb One Hundred Dollar Misunderstanding gelezen, al weer een tijdje geleden. Het is een schitterend boek. Een aanrader.

Bob Dylan in Zwolle: Face Value, David Rawlings, Jonathan Lethem en meer (chaos...)

Ik ben vandaag naar Zwolle ben gereden om de twaalf werken van Face Value voor een tweede keer te bekijken en hoewel daar genoeg over te schrijven is voor een bericht op deze blog, zal dit bericht veel meer bevatten dan de ooh's en aah's over een tweede bezoek aan Face Value. Ik moet nog iets kwijt over een boek van Jonathan Lethem en nog wat andere boeken, nu ik er over nadenk. Terwijl ik dit schrijf draait een cd van de Jerry Garcia Band, een cover van Dylans "Señor". Garcia is vooral bekend als een groot gitarist, vooral van The Grateful Dead, maar nooit hoor je iemand over Garcia's zangkwaliteiten. Ik luister naar Garcia-de- zanger.
Ik dwaal af, laat ik beginnen met Face Value.
Drie maanden geleden was ik al in de Fundatie om de twaalf portretten van Face Value te bewonderen (zie hier) en eigenlijk was het de bedoeling dat ik gisteren naar Zwolle zou rijden. Had ik dat gedaan, dan was ik mogelijk Frits tegen het lijf gelopen (zie hier), maar ik was er gisteren niet, ik was er vandaag.
Na vanmiddag de twaalf door Bob Dylan gemaakte portretten eerst vluchtig bekeken te hebben, de eerste kijkhonger gestild te hebben, ging ik nogmaals alle werken langs om wat langer te kijken. Er vielen me dingen op die me drie maanden geleden niet opgevallen zijn en als ze me in mei opgevallen waren, dan wist ik dat vanmiddag niet meer.
De twaalf werken van Face Value zijn niet door Bob Dylan gesigneerd. Naast ieder werk een bordje hangt met Bob Dylans naam er op, de werken zijn dus echt van Dylan. Op die bordjes staan ook de titels bij de werken. Iedere titel bevat het woord "face" en een (fictieve) naam. Die namen roepen associaties op. Bij Ray Bridges denk ik aan Jeff Bridges, bij Ivan Steinbeck aan John Steinbeck en bij Red Flanagan aan Bill Flanagan. Toeval? Lijkt me sterk.
Face Value bevat werken met twaalf krachtige koppen, twaalf karakters, zo je wilt.
En ook denk ik dat Bob Dylan mij als kijker in de maling neemt. Het enige portret van een lelijke dame draagt de titel "Face to Face; Ursula Belle". Inderdaad Belle...
Toen me dat eenmaal was opgevallen zag ik meer. Wat te denken van de alliteratie in de titel "Losing Face; Leon Leonhard", drie keer een "L", twee keer "Leon"...
En met die gedachte: "Face Facts; Ivan Steinbeck". Twee keer "F", en "Facts" en "Steinbeck"...
Het zijn maar een paar voorbeelden. Ik zag meer en of al dat zien al dan niet terecht is, of Bob Dylan al die fratsen met opzet in de werken van Face Value heeft gestopt, weet ik niet. Ik weet alleen wat ik zie.
En misschien ga ik nog een derde keer. Nu de tentoonstelling verlengd is tot 24 september moet dat lukken. (Kijk ook op de website van de Fundatie, zie hier.)

Tussendoor #1: op 24 augustus is de film Mavis! op NPO 2 te zien. Mocht je Mavis! nog niet gezien hebben, grijp dan je kans. Goede film met een beetje Bob Dylan, zie hier.

In de museumwinkel van de Fundatie moest ik na het bekijken van de twaalf werken van Face Value nog even struinen. De catalogus van Face Value hoefde ik niet meer te kopen. Dat had ik in mei al gedaan. Hetzelfde geldt voor de poster van de tentoonstelling.
Wat ik wel kocht is het boek Andy Warhols Roadtrip van Deborah Davis. Dat boek stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. De Nederlandse vertaling van Andy Warhols Roadtrip is nu tijdelijk tegen een gereduceerde prijs te krijgen. Niet alleen komt volgen het namenregister Gerard Malanga (uiteraard) veelvuldig in dit boek voorbij, ook Bob Dylan is te vinden in Andy Warhols Roadtrip (zie ook hier).

Tussendoor #2: Begin augustus las ik een artikel over David Rawlings op de website van NRC. Dat artikel publiceerde NRC n.a.v. de toen aanstaande release van David Rawlings eerste album onder eigen naam: Poor David's Almanack. David Rawlings ken ik van de albums van Gillian Welch en de twee albums van Dave Rawlings Machine. Schitterende albums, maar dit terzijde.
Het genoemde artikel: "Volkswijsheden zijn een vruchtbare bron van inspiratie, zegt Rawlings. 'In zijn almanak verzamelde Franklin spreuken die hij al of niet zelf bedacht had. "Lost time is not found again" is er zo een. Die eigende Bob Dylan zich toe voor zijn song "Odds and Ends". Ik beschouw mezelf steeds vaker als een folkzanger in Dylans traditie. Het is de heilige plicht van elke songschrijver om takken toe te voegen aan de grote boom die er al is.'"
Vanmiddag heb ik Poor David's Almanack gekocht. Mag ik bij deze iedereen aanraden om naar dit album te luisteren? Oké, geen Bob Dylan op Poor David's Almanack, zoals in het artikel van NRC.
David Rawlings zorgde samen met Gillian Welch voor misschien wel de mooiste Dylan-cover ooit, een versie van "Billy", kijk en luister hier.
Met Dave Rawlings Machine speelde hij Dylans "Queen Jane Approximately", zie hier, en tijdens het Newport Folk Festival van 2015 speelde hij - vijftig jaar na Dylans optreden op het festival in 1965 - samen met Gillian Welch zowel "Mr. Tambourine Man" als "It's All over Now, Baby Blue", zie hier en hier.
Er is meer, ook Newport, zie hier en hier.
En er is vast nog meer, maar voor nu is het genoeg.

Terug naar Zwolle.
Na het de Fundatie volgde boekhandel Waanders in de Broeren. Een bezoek aan Zwolle is niet compleet zonder bij Waanders naar binnen te lopen. Enfin, voor de verandering niks bij Waanders gekocht, maar wel wat gespot: een nieuw boek met Bob Dylan op de cover. Het gaat om het boek Poppioniers van Tom Steenbergen (zie afbeelding) en eigenlijk heb ik nu al weer spijt dat ik alleen maar een foto van dat boek heb gemaakt, dat ik niet even in dat boek gekeken heb.
Na bezoeken aan een platenzaak - geen Dylan gekocht, wel David Rawling dus, en wat andere cd's - en de HEMA - nieuwe broodtrommels voor het nieuwe schooljaar van de kinderen - was het tijd om huiswaarts te keren.
Thuis wachtte nog wat.
Het knaagde en ik moest het uitzoeken.

Gisteren ging ik dus niet naar de Fundatie, maar ik ging wel voor een kort bezoek naar de lokale boekwinkel - de beste boekwinkel in de wijde omtrek. Veruit.
Enfin, in die boekwinkel viel mijn oog op een boek van Jonathan Lethem. Lethem is in de Dylan-wereld natuurlijk vooral bekend als de man die in 2006 Bob Dylan mocht interviewen voor Rolling Stone. Dat interview is opgenomen in het boek The Ecstasy of Influence van Jonathan Lethem, een boek dat ik onlangs bij een kringloopwinkel vond, maar over dat boek wil ik het nu helemaal niet hebben.
Ik wil het hebben over de roman Dissident Gardens. Dat boek had ik gisteren in mijn handen. Op de achterkant van dat boek staat: "Jonathan Lethem, winner of the National Book Critics Circle Award for Fiction and a MacArthur Fellowship, whose writing has been called 'as ambitious as [Norman] Mailer, as funny as Philip Roth, and as stinging as Bob Dylan' (Los Angeles Times), returns wth an epic yet intimate family saga."
Ik kocht het boek niet.
Maar dat citaat uit Los Angeles Times bleef knagen en dus ging ik na thuiskomst uit Zwolle op zoek. Het duurde niet lang of ik vond het bewuste citaat, het komt uit een recensie uit 2013 van Dissident Gardens geschreven door J. Hoberman. Hobermans stuk eindigt zo: "To list his evident heroes, Lethem is as ambitious as Mailer, as funny as Philip Roth and as stinging as Bob Dylan — not least when he describes the effect of 'Like a Rolling Stone' on Miriam's poor Tommy: 'For two weeks now the new Dylan had poured from every radio in Greenwich Village, from parlor windows thrust wide as if to draw the last shreds of oxygen from the suffocated sidewalks, the track's sound mercurial and seasick, its scorning inquiry forcing each lonely person to give account, if only to themselves: how does it feel?'" (zie hier)
Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat ik vanmiddag terug ben gegaan naar de lokale boekwinkel - ik liep net voor sluitingstijd binnen - om Dissident Gardens alsnog te kopen.
En dus kan ik nu concluderen dat ik vandaag meer geld heb uitgegeven dan de bedoeling was, maar dat ik nergens spijt van heb.

Morgen maar een dagje thuis blijven.
Veel lezen.

Dylan kort #1246

"Bob Dylan beschuldigd van plagiaat", de Nobel-speech, zie hier.
16 september: een Dylan-tribute waarbij de nadruk ligt op de Basement Tapes in Luxor Zutphen. Zie hier (agenda, tabblad: verwacht) en hier.
Pé Hawinkels: In september is er een expositie rond Hawinkels in de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid in Nijmegen. "De expositie bestaat uit 12 panelen met jazzgedichten van Hawinkels zelf, (...) tekeningen van jazzmusicus John Coltrane en Bob Dylan, en diverse biografieën." Hawinkels schreef het gedicht "Litanie van Bob Dylan". Zie hier.

Droomland Amerika

Ik viel er bij toeval in: de aflevering van Droomland Amerika over het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Een indrukwekkende uitzending, zeker wanneer het gaat over de moord op Emmett Till in 1955 en de nog steeds voelbare impact van deze moord in het heden.
Het fragment over Emmett Till (vanaf 35:20) begint met Bob Dylans "The Death Of Emmett Till". De bewuste uitzending van Droomland Amerika kan hier bekeken worden.

Bob Dylan en Gerard Malanga

Terwijl ik informatie zocht over de relatie tussen Bob Dylan en Allen Ginsberg voor mijn boek over Bob Dylan en de schrijvers van de Beat Generation stuitte ik per toeval op een lijst met artikelen die ooit in het bezit van Allen Ginsberg waren. Een van de artikelen op die lijst is Bob Dylan as poet van Gerard Malanga. Dat artikel is gedateerd: 27 februari 1966.
Vaag kwam het me bekend voor, een artikel over Bob Dylan geschreven door Gerard Malanga, maar waar had ik dat gelezen? En had ik het artikel ooit gelezen of alleen over het artikel gelezen?
En hoe kwam Allen Ginsberg aan dit artikel? Had hij het ongepubliceerde(?) artikel van Gerard Malanga gekregen of was het wel gepubliceerd en door Ginsberg bijvoorbeeld uit een tijdschrift gescheurd?

Dichter, fotograaf en filmmaker Gerard Malanga is vooral bekend als medewerker van popart kunstenaar Andy Warhol. Hij was tussen 1963 en 1970 veelvuldig in Warhols Factory te vinden. Hij was er ook toen Bob Dylan The Factory binnenliep om zijn screen test te ondergaan om vervolgens met een kunstwerk van Warhol (een Elvis) The Factory weer uit te lopen. Dat was eind 1965 of begin 1966.
Het eerder genoemde artikel over Bob Dylan moet Malanga dus vlak na of rond de tijd van Dylans bezoek aan The Factory hebben geschreven, maar hoe ik ook zoek, nergens kan ik het artikel Bob Dylan as poet van Gerard Malanga vinden.

In het tourboek uit 1978 staat een artikel met de titel Dylan: Poet van Gerard Malanga. Het artikel is niet gedateerd. In het artikel noemt Malanga onder andere de songtitels "Visions Of Johanna" en "Your Brand New Leopard Skin Pill Box Hat". Op 27 februari 1966 kon Malanga het album Blonde On Blonde - waar deze twee songs op te vinden zijn - nog niet gehoord hebben, maar wel is het mogelijk dat Malanga bij bijvoorbeeld Bob Dylans concert van 26 februari 1966 in Hempstead, New York was om een dag later zijn artikel Bob Dylan as a poet te schrijven. Tijdens het concert in Hempstead speelde Bob Dylan zowel "Visions Of Johanna" als "Leopard-Skin Pill-Box Hat".
Zou Dylan: Poet in het tourboek uit 1978 dan het artikel zijn dat Malanga in februari 1966 schreef en dat onder de titel Bob Dylan as poet in de Ginsberg-archieven opgenomen is?
Even denk is dat het zo is, maar als ik verder lees ontdek ik dat het niet kan kloppen. Malanga schrijft dat Bob Dylan "I'll Keep It With Mine" voor de zangeres Nico schreef om vervolgens de songtekst van dit nummer te citeren. Onder aan die songtekst staat tussen haakjes: "Quoted from bob dylan approximately complete works - pirate ed. Amsterdam".
(apporximately) Complete works werd door uitgever Thomas Rap in oktober 1969 uitgebracht. Het is dus onmogelijk dat Gerard Malanga in februari 1966 uit dit boek kon citeren.
En dus ben ik weer terug bij af: wat is precies Bob Dylan as poet dat Gerard Malanga in 1966 schreef en waar kan ik dit artikel lezen?

Hulp en tips zijn welkom.

Bob Dylan, H.H. ter Balkt en dat ene concert uit 2002

I

Iedere keer als ik bij een antiquariaat of op een boekenmarkt een dichtbundel van H.H. ter Balkt zie denk ik aan die paar zinnen uit het door Piet Gerbrandy geschreven stuk over de verzamelde gedichten van Ter Balkt in NRC Handelsblad van 25 april 2014:

Deze dichter heeft de complete literaire traditie in zich opgezogen, van de bijbelse profeten tot Majakovski, van Oud-Engelse raadsels tot de elegieën van Rilke, van de Occitaanse troubadours tot de blues van Bob Dylan.

Nooit las ik een gedicht van H.H. ter Balkt voor ik deze regels van Gerbrandy in de krant tegenkwam. En ook na het lezen van deze regels duurde het lang voor ik ook maar iets van Ter Balkt las.
En toch bleven die regels van Gerbrandy over de poëzie van Ter Balkt in mijn achterhoofd knagen.

II

Het was afgelopen mei vijftien jaar geleden dat ik mijn hand op de zwangere buik van 'mevrouw Tom' legde en voor het eerst onze zoon voelde schoppen. Ik stond niet ver van het mengpanel, halverwege Ahoy. Op het podium speelde Bob Dylan "Solid Rock" en mijn zoon schopte. Daar moest ik vanmiddag aan denken.
Vijftien jaar zijn inmiddels verstreken. Er is veel uit mijn geheugen weg gegleden. Om het geheugen opnieuw te vullen met herinneringen aan dat concert van 2 mei 2002 las ik wat ik eerder over dat concert schreef op deze blog. 
In 2008 schreef ik hier onder andere: "Een goed concert waar ik, zes jaar later, nog steeds beelden van op mijn netvlies heb staan." 
En in 2010 schreef ik: "De NET is vooral herinnering, herinnering aan de concerten waarbij ik aanwezig ben geweest. Zoals het concert op 2 mei 2002, vandaag op de dag af acht jaar geleden. Er is geen concert waar ik betere herinneringen aan heb. Het begon al met een magistrale 'Wait For The Light To Shine' om een beetje in de sfeer te komen en nog voordat ik daarvan was bekomen, volgde het live-debuut van een akoestisch gespeelde 'I Threw It All Away', na de eerste tonen leek de Ahoy' uit haar voegen te barsten. Langzaam drong het tot steeds meer toeschouwers door waar ze getuigen van waren en het leek wel of een ieder bij wie de realisatie was doorgekomen, dat bezegelde met een oerkreet."
In 2008 en in 2010, zes en acht jaar na het concert, wist ik me nog veel te herinneren. Nu is dat anders. Met het lezen van de stukken die ik eerder schreef komen er beelden en geluiden terug, al blijft het bij flarden.


III

Begin 2017, ik koop mijn eerste dichtbundel van H.H. ter Balkt. Het is een goede bundel, al is de poëzie van Ter Balkt niet altijd makkelijk te volgen. Bob Dylan is in geen velden of wegen te bekennen.

IV

Aanvankelijk denk ik oude herinneringen uit de vergetelheid te moeten opvissen. Het beluisteren van een opname van het concert van 2 mei 2002 moet de truc doen. 
Uiteindelijk besluit ik nieuwe herinneringen aan te maken. Dat doe ik door het beluisteren van een opname van een concert waar ik niet bij was. Dat komt mede door wat ik in 2010 schreef. Ik schreef: "Een concert is niet meer dan een moment waarop het aanwezige publiek voor de duur van het concert uit de dagelijkse realiteit wordt getild."
Als ik nu naar 2 mei 2002 ga luisteren zoek ik herinneringen. Dat heeft niks te maken met het uit de dagelijkse realiteit getild willen worden.
Goed, niet de opname van 2 mei 2002 dus, maar een ander concert. 
Keuze genoeg.
Het wordt het concert van 21 mei 2000, Horsens Ny Teater, Horsens, Denemarken.

V

Augustus 2017. Uit het stapeltje van de vier aangeboden dichtbundels van H.H. ter Balkt kies ik er willekeurig een. Aardes deuren heet die bundel. Het wordt de tweede bundel van de dichter die ik ga lezen. 

VI

Bij het horen van de eerste paar nummers van het concert in Horsens Ny Teater verlang ik terug naar de concerten van 2000. De refreinen van opener "Hallelujah, I'm Ready To Go" worden door Bob Dylan, Larry Campbell en Charlie Sexton bijna a capella gezongen.
"My Back Pages" heeft een viool (of iets wat er op lijkt) en Dylans frasering in "The Lonesome Death Of Hattie Carroll" is scherp als een scheermes.
Terwijl ik dit schrijf beginnen Dylan en band net aan de elektrische set met "Gotta Serve Somebody". Ik weet nu al dat ik voorlopig nog niet klaar ben met Horsens Ny Teater, mei 2000. Dit ga ik in de komende tijd vaker beluisteren, veel vaker.

VII

In een door en door koud vliegtuig 3

Wij vliegen onder het gat in de ozonlaag boven Wenen.
Op de paleizen druppelen graffiti. Mummies zitten aan
een lange tafel en eten goud- en zilverstof. Hun
amuletten leggen zijn af; hun windselen wikkelen zij lang-
zaam los en winden die om een roerloze gestalte die zij
hazeoren hebben opgezet. Je kunt alles heel goed zien
door de glazen vloer en door een gat in het dak. De
mummies drinken egyptische wijn. Zijn zijn herstellende;
ze kleumen; ze hebben drie rijen tanden. Boven het
vliegveld, grauw als een dorpsstationnetje, vliegen
heksen. Snauwende werksters keren de stoelen in de
wachtruimte om en om en stoffen de pandabeer af van
het Wereldnatuurfonds. Achter het loket dommelt een 
asfaltman. Uit de asfaltzwarte taxi stijgt de tombstone 
blues van bob dylan op. Koude ether stroomt uit het gat
in de ozonlaag. Het verkeer bevriest. De stad versteent.

H.H. ter Balkt

VIII

Voorlopig wordt het niet meer stil in mijn oren. Kippenvel tijdens "Tryin' To Get To Heaven". Horsens Ny Teater, 2000 is het beste concert dat ik deze dag voor beluistering had kunnen kiezen.


Mijn stuk uit 2010 over het concert van 2 mei 2002 staat hier.
Mijn stuk uit 2008 over het concert van 2 mei 2002 staat hier.

Dylan kort #1245

Sheila Atim zingt "Tight Connection To My Heart", uit Girl From The North Country, zie hier.
Joan Osborne brengt Songs Of Bob Dylan uit, zie hier.
Crimesong van de dag (het bestaat echt...) van 10 augustus: "Joey" van Bob Dylan, zie hier.
De Laatste vuurtorenwachter: "Guthrie, Whitman, Dylan, Bragg, Wilco, Claus en… ik", zie hier. [met dank aan Flor]

Is Your Love In Vain? (1978) - door Jochen

Is Your Love In Vain? (1978)

“Wat je een vrouw ook geeft, ze zal het grootser maken. Geef haar zaad, en ze geeft je een baby. Geef haar een huis, ze maakt er een thuis van. Geef haar de boodschappen en ze geeft je een maaltijd. Schenk haar een glimlach en ze geeft je haar hart. Ze vermenigvuldigt en vergroot wat haar wordt gegeven.”

Erick S. Gray is een bijzonder succesvol en vruchtbaar auteur uit Queens, New York, die sinds 2003 met bewonderenswaardige regelmaat een boek per jaar schrijft. Zijn werken worden – niet helemaal terecht – in het hokje hip hop literatuur gezet. De hoofdpersonen komen doorgaans uit de zwarte getto’s, spreken straattaal, klooien met drugs en seks, en jagen op geld en macht, wat ze meestal gelijk stellen met “respect”. De meeste vrouwen hebben een vergelijkbare rol als de dames in de videoclips van rap-artiesten: ze worden veelal met bitches of met sista aangeduid en de omvang van bips en borsten is vele malen belangrijker dan hetgeen de dame eventueel heeft te melden. Je zou Gray, kortom, niet gauw van vrouwvriendelijkheid of politieke correctheid verdenken. Maar: hij heeft zijn p.r. op orde. Bovenstaand citaat is al jaren een hit op Facebookpagina’s, blogs, in “inspirational quotes”-verzamelingen en zelfs bij zelfverklaarde feministen. In de helft van de gevallen wordt het overigens foutief toegeschreven aan de eerbiedwaardige Nobelprijswinnaar William Golding, voorafgegaan door twintig woorden die inderdaad van Golding zijn (“I think women are foolish to pretend they are equal to men. They are far superior and always have been”).

Enigszins frappant is de populariteit wel. Ze maken baby’s, kunnen goed poetsen en zo lekker koken… sec beschouwd zegt Erick S. Gray dat vrouwen zulke geweldige huismoedertjes zijn. Hetzelfde dus als Dylan zoekt in “Is Your Love In Vain?”- een keukensloofje, handig met naald en draad en houdt de voortuin goed op orde (“Can you cook and sew, make flowers grow”). Maar Dylan krijgt ten tijde van verschijnen (1978) niet zo’n applaus als Erick S. Gray. Integendeel zelfs. Recensenten en journalisten beschuldigen hem van misogynie, van een Archie Bunkermentaliteit en van seksisme. Greil Marcus construeert een wat moeizame metafoor: “Hij praat tegen die vrouw als een sultan die een veelbelovende dienstmeid op een geslachtsziekte onderzoekt.”
Ook in interviews wordt hij ter verantwoording geroepen, zoals, met een laf omweggetje, door Jonathan Cott in Rolling Stone (november 1978):

JC: Moeten we Is Your Love In Vain letterlijk nemen? Je bent ervan beschuldigd seksistisch te zijn in dat lied, vooral door die regel “Can you cook and sew make flowers grow?
BD: Die kritiek komt van mensen die vinden dat vrouwen karate-instructeur of vliegtuigpiloot moeten zijn. Ik wil daar niet op afgeven – iedere vrouw moet kunnen worden wat ze worden wil – maar als een man een vrouw zoekt, zoekt hij niet een vliegtuigpilote. Hij wil een vrouw die hem helpt en ondersteunt, die haar deel doet terwijl hij zijn deel doet.
JC: Is dat het type vrouw dat jij zoekt?
BD: Waarom denk je dat ik een vrouw zoek?

Met die wedervraag zegt de vermoeide dichter feitelijk wat hij al tientallen keren heeft uitgelegd: mijn songs zijn niet per se autobiografisch. Je est un autre, “ik” is iemand anders, zegt hij, met Rimbaud. We vragen immers ook niet met welke koningen Dylan heeft gedineerd, of waar en hoe hij vleugels kreeg aangeboden (“I have dined with kings, I’ve been offered wings”). Er druppelen heus wel particuliere opvattingen of werkelijk doorleefde impressies zo’n lied in, zoals Paul McCartney ook toegeeft: “Als ik schrijf, schrijf ik alleen maar een song, maar ik denk wel dat er thema’s omhoog borrelen. Daar doe je niets tegen. Wat je belangrijk vindt, komt er op de een of andere manier toch wel in” (Conversations met Paul du Noyer, 2015). En dat wordt weer bevestigd in het interview dat Dylan in januari 1978 heeft met Barbara Kerr, voor de Boston Herald, waarin hij minder omfloerst dan gebruikelijk over zijn gestrande huwelijk en vrouwen in het algemeen uitweidt:

Deventer boekenmarkt

Gisteren was ik op de Deventer boekenmarkt. Ik ben daar naar toe gegaan met een zoeklijstje in mijn achterhoofd. Dat zoeklijstje zag er gisterochtend ongeveer zo uit:

1. Richard Brautigan: zowel proza als poëzie
2. C.B. Vaandrager - De Hef
3. Bob Dylan (boeken, tijdschriften etc.)
4. Lawrence Ferlinghetti, Allen Ginsberg en andere Beats

En eigenlijk zoals ieder jaar bepaalde niet het zoeklijstje, maar het toeval wat er uiteindelijk van de Deventer boekenmarkt in de tas mee naar huis ging. Zo vond ik op de markt helemaal niks van Lawrence Ferlinghetti en kwam ik slechts één boek van Richard Brautigan tegen, een Nederlandse vertaling van In Watermelon Sugar. Ik vind dat je Brautigan niet in vertaling moet lezen, maar in het Engels zodat je de taal van Brautigan tijdens het lezen kunt proeven. Ik ging dus zonder Brautigan of Ferlinghetti weer naar huis, zo dacht ik.
Echter, Allen Ginsberg redde mij. Bij thuiskomst zag ik dat het op de markt gekochte fotoboek The Late Great Allen Ginsberg een voorwoord van Lawrence Ferlinghetti heeft en dat in de tevens gekochte Evergreen met Allen Ginsberg op de cover het verhaal "The Menu" van Richard Brautigan staat.

Soms komt het ook wel goed met een zoeklijstje. Zo vond ik gisteren - tot mijn stomme verbazing - De Hef van C.B. Vaandrager. De Hef zocht ik al tijden voor een redelijke prijs, tot gisteren zonder succes.
Wat heeft dit allemaal met Bob Dylan te maken?
Afgezien van het feit dat ik gefascineerd ben door het werk van C.B. Vaandrager, ben ik Bob Dylan in zowel Vaandragers De Reus van Rotterdam als Sleutels tegengekomen. Wie weet vind ik Bob Dylan ook in De Hef.
De connectie tussen Bob Dylan en de Beats (Ferlinghetti, Ginsberg en Brautigan) is - denk ik - overduidelijk.

Goed, terug naar de zoeklijst.
Dan stond - zoals altijd - Bob Dylan nog op mijn zoeklijst. Ik ben genoeg boeken over Bob Dylan op de markt tegengekomen, maar niet een boek dat ik nog niet heb. Tijdschriften met (grote) artikelen over Bob Dylan heb ik niet gezien. Wel kwam ik Bob Dylan tegen in een ingezonden brief in (wederom) de Evergreen met Allen Ginsberg op de cover. Aangezien ik de eerdere aflevering van Evergreen waar deze brief naar verwijst niet ken, heeft deze ingezonden brief een bijna surrealistische kwaliteit:

To the editors:

Nat Henthoff is right. He just doesn't go far enough. Ralph Gleason is profound. Bob Dylan is profound. Ralph Gleason said recently that Bob Dylan is the greatest defender of human freedom since Thomas Paine.
As my old Welsh grandmother used to say, oy va!

Martin Williams 
New York, New York


Al met al zat er aan het eind van de boekenmarkt toch wel wat Dylan in de tas. Zo kocht ik het boek All The Rage van Ian 'Mac' McLagan. McLagan was de toetsenist in Bob Dylans band tijdens de Europese tournee van 1984 en uiteraard schrijft McLagan over deze tournee in All The Rage. Daarnaast kocht ik voor een habbekrats het boek List of the Lost van Morrissey omdat ik bij het doorbladeren van het boek Dylans naam tegenkwam. Ik verwacht niet dat Morrissey heel positief over Dylan zal schrijven, waarom weet ik ook niet, maar daar kom ik nog wel achter als ik List of the Lost lees.

De mooiste papieren Dylan-vondst is een dichtbundel. Het gaat om de bundel Lees mij tussen de regels van Anneke Korporaal. Een paar jaar geleden tipte Anneke mij al over die bundel, maar aangezien die bundel 25 jaar geleden in een oplage van 200 stuks verscheen, had ik de hoop om Lees mij tussen de regels te vinden een tijdje geleden al opgegeven.
Dat ik een vreugdedansje maakte na het ruilen van €3,- voor Lees mij tussen de regels werd door de verkopers achter de kraam niet begrepen en druk besproken.
Lees mij tussen de regels bevat gedichten met titels als "meet me in the morning", "I shall be free #10", "too much of nothing" en "when the ship comes in". Het laatste, titelloze gedicht in deze bundel is opgedragen aan Bob Dylan en gaat zo:

time is a jet-plane
it moves too fast

als hij heel kalm begint 
wil ik hem wel geloven
ik geef me graag gewonnen
aan zijn fluwelen stem
van tederheid
en ingehouden haat

gisteren nog heb ik hem
hardop horen dromen
en morgen wordt zijn lied
in zijn metalen keel
ook nog niet gestaakt
het kan nog jaren duren

wat telt is nu, vandaag
in zijn bescheiden gestalte
staat hij eenzaam, verbeten
zijn repertoire op een kladje

de woorden dringen dieper in de huid
vandaag
en niet alleen bij mij

oh, but what a shame 
if all we've shared can't last


Op de Deventer boekenmarkt worden door menig handelaar naast boeken ook elpees en - in iets mindere mate - cd's verkocht. Nou is het zo dat het gros van die handelaren meer verstand van boeken dan van elpees heeft. Dat betekent dat veel handelaren geen flauw idee hebben van wat een redelijke prijs voor een elpee is. Daarnaast heeft, waarschijnlijk mede door de huidige vinyl-gekte, menig boekhandelaar de neiging om de prijzen voor de elpees wat te hoog in te schatten. €15,- voor een veelvuldig gedraaide Nederlandse persing van Desire in een beschreven hoes waarbij het inlegvel ontbreekt, is veel te veel. En toch heb ik het bij twee verschillende handelaren gisteren gezien.
Dat boekhandelaren wat minder verstand hebben van de prijzen van elpees kan ook in het voordeel van de koper zijn en bij de twee, drie handelaren op boekenmarkt die (te) kleine prijsjes op de elpees plakken is het goed kopen. Zo kocht ik voor een zacht prijsje een Italiaanse persing van Another Side Of Bob Dylan en - voor mij de klapper van de markt - een Canadese persing van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II. Deze elpee moet geperst zijn in de tijd dat Columbia overstapte van 360-labels naar round the edges-labels. De eerste elpee van de gisteren gevonden persing van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II heeft namelijk round the edges-labels terwijl de tweede elpee 360-labels heeft.
Nou wist ik al wel dat er Canadese persingen van Bob Dylan's Greatest Hits vol. II met 360-labels moeten zijn, maar ik had er nog nooit eentje in het echt gezien, laat staan een exemplaar met 'gemixte' labels...

Dylan kort #1244

Bob Dylan concert San Francisco, 11 december 1965, opname gemaakt door Allen Ginsberg, luister hier.
The Waterboys spelen "Like A Rolling Stone", zie hier.
Willie Nile – Positively Bob, een recensie, zie hier.
Zweedse voetballegende en Bob Dylan, zie hier.
"Aldus Bob Dylan", zie hier.
Podcast: Dylan & The Beatles (deel 1), luister hier. Deel 2, luister hier.
Ad Duijm - "Wachttoren", zie hier.
Muizenest: Bob Dylan, zie hier.

Philip Huff - 'Zij'

Soms loop ik door het landschap van mijn herinneringen en eindig ik bij de voordeur van mijn oude huis in de Pijp. Ik ga naar binnen en in de woonkamer zit ze weer achter de piano, in een strakke broek, een los shirt, de schemering van de leeslamp op haar schouder. Haar vingers zoeken de juiste toetsen, ze neuriet de noten, zoekt de akkoorden.
Ik ga op de bank liggen.
'Ja,' zegt ze. 'Sorry. Dit is hem.' En ze begint weer: 'When you're lost in the rain in Juarez, and it's Eastertime too, and your gravity fails, and negativity don't pull you through.'
de pianoklanken vullen de ruimte als zonlicht, haar stem hangt in de muziek als stof in de lucht, glinsterend, zacht, overal.
'Don't put on any airs, when you're down on Rue Morgue Avenue, they got some hungry women there, and they really make a mess outta you.'
Ik kan mezelf niet inhouden.
'Now, if you see Saint Annie, please tell her thanks a lot. I cannot move, my fingers are all in a knot.'
Daar gaan we weer.

Bovenstaande fragment komt uit het verhaal 'Zij' van Philip Huff. Het verhaal 'Zij' is het laatste verhaal in de bundel Goed om hier te zijn (De Bezige Bij; 2013)
Bob Dylan is ook te vinden in Dagen van gras van Philip Huff. Meer Philip Huff staat hier.

Zomaar een dinsdag: True Dylan

Zomaar een dinsdag.
Bij een kringloopwinkel koop ik de dichtbundel Met man en muizenis van Benne van der Velde omdat het eerste gedicht in die bundel over Bob Dylan gaat. Bij thuiskomst blijkt dat gedicht ook in de door Kees 't Hart en John Schoorl samengestelde bloemlezing Als een zwerfkei te staan (blz. 109), maar in die bloemlezing staat niet het door Onno Maat gemaakte beeld bij dit gedicht wat wel in Met man en muizenis staat.
Naast het gedicht ligt een snelweg, highway 61. Op die snelweg staat een cowboy, op zijn rug een gitaar.
Die cowboy doet mij denken aan de toneelschrijver Sam Shepard. Ik weet niet waarom.

Zomaar een dinsdag.
Op internet lees ik dat Sam Shepard afgelopen donderdag overleed.
Binnen de Dylan-wereld is Sam Shepard vooral bekend als de man met wie Bob Dylan "Brownsville Girl" schreef en de man die op verzoek van Bob Dylan mee ging op tournee om scènes voor wat uiteindelijk Renaldo And Clara zou worden te schrijven, daar niet aan toe kwam en het schitterende boek Rolling Thunder Logbook over die tournee schreef.
Minder bekend is dat Sam Shepard het stuk True Dylan schreef. True Dylan is een toneelstuk met één act. Het werd in juli 1987 in Esquire gepubliceerd. In 2004 werd True Dylan onder de titel A Short Life of Trouble in het door Benjamin Hedin samengestelde boek Studio A; The Bob Dylan Reader gepubliceerd.
True Dylan is een stuk voor twee personen: Sam en Bob. Sam wil Bob interviewen, Bob loopt gedurende het stuk meerdere malen (letterlijk) weg om geen antwoord te hoeven geven op een door Sam gestelde vraag.
Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de Sam in True Dylan Sam Shepard is en Bob is in dit stuk dan Bob Dylan.
De grote vraag die sinds 1987 boven True Dylan hangt is of het stuk een weergave van een daadwerkelijk gesprek tussen Sam Shepard en Bob Dylan is, of dat alles in True Dylan door Sam Shepard bij elkaar verzonnen is.
De kracht van True Dylan - voor mij - is dat ik het antwoord op die vraag niet weet.
Vanavond lees ik True Dylan nogmaals. Omdat het zo'n goed stuk is.
Omdat Sam Shepard is overleden.
Omdat ik daar toch van schrok.