To Fall In Love With You (1986) - door Jochen Markhorst


To Fall In Love With You (1986)

De eerste keer dat we de stem van Charlie Chaplin kunnen horen is in Modern Times (1935), in – heel toepasselijk – “The Nonsense Song”. Chaplin moet een liedje zingen voor een afwachtend publiek in een restaurant. De Italiaanse tekst heeft hij op zijn manchetten geschreven, maar helaas: bij zijn grande entree maakt Chaplin een enthousiast ta-dáá gebaar en huppekee, daar vliegen beide manchetten met een wijde boog onbereikbaar ver achter het publiek weg. Chaplins vriendinnetje gebaart naar de paniekerige entertainer doe maar wat, roep maar wat, en dat pakt dan prima uit. Uit zijn inmiddels lege mouw schudt Chaplin een nonsensicaal mengelmoesje van fantasie-Italiaans en pseudo-Frans:



Se bella giu satore
Je notre so cafore
Je notre si cavore 
Je l’a tu la ti la tois

La spinache o la bouchon
Cigaretto Portabello
Si raquiche spaghaletto
Ti l’a tu la ti la tois

...  en daarna nog vier van dergelijke coupletten, waarbij hij de (niet-bestaande) ‘pointe’ aan het eind van elk couplet mimisch zó goed uitserveert, dat het publiek werkelijk meent een uitstekende witz te horen en telkens in schaterlachen uitbarst.

Hier gebeurt het natuurlijk uit nood, in paniek, maar onder liedschrijvers is het een volstrekt normale techniek: placeholding. Bedoeld om tijdens het creatieve proces de lege plekken tijdelijk in te vullen met voorlopige, vaak betekenisloze klankcombinaties. Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk “Yesterday”, dat door McCartney, in afwachting van de inspiratie voor een passende tekst, wekenlang werd ingevuld met scrambled eggs, oh my baby how I love your legs. En soms kan zo’n loze tekst zelfs promoveren. ‘Sussudio,’ raaskalt Phil Collins maar, zo lang hem niets beters te binnen schiet, maar kijk aan: het fantasiewoord kruipt onder zijn huid en blijkt pakkend genoeg om de titel van een van zijn grootste wereldhits te worden.

Ook de dichter Dylan voelt zich niet te groot voor placeholder lyrics, maar bij hem pakt het doorgaans wat betekenisvoller, of liever: poëtischer, uit dan bij de collega’s. In de kelder van de Big Pink improviseert de bard al doende de liedteksten voor “Sign On The Cross” en “I’m Not There”, bijvoorbeeld, en dat zijn vierentwintigkaraats, intrigerende, poëtische explosies. Kennelijk is er wel een verschil tussen een volbloed liedjesmaker als McCartney of een literair genie als Dylan – waarbij Dylans superieure taalgevoel, zijn onwaarschijnlijke geheugen en zijn encyclopedische liedkennis de onderscheidende kwaliteiten zijn, vermoedelijk; een relaxte Dylan in een flow put al plamurend uit een schier onuitputtelijke bron.

Twintig jaar na de basement sessions demonstreert Dylan dit talent in het verstoten meesterwerkje “To Fall In Love With You”. Het lied is liefdeloos weggepropt ergens achteraan op een bootleg, op Hearts Of Fire Session 1986, waarop slechts een enkele take van de song staat (tussen onder meer tien grotendeels zouteloze takes van het inferieure “Had A Dream About You, Baby”). Ondanks het meespelen van de grootheden Eric Clapton en Ronnie Wood zijn de outtakes niet al te memorabel, behalve dus dit ene glanzende, halfgeïmproviseerde pareltje.

Dylan pakt dit lied aan zoals hij later zijn grote, metalen poorten zal lassen: een vast kader en een sterk frame, ingevuld met een explosie van grillige, vervreemdende objecten. Dylan last een conventionele lijst, een ‘gewoon’ frame van ruim twee meter hoog en ongeveer een meter breed en brengt ook op ambachtelijke wijze, op de juiste hoogte en met de juiste materialen, gewone scharnieren aan – de poort kan inderdaad in een huis-, tuin- en keukenhek worden gehangen en werkelijk als poort worden gebruikt.
Maar dan de invulling, de ornamenten. De lassende beeldhouwer vult de loze ruimte van zijn poort met schroot, met aan elkaar gelaste Engelse sleutels, tandwielen, combinatietangen, een vleeswolf, schakelkettingen, wielen, springveren en wat al niet. Het is een intrigerend, vrolijk makend en indrukwekkend geheel. En als de kunstenaar zijn fascinatie in woorden probeert te vangen, in zijn verklaring die in het programmaboekje bij de tentoonstelling in de Halcyon Gallery (Londen, 2013) valt te lezen, is hij weer een dichter:

“Ik vind poorten aantrekkelijk vanwege de negatieve ruimte die ze creëren. Ze kunnen worden gesloten maar tegelijkertijd kunnen de seizoenen en de wind in en uit stromen. Ze kunnen je buitensluiten of binnensluiten. En in een bepaald opzicht is er geen verschil.”

Voor “To Fall In Love With You” heeft de lieddichter een vast frame, de stokregel aan het eind van elk van de vier coupletten, en een gestructureerde loze ruimte: een vast aantal maten en een metrum. En voor de invulling daarvan scharrelt hij schrootresten op zijn erf bij elkaar die hij dan in zijn atelier aan elkaar last:

The day is done, our time is right
Day in the night, deep in the night
You can’t have me back, I hear to my surprise
I see it in your lips, I knew it in your eyes

… bijvoorbeeld. Of misschien zingt hij daar

The day is dark, our time is right
Stay in the night, deep in the night
I can’t yet be back, I heard it by my surprise
I see it in your lips, I knew it in your eyes

Of wellicht:

The day is dark, our time is right
Day in the night, deep in the night
I cleaned every bag I had in my supply
I see it in your lips, I knew it in your eyes

… het is slecht te verstaan en de ijverige fans zijn het ook niet eens; op de blogs en de fanfora stuiteren zo’n tien transcripties rond die allemaal redelijk plausibel zijn.
Heel belangrijk is de inhoud ook niet. De dichter last hier willekeurige stukken schroot en aangespoeld wrakhout met aangekoekt bakvet aan elkaar. Voor het frame lijkt hij zijn eigen “To Be Alone With You” in zijn hoofd te hebben (of anders “Sure To Fall In Love With You” van Carl Perkins, 1956), voor de invulling van de ‘negatieve ruimte’ schijnt hij niet al te diep in zijn fenomenale liedgeheugen te grabbelen. De song wordt opgenomen eind augustus 1986. In de maanden ervoor heeft de zanger, zowel op de bühne als in de studio, opmerkelijk veel covers gespeeld (een kleine vijftig stuks), en daarin is het gros van de woordcombinaties en de rijmwoorden te vinden. De tears stromen ook in “Crying In The Rain”, in “That Lucky Old Sun” en in Ricky Nelsons “Lonesome Town”, bijvoorbeeld. De rijm right en night zingt Dylan ook in “Justine” en in John Lee Hookers “Good Rockin’ Mama”, mind en find in “What Becomes Of The Broken Hearted” en in “So Long, Good Luck And Goodbye”. Het is eveneens dark overdag in “Trying To Get To You” van Elvis, in Ray Charles’ “Lonely Avenue” en in “I Still Miss Someone” van Johnny Cash, en zo is vrijwel de gehele woordenschat van “To Fall In Love With You” inclusief bijpassende rijm terug te vinden in dat vijftigtal covers dat Dylan de voorgaande maanden heeft gezongen.

Tekenend voor het kunstenaarschap van de dichter Dylan stijgt er dan toch een coherent beeld op uit al die aan elkaar gelaste stukjes; dat van een deerniswekkende krabbelaar die overeind gehouden wordt door dat ene lichtpuntje in zijn leven, door zijn verliefdheid op een you, het is een Don Quichot die alle tegenslagen overwint omdat er een Dulcinea is. En onderweg ontspringen er zowaar ook nog een paar Dylaneske oneliners. I see it in your lips, I knew it in your eyes bijvoorbeeld, en The day is dark (of: done), our time is right; fascinerende, aangrijpende versregels van grote poëtische schoonheid.

Dylan kort #1241

Lucky Fonz III: "Bij Lucky Fonz III gaat het al snel over Bob Dylan, een van de grote helden. Wat hem vooral aanspreekt in de singer-songwriter is diens veelzijdigheid. 'Dylan verandert voortdurend van identiteit. En binnen zo'n identiteit kan hij ook heel variabel zijn. Het album Blonde On Blonde begint met "Everybody must get stoned", een melig nummer rond een woordgrap, maar verderop komt dan zo'n heel emotionele song als"Just Like A Woman". Bij Dylan kan dat gewoon.'" (Dagblad van het Noorden, 22 februari 2019) [met dank aan Hans]
Zwerfkeien met heimwee: je verdiepen in het gevoelsleven van de zwerfkei, jawel. Dat roept bij een radiomaker associaties op met.... "Like A Rolling Stone". OVT 24 februari 2019, 11 uur. Luister hier. [met dank aan Hans] 
The Bootleg Series vol. 5 komt op 26 april opnieuw op vinyl uit, zie hier. Ik kan me niet voorstellen - maar ik kan me vergissen - dat alleen vol. 5 opnieuw op vinyl wordt uitgebracht. Eerder werd The Bootleg Series vol. 1 - 3 al opnieuw op vinyl uitgebracht. Mogelijk binnenkort ook vol. 4 en eventuele delen na 5 opnieuw op vinyl?? Zie hier.
Omdat het goed eens het nog eens te horen: "Lost On The River", luister hier.

BDinNL 2.0

De pagina BDinNL 2.0 is bijgewerkt, zie hier.


Uit de context #6

"De bekende zanger Bob Dylan, wiens muziek onder meer gebruikt werd bij de samenstelling van de diapresentatie op het hoofdkantoor van Nieuwsblad van het Noorden in Groningen, is bezig aan zijn comeback."
Nieuwsblad van het Noorden, 12 december 1973

solliciteren?


oktober 1973

Tom Wilkes, Bob Dylan & Safe As Milk


Bladerend door oude tijdschriften kwam ik bovenstaand artikel uit 2009 tegen. Het gaat over de dan net overleden ontwerper van platenhoezen Tom Wilkes. In het artikel komt Bob Dylan niet voor.
Van de zeven afgebeelde albums ken ik er zes. Sommige heb ik nog, sommige niet meer. Alleen het album van The Flying Brurrito Brothers ken ik niet. Wel andere albums van deze band. The Flying Burrito Brothers hebben nummers van Bob Dylan gespeeld. Wanneer ik het afgebeelde album op Wikipedia zoek, zie ik dat er geen Dylan-song op dit album staat. Wel lees ik: "When Rolling Stone asked Bob Dylan to name his favorite country-rock album, he answered, The Flying Burrito Brothers. Boy, I love them. Their record instantly knocked me out."
Ik heb het bewuste interview even opgezocht. Het is het interview met Jann Wenner van Rolling Stone op 26 juni 1969. Dit werd er gezegd:

JW: What do you think of the current rock and roll groups doing all the country music? 
BD: Well, once again, it really doesn’t matter what kind of music they do, just so long as people are making music. That’s a good sign. There are certainly more people around making music than there was when I was growing up. I know that. 
JW: Do you find any that are particularly good – country rock, or merely rock and roll bands, doing country material, using steel guitars? 
BD: As long as it sounds good. 
JW: Do any particular one of those groups appeal to you? 
BD: Who... who are in those groups? 
JW: Oh, Flying Burrito Brothers... 
BD: Boy, I love them... The Flying Burrito Brothers, unh-huh. I’ve always known Chris, you know, from when he was in the Byrds. And he’s always been a fine musician. Their records knocked me out. (Laughs) That poor little hippie boy on his way to town... (Laughs) 


Goed, The Flying Burrito Brothers hebben dus Dylan-songs opgenomen. Met die gedachte in het achterhoofd zijn er meer connecties te leggen tussen de afgebeelde hoezen en Bob Dylan. The Rolling Stones hebben "Like A Rolling Stone" gecoverd, niet op het afgebeelde album, maar later. Janis Joplin heeft "Dear Landlord" opgenomen tijdens de sessies voor een ander dan het afgebeelde album: I Got Dem Ol' Kozmic Blues Again Mama!. "Dear Landlord" staat niet op dat album, maar is wel een bonustrack op een heruitgave van dat album.
Het album Delaney & Bonnie & Friends On Tour with Eric Clapton bevat geen Dylan-cover. Voor zover ik weet hebben Delaney & Bonnie ook nooit een nummer van Dylan gespeeld. Eric Clapton - die ook op dit album te vinden is - natuurlijk wel.
Het live-album Mad Dogs And Englishmen van Joe Cocker bevat een cover van Dylans "Girl From The North Country". Ergens op de plaat - ik meen bij de introductie van "Girl From The North Country" - kan uit de woorden van Joe Cocker worden opgemaakt dat Bob Dylan in het publiek zit.
All Things Must Pass van George Harrison bevat natuurlijk een cover van Dylans "If Not For You" en het door Dylan & Harrison samen geschreven nummer "I'd Have You Anytime".

Maar goed, Tom Wilkes, over wie bovenstaand artikel gaat, had niets met de muziek te maken, maar ontwierp de hoezen. Ook daar is Dylan te vinden. Op de hoes van Beggars Banquet van The Rolling Stones staat links boven het toilet "Bob Dylans Dream" op de muur geschreven en de voeten die uit het raampje van de auto op de hoes van Delaney & Bonnie steken zijn - aldus de legende - de voeten van Bob Dylan.

Bob Dylan is overal, voor wie het wil zien. Nee, ik moet zeggen bijna overal. Ik kan geen enkele connectie tussen Bob Dylan en het album Safe As Milk van Captain Beefheart bedenken. Helemaal niks.
Ik weet al wat ik vanmiddag ga draaien: Safe As Milk.

Record Store Day

Volgens een bericht op twitter brengt Sony op 13 april - Record Store Day - een kopie van de testpersing van Blood On The Tracks op vinyl uit. De grote vraag is - als dit doorgaat - of het een kopie van de daadwerkelijke testpersing is, of - en dit lijkt mij waarschijnlijker - een reconstructie van de testpersing met song van More Blood, More Tracks. Dat lijkt muggenziften, maar er is een belangrijk verschil tussen de twee mogelijkheden: de versie van "Idiot Wind" op de originele testpersing is niet te vinden op More Blood, More Tracks en dus zal een reconstructie van de testpersing met songs van More Blood, More Tracks nooit identiek zijn aan de originele testpersing.


Dylan kort #1240

Street Legal komt op 5 april opnieuw op vinyl uit. De grote vraag is of het een remaster is. [met dank aan Hans]
De afbeelding is afkomstig uit Becoming Myself: a psychiatrist's memoir van Irvin D. Yalom. [met dank aan Alja]
22 februari 1964 gaf Bob Dylan een concert in Berkeley. en heerlijk twitter-stuk over dat concert (in het Engels) staat hier.
Wenen: mocht je ooit in Wenen komen, daar is een bar met de naam If Dogs Run Free. Ik vraag me af of daar veel Dylan gedraaid wordt. Zie hier.
Zaterdag 23 februari: The Bob Dylan Band in Heinkenszand, zie hier.
3 maart: Desire speelt Dylan in Winterswijk, zie hier.
Cover: Arlo Guthrie speelt "Gates Of Eden", zie hier.


Trrrring

"Hoi, met mij. Vraagje."
"Ja?"
"Heb je ooit gehoord van de dichter Berend Lasseur?"
"Nee, hoezo?"
"Oké, luister. Lasseur publiceerde in 1973 een gedicht in de Gids."
"Ja..."
"En in dat gedicht citeert hij uit een nummer van Dylan. Dat zet hij er ook keurig bij. Probleem is alleen dat hij een fout maakt. Het citaat klopt niet."
"Oké, dus?"
"Het is nog niet klaar. Lasseur herschrijft dat gedicht en publiceert het in een bundel, een jaar later."
"En nu heeft hij het citaat wel goed?"
"Nee, hij past het citaat wel aan, maar het is nog steeds fout. Bovendien staat er in die bundel niet meer bij dat dat citaat van Dylan komt."
"Da's dom van 'm."
"Ja, maar vooral ook fascinerend, vind ik."
"Ach..."
"Echt fascinerend. Hoe kan zoiets gebeuren? Goed, dat wilde ik even kwijt."
"Daar belde je voor?"
"Ja, groeten aan Marie."
"Marie is al tijden..."
tuut tuut tuut
"Hallo, ben je er nog?"
tuut tuut tuut

Gewoon, omdat het kan...

de hoezen #14 - door Patrick Roefflaer

17 – Before the Flood
Uitgebracht: 20 juni 1974
Fotograaf Barry Feinstein
Art-director Barry Feinstein

Na een afwezigheid van bijna acht jaar, gaat Bob Dylan in 1974 weer op tournee. Hij merkt meteen dat tijdens de acht jaar dat hij zelden op een podium is verschenen, de tijden inderdaad zijn veranderd. In de muziek business heeft inmiddels een schaalvergroting plaatsgevonden, waarbij grote bands nu optreden voor tienduizenden mensen. Theaterzalen en bioscopen zijn daarom ingeruild voor grote sportarena’s.

Het is dit fenomeen dat zo perfect is vastgelegd in de hoesfoto: een enorme mensenmassa, waarbij geen gezichten te zien zijn, maar wel heel veel lichtstipjes.

In de biografie Down the Highway: The Life of Bob Dylan (New York, Grove, 2001), schrijft Howard Sounes: ‘Duizenden hielden aanstekers en lucifers omhoog in een spontaan gebaar van solidariteit. Het was voor het eerst dat zoiets gebeurde tijdens een concert.’

Sta me toe om voor één keer de Clinton Heylin in mezelf los te laten en arrogant te stellen: dat klopt niet.

Woodstock

15 augustus 1969. Op de eerste avond van het Woodstock Festival, gaan de hemelsluizen open tijdens het optreden van Ravi Shankar. Waarschijnlijk de enige die dat goed nieuws vindt, is Melanie. Het 22 jarige hippie zangeresje is op van de zenuwen. In je eentje voor 500 000 mensen staan, is geen leuk vooruitzicht.  Ze vreest al de hele dag het teken dat het haar beurt  is om te gaan spelen. Door de regen zullen de mensen wel naar huis gaan, hoopt ze.

Na Shankar is The Incredible String Band aan de beurt. Die weigeren echter om het podium op te gaan, terwijl het regent. Melanie moet op.
Het is inmiddels 11 uur en aardedonker. De zangeres hoort hoe MC Wavy Gravy meldt dat  er kaarsen worden uitgedeeld. De vlammetjes zullen de regen bezweren weg te gaan, zo meent hij.

Wanneer Melanie het podium betreedt ziet ze een zee van vlammetjes voor zich. ‘Van dan af, werd ik geassocieerd met lichtjes tijdens concerten.’ Ze houdt er haar grootste hit aan over: ‘Lay Down (Candles in the Rain)’.

Plastic Ono Band

Drie weken later, op 13 september 1969, vindt in het Varsity Stadium in Toronto het Rock ‘n’ Roll Revival Festival plaats. The Beatles zijn uitgenodigd, maar hoewel niemand het beseft, bestaan die dan enkel nog op papier. Als een veelzeggend signaal naar zijn collega’s, grijpt John Lennon de gelegenheid aan om voor het eerst op te treden met andere muzikanten: de Plastic Ono Band.
Wanneer echter het moment nadert waarop hij het podium op moet, slaat bij Lennon de paniek toe. ‘John gaf over... en hij begon te huilen,’ verklapt Kim Fowley, die de aankondigingen op het festival verzorgt. ‘Hij zei: “Ik heb schrik. Doe alsjeblieft iets zodat de mensen niet zien dat ik zo een schrik heb om de scene op te gaan”.’

Fowley bedenkt: ‘Zo’n tien jaar eerder had ik een film gezien: [The Miracle of ] Our Lady Of Fatima. Daarin verschijnt de maagd Maria in de lucht en dan steekt iedereen toortsen aan.
Dus, dacht ik: dit is een religieuze belevenis, laten we Our Lady Of Fatima overdoen. Ik liet de lichten doven in het Varsity Stadium en ik vroeg om, zodra ik de woorden ‘Plastic Ono Band’ zei, iedereen gelijktijdig lucifers aan te steken om John op een vriendelijke, vredevolle manier welkom te heten.
20 000 lucifers gingen branden. Het was prachtige rood-gele gloed en iedereen liet een zucht van bewondering. Lennon begreep dat dit moment de spanning verlichtte en dat het nu aan hem was.”
"Het was een ongelofelijk zicht met die duizenden flikkerende lichtjes in de die gigantische arena," bevestigt John Lennon, "Het werd net donker. Dit was de eerste keer dat ik zoiets zag – ik denk dat het de eerste keer was dat zoiets gebeurde. Iedereen stak kaarsen aan, of lucifers…”

Barry Feinstein

De comeback tournee van Dylan en The Band is dus niet de eerste keer dat er lichtjes werden ontstoken tijdens een concert, maar het was wel de tour die het fenomeen op grote schaal verspreidde, niet in het minst door de iconische hoesfoto.

‘Ik vind de hoes prachtig,’ vertelt Rob Fraboni, die als geluidstechnicus elke show van Tour 1974 heeft meegemaakt: ‘Tegen het einde van de tournee, begonnen mensen hun aanstekers op te houden. Dat gebeurde spontaan. Er verschenen foto’s in de kranten en het verspreidde zich zo. Het was een pientere zet van de hoesfotograaf. Toen het de eerste keer gebeurde, zei hij: “Wow man, dat is ongelofelijk.” Al die mensen met aanstekers was echt een verbazingwekkend zicht.’

De foto is, net als de portetten van de Bandleden op de binnenzijde van de klaphoes, het werk van de officiële tourfotograaf, Barry Feinstein. Het is daarmee zijn derde Dylan-elpee waarvoor hij de foto’s mag leveren. Eerder waren er ook al The Times They Are A-Changin’ (1964) en Bob Dylan's Greatest Hits Vol. II (1971). Ook in 1966 trok hij mee de wereld rond met Dylan en zijn muzikanten. 1974 is echter de laatste keer dat hij er bij is. ‘Ik had toen zoveel pret, dat ik dacht: dit kan niet beter.’

De titel

Zoals gebruikelijk geeft Bob Dylan geen enkele toelichting bij de titel die hij aan de elpee heeft gegeven. Dus hebben fans en biografen een aantal mogelijke verklaringen gevonden.

Zo zou de titel een grapje kunnen zijn, verwijzend naar de te verwachten stroom aan bootlegs. De officiële plaat verscheen echter pas in juni 1974, vier maanden na afloop van de tournee, zodat de bootleggers ruim de tijd hadden om hun spullen aan de man te brengen.

In The Bob Dylan Encyclopedia (2006) drukt Michael Gray zich voorzichtig uit: ’Van de titel wordt gezegd dat het een Engelse vertaling is van de Jiddische frase ‘Farn Mabul’, de titel van de romantrilogie van Sholem Asch (1880-1957), gepubliceerd 1929-31 en naar het Engels vertaald als Three Cities, 1933. Asch was de vader van MOSES ASCH, oprichter van Folkways Records.’
In deze epische romans beschrijft Asch het leven van de Joodse gemeenschap tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw in drie steden: St. Petersburg, Warschau en Moskou.

Een andere mogelijke literaire verwijzing is naar ‘Après Le Deluge’ (‘Na de vloed’), het eerste gedicht in Les Illuminations (1886) van Arthur Rimbaud.

Seth Rogovoy geeft, in Bob Dylan: Prophet, Mystic, Poet (2009) nog een mogelijkheid: ‘Je kan de titel zien als een verwijzing naar de Bijbelse Zondvloed. Dan zou het een waarschuwing zijn voor de nakende vloed – een thema dat vaker opduikt in Dylans werk, denk maar aan het Basement Tapes nummer ‘Down in the Flood’. Dat zou meteen verklaren waarom Dylan meer schreeuwt dan zingt op deze plaat.’

Wie vraagt Bob eens naar de ware toedracht?




Jean Ferrat - Pauvre Boris

In "Pauvre Boris" zingt Jean Ferrat:

Ils vont chercher en Amérique la mode qui fait des dollars
Un jour ils chantent des cantiques et l'autre des refrains à boire
Et quand ça marche avec Dylan, chacun a son petit Vietnam
Chacun son nègre dont les os lui déchirent le cœur et la peau
Pauvre Boris

Niet dat ik daar veel van begrijp, ik lette op de middelbare school tijdens de lessen Frans nooit zo goed op. Hoe kom ik bij dit lied als ik er geen reet van versta? Door een artikel in De Waarheid uit december 1972. Daar staat:

"In het liedje 'Pauvre Boris', dat Jean Ferrat in 1966 schreef, heeft hij het over dit probleem [na-apers]:
En als Dylan succes heeft
Heeft iedereen zijn Vietnam-liedje 
Zingt iedereen over rassendiscriminatie
Alleen Dylans liedjes grijpen je werkelijk aan"

Het lied "Pauvre Boris" kan hier beluisterd worden.

The Concert for Bangladesh & Mr. Tambourine Man

De film The Concert for Bangladesh ging in Nederland op 15 juni 1972 in première in Amsterdam, Arnhem, Eindhoven, Rotterdam en Den Haag. Elf jaar later, in 1983, kwam die film op koopvideo uit en kon de film ook in de beslotenheid van de huiskamer bekeken worden. Ik weet niet meer wanneer ik The Concert for Bangladesh voor het eerst zag, maar in ieder geval ver na 1983. Doet er verder ook niet toe.
Dat The Concert for Bangladesh in 1983 op VHS uitkwam weet ik dankzij de geweldige website Searching For A Gem van Alan Fraser.
Op Searching For A Gem schrijft Alan Fraser over die film onder andere: "Arie de Reus thinks that when he saw the film on its first release in 1972 on a special large screen 'Mr. Tambourine Man' was included, and that pre-release information for the VHS release in 1983 said that 'Mr. Tambourine Man' would be included. However, no commercial release of the show has ever included it so far! Can anyone else remember seeing the film including 'Mr. Tambourine Man' in 1972? Ian Woodward says he has the original press pack from the 1972 screening, which lists the songs, and 'Mr. Tambourine Man' is not included, so it may not have been filmed."
Dit heeft mij altijd geïntrigeerd: zat "Mr. Tambourine Man" nou wel of niet in de versie van The Concert for Bangladesh die in 1972 in de bioscoop werd vertoond? Ik heb geen enkele twijfel over het geheugen van Arie de Reus, maar hij is wel de enige die zich het zien van "Mr. Tambourine Man" lijkt te herinneren. Kan het zijn dat Arie zich vergist? Natuurlijk kan dat, maar voor hetzelfde geld heeft hij wel gelijk, is zijn geheugen wel goed.
Vandaag heb ik een stukje van de puzzel die de vraag of "Mr. Tambourine Man" nou wel of niet in de bioscoopversie van The Concert for Bangladesh zat gevonden. Het gaat om de recensie van de film geschreven door B.J. Bertina in de Volkskrant van 15 mei 1972. Bertina heeft de film gezien tijdens het festival in Cannes en is enthousiast over de film in het algemeen en Dylans optreden in het bijzonder. Als hoogtepunten van Dylans optreden noemt Bertina in dit artikel "Blowin' In The Wind" en ..., inderdaad, "Mr. Tambourine Man".

The Comic book and me #61

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Detective Comics 995 (early March 2019):


Uit de context #5

"Schiller was in zijn jonge jaren een soort Bob Dylan, een protestdichter die later een fatsoenlijk burger werd."

de Tijd, 22 januari 1972

"Niet van Bob Dylan houden, maar wel van diens 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands'. Niets op tegen allemaal, het getuigt gewoon van een gedekte muzikale smaak."

de Tijd, 11 maart 1972

Dylan kort #1239

Quote: In WNL op Zondag van 10 februari wordt gesproken over een box met ansichtkaarten. Op een van die kaarten staat een quote van Bob Dylan. De uitzending kan hier bekeken worden. De bewuste kaart vanaf 43:40. [met dank aan Bert]
De 2 afbeeldingen komen uit het boek Goldberg van Bert Natter. [met dank aan Alja]
Dylan & The Dead, zie hier. [met dank aan Sjon]
Daddy Rolling Stone: in 2011 plaatste Wim Noordhoek een stuk over het in elkaar zetten van Daddy Rolling Stone op de website van VPRO. Dat stond hier. Is er iemand die dat verhaal bewaard heeft? Zo ja, ik hoor het graag!
Izzy Young, zie hier.
De band Harlem heeft een song met de titel "Blonde on Blonde" opgenomen, zie / luister hier.




aantekening #6986

Ik heb hier ongetwijfeld eerder over geschreven. Dit is zo mooi dat ik me niet kan voorstellen dat ik het hier niet eerder over heb gehad. Ik was vergeten hoe mooi dit is (daar gaan we weer) en dus werd het opnieuw beluisteren een verrassing. Ik houd wel van dit soort verrassingen. Wie niet?
Als ik op een tracklist van een bootleg titels als "Visions Of Johanna" of "Blind Willie McTell" zie staan, dan heb ik hoge verwachtingen. Bij andere titels zijn die verwachtingen minder hoog. Dom, dom, dom, zo leerde ik vandaag weer.
De muziek is opgenomen op 14 juni 1998 in Bremen. Ik was 14 juni zenuwachtig. Dat herinner ik me niet, maar de logica gebiedt mij dat dat zo is. Een dag later, op 15 juni, ging ik voor het eerst naar een concert van Bob Dylan. Na mijn eerste Dylan-concert was ik verkocht. Ik speurde net zo lang op platenbeurzen tot ik een bootleg vond van dat concert, mijn eerste concert. Ik wilde dat concert nogmaals beleven.
De bootleg You Will Remember My Name bevat opnamen van een dag eerder, van 14 juni. Die bootleg heb ik nog zo lang. Er moesten eerst twintig jaar verstrijken voor ik die bootleg kocht.
Starend naar de tracklist van You Will Remember My Name zijn er hoge verwachtingen bij "Man In The Long Black Coat", "You're a Big Girl Now" en "'Till I Fell In Love with You".
De verwachtingen zijn niet hoog bij het zien van de titel "John Brown" op die tracklist. Ik vind "John Brown" zeker aardig, maar het nummer is nooit een favoriet geweest. Sinds het horen van You Will Remember My Name is daar verandering in gekomen. De versie van "John Brown" die Dylan op 14 juni 1998 in Bremen speelde tilt het nummer op tot de hoogte van concertklassiekers als "Desolation Row" of "Señor".
Bob Dylan begint voorzichtig aan "John Brown", deze avond in Bremen. alsof het een oud manuscript is dat alleen met witte handschoentjes opgepakt mag worden. Door die voorzichtige benadering ligt de denkfout op de loer dat Bob Dylan "John Brown" al lang niet meer gespeeld heeft, dat hij moet zoeken in zijn geheugen. Bob Dylan speelde "John Brown" tussen begin 1990 en het concert in Bremen 41 keer. Dat is niet extreem vaak, maar ook niet weinig.
De 41 voorgangers moeten vergeten worden. Ik moet luisteren naar deze ene. De enige van dit moment.
De voorzichtige benadering aan het begin maakt al snel plaats voor een steeds steviger stuk muziek. Tegen het eind van de song, in de laatste paar regels tekst, is er vooral de woede in Dylans stem. Het lijkt wel of Dylan en band zich al spelende door het verhaal laten meeslepen. Alsof het verhaal van "John Brown" de muzikanten op sleeptouw neemt in plaats van dat de muzikanten de toon zetten.
Nu ik deze "John Brown" weer een aantal malen gehoord heb, nu de muziek voor even weer deel uit maakt van mijn zijn, berg ik de cd weer op.
Ik berg 'm op zodat ik de muziek weer kan vergeten. Zodat ik over een tijdje de muziek weer als voor het eerst kan horen. Zodat ik weer verrast kan worden.

Dylan vinden waar hij niet tot nauwelijks is #70

Alja stuurde bij onderstaand filmpje:

 

Door dit filmpje nieuwsgierig geworden, heb ik heb naar bewuste bundel gezocht. Tevergeefs. Wel vond ik een gedicht van Herman Rohaert uit december 2009 dat geïnspireerd is op een song van Bob Dylan, zie hier. [met dank aan Alja]

Het Parool 22 april 1971


Uit de context #4

"Als je op de nieuwe plaat van Bob Dylan, New Morning, het nummer 'If Dogs Run Free' achterstevoren draait, moet je de zin 'If Mars invades us' horen. Sommigen menen nu al dat Dylan contact heeft met Marsmannetjes, die hem hebben verteld dat ze op de aarde willen landen."
Leeuwarder Courant, 9 januari 1971

aantekening #6981 - Yea! Heavy And A Bottle Of Bread

Eerder vandaag plaatste ik hier het stuk over "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" van Jochen Markhorst en zoals altijd heb ik met belangstelling en plezier Jochens bijdrage gelezen. Jochen weet me ook nu, zoals zo vaak, te verrassen met zijn gedachten over een song simpelweg omdat het gedachten zijn waar ik zelf niet opgekomen ben. Omdat ik zelf andere gedachten heb.
"Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" is een song waar ik vaak over denk. In de eerste plaats omdat het zo'n heerlijke song is en in de tweede plaats omdat ik altijd met het gevoel blijf zitten net niet de vinger achter de tekst te krijgen. Dat net niet weten is veel prettiger dan precies weten waar de song over gaat of - helemaal aan de andere kant op de mogelijkhedenbalans - geen flauw idee hebben waar de song over gaat.
Jaren geleden heeft mijn geest een mogelijke gedachtegang verzonnen die Dylan bij de titel "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" bracht. Die gedachtegang begint bij de Engelse uitdrukking "not my cup of tea". (De associatie met tea = slang voor marihuana borrelt dan gelijk op, maar dit terzijde. Later in dit stuk komt de marihuana nog terug.)
In mijn kop vormt die Engelse uitdrukking "not my cup of tea"  in eerste instantie de bron voor een regel in een andere Basement-song, namelijk de regel "It ain’t my cup of meat" in "Quinn The Eskimo (The mighty Quinn)". De stap van "not my cup of tea" naar "It ain’t my cup of meat" is niet zo groot en vrij logisch, lijkt mij. "Tea" wordt "meat", van iets te drinken naar iets eetbaars. Bovendien is er sprake van klankrijm: tea- meat.
Oké, de volgende stap is van "cup of meat" naar "bottle of bread". De stap van "cup" naar "bottle" is niet zo groot, zowel een kopje als een fles zijn er om al dan niet direct uit te drinken. Een fles is simpelweg een slag groter dan een kopje. De gedachtesprong van "meat" en "bread" is ook niet zo gek, allebei is het eetbaar. En het vlees, "meat", komt ook in "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" weer voorbij.
De tekst van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" zit sowieso vol eten: naast het eerder genoemde brood en vlees komen we in de tekst verder nog fruit, forel en taart tegen. Goed, er zit dus veel eten in "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread".
Jochen noemt in zijn stuk "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" misschien wel de "aller-onzinnigste" van alle Basement-songs. Ik denk dat hij gelijk heeft. Die onzin komt, denk ik, niet uit de lucht vallen.
Het nummer doet mij vaak denken aan het onzin gedicht "Pull My Daisy" dat Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Neal Cassady schreven. Dat gedicht begint met:

Pull my daisy
tip my cup
all my doors are open
Cut my thoughts
for coconuts
all my eggs are broken

Er is ook een muziek-versie van "Pull My Daisy". Het David Amram Quartet maakte er muziek bij, Jack Kerouac leest voor: "Pull My Daisy". Luister hier. Muzikaal staat dit ver van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread", een muzikale overeenkomst is er - volgens mijn oren - niet. Een tekstuele overeenkomst is er wel: onzin vers, drijvend op associaties en klank.
Andere associatie, wederom een Beat Generation-associatie: bij de regel "Get the loot, don’t be slow, we’re gonna catch a trout" denk ik aan het boek Trout Fishing In America van Richard Brautigan. Dat boek werd op 12 oktober 1967 gepubliceerd. Toeval? Waarschijnlijk wel. Maar feit is wel dat Trout Fishing In America net zomin gaat over forelvissen als "Yea! Heavy And A Bottle of Bread" gaat over een fles vol brood.
Er zijn meer overeenkomsten tussen boek en song: in het boek Trout Fishing In America komt een persoon voor met de naam Trout Fishing In America, in de eerste regel van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" zingt Dylan: " the comic book and me, just us, we caught the bus" alsof "the comic book" niet een stukje leesvoer is, maar een persoon, net als Trout Fishing In America in het gelijknamige boek.
De tekst van "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" zit, net als "Pull My Daisy", vol taalspel, vol klankassociatie en klankrijm. Kijk bijvoorbeeld eens naar de regels:

It’s a one-track town, just brown, and a breeze, too
Pack up the meat, sweet, we’re headin’ out

tongbrekers, vol rijm: track - town - too, brown - breeze, town - brown, meat - sweet, town - brown - out.
Meer taalspel, in de tweede regel zingt Dylan "she" waar je oren "he" verwachten:

The poor little chauffeur, though, she was back in bed

Het derde couplet lijkt wel haast ter plekke, tijdens het opnemen van de song, bedacht. Dylan ziet een drummer en zingt:

Now, pull that drummer out from behind that bottle
Bring me my pipe, we’re gonna shake it

Dit is de tweede keer dat een fles voorbij komt in deze song. In het eerste couplet was er immers al de fles vol brood. Nu moet de drummer achter de fles vandaan getrokken worden. Het woord fles roept de associatie op met drinken. Een regel verder moet er een pijp gebracht worden. Een pijp is er om te roken. Gaat het hier om twee de roesmiddelen alcohol en marihuana? Mogelijk. Weg met die fles, zegt dit vers, laat me roken en dan gaan we lol trappen. Zoiets.

Bovenstaande zijn zomaar wat associaties over "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread", wat wilde gedachten die al een aantal jaren door mijn hoofd zweven.
Het gekke aan "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread" is, zoals bij zoveel Basement-songs, dat de tekst op papier verwarrend lijkt, maar dat als de muziek  draait alles op z'n plaats valt.

Pack up the meat, sweet, we’re headin’ out

BDinNL 2.0

Nog een vraag met betrekking tot de "witte" songbooks die vanaf ongeveer 1969 van Bob Dylan verschenen. Het songbook Dylan is, schat ik, van begin jaren zeventig. Ik wil graag weten waar en door wie dit songbook werd gemaakt of dit songbook ook in Nederland werd verkocht.
reageren kan twillems87[at]gmail.com


Yea! Heavy And A Bottle Of Bread - door Jochen Markhorst


Yea! Heavy And A Bottle Of Bread (1967)


In 1968 verklapt Beatty Zimmerman, Dylans moeder, in een interview met schrijver Toby Thompson (Positively Main Street, 1971) dat zij tijdens haar logeerpartijen bij het jonge gezinnetje van Dylan in Woodstock haar zoon zo vaak in de Bijbel heeft zien bladeren:

Er ligt een enorme Bijbel opengeslagen op een standaard midden in zijn studeerkamer. Het huis barst uit de voegen van alle boeken. En van al die boeken waarmee zijn huis is volgestouwd, krijgt die Bijbel de meeste aandacht. Hij staat voortdurend op, loopt erheen en zoekt weer iets op.

De sporen ervan zijn moeiteloos te traceren in de liedteksten op John Wesley Harding, maar daaromheen, in de songs van de Basement Tapes, duiken echo’s van het statige, antieke idioom uit de King James Version van de Bijbel (de Engelse vertaling uit 1611) ook al op. Sowieso in de paar ‘serieuzere’ songs, songs waaraan duidelijk enig eerlijk handwerk en – beperkt – geschaaf vooraf gaat (“This Wheel’s On Fire”, “I Shall Be Released”, “Down In The Flood”, bijvoorbeeld) maar die oudtestamentische echo’s klinken ook in de halfgeïmproviseerde, nonsensicale liedjes als “Open The Door, Homer” en “Lo And Behold!”. En in de misschien wel aller-onzinnigste van allemaal, in “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread”.

De eerste keer dat Het Kwaad aan het woord komt in de Bijbel is in Genesis 3, het hoofdstuk over de zondeval, als meteen in vers 1 de slang aanpapt met de naïeve Eva: Yea, hath God said, Ye shall not eat of every tree of the garden? (“Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?”)
Genesis 3, dus ‘Yea’ is meteen ook de binnenkomer van Het Kwaad in Gods schepping überhaupt, en lijkt daarom volkomen misplaatst in Dylans onbegrijpelijke, dwaze, vrolijke Basementsong.

Hoewel? ‘Yea! Heavy’ kan ook gelezen worden als een alternatieve verklanking van יהוה, van Jehova – de Thora is geschreven in de oorspronkelijke, klinkerloze oervorm van het Hebreeuws, dus zo groot is die sprong niet. En een paar hoofdstukken later, in Genesis 21, vinden we de combinatie bottle en bread (And Abraham rose up early in the morning, and took bread, and a bottle of water). Maar ja: alles bij elkaar klinkt Dylans refrein dan weer meer naar een melige variant op het feestelijke piratenmotto uit Stevensons Schateiland (1883), naar Yo-ho and a bottle of rum en daarmee gaat de Bijbelse ernst wel weer verloren. Om nog maar te zwijgen over oeverloze versregels als Slap that drummer with a pie that smells of Get the loot, don’t be slow, we’re gonna catch a trout.
Nee, weinig Bijbels. Bijbelse connotaties zijn hoogstens te wijten aan de vrije, associatieve werkwijze waaraan de dichter zich hier overgeeft. En daarmee zou een duiding meer op de weg van de kenners van het onbewuste, van de psychoanalytici moeten liggen.

Vrij vroeg in zijn carrière stapt Sigmund Freud af van hypnose en wordt hij nogal een fan van Vrije Associatie. Hij raakt overtuigd dat het hem meer vertelt over de patiënt dan hypnose kan bereiken en dat het bovendien het grote nadeel van hypnose elimineert: het feit dat de patiënt zich naderhand niets herinnert en weigert zich te herkennen in hetgeen hij in trance heeft blootgegeven.
In de tweede helft van de twintigste eeuw wordt Freud langzaam van zijn marmeren voetstuk gehaald, ontstaat er zelfs oppositie tegen de ‘pseudowetenschap’ die psychoanalyse zou zijn en een van Freuds ontdekkingen die het nogal moet ontgelden betreft dan dat belang van vrije associatie. Freuds cocaïnegebruik wordt er vaak bijgehaald om zijn preoccupatie met het onbewuste onderuit te halen en de Weense grondlegger zou daarnaast resultaten van vrije associatie nogal gemanipuleerd hebben om maar vast te kunnen houden aan de theorie dat het een sleutel naar het onbewuste is.

Hoe het ook zij, de kunstenaars maken graag gebruik van Freuds vinding. In het begin van de twintigste eeuw wagen de surrealisten zich aan een literaire variant van het diagnostisch bedoelde vrije spreken en keren zo feitelijk terug naar de bron van Freuds ideeën: Freud kwam erop door een van zijn lievelingsschrijvers, Ludwig Börne (1756-1837), die in 1823 Die Kunst, in drei Tagen ein Originalschriftsteller zu werden publiceert. Een kort essay, waarvan de uitsmijter zijn ‘geheim’ is om een goede schrijver te worden: pak een stapel papier en schrijf drie dagen achter elkaar klakkeloos alles op wat je door het hoofd schiet.
Freud, die Börne’s beschouwingen al als veertienjarige leest, herleest het werk jaren later weer, herkent verrast zijn eigen diagnostische methode en schrijft eerlijk, in een brief aan concullega Ferenczi: “Dat zou dus zomaar de bron van mijn originaliteit kunnen zijn.” Börne’s essay was overigens ironisch bedoeld, maar dat lijkt Sigmund te ontgaan.

In de psychoanalyse is de methode dan weliswaar flink omstreden, de kunstenaars van het Surrealisme blijven op hun voetstuk staan. Na de Surrealisten en de daarvan afgeleide Dadaïsten grijpen hordes kunstenaars naar vrije associatie om kunst te scheppen, inspiratie te vinden of om juist het gebrek aan inspiratie te maskeren. André Breton, Jackson Pollock, de Vijftigers in Nederland, Salvador Dali, Allen Ginsberg, John Lennon, Jack Kerouac… het zijn vooral schrijvers, en dat is ook wel te begrijpen. Een deel van de charme is immers om naderhand, na de schepping, proberen te achterhalen waarvandaan dat nu in hemelsnaam komt, achter welke sluisdeur van het onder- of onbewuste oote oote boe  of I am the eggman zat verstopt en: wat het zou betekenen.

Dylans liedtekst zou dan ontsprongen kunnen zijn uit een vermenging van die Bijbelse echo’s en dat ‘Yo-ho and a bottle of rum’ uit het lied Dead Man’s Chest. Daarin is ook de versregel With a Yo-Heave-Ho! and a fare-you-well te horen en dat komt wel érg dichtbij. Het lied hangt nog in de lucht, in de jaren 60. Het is weliswaar lang geleden, in 1901, geschreven voor een Broadwayversie van Treasure Island (op basis van dat enkele refreintje in Schateiland), maar in 1954 wordt het weer opgepakt voor de verfilming (Return To Treasure Island) en vanaf 1956 is het ook in Duluth wekelijks te horen als herkenningsmelodie voor de televisieserie The Adventures Of Long John Silver.

The Comic book and me #60

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Gisteren kocht ik het boek (in vaktermen trade paperback) Red Rocket 7 van Michael Allred. Het boek zat nog in het plastic, geen idee dus van de inhoud op het moment van kopen. Helemaal bovenaan op de cover staat "Hi Sci Fi", afgaande op die woorden dacht ik een boek met een toch wat vreemde combinatie van rock 'n roll en science fiction in handen te hebben. Bovendien kende ik het werk van Michael Allred van Art Ops, een comic waarin een van de personen wel verdomd veel op Bob Dylan lijkt (zie hier).
Eenmaal thuis, Red Rocket 7 lezend, bleek mijn aanname te kloppen: een absurde mix van science fiction en muziek. In de pagina's van Red Rocket 7 kwam ik The Beatles, Elvis, Roling Stones, Led Zeppelin, Dandy Warhols, David Bowie, Marc Ronson, U2 en vele, vele andere muzikanten en bands tegen. Bob Dylan kan natuurlijk niet in dat rijtje ontbreken. Op vijf verschillende bladzijden kwam ik 'm tegen. Zo staat Dylan op de door Allred getekende versie van de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles (zie hier).
Voor de tekening van Bob Dylan op een andere bladzijde heeft Allred gebruik gemaakt de bekende foto van David Gahr van Bob Dylan die in het zwembad duikt (zie hier). Die foto is gemaakt tijdens het Newport Folk Festival in 1963. Allred verplaatst deze gebeurtenis naar 16 augustus 1965. Op de tekening in Red Rocket 7 dobberen de vier Beatles in het bad waar Dylan in duikt.
Dit is verre van de enige tekening waarvoor Allred een foto als uitgangspunt heeft gebruikt. Wie een beetje bekend is met foto's van muzikanten als Jimi Hendrix, The Beatles en noem ze allemaal maar op, komt keer op keer afbeeldingen tegen die bekend voorkomen.
Zo is er een foto van Bob Dylan, mondharmonica om zijn nek, microfoon voor zijn neus, die Michael Allred heeft gebruikt voor een tekening achterin het boek, niet deel van het verhaal. Op die tekening is het portret van de jonge Bob Dylan veranderd in een soort Mount Rushmore waarvan Red Rocket 7 abseilt.
Dan is er in dit verhaal nog de foto van Red Rocket 5, Red Rocket 7 en een jonge Bob Dylan, met pet, met tape vastgemaakt op de deur van een koelkast (zie hier) en een afbeelding waarop Red Rocket 7 samen met zijn vriendin luistert naar The Times They Are A-Changin' tijdens het lezen van On The Road van Jack Kerouac.




BDinNL 2.0

Voor mijn boek Bob Dylan in Nederland wil ik graag meer informatie over twee in Nederland verschenen "booklegs" en andere in Nederland verkochte roofdrukken van Tarantula.

In 1970 bracht de White Press in Amsterdam een roofdruk van Bob Dylans boek Tarantula op de markt. In 1971 volgde een tweede druk van dit boek. Ik ben op zoek naar mensen die betrokken waren bij het maken en drukken van deze editie van Tarantula, mensen die mij meer kunnen vertellen over de verkoop van dit boek en / of andere wetenswaardigheden over deze editie van Tarantula weten te melden.


In november 1971 - of vlak daarna - verscheen het songbook Words To His Songs. In december 1972 volgde een tweede editie van dit boek. Words To His Songs behoort, mede dankzij de schitterende tekeningen van holy cat (= Peter Pontiac), tot de mooiste boeken met songteksten van Bob Dylan. Ik ben op zoek naar mensen die betrokken waren bij het maken en drukken van Words To His Songs, mensen die mij meer kunnen vertellen over de verkoop van dit boek en / of andere wetenswaardigheden over Words To His Songs weten te melden.




De in Zwitserland gedrukte Hot Cha!-editie (1971) wordt begin jaren zeventig door de Real Free Press in Amsterdam verkocht. Wie kan mij meer vertellen over de verkoop van deze - of andere - roofdruk-editie van Tarantula in Nederland?


contact opnemen kan via e-mail: twillems87[at]gmail.com

Tell Your Ma, Tell Your Pa Our Love’s A-gonna Grow Ooh-wah, Ooh-wah (aantekening #6979)

Ik had dit gisteravond moeten opschrijven, op het moment dat het me overkwam. Dat lukte me niet. Ik was te ver ingekakt. En dus probeer ik het nu, de volgende ochtend, weer voor de geest te halen zodat ik het alsnog kan noteren.
Een week of wat geleden kocht ik The Freewheelin' Bob Dylan, een mooie nieuwe persing, stereo op 180 grams vinyl. Je weet wel, zo'n plaat met een We are vinyl-sticker op de hoes en een downloadcode om ook digitaal naar het album te kunnen luisteren. Ik vind die downloadcodes bij elpees altijd wat raar, het vloekt een beetje. Alsof je die elpee koopt om de sier mee te maken en alleen luistert naar de mp3'tjes die je er gratis bijkrijgt, maar dat even terzijde. Daar gaat het me nu niet om.
Goed, The Freewheelin' Bob Dylan dus. Die plaat kende ik uiteraard al. Binnen de Dylan-gemeenschap vol ik me nog steeds een broekie, ik luister ten slotte pas een jaar of dertig naar The Freewheelin' Bob Dylan. Of nee, het is zelf nog iets minder dan dertig jaar. Een jaar of achtentwintig geleden kocht ik mijn eerste Freewheelin' bij een warenhuis in Den Haag, ik denk V&D. Dat was een cassettebandje. Dat bandje heb ik nog steeds, al draai ik het nooit meer. Op dat bandje zijn "Bob Dylan's Dream" en "Down The Highway" van plek verwisseld. Bovendien heet het eerste nummer van kant 2 volgens het hoes "I Don't Think Twice, It's All Right".
Dat bandje heb ik veel gedraaid. Later volgden de elpees en cd's van The Freewheelin' Bob Dylan. Ook die heb ik veel gedraaid. Heel erg veel. In de achtentwintig jaar dat ik Freewheelin' ken, moet ik het honderden keren gedraaid hebben. Misschien wel meer nog. Duizend plus, denk ik aan. Ergens onderweg moet onbewust de aanname zich in mijn hersenpan hebben vastgezogen dat ik dit album van voor naar achter kan dromen. Dat er geen noot op The Freewheelin' Bob Dylan mij meer weet te verrassen. Dat ik naar dit album op geheugen kan luisteren. Ik hoef de plaat niet meer op te zetten om het album te horen.
Dom, dom, dom, dom ,dom.
Gisteravond, tijdens het beluisteren van de recente heruitgave van Freewheelin' realiseerde ik me dat het veel te lang geleden is dat ik echt geluisterd heb naar dit album. Ik bedoel niet de plaat opzetten en ondertussen de aardappels schillen, nee, echt luisteren. Koptelefoon op, muziek in de oren en niks anders.
Eerst moet ik even melden dat die recente heruitgave een puike persing is, net niet perfect en daarom schitterend.
Goed, The Freewheelin' Bob Dylan dus. Het lukte me gisteravond om naar openingstrack "Blowin' In The Wind" te luisteren alsof het de eerste keer was dat ik dat nummer hoorde. Iedere noot maakte mij nieuwsgierig naar de volgende noot. Ik heb het nog niet eens over de tekst, maar puur de muziek. De schoonheid van de eenvoud.
En ergens gedurende het beluisteren van kant 1 kreeg ik weer dat gevoel dat ik eerder heb gehad bij deze plaat, maar waarvan ik vergeten was dat ik het had. Het gevoel te kunnen horen aan de muziek dat Dylan een jaar heeft gedaan over het opnemen van The Freewheelin' Bob Dylan. Alsof de Dylan van de ene song een stuk jonger is dan de Dylan van de andere song. Maar tegelijkertijd, gek genoeg, lukte het me niet een beeld voor ogen te krijgen van de Dylan die mij toezingt. Alsof de muziek losstaat van tijd, van een jaartal, een maand waarin het is opgenomen.
Het is gek om The Freewheelin' Bob Dylan voor eerst in lange tijd weer eens buiten de tijd te horen, in plaats als tweede album van een jonge troubadour.
En hoezeer het luisteren zich ook liet loszingen van tijd en ruimte, toch blijven er ankers aan de muziek hangen. Ik kan niet luisteren naar "A Hard Rain's A-Gonna Fall" zonder de huilende Allen Ginsberg voor ogen te krijgen. De oude Allen Ginsberg die met tranen in zijn ogen vertelt hoe de jonge Allen Ginsberg huilde bij het horen van "A Hard Rain's A-Gonna Fall". Dat was in Bolinas, in december 1963, zegt mijn geheugen. Het doet er niet toe, maar het zit vast in mijn geheugen.
Ik huilde niet toen ik gisteravond "A Hard Rain's A-Gonna Fall" hoorde. Het hoefde niet. Net als bij "Blowin' In The Wind" hoorde ik de song alsof ik 'm nooit eerder hoorde. De ene regel na de andere buitelde over mij heen. Regels als "I saw a room full of men with their hammers a-bleedin’" en "I saw ten thousand talkers whose tongues were all broken".
Ik snapte Ginsberg, ik snapte de ontroering. En heel even was ik ook in Bolinas, december 1963.
Ik heb het nog niet eens gehad over die andere songs op kant 1. Over "Bob Dylan's Blues" en "Girl From The North Country". En natuurlijk "Masters Of War". "Masters Of War" kon ik perfect naspelen op mijn gitaar. Iedere noot wist ik te kopiëren en toch, zo realiseerde ik mij tijdens het luisteren, zal mijn "Masters Of War" nooit kunnen tippen aan die van The Freewheelin'. Dat zit 'm in dat ongrijpbare, dat onbenoembare, dat magische dat Dylan tot Dylan maakt.
Ik wil nooit meer gitaar spelen.
Na "A Hard Rain's A-Gonna Fall" was het luisteren op. De oren hingen slap van vermoeidheid aan mijn kop. En toch, en toch zorgde de nieuwsgierigheid ervoor dat ik de plaat omdraaide en de naald in de inloopgroef van kant 2 liet zakken.
Het was "Oxford Town" dat me opvrat. De muziek is zo ogenschijnlijk luchtig, maar ondertussen snijdt het de absurditeit van racisten-uit-gewoonte aan flarden. Zoiets, denk ik. "Oxford Town" heeft nooit oud geklonken in mijn oren, hoe vaak ik het ook hoor.
En dan "Talking World War III Blues", ook dat was weer alsof ik het nooit eerder hoorde. Althans niet deze "World War III Blues". De versies van concerten met Fabian en Donovan en noem ze maar op zitten in mijn kop, maar deze was ik kwijt. Deze met Rock-a-day Johnny, deze was ik kwijt.

It was Rock-a-day Johnny singin’, “Tell Your Ma, Tell Your Pa
Our Love’s A-gonna Grow Ooh-wah, Ooh-wah”

En even, na deze regels, lachte ik hardop. Voor het eerst in jaren lachte ik hardop bij het beluisteren van The Freewheelin' Bob Dylan. ik was het kwijt, zo realiseer ik me, maar ik heb weer gevonden. Het album is weer van mij. Ik mag het weer horen, of nee: ik kan het weer horen.
Goddank.

Dylan kort #1238

The day the music died: Op 3 februari 1959 verongelukten Buddy Holly, Ritchie Valens en 'The Big Bopper'. Dat was afgelopen zondag precies zestig jaar geleden. Zie hier. [met dank aan Bart]
Als ik denk aan het belang van Buddy Holly voor Bob Dylan, dan denk ik niet in eerste instantie aan al die keren dat Bob Dylan "Not Fade Away" speelde, maar dan denk ik aan dit filmpje.
Jacques Mees speelt Bob Dylan, 9 februari in Sittard, zie hier.
Joke Bruijs: "Dat kan van een aria naar Bob Dylan gaan", zie hier.

Izzy Young

Izzy Young, de man met het wilde haar en de bril, is dood. Hij is 90 jaar geworden.
Izzy Young organiseerde in 1961 Bob Dylans eerste echte concert. Dat was op 4 november in Carnegie Chapter Hall, New York. Het is dat concert dat deze dag steeds weer in mijn gedachten opduikt, dat en het beeld van Izzy Young die in december 2016 bij de Nobel ceremonie zat, bijna als een trotse vader, terwijl Patti Smith "A Hard Rain's A-Gonna Fall" zong. Op de een of andere manier maakte het de cirkel rond. De man die hij ooit op een podium zette kreeg toen, daar de hoogste literaire eer.
Natuurlijk was het leven van Izzy Young veel rijker dan deze twee Dylan-momenten. Young was de eigenaar van The Folklore Center in New York. Hij is belangrijk geweest voor de folk revival van eind jaren vijftig, begin jaren zestig, om maar eens iets te noemen.
Sinds 1973 woonde Young in Stockholm, Zweden.


Uit de context #3

"Alle bewegingen werden gemaakt op de sympathieke muziekjes van Bob Dylan die er bij het publiek ingingen als Gods woord in een ouderling, waardoor een algehele verdoving ontstond waarin alles 'zo mooi en eenvoudig is'."

(de Tijd, 15 december 1970)

The Comic book and me #59

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Onderstaande afbeelding komt uit Witzend no. 1. Dit komt uit een strip van Art Spiegelman uit 1967.


BDinNL 2.0

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt, zie hier.

de hachelijke leeftijd van dertig

"Hoewel hij de hachelijke leeftijd van dertig jaar nadert, blijft zijn muziek de authentieke uitdrukking van het verstoorde en verontruste geweten van Jong Amerika".

Leeuwarder Courant, 25 juli 1970 (Bob Dylan is 29 jaar, 2 maanden en 1 dag oud)

Uit de context #2

"Ik heb een waanzinnige bewondering voor iemand als Bob Dylan, die enorm nonchalant op z'n gitaar staat te spelen, een beetje vals ook, hij praat er gewoon doorheen, hij houdt geloof ik helemaal niet van spelen..."

Het Vrije Volk, 4 april 1970

de hoezen #13 - door Patrick Roefflaer

16 – Planet Waves
Uitgebracht: 17 januari 1974
Illustraties Bob Dylan
Hoestekst Bob Dylan
Art-director Bob Dylan

Bob viert zijn overstap van CBS naar het Asylum Records van David Geffen met een volledig zelf ontworpen hoes. Er komt zelfs geen fotograaf aan te pas.

Voorzijde 

Net als voor Self Portrait en de debuutplaat van The Band (Music from Big Pink) maakt hij voor de voorzijde van de hoes een schilderij. Op een witte achtergrond, zet hij figuren en letters neer, in grove streken, met zwarte inkt of verf.

De afbeelding toont een onbekende man, getooid met een aantal attributen: een anker op zijn voorhoofd, een doorboord hart op zijn jas en het woord ‘Moonglow’ op zijn mouw. Achter de figuur staan nog twee mannen, waarvan alleen de gezichten zijn afgebeeld. Het hoofd van de man rechts is helder, maar verder is hij helemaal omgeven door een grijze vlek. In het grijs zijn drie dingen afgebeeld: een soort kristal, een vredesteken en een insigne met de woorden ‘cast-iron songs & torch ballads’.

Die ‘gietijzeren liedjes en sentimentele ballades’ zijn mogelijk een typering van het album, een toevoeging aan de titel ‘Planet Waves’, die bovenaan staat.

Met enige goede wil kun je er een verwijzing inzien naar de song ‘Never Say Goodbye’. Daarin beweert de zanger dat zijn dromen zijn gemaakt van ‘iron and steel’ en verderop is ook nog sprake van ‘crashing waves’. Een sleutelsong (met een behoorlijk vage tekst)?

De naam van de uitvoerder ontbreekt op de voorzijde van de hoes. Net als bij zijn voorgaande elpees is nergens op de voorzijde van de hoes vermeld dat dit een album van Bob Dylan is. Omdat er ook zelfs geen foto van de zanger is afgebeeld, meent de platenmaatschappij hierdoor potentiële kopers mis te lopen. De oplossing is het plakken van een sticker met daarop ‘Bob Dylan’. Dat gebeurt op het plastic waarin het album is verpakt of zelfs rechtstreeks op de hoes.
Voor de Franse persing probeert iemand om het handschrift van Dylan na te bootsen om diens naam toe te voegen voor de titel.


Achterzijde

Ook de achterzijde van de hoes is met zwarte lettering op een witte achtergrond. Het vlak is dit keer echter afgeboord met een smalle gouden rand.

Het vierkant is grofweg in drie kolommen verdeeld door middel van twee hoekige lijnen.
In de linkse kolom staat een handgeschreven tekst - mogelijk fragmenten uit een dagboek - compleet met doorhalingen en schrijffouten (‘Buddha’ en ‘echoes’).
In het midden staat bovenaan opnieuw de titel, met daaronder drie golfjes en daar weer onder staan de muzikanten opgesomd, met hun voornaamste instrumenten. Richard Manuel is daarbij omgedoopt in ‘Manual’ (handleiding). Een vergissing of een grapje?
De laatste kolom toont een opsomming van de songtitels, waarbij de titels van kant 1 en kant 2 van elkaar zijn gescheiden door een kruis. Daaronder staan nog wat gegevens: plaats,  (een aantal van de) data van opnamen, plus de medewerkers.
Bezorgde het ontbreken van de naam van de zanger op de voorzijde al wat problemen voor de platenfirma, de achterzijde was nog problematischer. In de lap tekst aan de linkerzijde heeft Dylan het over ‘big dicks’ en ‘bar stools that stank from sweating pussy’. De advocaten van Asylum maakten bezwaar tegen de passages die als obsceen zouden kunnen worden beschouwd.
De aanstootgevende woorden schrappen was blijkbaar geen optie en dus wordt een compromis gevonden. De plaat zal in een doorzichtige beschermhoes worden verkocht, waarbij de achterzijde van de hoes volledig wordt verborgen achter een goudkleurig loszittend vel. Hierop staan, in witte letters, een uitvergroting van de middelste en rechterkolom weergegeven.

In Engeland vindt de verdeling van de platen van Asylum plaats door een andere onafhankelijke platenmaatschappij: Island Records. Daar vindt iemand dat het extra blad beter leesbaar is wanneer de kleuren worden omgekeerd: gouden letters op een witte achtergrond.

Door al dat gedoe raakt de elpee niet op tijd in de winkels en is de tournee al twee weken aan de gang wanneer de plaat eindelijk verschijnt op 17 januari 1974.

Hier en daar valt te lezen dat het uitstel te wijten is aan een laattijdige naamswijziging van de plaat. Maar dat is dan weer in tegenstrijd met promo exemplaren uit december, waarbij de correcte titel staat aangegeven.


Afgekeurde ontwerpen

Oorspronkelijk  had Dylan inderdaad een andere hoes ontworpen, met op de voorzijde een schilderij van een danseres en op de achterzijde een foto van hemzelf met een baret op het hoofd. De plaat droeg toen de titel Ceremonies Of The Horsemen - een citaat uit ‘Love Minus Zero/No Limit’ van 1965.

Daarnaast wordt nog een andere mogelijke titel vernoemd: Love Songs. Hiervoor is echter geen hoesontwerp opgedoken.


In 1982 nam Sony (dat inmiddels CBS had opgeslokt) de rechten op de elpee over. Voor de heruitgave werd een nieuw hoesontwerp overwogen. De sepia getinte foto van Dylan met baret, is vermoedelijk gemaakt door Lynn Goldsmith, in oktober 1975.