Dylan kort #1301

Bob Dylans Amerika met Wolfgang Niedecken is een documentaireserie van vijf afleveringen van ongeveer een half uur per stuk die deze week op Arte wordt uitgezonden. Vier van de vijf afleveringen staan inmiddels online, zie hier. Zeer de moeite van het kijken waard. Het is te hopen dat NTR of een andere Nederlandse omroep binnenkort het goede voorbeeld van WDR / Arte volgt.
Bob Dylan Live 1962 - 1966; Rare Performances Form The Copyright Collections de dubbel-cd waarvan aanvankelijk gedacht werd dat die alleen in Japan zou uitkomen, lijkt toch een wereldwijde release te zijn. De cd is inmiddels bij verschillende winkels te bestellen. Zie bijvoorbeeld hier. Bob Dylan Live 1962 - 1966 verschijnt 28 juli, voor de prijs hoef je het niet te laten. [met dank aan Rob]
Mike Posner - "I Took A Pill In Ibiza", een bekend beeld, zie hier. [met dank aan zoonlief voor de tip]
Nieuwe pagina: Misschien is het je al opgevallen, misschien nog niet: bovenaan de kolom rechts op deze blog staan sinds enkele dagen twee knoppen met de namen "BD in NL (home)" en "Dylan & de Beats". Deze knoppen geven de mogelijkheid om te schakelen tussen de hoofdpagina van Bob Dylan In (Het) Nederland(s) - de pagina waar je nu naar kijkt - en een pagina over het net verschenen boek Dylan & de Beats.

Dylan & de Beats

Dylan & de Beats, een studie naar de invloed van The Beat Generation op Bob Dylan is verschenen.

Dylan & de Beats is de weerslag van de grondige studie die Dylan-kenner en Beat-liefhebber Tom Willems deed naar de invloed van de schrijvers van The Beat Generation op het werk van Nobelprijswinnaar Bob Dylan en vice versa. Niet eerder werd er zo uitvoerig en met zoveel inzicht geschreven over deze relatie.

Drie jaar schrijven en een volwassen leven lang oog hebben voor de connecties tussen Bob Dylan en de schrijvers van The Beat Generation heeft geresulteerd in Dylan & de Beats, de meest diepgravende studie naar de connecties tussen Beat-schrijvers als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs enerzijds en Bob Dylan anderzijds. Om Dylan & de Beats te kunnen schrijven las Tom Willems een boekenkast vol Beat-literatuur, onderhield hij contact met curatoren van het Allen Ginsberg-archief en luisterde hij maandenlang naar niets anders dan Bob Dylans muziek.
In Dylan & de Beats beperkt Willems zich niet tot de grote namen uit de Beat Generation - de inmiddels legendarische literaire beweging uit het Amerika van de jaren vijftig en zestig - als Allen Ginsberg en Jack Kerouac. Ook Beat-schrijvers Lawrence Ferlinghetti, Gregory Corso, Michael McClure, LeRoi Jones, Peter Orlovsky en vele anderen zijn in Dylan & de Beats te vinden.

Tom Willems legt in Dylan & de Beats connecties tussen songwriter Bob Dylan en de schrijvers van The Beat Generation bloot die tot op heden grotendeels verborgen bleven. Zo is er veel aandacht voor de invloed van de boeken van de Beats op Bob Dylans mid-sixties meesterwerken Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde On Blonde en het boek Tarantula. Verder gaat Willems in Dylan & de Beats uitvoerig in op Bob Dylans verblijf in en rond San Francisco in december 1965, een tijd waarin hij veelvuldig in het gezelschap verkeerde van Allen Ginsberg, Lawrence Ferlinghetti en Michael McClure en weet hij antwoord te geven op de vraag: Is Bob Dylan een van de Beats?

Bij het lezen van Dylan & de Beats wordt duidelijk dat de invloed van Jack Kerouac op Bob Dylan verder strekt dan alleen zijn bekendste boek, On The Road, zijn dichtbundel Mexico City Blues of het enige boek dat bij Kerouacs leven verscheen waarin de naam Bob Dylan te vinden is: Desolation Angels.
Ook toont Willems in Dylan & de Beats aan dat de door William Burroughs bekend gemaakte cut up-techniek door Bob Dylan met name in de jaren 1965 en 1966 werd gebruikt.
In Dylan & de Beats schrijft Willems niet alleen over het belang van de dichtbundel A Coney Island Of The Mind van Lawrence Ferlinghetti voor Bob Dylan, maar ook over het belang van Bob Dylans songs voor het schrijven van Lawrence Ferlinghetti.

Het meest uitvoerige hoofdstuk in Dylan & de Beats is gereserveerd voor de vriendschap tussen Beatdichter Allen Ginsberg en Bob Dylan. In dit hoofdstuk gaat Willems niet alleen in op die vriendschap maar ook op de invloed van Allen Ginsberg op Bob Dylan en vice versa. Zo schreef Allen Ginsberg meerdere gedichten voor en over Bob Dylan en zorgde Bob Dylan er al dan niet  bewust mede voor dat de dichtbundels The Fall Of America en Gates Of Wrath van Allen Ginsberg konden verschijnen.
Als een extra is in Dylan & de Beats een niet eerder gepubliceerd interview met Allen Ginsberg over zijn samenwerking met Bob Dylan tijdens het opnemen van songs voor zijn album First Blues opgenomen.

Verder bevat Dylan & de Beats hoofdstukken over de relatie tussen Bob Dylan en respectievelijk Gregory Corso en Michael McClure. In aparte hoofdstukken gaat Tom Willems in Dylan & de  Beats onder andere nog in op de grote aanwezigheid van de Beats op de hoes van Bob Dylans album Bringing It All Back Home, de invloed van bijna vergeten Beats als Bob Kaufman en Richard Brautigan op Bob Dylan en de aanwezigheid van Beats in Bob Dylans werken uit de eenentwintigste eeuw.



Tom Willems - Dylan & de Beats
Uitgeverij Brave New Books, 2018
ISBN 9789402176070
Softcover, 350 pagina’s, €26,50

Maxima sings Dylan - door Leo Lotterman

Argentijnse media berichtten dat koningin Maxima op de begrafenis van haar zus het lied “Knockin’ on heaven’s door” van Bob Dylan heeft gezongen. Eerder zong zij op de begrafenis van haar vader ook een lied van Dylan. Welke, dat stond jammer genoeg niet in het bericht. Los van de verdrietige aanleiding, is dit nieuws voor mij, die al langer dan levenslang in Bob is, te mooi om niet waar te zijn. Ik word er blij van. Omdat “Knockin’ on heaven’s door” gewoon een heel erg mooi lied is. Dat is één. Twee is dat onze koningin blijkbaar ook een beetje in Bob is. Drie, ten slotte. Er gaat weinig boven een koningin die liedjes van Bob Dylan zingt. Ze zingt ze vast heel mooi. Troostrijk, vermoed ik.

zie hier.






Dylan kort #1300

Bob Dylans Amerika op Arte, aanstaande maandag en nu al online, zie hier. [met dank aan Floater]
Onder de titel Bob Dylan Approximately is er een Dylan-tribute in Venlo op 18 november, zie hier. [met dank aan Henk]
De trailer van het computerspel The Last Of Us part 2 bevat een mooie versie van "Little Sadie", een nummer dat Bob Dylan ook opnam voor Self Portrait, zie hier. [met dank aan Wim]
Bob Dylan als dichter, is er iemand bij deze lezing op Texel geweest? Zie hier.
40 jaar Street-Legal, zie hier.
Gevonden zin: "Net zoals Bob Dylan en The Rolling Stones brengt Kamagurka af en toe een oude hit die klinkt als een nieuwe." Vindplaats hier.
Bob Dylan is het onderwijs ingeslopen: "Medeoprichter, onderwijskunstenaar en directielid Sjef Drummen gebruikt bij zijn lezingen over dit onderwijsconcept een tekst van Bob Dylan (1966): 'But to live outside the law, you must be honest.' Vindplaats hier.

aantekening #6741

The sun’s not yellow it’s chicken

Hoe vaak heb ik No Direction Home, de documentaire over het eerste deel van Bob Dylans carrière, in de loop der jaren gezien? Ik weet het niet precies, ik houd het maar op vaak.
Gistermiddag keek ik deel 1 van No Direction Home, vanochtend in alle vroegte deel 2. Als wat ik me tijdens het kijken kon herinneren van al die keren dat ik eerder keek een goede graadmeter is voor hoe vaak ik die film heb gezien, dan heb ik deel 1 vaker dan deel 2 gezien.
Vreemd, ik dacht dat ik films altijd van begin tot eind keek. Niet dus.

Goed, No Direction Home dus.
Wanneer ik Joan Baez "Love Is Just A Four Letter Word" hoor zingen, denk ik "damn, dat had Dylan moeten zingen."
Ik val voor de porseleinen "Visions Of Johanna" ergens in de tweede helft van deze film. Iedere keer weer.
De magere, bijna doorschijnende Allen Ginsberg niet lang voor zijn dood die huilt om "A Hard Rain's A-Gonna Fall" zoals hij in 1963 ook deed en die andere Beat, Lawrence Ferlinghetti die - voor wie weet waar hij moet kijken - niet één, maar twee keer voorbij komt. Zijn woorden blijven hangen.

I was an American boy.
I read the American Boy Magazine   
and became a boy scout   
in the suburbs.

En de camera die langs de lange rij wachtende concertbezoekers raast, ergens in de laatste minuten van No Direction Home. Wie goed kijkt ziet in een flits een wachtende voor even uit de rij stappen om te zwaaien naar de camera.
Wat stond er ook al weer op die poster waar Bob Dylan voor stond toen Daniel Kramer hem op de foto zette? O ja: "Protest against the rising tide of conformity" en hoewel die poster niet meer is dan een ordinaire reclameposter voor gin, is de slogan er eentje om te onthouden. Een levenshouding waarbij men af en toe even uit de rij stapt in één zin gevat. Zoiets.

Goed, No Direction Home dus.
Goede docu, eentje om nog vaak te kijken. Die docu stuurde me naar de platenkast en dus draai ik nu de ene na de andere take van "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" en "Tombstone Blues".
Goede muziek voor de zaterdagochtend. Het schudt wakker, maar op een dragelijke manier. "I'm chillin' with Bob Dylan", zoals Sheldon in een van de afleveringen van The Big Bang Theory zegt. Zo is 't deze ochtend.

Ik had natuurlijk Street-Legal moeten draaien, gisteren of anders vandaag, maar ik heb er momenteel de oren niet voor. Ik zit nu even vast in No Direction Home en de muziek uit halverwege de jaren zestig.
Street-Legal verscheen op 15 juni 1978, gisteren veertig jaar geleden. Voor veel Nederlandse Dylan-liefhebbers - zo stel ik me voor - was het verschijnen van Street-Legal een aangenaam opstapje naar Bob Dylans allereerste concert in Nederland, acht dagen later, op 23 juni 1978.
Ik heb daar geen herinneringen aan. In juni 1978 was ik vijf. En hoewel het zinloos, onzinnig is, heb ik daar soms spijt van. Spijt dat ik zo laat geboren ben.

Het liefst zou ik nu in de auto stappen en de 160 kilometer naar mijn geboortegronden rijden. Vis eten en zeggen hoe geweldig het er is. De hele weg de ramen open en Highway 61 Revisited in de cd-speler. Maar ik ga niet, verplichtingen en vermoeidheid kluisteren mij aan huis en dus verwisseling de ene cd voor de andere. Nee, geen Highway 61 Revisited, dat album is vandaag onlosmakelijk verbonden met de reis die ik niet ga maken. Ik hoef geen herinnering aan wat ik niet ga doen.

Misschien is het tijd voor iets van tournee 1966, een solo-set. Terug naar "Visions Of Johanna" en de schok die het kijken van de bijbehorende beelden in No Direction Home me gaven.

Ik blijf thuis, Bob Dylan zingt.
Het is zaterdag.
Mij kan niks gebeuren.
Chillin' with Bob Dylan.

De hoezen #1 - door Patrick Roefflaer

Dit voorjaar kon je, in de bibliotheek van het Belgisch Limburgse Genk, een unieke tentoonstelling bezoeken rond Bob Dylan. Onderdeel daarvan was een presentatie van de vinylhoezen van zijn studio- en live elpees. Ik had de eer daarbij een rondleiding te mogen verzorgen om tekst en uitleg te geven.
De resultaten van mijn opzoekingswerk wil ik graag met jullie delen in een serie posten. 

Op 26 oktober 1961, tekent Bob Dylan een platencontract met Columbia Records in New York City.
Dat hij bij Columbia – een van de grootste Amerikaanse platenmaatschappijen – terecht komt is een gelukkige gebeurtenis. Wie weet hoe zijn carrière zou zijn verlopen indien hij bij een in folk gespecialiseerde maatschappij was ondergekomen, zoals Folkways Records, Elektra of Vanguard. Misschien hadden puristen wel de stekker getrokken uit zijn voorstel om elektrisch versterkt te gaan spelen.

Anyway, belangrijker nog in dit verhaal is dat, kort voordat Dylan bij Columbia Records onder contract komt, de afdeling vormgeving van de platenmaatschappij net helemaal is vernieuwd. Bob Cato (37) is in 1960 aangesteld als hoofd van de afdeling en John Berg (29) kwam een jaar later als diens assistent.
Samen zorgen ze voor frisse nieuwe beeldentaal – net op tijd voor de rockmuziek die het zal overnemen van de jazz uit de jaren vijftig. Zeker nadat Cato in 1965 wordt bevorderd tot adjunct-directeur en Berg zijn plaats inneemt aan het hoofd van de afdeling, levert de afdeling baanbrekend werk af. In de dertig jaar dat hij bij de firma blijft, maakt Berg meer dan 5000 hoezen, waaronder Born to Run van Bruce Springsteen en Underground van Thelonious Monk.

Belangrijk om weten in dit verhaal is ook dat in het contract staat vermeld dat de artiest de foto mag aanleveren die op de voorzijde van de hoes wordt afgedrukt.

1 - Bob Dylan 
Uitgebracht: 19 maart 1962
Fotograaf: Don Hunstein
Hoestekst: Robert Shelton
Art-director: John Berg

December 1961
Veel tijd of geld wil de firma niet besteden aan de hoes van het platendebuut van hun nieuwste aanwinst. Een van de staffotografen krijgt de opdracht om een portret van de folkzanger te maken. Don Hunstein vindt het zelfs niet nodig om er de fotostudio van Columbia Records aan 7th Avenue
voor te verlaten. Hij laat Bob plaatsnemen voor een raam, gitaar in de hand – klik, klik en klaar is Kees.

De 20 jaar oude Dylan ziet er uit als een koorknaap, met blozende wangen, een jas van schapenvacht en op zijn hoofd een zeemanspetje - zoals zijn idool Woody Guthrie er ook droeg. Hij kijkt geamuseerd in de lens, een beetje onwennig onder de aandacht. 
Om te voorkomen dat het CBS-logo in de linkerbovenhoek niet goed zichtbaar zou zijn door de hals van de gitaar, laat Berg de foto in spiegelbeeld afdrukken.

Begin jaren zestig is het gebruikelijk om de songtitels op de voorzijde op te sommen. Om kosten te drukken is de achterzijde van de hoes steeds in zwart-wit. Het kleine zwart-wit portret in de linkerbovenhoek is ook gemaakt door dezelfde fotograaf, waarschijnlijk tijdens een van de twee sessies voor de opname van de elpee, einde november 1961.
De rest van de achterzijde is ingenomen door twee teksten. In de rechtse kolom staat het artikel van Robert Shelton, dat eerder werd gepubliceerd in The New York Times (29 september 1961) en dat toen de jonge artiest onder de aandacht bracht van producer John Hammond. De rest van de hoestekst is toegeschreven aan ene Stacey Williams – een pseudoniem waarachter diezelfde Shelton zich verschuilt.






2 - The Freewheelin’ Bob Dylan 
Uitgebracht: 27 mei 1963
Fotograaf: Don Hunstein
Hoestekst:  Nat Hentoff
Art-director:  John Berg

Hetzelfde team als voor de debuutelpee is ook verantwoordelijk voor de hoes van Dylans tweede elpee. 
Don Hunstein herinnert zich: ‘Ik sprak af met Bob in zijn appartement, op de derde verdieping [boven Bruno's Spaghetti Shop, op 161] West 4th Street in Greenwich Village. Het appartement was nogal somber, maar ik maakte er toch een bruikbaar setje foto’s, waarvan een aantal met zijn vriendin Suze. Dylan zelf was toen al bewust bezig met zijn imago. Hij was zelfverzekerd en wist hoe te spelen met de camera.’

Daarna stelt de fotograaf een andere locatie voor: ‘Ik zei dat ik even naar buiten wou. Ik keek door het raam en zag dat het snel donker zou zijn.’

Het is februari 1963. Binnen was het al niet te warm, maar buiten ligt er sneeuw. Daarom trekt Suze nog een tweede dikke trui aan, onder haar jas. Dylan wil er echter cool uitzien en verkiest enkel een jasje van hertenleer over zijn hemd aan te trekken – absoluut niet geschikt voor het koude winterweer.
‘Op sommige foto’s is duidelijk dat we het ijskoud hadden’, vertelt Suze. ‘Bob in elk geval, in dat dunne jasje. Maar het plaatje telde.’

Chris Wade - Bob Dylan in the 1980s

Gisteren in mijn handen gevallen, vandaag uitgelezen: Bob Dylan in the 1980s van Chris Wade. Het is geen dik boek en het leest makkelijk weg. Een heerlijk boek om even tussendoor te lezen.
Een boek over Bob Dylan in de jaren 80, een decennium dat volgens menig Dylan-schrijver maar het best zo snel mogelijk vergeten kan worden.
Chris Wade is goddank eigenwijs, hij luistert niet naar het liedje van menig Dylan-schrijver dat we allemaal kennen, maar trekt zijn eigen plan. In Bob Dylan in the 1980s schrijft hij (kort) over ieder studioalbum dat Bob Dylan in de jaren 80 uitbracht, de verschillende tournees, de film Hearts Of Fire en komt daarbij soms tot verrassende conclusies: Saved en Shot Of Love zijn - in tegenstelling tot Infidels - uitstekende albums en Saved is misschien wel Dylans best klinkende album.
Hoewel ik het lang niet met alles wat Wade schrijft eens ben, is het verfrissend om Bob Dylan in the 1980s te lezen. Het lezen van een afwijkende mening zet de geest weer even op scherp.
Met name in de eerste helft van Bob Dylan in the 1980s wordt die geest op scherp gezet. Zodra Wade schrijft over de tweede helft van de jaren 80, over albums als Down In The Groove en Oh Mercy, lijkt hij zijn frisse schrijfpen leeg te hebben geschreven.
Bob Dylan in the 1980s is geen topboek - daarvoor had Wade een stuk uitvoeriger op het onderwerp in moeten gaan - maar zeker een aangenaam boek om tussendoor te lezen. Met name de frisse blik die Wade werpt op Dylans albums uit de eerste helft van de jaren tachtig en het in dit boek opgenomen interview met gitarist Ira Ingber maken Bob Dylan in the 1980s tot een alleraardigst boek.

Dylan kort #1299

In de kerk: Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan, zie hier. [met dank aan Dirk]
De laatste vuurtorenwachter: "De dichter is een rolling stone", zie hier. [met dank aan Flor]
Koningin Máxima  zingt Bob Dylan op de begrafenis van haar zus, zie hier, hier, hier, hier. [met dank aan Hans]
Cover: Dan Vanhoudt zingt "Hurricane", zie hier.

From A Buick 6 (1965) - door Jochen

From A Buick 6 (1965)

“Een van mijn tekortkomingen is dat mijn stem zo oprecht klinkt,” zegt Paul Simon in het interview met Rolling Stone (april 2011). “Ik heb geprobeerd om ironisch te klinken. Lukt niet. Kan ik niet. Alles wat Dylan zingt heeft twee betekenissen. Hij vertelt je de waarheid en houdt je tegelijkertijd voor de gek. Ik klink altijd serieus.”
Simon is wat al te bescheiden over de beperktheid van de kleur van zijn zangstem, maar inderdaad: de ironie, het sneren en het sarcasme dat Dylan vooral in de kwikzilveren jaren ’65-’66 in zijn zang weet te leggen, valt buiten Simons bereik. Daar staat tegenover dat hij een grootmeester is, vergelijkbaar is met Randy Newman, op het terrein van onderkoelde understatements, droge humor en gespeelde sulligheid. “50 Ways To Leave Your Lover”, “Paranoia Blues”, “Have A Good Time”… Paul Simons palet heeft heus wel meer kleuren dan alleen sincere, oprechtheid.
Hij verklapt niet waar hij heeft ‘geprobeerd om ironisch te klinken’, maar Simon refereert in een adem door aan Dylan, dus de link met “A Simple Desultory Phillipic” (1965 en 1966) is gauw gelegd. Of hij daar ironisch klinkt, daarover valt te twisten, maar hij doet in ieder geval enorm zijn best om als Dylan te klinken. Sowieso is het een Dylanpastiche waarvoor de tijd vriendelijk is geweest. Destijds werd het wat flauw gevonden, verkeerd begrepen (ironisch genoeg als een verachtenswaardige poging om mee te liften op Dylans succes) en een enkele keer met enige welwillendheid gewaardeerd, maar in fankringen en bij biografen wordt er in de eenentwintigste eeuw met meer liefde op teruggekeken. Soms wat al te himmelhochjauchzend (biograaf Marc Elliot noemt het a vicious burlesque,  een venijnige karikatuur, op fansites getuigen fans o.a. ‘een van de beste politieke songs ooit’ en ‘groots en hilarisch’), maar leuk is het lied zeker.
Er bestaan twee versies. De eerste stamt uit Simons Londense periode, is akoestisch en duidelijk geïnspireerd op Bringing It All Back Home. Simon kopieert “It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding)” op zijn gitaar en ratelt daaroverheen verzen als:

I was Union Jacked, Kerouac'd
John Birched, stopped and searched
Rolling Stoned and Beatled till I'm blind
I've been Ayn Randed, nearly branded
Communist 'cos I'm lefthanded:
That's the hand I use, well, never mind!

De opname komt terecht op het curieuze soloalbum The Paul Simon Songbook (1965), een in Londen, zonder Art Garfunkel, opgenomen plaat die gauw aan de plots opgekomen vraag naar een folky Paul Simon moest voldoen. Het is een rammelend, sjofel allegaartje van songs van het geflopte Wednesday Morning 3.A.M. (“The Sounds Of Silence”, bijvoorbeeld), nieuwe songs en songs die een jaar later voor Simon & Garfunkels doorbraakalbum Parsley, Sage, Rosemary And Thyme opnieuw zullen worden opgenomen.
Tot de laatste groep behoort “A Simple Desultory Phillipic”. Voor die tweede versie heeft Simon om te beginnen de tekst aangepast; veel namen zijn veranderd. Het eerste couplet begint nu met:

I been Norman Mailered, Maxwell Taylored
I been John O'Hara'd, McNamara'd

Maar dat is niet de meest ingrijpende verandering; die betreft de muzikale omlijsting. Dylan heeft inmiddels Highway 61 en Blonde On Blonde uitgebracht en dat brengt Paul Simon tot de originele ingreep om de muziek te actualiseren; hij kopieert de kwikzilversound en kiest nu als model voor de muziek: “From A Buick 6”. Een uitdaging, want Simon is natuurlijk berucht om zijn schier neurotische productionele perfectiedrang, maar het moet gezegd: voor deze keer klinkt het – voor zijn doen dan – redelijk gruizig.
Overigens inspireert Dylans succes producer Tom Wilson, zonder medeweten van Paul Simon, tot een ‘folkrock’-remix van het geflopte Sounds Of Silence. Het wordt een enorme wereldhit, in sommige naslagwerken zelfs (ietwat discutabel) tot “the quintessential folk rock release” benoemd. De astronomische verkoopcijfers leiden tot de haastige hereniging van Simon and Garfunkel en uiteindelijk tot de verheffing van het duo tot poplegende.

“From A Buick 6” wordt nog wel eens weggezet als filler, als een weinig opzienbarend tussendoortje op een album vol eeuwige klassiekers. En inderdaad, tussen songs als Like A Rolling Stone, It Takes A Lot en Thin Man straalt de Buick wat minder glanzend dan ze alleenstaand zou doen, ergens op een verlaten parkeerdek in het maanlicht. Losgezongen van die overdonderende plaatkant A komt “From A Buick 6” echter beter tot zijn recht: een van die kwikzilveren parels uit de hoogtijdagen van een geniale kunstenaar, een bitterzoete, onbehouwen bluesrock vol halfvertrouwde referenties en buitenissige metaforen. 
De titel heeft, zoals de meeste songs op Highway 61, geen directe relatie met de tekst. De Buick 6-serie werd van 1914 tot 1930 geproduceerd, dus hoogstens heeft die titel een soort gevoelsmatige link met de roots van de muziek bij het lied. En thuis hadden de Zimmermans vroeger een Buick; in Chronicles herinnert de bard zich familietripjes naar Duluth met de ‘old Buick Roadmaster’, de auto waarin Dylan heeft leren rijden, het merk waaraan hij ook in latere jaren trouw blijft. Een Buick 6 associeert de dichter dus vermoedelijk met zoiets als oud en vertrouwd of van blijvende waarde.
Het lied zelf is losjes gebaseerd op “Milk Cow Blues” van Sleepy John Estes uit 1930, een song waaruit Dylan wel vaker put. Killing you by degrees, bijvoorbeeld, keert terug in “Where Are You Tonight?”, Some said disease, some said it was degree’in echoot door in de opening van “Legionnaire’s Disease” en ook de eerste regels van “From A Buick 6” zijn geïnspireerd op Estes’ klassieker:

Now asks sweet mama
Lemme be her kid
She says, 'I might get boogied 
Like to keep it hid'

Los daarvan is er dan ook nog de inhoudelijke overeenkomst: beide bluessongs thematiseren overspel. Alleen kiest de dichter Dylan daarvoor – uiteraard – hallucinantere beelden en kleurrijkere metaforen dan Estes.
Dylans ik-persoon heeft thuis een graveyard woman, een dooie huismus, die voor de kinderen zorgt terwijl hij de bloemetjes buiten zet met zijn soulful mama, met een spetterende dame die bruist van leven. Haar bijzondere kwaliteit is haar vermogen om hem weer op te peppen als hij het allemaal niet meer ziet zitten. De mismoedigheid die de verteller kan kwellen verwoordt de dichter dan niet met de gebruikelijke bluesclichés als down and out of feelin’ blue of I’m so lonesome, maar met sprankelende beeldspraak zoals lost on the river bridge, ‘verdwaald op de brug over de rivier’ – een prachtig en volstrekt origineel beeld voor de verlorenheid van een wankelmoedig man die verscheurd wordt tussen een leven op de rechteroever, bij de moeder van zijn kinderen, of op de linkeroever, bij de vrouw die hem gelukkig maakt.

Bob Dylan en een Amsterdamse advocaat

Daan Heerma van Voss schrijft in Een verlate reis over de Amsterdamse advocaat Daan de Jong: "De enige Nederlander die ik ken die Bob Dylan op zijn kantoor heeft gehad."
Zo'n bijna terloops opgeschreven zin roept vragen bij mij op. Wanneer was dit? En met welke reden?
Is het überhaupt wel waar?
En waarom zou het niet waar zijn?
In hetzelfde boekje noteert Heerma van Voss nog wat deze advocaat De Jong over de ontmoeting met Bob Dylan gezegd zou hebben: "Een aardige jongen, maar erg afwezig, hij staarde alleen maar naar buiten, en hij articuleerde slecht."
Meer staat er niet over het bezoek van Bob Dylan aan de Amsterdamse advocaat De Jong in Een verlate reis. En ik zou zoveel meer willen weten.

aantekening #6734

Ik las het gisteren op Facebook en dus ben ik ook maar even langs gegaan: winkelketen Action verkoopt een select aan titels op vinyl voor een schappelijk prijsje (€11,95), waaronder Bob Dylans Highway 61 Revisited in mono.



~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

Als ik de centen er voor had, was ik op het vliegtuig gestapt: in The Woody Guthrie Center in Tulsa is de tentoonstelling Tarantula(s): Bob Dylan's Novel Revisited te zien. Ik heb het wel vaker geroepen en ik blijf het roepen: Tarantula is een schitterend boek.
Op 24 juni worden - als extraatje bij deze tentoonstelling - een aantal films vertoond. Naast Bob Dylans Eat The Document worden er nogal wat Beat-gerelateerde films vertoond, zoals Pull My Daisy van Robert Frank en Alfred Leslie en Wholly Communion van Peter Whitehead.
Deze tentoonstelling bewijst voor mij vooral dat ik het bij het rechte eind heb in mijn binnenkort te verschijnen boek Dylan & de Beats waarin ik aantoon dat de Beats in het algemeen en William Burroughs' cut-ups in het bijzonder van invloed zijn geweest op Bob Dylan tijdens het schrijven van Tarantula.

Meer informatie over de tentoonstelling staat hier.
Dylan & de Beats is klaar, het boek ligt over een week of twee in de winkel.

~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

VOOR DE WEDUWE VAN NELLE, THE RISING HOPE

Zo zuig ik uit een zware sigaret
de inspiratie voor dit kleine sonnet.
Mijn verslaving aan de nicotine is
als vrij mens waarlijk om te grienen.

Toch wil ik het woord graag dienen,
zuiver en zeer vrij van geest terwijl
ge nu de slaafsheid en goedkoopte leest
van de rust gegeven door tabak,

het Indiaanse vredeskind en
tevens voedsel voor mijn pennefluit
waarmee ik de verrukking uit

door simple concentratie ingegeven, maar
ik sterf aan rokend leven, doch wil Buddingh',
Huxley, Thomas en Bob Dylan hun roken graag vergeven.

Hans Vlek - Onnette Sonnetten (Loeb & Van der Velden, uitgevers, 1980)


NEST

Gisteren was het precies dertig jaar na het eerste concert van wat Dylan-liefhebbers de Never Ending Tour - kortweg NET - zijn gaan noemen. Ik dacht daar gisteren niet aan, vanochtend wel, na een bezoek aan de website Expecting Rain. Die inmiddels dertig jaar durende tournee begon met het spelen van "Subterranean Homesick Blues", het openingsnummer van het concert in Concord, Californië op 7 juni 1988. Het tot nu toe laatste concert van de NET (Verona, 27 april 2018) sloot af met "Ballad Of A Thin Man". De tour komt nog niet tot stilstand, een volgende serie concerten is al gepland. Tussen dat eerste concert in 1988 en het eerste concert van de aanstaande leg die Bob Dylan en band naar onder andere Japan en Australië brengt voor concerten zitten bijna 3000 concerten.

Een van de vele Dylan-schrijvers die ik heb gelezen had het in zijn boek niet over de Never Ending Tour (NET), maar over de Never Ending Series Of Tours (NEST), een veel betere naam voor de inmiddels dertig jaar durende muzikale wereldreis van Bob Dylan.
De naam van de auteur is me ontschoten en in welk boek ik dit las weet ik ook niet meer.

Terwijl ik dit schrijf pompt de stereo-installatie "Girl From The North Country" de kamer in. Het is een deel van een langere opname, een opname van een van de concerten van de NEST. Ik kan wel opschrijven om welk concert het gaat, maar wat is de meerwaarde? Hoe groot is de kans dat een van mijn lezers uitgerekend op dit moment dezelfde opname uit de kast heeft gepakt en tijdens het lezen denkt "verrek, da's ook toevallig!".
Die kans lijkt mij niet zo groot, maar ik ben geen wiskundig genie die dat even op een notitieblokje voor je kan uitrekenen. Laat ik het er op houden dat de kans dat je vanmiddag hetzelfde beleg als ik op je brood legde groter is dan de kans dat je naar dezelfde opname luistert.
Bob Dylan speelde "Girl From The North Country" ergens tussen de 400 en 500 keer tijdens de NEST. Dat lijkt misschien veel, maar daarmee komt dit nummer niet eens in de top 10 van de meest gespeelde nummers.

Er zijn Dylan-liefhebbers die streven naar het bezit, naar het kunnen beluisteren van een opname van ieder concert van de NEST. En hoewel ik die drang begrijp - ik ben immers een verzamelaar, een hamster - ik heb die behoefte niet.
Het is te groot. Te veel.
Veel liever kies ik zo nu een dan een concert van de NEST uit en luister meerdere malen voor ik naar een volgende opname grijp.

Nu ik er over nadenk wordt de NEST voor mij in één beeld dat op mijn netvlies gebrand staat gevangen. Het was tijdens een concert in 1998, in Rotterdam. Bob Dylan speelde "Desolation Row". In het gangpad zat een vrouw op haar hurken. Ineens zat ze er, alsof ze uit het niets tevoorschijn was gekomen. Op haar bovenbeen lag het boek Writings & Drawings opengeslagen. Ze keek niet naar het podium, ze las in het boek de tekst van "Desolation Row" terwijl Bob Dylan zong.
Andere concertgangers liepen langs de vrouw, niemand stootte haar aan of viel haar lastig tijdens het lezen en luisteren, ondanks dat ze met haar manier van zitten het gangpad grotendeels blokkeerde.
Toen het nummer was afgelopen sloeg ze Writings & Drawings dicht, stond op en duwde het boek onder haar arm zodat ze haar handen vrij had om te applaudisseren.
Bij het begin van het volgende nummer - "The Times They Are A-Changin'" - verdween ze weer in de massa.
De NEST kent momenten die ons, als individu, uit de massa tillen. Voor iedere Dylan-liefhebber zijn die momenten op een ander moment in de NEST te vinden. Dat maakt de NEST tot zo'n bijzonder een aangenaam fenomeen. Die momenten.
Die momenten die ons even uit het nu tillen.
Maar ook: die momenten die ons laten bakkeleien met andere liefhebbers over wat de beste "Love Sick" of "Tangled Up In Blue" ooit was. Welke gitarist of drummer de beste NEST-gitarist of drummer was en natuurlijk de vraag: wat gaat hij morgen, volgende week of over twee maanden doen?
Komt er nog een leg die hem naar Europa brengt? Naar Nederland of België?
Waarschijnlijk wel, al is het nooit zeker.

En ondertussen? Ondertussen luister ik naar opnamen van NEST-concerten. Ik heb al heel wat uren 'verprutst' met luisteren.
En toch: ik ben pas net begonnen. Er is nog genoeg te ontdekken.

Dylan kort #1298

Bob Dylan Live 1962 - 1966 is een nieuw album voor de Japanse markt. Dit album verschijnt in juli, vlak voor Bob Dylan en band aan een serie concerten in Japan beginnen. De songs op deze cd zijn afkomstig van de verschillende copyright-uitgaven die in de afgelopen jaren in beperkte oplage zijn verschenen, plus de box The 1966 Live Recordings Zie hier.
Joan Baez: aandacht voor haar laatste tournee op radio 1, luister hier. [met dank aan Herman]
Patti Smith zingt "Boots Of panish Leather" in De Duif, zie hier. [met dank aan Ton]
Lenny Kaye in NRC van 19 mei: "Jonge mensen ontwikkelden zich emotioneel en politiek razendsnel. Patti [Smith]  zag hoe muziek een leidende rol daarin speelde. De energie die muziek losmaakte, door Bob Dylan, Jimi Hendrix of Joan Baez, was betoverend. Dat heeft ons blijvend gevormd." [met dank aan Alja]
"De eenzaamheid van Bob Dylan ; Desolation Row Revisited" uit De Revisor, 1974, zie hier.

aantekening #6728



Op 3 juni 1926, vandaag 92 jaar geleden, werd de dichter Allen Ginsberg geboren. In "Wichita Vortex Sutra" schreef hij:

    Angelic Dylan singing across the nation
          'When all your children start to resent you
           Won't you come see me, Queen Jane?'

Deze regels schreef hij op 14 februari 1966, de dag waarop Bob Dylan in de Columbia Music Row Studios in Nashville, Tennessee "Visions Of Johanna" opnam.
Iedere regel tekst in "Visions Of Johanna" is perfect. Vandaag denk ik aan deze regels:

We can hear the night watchman click his flashlight
Ask himself if it’s him or them that’s really insane

omdat ook ik me regelmatig afvraag of de waanzin bij mij of bij jou...
Enfin.

Allen Ginsberg is vandaag geen 92 jaar geworden. Hij overleed op 5 april 1997, op 70-jarige leeftijd.
Op 5 april 1997 gaf Bob Dylan een concert in Moncton, Canada. Na het spelen van "Desolation Row" zei hij: "A friend of mine passed away, I guess this morning, that was one of his favorite songs, poet Allen Ginsberg."

Man Of Peace (1983) - door Jochen

Man Of Peace (1983)


In mei 2018 maakt televisiemaatschappij Fox bekend dat na drie seizoenen de stekker uit de populaire serie Lucifer wordt getrokken. Het leidt tot voorspelbare protesten, verdriet, verontwaardiging en de onvermijdelijke #savelucifer-actie, maar Fox heeft wel een punt: de serie is behoorlijk verslapt, verwaterd, veramerikaniseerd sinds de eerste afleveringen. De premisse, gebaseerd op de stijlvolle, gelaagde stripboekenserie Lucifer van DC Comics, is intrigerend: Lucifer heeft na al die millennia genoeg van zijn rol als Satan, als Heerser van de Hel. Hij neemt een menselijke gedaante aan en vestigt zich als de elegante, aantrekkelijke nachtclubeigenaar Lucifer Morningstar in Los Angeles, in de Stad der Engelen dus. In de tv-serie raakt hij reeds in de eerste aflevering zijdelings betrokken bij een moordmisdrijf, hij helpt de knappe rechercheur Chloe Decker met de oplossing daarvan en is vanaf dan haar consultant. Lucifer Morningstar is charmant, vangt boeven, steelt het hart van Chloe’s dochtertje, liegt nooit, is oprecht verontwaardigd over amoreel gedrag, beloont het goede en straft het kwaad – Satan comes as a man of peace.

De televisiebewerking is stukken aardser dan de bron, dan die stripserie, maar het onderliggende dilemma waait ook in het eerste seizoen van de tv-serie wel eens langs: waarom staat de gevallen engel Lucifer eigenlijk voor Het Kwaad, waarom is ‘Satan’ een synoniem voor slecht? Lucifer vraagt zich dat ook expliciet af: ik straf het kwaad toch juist? Al eeuwen en eeuwen zelfs. De Hel is een strafinrichting – je vindt toch ook niet dat de gevangenisdirecteur Het Kwaad zelf is? En op het verwijt dat hij dan toch zeker verleidt tot zonde, heeft Lucifer ook wel een weerwoord: jullie hebben het grote Goddelijke geschenk van Vrije Wil gekregen hoor. Ik bega die zondes niet; dat doen jullie echt helemaal zelf, uit vrije wil en met de keus om het niet te doen.

De dichter Dylan lijkt eenzelfde dilemma te thematiseren in “Man Of Peace”, een van de hoogtepunten van Infidels (1983), en er ook niet helemaal uit te komen. Satan, leert de verteller, kan in alle mogelijke gedaantes verschijnen. In extremis als de Führer, maar net zo gemakkelijk als de lokale dominee, als een saaie buurman of juist als een menslievende filantroop, en dan niet zo maar eentje, nee, een great philanthropist – eentje in de categorie Bill Gates, zoiets. Op dat punt aangekomen, in het zesde couplet, begint het bij de luisteraar ook te wringen: waar zit het Kwaad? Als deze Satan hongersnood lenigt, scholen laat bouwen en medicijnen naar Afrika verscheept, én ook nog eens ‘weet hoe hij je moet raken’ en kennelijk een ‘tedere aanraking’ in huis heeft… waarom is hij dan ook al weer verwerpelijk, waarom zouden we hem uit de weg moeten gaan? Waren er maar meer Satans.
Het laatste couplet beantwoordt die vragen niet. Integendeel: nu komt de dichter aardig in de buurt van verering. Of van blasfemie, het is maar hoe je het bekijkt. Op zijn minst suggereert hij dat Satan een volgeling van Jezus is. Hij volgt een ster, dezelfde ster die de Drie Wijzen uit het Oosten volgden, de ster die naar Jezus leidt. Die ster is, om het verwarrende dubbelspel te vergroten, de planeet Venus, ook wel de Morgenster: Lucifer dus. Die laatste gedachtegang volgend vertelt de dichter hier dan zelfs dat uitgerekend Satan onze wegwijzer is, de Man Of Peace is die ons naar Jezus leidt. De functieaanduiding Man Of Peace, tot slot, maakt de dubbelslachtigheid af: daarmee positioneert de dichter hem als het pacifistische tegendeel van Jezus, die immers niet is gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard (Mattheüs 10:34).

Gecompliceerd genoeg, die theologisch moeilijke vraag naar de aard van de gevallen engel Satan, maar de dichter maakt er verder geen vlammend pamflet van. Die provocerende stokregel van “Man Of Peace” is een tot reflectie stemmende kapstok waaraan de speelse taalkunstenaar Dylan zijn rijmvondsten, knipogen en aforistische oneliners ophangt. De eerste regels, bijvoorbeeld, lijken een vriendelijke wenk naar zijn producer en gitarist Mark Knopfler, naar diens wereldhit “Sultans Of Swing”. Waar Mark Knopfler zingt:

South of the river you stop and you hold everything
A band is blowing Dixie, double four time 

… daar zingt Dylan:

Look out your window, baby, there’s a scene you’d like to catch
The band is playing “Dixie,” a man got his hand outstretched

En in het tweede en derde couplet kom je bijna niet om een vergelijking met de artiest Dylan zelf heen. Zijn radioprogramma Theme Time Radio Hour en zijn eigen oeuvre demonstreren het al, maar de verbazing over en bewondering voor ’s mans encyclopedische kennis van liedjes uit alle tijden en genres is ook een weerkerend refrein bij biografen en geïnterviewde medewerkers. En diezelfde harmonicaspelende alwetende zanger zingt nu he got a harmonious tongue / He knows every song of love that ever has been sung. Net zoals een naar zelfspot neigend portret opdoemt uit het volgende couplet: First he’s in the background, then he’s in the front / both eyes are looking like they’re on a rabbit hunt. 
Aforistische kwaliteit hebben dan terloopse observaties als good intentions can be evil, een gestripte parafrase van de uitdrukking the road to hell is paved wih good intentions (de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens) en vooral het bizarre he can ride down Niagara Falls in the barrels of your skull. “Hij kan van de Niagara-watervallen af varen in de vaten van je schedel.” Een proeve van de ‘beeldrijke denkwijze’ van de Nobelprijswinnaar, maar zelfs naar diens maatstaven een tamelijk uitzinnige, surrealistische metafoor voor de mind games, voor de psychische spelletjes die Satan met zijn slachtoffers kan spelen – én voor de spelletjes die de dichter Dylan met zijn publiek speelt.
Niet voor het eerst. Na “Jokerman”, het openingslied van Infidels, hebben we hier dus alweer de tweede songtekst op dit album waarin de dichter verwarring zaait over de identiteit van de hoofdpersoon, en ook in het gepasseerde meesterwerk “Foot Of Pride” en explicieter nog in een andere sterkhouder van de plaat, in “I And I”, speelt Dylan met die mistigheid.

Bob Dylan & The Band - door Hans

In "Dylan kort #1297" schreef ik n.a.v. een artikel van Hugo Borst: "heeft Hugo Borst gelijk? Behoren de opnamen op Before The Flood tot de beste concertopnamen van Bob Dylan en The Band?" Hieronder de derde van enkele reacties die ik ontving.

Beste Tom.
Het album Before the Flood was nog maar net verschenen, Planet Waves vers in de herinnering als teken dat het vuur terug was gekeerd in Dylan, en ik liep met mijn eerste echte vriendin, in wiens huis ik mocht slapen van haar moeder omdat ik was weggelopen, door Arnhem op weg naar de Stokvishal, HET jeugdcentrum van het oostelijke Nederland. Daar waren we voor iets dat we koesterden als een omrookt geheim en waarvan we hoopten dat het ons zou verlossen van de beklemmende gedachtengangen van de meeste volwassenen rond ons, wij waren net zestien. Maar ons geld zou niet daarheen gaan, naar dat bruine goedje dat ik wel eens over mijn beschuitje versnipperde, grenzenloos zou ons bestaan worden toch? Zeker nu de Bard weer toerde. Dat daar een plaat van zou verschijnen, we wisten het niet, want we leefden nog niet in het mediatijdperk waar iedereen al weet van iets lijkt te hebben voor het amper is begonnen. Verrast zagen we zijn naam op de ruit van de etalage van Kroese, er stonden albums met een hoes waarop kaarsjes branden, vonden we stompzinnig. Was dit weer zo'n afknapper als Self Portrait, waar we stiekem trouwens van genoten tijdens onze vrijpartijen? We liepen naar binnen en werden haast omver geblazen. Normaal stond hier klassieke muziek op, nu brulde daar iemand door de speakers die in de verte wat van Bobs stem had. Herkenbaarder was de begeleiding, The Band! Verrukking streed in ons met ontzetting. Met de arrogantie van een puber koos ik voor het zwart en begon op luide toon af te geven op deze SHIT. Mijn held was er een die subtiliteit paarde aan een ongekende Rock'n Roll geest, zelfs in zijn folksongs, maar hier vergalloppeerde hij zich, oordeelde ik hard. Mijn vriendin, die feeërieke Joodse verschijning pleitte op zachte toon voor het wit, het klonk haast als onze favoriete oranje bootleg met het stempel '66. Ik barstte los in een tirade, dit was heiligschennis. Wel, mijn reactie werd dat eerder bevonden, en wel door de man achter de kassa. Deze zette mij resoluut uit de zaak. Mijn vriendin volgde wat later met triomfantelijk Before the Flood onder haar arm. We zouden die verbluffende registratie van Tour 74 nog vaak samen luisteren, net als dat mijn intellectuele bravoure nog regelmatig tot ruzies zou leiden, tot op mijn 18e mijn Rimbaud wereldje instortte nadat zij haar biezen had gepakt. De krankzinnige uitvoering van "It's Allright Ma", met de ontlading na 'even the president of the United States SOOOMETIMES MUST HAVE TO STAND NAAAKED' won mij voor dit vreemde album, net als de mooie The Band nummers, die in tegenstelling tot The Basement Tapes wel een goede aanvulling zijn, maar helemaal wennen aan zijn stem hier deed ik nooit. Nee, die oranje bootleg van zogenaamd The Royal Albert Hall Concert, zoals op het inlegvel met foto's stond, die bleef voor mij de beste live lp, met eervolle vermelding van Hard Rain waar de brulstem tot een helse furie was getransformeerd.

groet hans altena

Bob Dylan & The Band - door Rob

In "Dylan kort #1297" schreef ik n.a.v. een artikel van Hugo Borst: "heeft Hugo Borst gelijk? Behoren de opnamen op Before The Flood tot de beste concertopnamen van Bob Dylan en The Band?" Hieronder de tweede van enkele reacties die ik ontving.

Hoi Tom

Uit het artikel over Hugo Borst in de Stentor krijg ik de indruk dat Hugo Borst alleen die plaat kent, en niet op de hoogte is hoe die is samengesteld. Het lijkt erop dat hij geen andere concertopnamen (officiëel of op bootleg) van Dylan met The Band kent. Mocht hij bijv. gaan voor het live 1974 geluid van Dylan met The Band, dan zou hij misschien een bootleg van een van de bekende soundboard tapes kunnen waarderen. Al het Wolfgangs Vault materiaal van de tour is allemaal gebootlegd, en nadien ook op grijze releases verschenen, zoals onlangs.
Before The Flood is zeker niet Dylan's beste live album; de plaat heeft een onevenwichtige mix, sommige nummers zijn goed stereo, andere nauwelijks, ook de acoustische nummers klinken niet eenduidig, sommige hebben een laag reverb, andere weer niet.
Verder stamt zoals bekend het album van helemaal aan het eind van de tour, weliswaar liep het toen allemaal gesmeerd, maar naarmate Tour '74 vorderde werd er steeds sneller gespeeld, en het soms zelfs afgeraffeld, reden dat veel Dylanliefhebbers de voorkeur geven aan goede (audience) opnamen van vroeg in de tour, zoals Toronto en Philadelphia.
Maar misschien zou Borst (als het hem om de combinatie Dylan/The Band zou gaan) ook live opnamen uit 1966 kunnen waarderen. The Real Royal Albert Hall 1966 Concert leent zich uitstekend om op hoog volume af te spelen.
En als hij daar dan klaar mee is, kan hij altijd nog The Last Waltz gaan bekijken en beluisteren, of Academy Of Music of zelfs Live At The Isle Of Wight (mijn aanrader).

Groet Rob

Bob Dylan & The Band - door Frans

In "Dylan kort #1297" schreef ik n.a.v. een artikel van Hugo Borst: "heeft Hugo Borst gelijk? Behoren de opnamen op Before The Flood tot de beste concertopnamen van Bob Dylan en The Band?" Hieronder de eerste van enkele reacties die ik ontving.

Het is natuurlijk lastig om vast te stellen wat een goed concert was als je er zelf niet bij bent geweest en er zijn heden ten dage natuurlijk maar weinig Dylan fans die hem met The legendarische Band live hebben gezien. Wij moeten het doen met de Never Ending Tour met een band die niet zo legendarisch is als The Band, maar toch  wel verdomd goed. Terug naar de originele vraag... Het beste concert van Dylan & The Band? 1966 natuurlijk. En welk concert dat precies was, mag iedere Dylan fan voor zichzelf uitmaken, ik heb de 36 CD versie niet, maar ik vind de Londen LP te gek.

Dylan kort #1297

Daniël Loheus - "Gitarist", zie hier. [met dank aan Dirk]
bd.nl: "Bob Dylan Tribute in Waalwijk: zijn teksten inspireren nog altijd", zie hier.
NPO Radio 2: "7 bijzondere zinnen in de songteksten van Bob Dylan",zie hier.
Maxazine: "24 mei, de verjaardag van Bob Dylan", zie hier.
de Stentor: "Wanneer Hugo een fotoboek openslaat, komen er herinneringen naar boven", zie hier. In dit stuk schrijft Hugo Borst: "Keihard draaiden we Before The Flood, wat mij betreft het beste concert dat Dylan met The Band heeft gegeven." Nog even afgezien van het feit dat Before The Flood opnamen bevat van meer dan één concert de vraag: heeft Hugo Borst gelijk? Behoren de opnamen op Before The Flood tot de beste concertopnamen van Bob Dylan en The Band? [Een antwoord stuur je naar twillems87[at]gmail.com. Je reactie wordt mogelijk op deze blog geplaatst.]

ansichtkaart

Mister D.,

Vandaag jarig. Zevenenzeventig is een behoorlijke leeftijd. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer, maar de verjaardagen van anderen krijgen wel gepaste aandacht van mij. Niks groots met ballonnen of taart of zo, maar klein en gepast. Zo draai ik ieder jaar op 24 mei muziek en zeg ik tegen de kinderen "wie weet wie vandaag jarig is krijgt een euro."
Ze weten het nooit.
Geen idee waarom ik dit doe. Ik ben een verwrongen geest. Laat ik het daar maar op houden.
Ook deze 24 mei draai ik muziek om de feestdag een gepast tintje te geven. Bringing It All Back Home is het dit keer geworden. "She Belongs To Me" komt net voorbij. Ik kan dat nummer niet horen zonder aan het gedicht "Aars Poetica" van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky te denken. Dat gedicht gaat zo:

Aars Poetica
(She got ev'rything she needs
she's an artist, she don't look back)

Dichten is net als koken:
je pleurt maar wat in de pan
als je koken kan.

Dat denken aan "Aars Poetica" maakt "She Belongs To Me" niet mooier of lelijker, dat denken is er gewoon. Het voegt niks toe aan "She Belongs To Me".
Riekus Waskowsky is niet oud geworden. Vierenveertig werd hij. Ik ben inmiddels ouder, maar voel me nog altijd jong.
Ik snap de wereld niet. Het luisteren naar songs als "Mr. Tambourine Man" of "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" helpen me om grip te krijgen op wat ik nooit heb begrepen.

Werd Riekus Waskowsky net als ik ontroerd bij het horen van "Mr. Tambourine Man" zonder te snappen waarom hem dat overkwam?
Vond Riekus Waskowsky "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" een groter kunstwerk dan Het Laatste Avondmaal van DaVinci of De Goddelijke Komedie van Dante? Ergens denk ik dat hij dat vond omdat ik dat vind.
Dertig jaar geleden hoorde ik voor het eerst "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" en al dertig jaar zoek ik naar een groter kunstwerk dan dit. Ik heb het niet gevonden.
En dat terwijl ik echt mijn best heb gedaan.

En dan zijn er vandaag mensen die roepen dat de boeken van Philip Roth grotere kunstwerken zijn dan de songs op bijvoorbeeld Bringing It All Back Home. Uitgerekend vandaag. Dat moeten mensen zijn die nog nooit met hun oren gelezen hebben.
Mensen zouden eens wat meer met hun oren moeten lezen of met hun ogen moet luisteren. Dat zal de mensheid redden van het klakkeloos volgen van het makkelijkste pad.

Inmiddels ben ik een uurtje aan het stoeien met de woorden op deze ansichtkaart die ik toch niet zal versturen. Ik zet gewoon nogmaals Bringing It All Back Home op. En even zal ik weer denken aan Riekus Waskowsky, die maffe dichter die het wel begreep:

She got ev'rything she needs
she's an artist, she don't look back

schreef hij bovenaan zijn gedicht.
En zo is 't.

Happy Birthday, mister D.

Tom

aantekening #6717

Waarom pak ik uit een overvolle kast in een antiquariaat nou juist dat ene boek van een mij nog onbekende schrijver dat bij lezing indruk zal maken en laat ik al die andere banden staan? Geen idee. Ik heb niet de illusie in dit opzicht uniek te zijn, het zal iedereen wel eens overkomen.
Enfin, het boek dat ik afgelopen weekend uit de kast pakte is Leven is werk van Christophe Vekeman. Het boek bevat twee essays over Bob Dylan, in totaal niet meer dan 9 pagina's, of eerder 8 en hoewel er veel redenen zijn om Leven is werk te kopen is wat Vekeman over Bob Dylan schrijft een verdomd goede reden om de portemonnee te trekken.
Het eerste essay gaat voornamelijk over Chronicles, het tweede over Slow Train Coming.
Vekeman: "ondanks het feit dat Slow Train Coming met stip de gladst geproducete plaat is in zijn hele oeuvre, ondanks ook de overvloedige aanwezigheid erop van blazers, orgels, sythetische ongein en wat je verder ook maar met gospelpop zou associëren, is er van enige vorm van achtergrondmuziek geen enkele sprake en betreft het hier wel degelijk - of in elk geval bijwijlen - snoeiharde rock in vergelijking waarmee het nochtans door mij óók hevig bewonderde Never Mind The Bollocks klinkt als een trap tegen een leeg limonadeblikje."

~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

Ik roep altijd maar dat ik geen liefhebber ben van Best Of..., Greatest Hits en andere verzamelalbums. Toch luister ik zo nu en dan naar Bob Dylan's Greatest Hits vol. II (1971) en dan niet alleen naar de voor dit album unieke nummers zoals "Watching The River Flow" en "When I Paint My Masterpiece", maar het hele album, van voor naar achter.
De nummers op Bob Dylan's Greatest Hits vol. II zijn ogenschijnlijk uit Bob Dylans oeuvre tot dan toe geplukt en in willekeurige volgorde op de plaat gekwakt, dit alles aangevuld met een handje vol niet eerder uitgebrachte opnamen. Ik gebruik bewust het woord 'ogenschijnlijk' want wie luistert naar Bob Dylan's Greatest Hits vol. II krijgt al snel de indruk dat er wel degelijk een plan, een idee achter de tracklist van dit album schuil gaat. De vinger heb ik nooit achter dat plan gekregen en misschien is het juist wel dat - het wel vermoeden, maar niet weten - wat het luisteren naar dit album zo aangenaam maakt.
Zo komt de Isle Of Wight-versie van "The Might Quinn (Quinn The Eskimo)" op Self Portrait (1970) maar matig uit de verf terwijl diezelfde opname hier - omringd door "All Along The Watchtower" en "Just Like Tom Thumb's Blues" - wel uit de verf komt.
Niet "The Might Quinn", maar "Tomorrow Is A Long Time" - een van de niet eerder uitgebrachte songs - is het beste dat Bob Dylan's Greatest Hits vol. II te bieden heeft. 
Het lijkt even stil te worden voor Bob Dylan aan "Tomorrow Is A Long Time" begint, een stilte zoals het moment waarop vogels en andere beesten stilvallen vlak voor een zonsverduistering. Dylans stem is die van een man die ieder moment door emoties overmand zou kunnen breken, maar breken doet hij niet. Hij blijft balanceren op het randje tussen een verhaal en zijn verhaal. 
En natuurlijk is het zijn verhaal, maar om niet geraakt te worden, om het te kunnen vertellen heeft hij er voor even een verhaal van gemaakt, zo klinkt het.
Te vaak wordt er gezegd of geschreven dat de spanning om te snijden is. Ik ken slechts één opname waarop de spanning echt om te snijden is: deze "Tomorrow Is A Long Time". 
En helemaal aan het eind van de opname komt de ontlading in de vorm van waardering, in de vorm van het applaus van het aanwezige publiek. Die ontlading is nodig om verder te kunnen, verder met "When I Paint My Masterpiece".

~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

In maart 1991 - nog net geen 18 jaar oud - kocht ik voor het eerst Vrij Nederland. Bob Dylan stond op de cover, onder zijn portret de tekst "Bob Dylan wordt alweer 50". Oud vond ik dat toen, 50 jaar. 
Inmiddels zijn we 27 jaar verder. 50 is in mijn ogen niet meer zo oud, het is al bijna binnen handbereik.
Ik herinner mij de aandacht in kranten en tijdschriften toen Bob Dylan 60 werd in mei 2001. Alsof 60 een mooie leeftijd is voor een muzikant om te stoppen met creëren.
Toen hij 70 werd was de aandacht al minder, alsof de journalisten eindelijk begrepen dat Bob Dylan zich op geen enkele leeftijd achter de geraniums laat schrijven. Dat is inmiddels zeven jaar geleden. Bob Dylan wordt morgen 77.
Wie nu denkt dat 77 een mooie leeftijd is om te stoppen met creëren heeft de boodschap niet begrepen: er is er maar één die bepaald wanneer het moment daar is en dat is Bob Dylan zelf.

Dylan kort #1296

Ken je deze? (cover) Zie hier. [met dank aan Alja]
"De eenzaamheid van Bob Dylan; Desolation Row Revisited" (1974) door Willem de Ruiter, zie hier. [met dank aan Gerard]
"A Change Is Gonna Come" met dank aan Henk keek ik weer eens naar deze video, zie hier.
De gitaar waar Bob Dylan ooit even op speelde - aldus Robbie Robertson, groot gitarist, maar ook begenadigd fantast getuige zijn boek Testimony - is verkocht voor een flinke stapel dollars, zie hier (en minstens nog tien artikelen met allemaal dezelfde strekking). RTV Noord had kort aandacht voor de verkoop va de gitaar, zie hier.
Paxavani - "Ik heb Bob Dylan nog gekend", zie hier.

Dylan kort #1295

Cover: tijdens het lezen van Jochens stuk over "It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)" moest ik denken aan de uitzending van De Wereld Draait Door rond het overlijden van Martin Bril waarin Tom Barman "It's Alright, Ma" speelde, zie hier.
De dichtbundel Desperado van Wim Kikkert kocht ik omdat op de achterzijde van dit boek staat: "Een desperate poging om, aan de hand van de twee grootmeesters van de liedkunst, te weten Bob Dylan en Leonard Cohen, de werkelijkheid nog een keer bij de kladden te pakken."
Desperado bevat 31 gedichten / teksten / vertalingen waarvan 22 vertalingen / bewerkingen van Dylan-songs en één gedicht met een (vertaald) Dylan-citaat. Ik worstel een beetje met een goede benaming voor de teksten in Desperado. ik vond dit boek tussen de dichtbundels, maar een groot deel - de Dylan-songs - zijn niet meer dan vertalingen van wisselende kwaliteit. Het gedicht / de tekst "Liefde onder nul / Geen limiet Love minus zero / No limit / B. Dylan" begint zo:

Mijn lief spreekt met de stilte
Haar stem verdrijft de kilte 
Ze hoeft niets meer uit te leggen
Ze is waar als ijs als vuur

Dit lijkt mij een vertaling met weinig tot geen inbreng van de dichter Wim Kikkert. Kan dit dan zomaar staan in een dichtbundel waar alleen de naam Wim Kikkert op staat?
Niet iedere Dylan-tekst is een 'slechts' vertaling. Soms - mede door rijmdwang - geeft Kikkert een eigen draai aan de Dylan-tekst. Dat pakt niet altijd goed uit. Zo verbasterde Kikkert het refrein van "A Hard Rain's A-Gonna Fall" tot het op de lachspieren werkende:

En het wordt hard, het wordt hard
Het wordt hard en het wordt hard
Het wordt hard Pa, wat ik je brom

Desperado is zeker geen must read voor de Dylan-liefhebber, het is eerder een rariteit waarvan lezing de dag wat kan verlichten.
Meer poëzie: Herman stuurde mij een link naar een gedicht (zie hier) en de vraag "aan welke songtekst doet dit gedicht je denken?" Antwoorden graag via reacties bij dit bericht. [met dank aan Herman]
The Dylan Whisky Bar: Nee, dit heeft niks met Bob Dylans nieuwe whiskey-merk Heaven's Door te maken, dit is een bar in Ierland, zie hier. [met dank aan Bert]
The Vietnam War is - naar ik heb begrepen - een indrukwekkende serie over de oorlog in Vietnam. In deze serie is regelmatig de muziek van Bob Dylan te horen. Ook is Bob Dylan te vinden op de soundtrack van deze serie, zie hier. [met dank aan Bert]
Bob Dylan "weer eens" in de Volkskrant, zie hier. [met dank aan Simon]
‘Ik heb Bob Dylan zo’n vijftien keer zien spelen’, zie hier. Alleen leesbaar voor abonnees van Elsevier.
Winterdijk 30b: een Dylan-tribute, zie hier.

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965) - door Jochen

It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) (1965)

In oktober 2013 meldt The Mercury News uit San José dat het pand op 2066 Crist Drive, Los Altos, monumentenstatus is verleend. De Los Altos Historical Commission heeft unaniem besloten dat het huis met de aangebouwde garage van waaruit Steve Jobs zijn eerste Apples bouwde en verkocht een historical resource is en beschermd dient te worden.
Bijna museaal wordt het monument als veertien maanden later, in januari 2015, regisseur Danny Boyle toestemming krijgt om op locatie te filmen voor zijn verfilming van Walter Isaacsons biografie Steve Jobs (2011). De filmscènes die de embryonale fase van Apple vertellen, spelen dus ook werkelijk in de originele garage. Daarvoor moet het decor worden teruggetoverd naar 1976 en mede dankzij de huidige eigenaar, Steve Jobs’ zuster Patricia, lukt dat goed – Patricia was er immers bij, in die beginjaren, en werkte samen met medeoprichter Steve Wozniak en haar broer aan de assemblage van de eerste honderd Apple 1 computers. Met behulp van enkele foto’s en haar geheugen reconstrueert Patricia voor de filmploeg de uitdragerij die de garage destijds was. Bovendien kan ze de decorbouwers verblijden met authentieke attributen, zoals met de poster die tegen de achterwand hangt: een still uit het promotiefilmpje bij Dylans “Subterranean Homesick Blues”, de iconische voorloper van de latere videoclips.

Jobs’ fanatieke liefde voor Dylan is uitgebreid gedocumenteerd en in de film uit 2015 is Dylan dan ook een leidmotief. In kleine, onopvallende details, zoals die poster tegen de achterwand, en onverbloemd, zoals in scriptdialogen en in het afspelen van “Shelter From The Storm” over de aftiteling. Op de soundtrack staat behalve Shelter ook “Rainy Day Women #12 &35”, dat regisseur Boyle tegen de verwachting in laat klinken bij Jobs’ befaamde aankondiging van de Macintosh. Onverwacht, want Jobs (fantastisch gespeeld door Michael Fassbender) opent die aankondiging met het citeren van “The Times They Are A-Changin’”, voorafgegaan door een, helaas deels weggeknipte, discussie met John Sculley (Jeff Daniels) over de betekenis van dat lied. Daarbuiten zit er nog een song verstopt; uit een radio op de achtergrond horen we “Meet Me In The Morning” komen.
De vele Dylanverwijzingen zijn in lijn met het boek waarop deze film baseert. In de biografie komen Dylan, Dylanplaten, songtitels en Dylanverwijzingen een kleine honderd keer langs. Echte Dylanliefde, zoveel is wel duidelijk, en de anekdote over Jobs’ ontmoeting met zijn held is ook leuk, maar het meest onthullende weetje staat op de laatste bladzijde van het boek, op pagina 570:

Je moet jezelf altijd blijven vernieuwen. Dylan had eeuwig protestsongs kunnen blijven zingen en dan waarschijnlijk heel veel geld kunnen verdienen, maar dat deed hij niet. Hij moest door. En toen hij dat deed, door over te stappen op elektrische muziek in 1965, vervreemdde hij veel mensen van zich. (…) Dat is wat ik altijd heb geprobeerd – in beweging blijven. Want anders gebeurt er wat Dylan zegt: if you’re not busy being born, you’re busy dying.

Het is meer dan een zakelijk motto, het is een levensmotto voor Jobs en het werpt ook extra licht op die posterkeuze - de jonge Jobs ziet dagelijks Dylans cue card met de woorden GET BORN. En de sleutelzin uit The Times is voor hem dus ook “the present now will later be the past”, blijkt uit het script van grootmeester Aaron Sorkin. Die zin betekent dat je jezelf continu, doelbewust van het verleden moet ontdoen omdat het anders eveneens je heden wordt, zegt Jobs’ mentor Sculley. Ja! Precies! Dat is precies – je bent de enige die… God… dat is wat ik bedoel! schreeuwt de enthousiaste computernerd uit.
Die wijsheid zal met ijzeren consequentie een leidraad blijven voor de rusteloze vernieuwer Jobs.

Het busy being born-citaat uit “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is een van de gietijzeren, onverwoestbare versfragmenten uit een van Dylans allergrootste meesterwerken en een van de vier regels die doordringen tot de citatenbundeling Columbia Dictionary of Quotations, tussen Shakespeare, John F. Kennedy en Mark Twain. Presidentskandidaat Jimmy Carter citeert het in zijn acceptatiespeech bij de Democratische Conventie in 1976 om zijn vooruitgangsdromen en toekomstvisie te illustreren, in 2000 noemt presidentskandidaat Al Gore het zijn favoriete quote, in de eenentwintigste eeuw kapen schrijvers van managementboeken, publicerende wetenschappers, journalisten en bumperstickerproducenten de kreet. He not busy being born is busy dying is doorgedrongen tot de collectieve culturele bagage.
Misschien ontspringt de oneliner aan Blind Willie McTells “You Was Born To Die” (1933), misschien zoemt zijn eigen ’stead of learnin’ to live they are learnin’ to die (uit “Let Me Die In My Footsteps”, 1962) in zijn hoofd rond – Dylan weet zelf ook niet waarvandaan deze regel, en überhaupt het hele lied, komt. Al ten tijde van de conceptie, in 1964, vertelt hij dat zijn manier van songschrijven is veranderd, maar repeterend is het woord unconscious, onbewust, dat hij al in relatie tot vroege songs als “Girl From The North Country” gebruikt en dat hij nog tot en met Blonde On Blonde kiest als hem om reflectie wordt gevraagd. In de jaren 70 raakt hij dat talent kwijt, vertelt hij in verscheidene interviews, en moet hij aan de bak om “bewust te doen wat ik vroeger onbewust kon”.
Misschien niet zo heel uitzonderlijk. Dat Dylan een magistraal meesterwerk als “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” zó jong, op zijn drieëntwintigste, kan produceren, lijkt onvoorstelbaar, maar is toch wel een kenmerk van geniale kunstenaars. Goethe schrijft zijn Werther als hij vierentwintig is, Picasso is vijfentwintig als hij met Les Demoiselles d’Avignon het kubisme uitvindt, Michelangelo houwt zijn David op zijn vijfentwintigste, net zo oud als Gershwin is als hij de Rhapsody In Blue componeert, Hergé begint de Kuifje-reeks als hij tweeëntwintig is, Rimbaud is amper negentien (!) als Un Saison En Enfer wordt gepubliceerd.
Maar gevoelsmatig blijft dat gegeven verbazen en ook de oude bard zelf kijkt nog in de eenentwintigste eeuw herhaaldelijk met ontzag terug op juist dit werk van zijn jonge zelf:

Het is moeilijk om aan zo’n standaard te voldoen. Je kunt het niet overtreffen - daar gaat het niet om. Lyrisch gezien kun je daar niet overheen, nee. Ik kan dat nummer nog steeds spelen en ik weet wat het kan doen. Dat lied werd geschreven met een honger die stenen muren kan neerhalen. Dat was de motivatie.

En een maand later, in november 2004, herinnert hij ook ongevraagd, in een interview voor de Rolling Stone, aan “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)”:

Al die vroege songs zijn op bijna magische wijze geschreven. Ah… Darkness at the break of noon, shadows even the silver spoon, a handmade blade, the child’s balloon… Probeer maar eens om zoiets te schrijven. Het heeft een bepaald soort magie, en dan bedoel ik niet van die Siegfried and Roy magie. Het is een ander soort, indringende magie. En dat heb ik geschreven. Ooit kon ik dat. 

Magisch is inderdaad wel treffend. Overdonderend, is misschien nog wel een betere kwalificatie. De zanger ratelt een ritmisch spervuur van 667 woorden op een zeer basale melodie en een schraal akkoordenschema over de luisteraar heen. De dichter beperkt zichzelf tot een loeistrak rijmschema: elk couplet is AAAAAB, de B keert terug aan het eind van de volgende twee coupletten én aan het eind van het refrein. Tussendoor strooit de rijmkoning overvloedig met duizelingwekkende alliteraties, binnenrijm en assonanties, oneliners met de kracht van een aforisme en een overvloed van wat het Nobelprijscomité jaren later zou roemen als “zijn beeldrijke denkwijze”.
Het overdonderende daarbij is dat de dichter nergens in de valkuil loze rijmelarij valt.  Ook inhoudelijk is het werk meeslepend, monumentaal, Kunst met een hoofdletter, net als bijvoorbeeld “Chimes Of Freedom” of “A Hard Rain’s A-Gonna Fall” een eclectische collage van adembenemende beelden. Maar anders dan in die werken schetsen al die beelden hier niet één, veelgelaagd panorama. “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” is het mozaïek van een condition humaine. De luisteraar wordt meegevoerd langs de Grote Thema’s, langs existentiële angst, eenzaamheid, religie en commercie, moraal en schijnheiligheid, de waan van de dag en alledaagse onvrijheid. Verpakt wordt dat ook nog eens in tijdloze bewoordingen en majestueuze metaforen; het lied is vijftig jaar later niet minder actueel, scherp en doeltreffend geworden.

Bizar genoeg lijkt Dylan aanvankelijk niet echt door te hebben dat hij weer een song uit de buitencategorie te pakken heeft. Het lied staat er vrijwel in een keer op; op The Cutting Edge staat een korte, afgebroken take (we horen producer Tom Wilson na het eerste couplet, na vijfentwintig seconden, de opname afbreken omdat Dylan kennelijk te dicht op de microfoon staat). Die eerste aanloop wordt al weinig liefdevol ingezet. Tom Wilson kondigt “Gates Of Eden” aan, maar Dylan protesteert: I wanna do this other one first. Het intro is veel korter dan in de volgende, definitieve take en lijkt op “Blowin’ In The Wind”. Als hij dan wordt afgebroken lijkt de zanger alle lust te vergaan: I really don’t feel like doing the song and I have to do it, though. It’s such a long song. Wilson lacht. “Suit yourself, I’m with you – wat jij wil, ik sta achter je.”
Maar hij doet het dan toch maar wel. Gelukkig.

Was Bob Dylan the original hippy - de reactie van Frans

Mooie bijdrage van Hans, vooral het contrast tussen het collectivisme (commune!?) van de hippies en het individualisme van the Beats en Dylan. Ik heb de jaren 60 niet meegemaakt, maar ik herinner me een paar gesprekken met iemand die er wel bij was. Een van de dingen die hij zei, was dat ze destijds vonden dat Blowing In the Wind ging over blowen, waarop ik zei dat die woordspeling voor zover ik weet niet in het Engels bestaat. Maar het zegt wel iets over hoe iedereen aan Dylan's ideeën z'n eigen draai kan geven. Vind jij  het een hippielied, nou ja, dan is het een hippielied.
Ik zag ooit een aflevering van 3 op reis waarin de presentator (Dennis Storm volgens mij) Woodstock bezocht en vertelde dat het festival daar georganiseerd was om Dylan uit z'n tent (Big Pink) te lokken, maar dat hij niet kwam omdat hij een hekel had aan hippies!
Hoe hoog het waarheidsgehalte van dit verhaal is weet ik niet, maar ik geloof dat het er zo langzamerhand op begint te lijken dat we de vraag of Dylan de "original hippy" was met nee kunnen beantwoorden. Maar wie was dat dan wel?

Where's My Welly?



Bovenstaande is te vinden in het boek Where's My Welly? The World's Greatest Music Festival Challenge van Matt Everitt en Jim Stolen. Zoek Dylan...
Bob Dylan is nog een twee keer in dit boek te vinden.

Was Bob Dylan the original hippy? - het antwoord van Hans

In "aantekening #6705" schreef ik: "Was Bob Dylan the original hippy zoals Hunter S. Thompson schrijft?" Hieronder het antwoord van Hans

Beste Tom

Zoals het mooi sobere omslag van je nieuw te verschijnen boek al aanduidt, Dylan heeft iets met The Beats te maken, de woordenvloed van de zwerver Kerouac, het scherp experimentele van Burroughs, en in mindere mate het zangerige van Ginsberg heeft zijn sporen in hem nagelaten, de laatste huilde niet voor niets toen hij Hard Rain hoorde waarin deze de ultieme fusie herkende tussen literatuur en muziek, iets waar de Beats altijd al naar zochten. Maar Dylan the original Hippy? Toegegeven, de flower power beweging is net als Dylan schatplichtig aan The Beats, het op reis gaan, de Oosterse, religieuze invloeden, vrijheidszin, non conformisme, vredeszin. Maar Hippies waren ook erg gericht op het collectief, en hun ongebreidelde geloof in de liefde vindt wel zijn oorsprong in de zoektocht daarnaar van bijvoorbeeld Ginsberg en ook wel Kerouac, maar heeft niets meer van het cynisme, de ontgoocheling, die Kerouac ten toon kon spreiden en door Burroughs op de spits werd gedreven, terwijl deze beide voortrekkers, en ook velen in hun gevolg, bovendien uitgesproken individualisten waren. Dylan moest evenmin iets hebben van groepjesgeest, en zijn liefdesliederen zitten voller met put downs en aanklachten en zelfkritiek dan roze hartjes. Wel bevond Dylan zich duidelijk op de grens tussen The Beats en de hippies, kondigde hij hun komst aan, daarmee zou je hem The Original kunnen noemen. Ginsberg werd in feite volledig hippie onder zijn invloed, misschien wel de meest totale. Dylan zelf ondervond enkel veel last van wat hij had gezaaid met zijn liederen tot en met Mister Tambourine Man. Zijn Desolation Row, It's Allright Ma (I'm only Bleeding), Gates of Eden en Like a Rolling Stone, konden de trippende meute niet meer tegenhouden om hem tot God te kronen, terwijl die liederen toch echt de geest van de hippie beweging loochenen, veroordelen zelfs. Nee, in hun roes, voelden ze zich thuis in het schimmige Visions of Johanna, en Tom Thumbs Blues en Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again begeleidde aangenaam hun come downs na de pillen en het gesnuif, ach ja en op paddestoelen of LSD vergat je de melancholie van Sad Eyed Lady of the Lowlands, kickte je alleen op de gave beelden. Kwam nog bij dat de terug naar de natuur beweging van de hippies lijfliederen vond  in John Wesley Harding en The Basement Tapes, twee 'albums' die hij maakte juist als kluizenaar, om zich af te sluiten van die zogenaamde peace & love fanaten. Wat wel een voetnoot verdient is dat Desire en The Rolling Thunder Revue toch wel de meest overweldigende uitdrukking werden van de hippie cultus, vreemd genoeg. Ergens zou je kunnen beweren dat in die magische periode van 75, vlak voor punk ons horendol en doof maakte, Dylan, in zijn speuren naar zijn dichtersziel, voor een keer zich helemaal onderdompelde in het gewoel van de beesten die hijzelf ooit uit de dierentuin had bevrijd, in de hoop misschien toch weer iets van het zuivere te vinden dat The Beats nastreefden, om de doem af te wenden die hij zag naderen. De rest is geschiedenis...
The original Hippy, and the first to step out of it yeah...
Maar het meest toch... The Cool Beatnik pur sang, wat dan weer een contradictio in terminus is, maar ja, tegenstelling, dat is het terrein van Dylan bij uitstek (niet samenscholen), daar wordt de huls van de werkelijkheid opengebroken weet ik uit eigen ervaring, heel mijn schrijversziel is op die tegenstelling gericht... met dank aan The Bard

groet hans altena

Bob Dylan in The New York Public Library

op 21 januari plaatste ik op de blog een link naar een webpagina over een tentoonstelling in The New York Public Library. Ik schreef toen: "De New York Public Library, zo las ik vrijdag, is in het bezit van 'an original typescript' van Dylans 'Changing Of The Guards'.  Dit Dylan-kleinood wordt sinds vandaag samen met manuscripten van Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs onder de titel You Say You Want A Revolution – Remembering the Sixties tentoongesteld."
Peter is naar die tentoonstelling geweest, hij plaatste foto's op Facebook.
Hij is zo vriendelijk geweest mij toestemming te geven om die foto's ook hier te plaatsen.





[met dank aan Peter voor de foto's en Simon voor de tip]

Dylan & de Beats (bijna)



Op 13 april schreef ik op deze blog vol optimisme: "Het boek Dylan & de Beats is bijna klaar. Nog een maand schat ik (al moet ik toegeven dat ik erg slecht in schatten ben...)"
Het blijkt dat ik inderdaad slecht in schatten ben. Er is een maand verstreken en Dylan & de Beats ligt nog niet in de winkels. Er moet nog wel het een en ander gebeuren voor het zover is.
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar nog een paar weken wachten...

Voor de puzzelaars


VPRO Gids nr. 19
[met dank aan Hilda]

aantekening #6705

Mocht je ooit in Antwerpen zijn, dan is het wel aardig om het Hard Rock Café (Groenplaats 35) - of liever de shop naast het café - binnen te lopen. Bij de ingang hangen een aantal gesigneerde albumhoezen in lijsten, waaronder Bob Dylans Slow Train Coming.
Een iets minder handige zet van de uitbater van het Hard Rock Café in Antwerpen is de keuze om de ingelijste hoezen in het zonnetje te hangen. De hoezen - en vooral sommige handtekeningen -  zijn al behoorlijk aan het verbleken.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Aflevering 163 van het literaire tijdschrift Deus Ex Machina heeft - met dank aan de Nobelprijs voor de literatuur die Bob Dylan ontving - het thema Songwriting. Het tijdschrift bevat het aardige essay "Look what they've done to my song, ma: Bob Dylans kunst versus classificatie" van Remo Verdickt. Met name Verdickts interpretatie van "As I Went Out One Morning" maakt dit (korte) essay zeer lezenswaardig.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Bob Dylan was the original hippy, and anyone curious about the style and tone of the "younger generation's" thinking in the early 1960s has only to play his albums in chronological order.

Hunter S. Thompson - Fear And Loathing In America

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Eerder plaatste ik hier een citaat uit Ik, J. Kessels van P.F. Thomése. Ik heb het boek inmiddels helemaal gelezen. Bob Dylan komt nog vier keer in dit boek voorbij. Ook in de eerdere J. Kessels-romans van Thomése - J. Kessels; the novel en Het bamischandaal is Bob Dylan te vinden.
De cd die P.F. Thomése in zijn hand heeft op de foto die afgedrukt is in Ik, J. Kessels is natuurlijk het album Somebody Elses Troubles van Steve Goodman. Onder het pseudoniem Robert Milkwood Thomas speelt Bob Dylan piano op het titelnummer en zingt hij op dit nummer.
Het door Bob Dylan gekozen pseudoniem voor dit album is natuurlijk - met een vette knipoog -  een verwijzing naar Dylan Thomas, auteur van Under Milk Wood.

~ * ~ * ~ * ~ * ~

Was Bob Dylan the original hippy zoals Hunter S. Thompson schrijft? Antwoorden kunnen naar twillems87[at]gmail.com. Zet er even bij of eventuele publicatie op deze blog gewenst is.