More Blood, More Tracks de cover


[met dank aan Bart]

More Blood, More Tracks

De officiële aankondiging van More Blood, More Tracks, het veertiende deel van Bob Dylans Bootleg Series laat op zich wachten, al zal dat niet lang meer duren. Ook zonder een officiële aankondiging valt er al het een en ander te melden over deze nieuwe release.
More Blood, More Tracks verschijnt - zoals het zich nu aan laat zien - op vrijdag 2 november. In Japan verschijnt dit album een week later.
More Blood, More Tracks verschijnt in drie verschillende versies: de standaardversie is een enkele cd. Daarnaast verschijnen er een dubbelelpee en een luxe boxset met zes cd's.

tracklist standaard-versie en vinyl:
  1. Tangled Up in Blue
  2. Simple Twist of Fate
  3. Shelter from the Storm
  4. You're a Big Girl Now
  5. Buckets of Rain
  6. If You See Her, Say Hello
  7. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts
  8. Meet Me in the Morning
  9. Idiot Wind
  10. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  11. Up to Me

tracklist luxe boxset:
Disc: 1
  1. If You See Her, Say Hello
  2. If You See Her, Say Hello
  3. You're a Big Girl Now
  4. You're a Big Girl Now
  5. Simple Twist of Fate
  6. Simple Twist of Fate
  7. You're a Big Girl Now
  8. Up to Me
  9. Up to Me
  10. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts
  11. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts

Disc: 2
  1. Simple Twist of Fate
  2. Simple Twist of Fate
  3. Simple Twist of Fate
  4. Call Letter Blues
  5. Meet Me in the Morning
  6. Call Letter Blues
  7. Idiot Wind
  8. Idiot Wind
  9. Idiot Wind
  10. Idiot Wind
  11. Idiot Wind
  12. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  13. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  14. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  15. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  16. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  17. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  18. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  19. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  20. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go

Disc: 3
  1. Tangled Up in Blue
  2. You're a Big Girl Now
  3. You're a Big Girl Now
  4. Tangled Up in Blue
  5. Tangled Up in Blue
  6. Spanish Is the Loving Tongue
  7. Call Letter Blues
  8. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  9. Shelter from the Storm
  10. Buckets of Rain
  11. Tangled Up in Blue
  12. Buckets of Rain
  13. Shelter from the Storm
  14. Shelter from the Storm
  15. Shelter from the Storm

Disc: 4
  1. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  2. You're Gonna Make Me Lonesome When You Go
  3. Buckets of Rain
  4. Buckets of Rain
  5. Buckets of Rain
  6. Buckets of Rain
  7. Up to Me
  8. Up to Me
  9. Buckets of Rain
  10. Buckets of Rain
  11. Buckets of Rain
  12. Buckets of Rain
  13. If You See Her, Say Hello
  14. Up to Me
  15. Up to Me
  16. Up to Me
  17. Buckets of Rain
  18. Meet Me in the Morning
  19. Meet Me in the Morning
  20. Buckets of Rain

Disc: 5
  1. Tangled Up in Blue
  2. Tangled Up in Blue
  3. Tangled Up in Blue
  4. Simple Twist of Fate
  5. Simple Twist of Fate
  6. Up to Me
  7. Up to Me
  8. Idiot Wind
  9. Idiot Wind
  10. Idiot Wind
  11. You're a Big Girl Now
  12. Meet Me in the Morning
  13. Meet Me in the Morning

Disc: 6
  1. You're a Big Girl Now
  2. Tangled Up in Blue
  3. Tangled Up in Blue
  4. Idiot Wind
  5. You're a Big Girl Now
  6. Tangled up in Blue
  7. Lily, Rosemary and the Jack of Hearts

  8. If You See Her, Say Hello

Wanneer je de tracklist van de luxe boxset legt naast de informatie van de sessies voor Blood On The Tracks zoals die staat op de website Olof's Files, dan lijkt het er op dat disc 1 tot en met 5, plus de eerste 3 tracks van disc 6 alle opnamen uit New York bevatten. Hier en daar verschillen het aantal takes van een gegeven nummer tussen de tracklist van More Blood, More Tracks en Olof's Files, maar ik denk dat dat te maken heeft met kleine onvolkomenheden in de op Olof's Files gegeven informatie.
Ik ga er van uit dat disc 1 tot en met 5, plus de eerste drie tracks van disc 6 alle in New York opgenomen takes bevatten.
De laatste vijf songs op disc 6 zijn precies die vijf songs die Bob Dylan in december 1974 in Minneapolis opnieuw opnam. Ik ga er van uit dat dit geen outtakes zijn - het schijnt dat de banden met outtakes uit Minneapolis nergens te vinden zijn, zo heb ik ooit ergens gelezen - maar geremasterde versies van de songs zoals we die kennen van Blood On The Tracks.

O ja, en dan is er nog die ene verrassing: disc 3, track 6: "Spanish Is The Loving Tongue".

Bob Dylan aan de Seine


Bovenstaande foto van een van de stalletjes langs de oever van Seine in Parijs is gemaakt door Peter.
[met dank]

Dylan kort #1307

Carrie Slee: "Bob Dylan mag van mij altijd gedraaid worden. Maakt niet uit welk album. Ik vind ze allemaal even mooi." zie hier. [met dank aan Jasper]
Stephen Fry in Fry Chronicles [met dank aan Alja]:



Diederik Huffels over singer-songwriter Judy Blank in NRC Handelsblad: "De inspiratie van Bob Dylan is goed te horen in een nummer als 'Tangled Up In You'." [met dank aan Herman] Met zo'n titel verwacht je (ik) een echo van "Tangled Up In Blue" te horen, maar ik hoor het niet. Luister hier.
Bob 'till you drop is de weblog van Dylanliefhebber Luc De Vos die sinds januari online staat, zie hier.
"Bob Dylans whiskymerk gedaagd door concurrent om inbreuk", zie hier.
A Slice of Dylan op 23 september in Beverwijk, zie hier.

bob dylan by daniel kramer: het boek en de recensie (1967)


Get Your Rocks Off! (1967) - door Jochen Markhorst

Get Your Rocks Off! (1967)

“With God On Our Side” is de eerste Dylansong waaraan Manfred Mann zich waagt en is te vinden op de EP The One In The Middle uit 1965. De EP is een enorme hit; behaalt drie keer de eerste plaats in de EP charts en verkoopt zo goed dat het ook in de Top 10 bij de singles scoort. De titelsong is heus aardig, en ook met de andere songs (het jazzy “Watermelon Man” en de Phil Spector/Doc Pomus ballade “What Am I To Do”) is weinig mis, maar de Dylancover is het echte prijsnummer. Het lied staat erop, aldus de hoestekst, omdat Dylan een optreden van de band had bijgewoond en daarna had verklaard de band real groovy te vinden.
Het bevalt. Hierna maakt de band een sprankelende bewerking van “If You Gotta Go, Go Now”, die een enorme hit wordt. Manfreds Dylanliefde krijgt dan nog een extra opsteker als Dylan publiekelijk, bij een persconferentie in december 1965, verklaart dat niemand zoveel recht aan zijn songs doet als Manfred Mann: “Ze hebben er drie of vier gedaan. Elk daarvan precies in de context van waar de song over gaat.”
Niet helemaal correct (Mann heeft op dat moment pas twee Dylansongs opgenomen), maar dat kan de pret niet drukken. Voor zijn boek Jingle Jangle Morning: The Folk Rock In The 1960s vraagt Richie Unterberger aan Manfred wat hij eigenlijk van die publiekelijke goedkeuring vond. “Het deprimeerde me bepaald niet toen ik dat las. Ik was opgetogen, uiteraard.”

Die terugblik wordt uitgesproken in 2014, als Manfred nog een twintigtal Dylansongs meer heeft opgenomen. In de jaren 60, als hij nog zijn gelijknamige beatgroep leidt, verheft hij “The Mighty Quinn (Quinn The Eskimo)” tot een wereldhit en daarmee tot het popmonument dat het vandaag nog steeds is, kort nadat hij ook met “Just Like A Woman” de hitlijsten heeft veroverd. En een grote hit heeft met een van de meest geslaagde Dylan rip-offs van de jaren 60, het aanstekelijke psychpopjuweeltje “Semi-Detached Suburban Mr. James”, dat oorspronkelijk overigens ene Mr. Jones bezingt. Omdat zanger Paul Jones zojuist de band heeft verlaten (dit is de eerste hit met nieuwe zanger Mike d’Abo), bedenkt Manfred net op tijd dat Paul een tekst over ene Mr. Jones met zinnen als So you think you will be happy, taking doggie for a walk en Do you think you will be happy, giving up your friends wel eens als een trap na zou kunnen ervaren, en verandert hij Jones toch maar gauw in James.
In 1971 richt hij zijn Earth Band op en zet hij de gewoonte voort; voor bijna elk album in de jaren 70 neemt hij wel een Dylancover op. Nog steeds met instemming van de meester, kennelijk. Als een journalist bij een persconferentie in 1981 in Travemünde aan Dylan vraagt wat hij van Manfred Manns covers vindt, antwoordt hij: “Ja, die zijn goed… beter zelfs dan Peter, Paul And Mary.”

Het succes van “Quinn The Eskimo” wijst Mann naar een vruchtbaar zijpad: de miskende niemendalletjes, de winkeldochters, de lelijke eendjes en de muurbloempjes. Mann blijkt een ware grootmeester te zijn in het slijpen van ruwe diamanten, in het ontginnen van braakliggend terrein – ongeveer zoals Dylan dat zelf ook doet, met vergeten en verstofte melodieën en liederen uit voorbije eeuwen.
Een eerste structurele aanzet daartoe verricht Mann als producer, voor het harige kwartet Coulson, Dean, McGuinness, Flint. Als Gallagher en Lyle de band McGuinness Flint na twee albums en evenveel hits (“When I’m Dead And Gone” en “Malt And Barley Blues”) in 1971 verlaten, zijn de overgebleven bandleden niet alleen twee begaafde multi-instrumentalisten kwijt, maar vooral ook de belangrijkste songschrijvers. McGuinness klaagt zijn nood bij zijn oude bandleider Manfred Mann en die weet raad. Bassist Dixie Dean wordt erbij gehaald, Mann heeft nog wel ergens een stapeltje onbekende Dylansongs liggen, kruipt zelf achter de opnameknoppen en gezamenlijk storten de mannen zich op Basementpareltjes als “Please Mrs. Henry” en “Sign On The Cross”, op nooit officieel uitgebrachte vroege Dylansongs als “The Death Of Emmett Till” en “Let Me Die In My Footsteps”, en op rariteiten als “Eternal Circle” en “I Wanna Be Your Lover”.
Het album, Lo And Behold (1972), is een klein meesterwerk en geldt nog steeds als een van de meest geslaagde Dylantribuutplaten. En het wijst Manfred Mann de weg naar de artistieke voltreffers die hij in de jaren 70 zal plaatsen met ondergeschoven Dylansongs, naar stralende covers van weinig aansprekende songs als “Quit Your Lowdown Ways”, “You Angel You” en “Father Of Day”.

De eerste plaat van zijn Earth Band, Stepping Sideways, zal nooit officieel verschijnen, maar in de eenentwintigste eeuw maken we dankzij een Biographachtige box (Odds And Sodds - Mis-takes And Out-takes, 2005) wel kennis met de “Please Mrs. Henry” die daarvoor wordt opgenomen. Voor het eerste officiële album (Manfred Mann’s Earth Band, 1972) neemt de band een radicaal andere, maar eveneens schitterende versie van die genegeerde Basementsong op. De plaat flopt, maar Mann versaagt niet. Kant twee van Messin’ (1973) opent met wéér een wonderschone versie van wederom zo’n verguisde Dylan original, “Get Your Rocks Off!”, ook al een overblijfsel van die keldersessies in de Big Pink. Voor de Amerikaanse markt wordt Messin’ herdoopt tot Get Your Rocks Off en van een andere, knap lelijke, hoes voorzien. Het baat niet; de plaat komt niet verder dan de 196ste plek in de Billboard 200 (juni 1973, de week dat George Harrisons vergeten meesterstuk Living In The Material World op één staat).

Het lied oogst weinig genegenheid bij de professionele Dylanologen. Clinton Heylin vindt het een perversity dat van dit lied wél, en van songs als “Going To Acapulco” niet meteen de auteursrechten werden vastgelegd, en vindt daarnaast dit ‘minst geslaagde’ lied niet veel meer dan wat gehannes rondom de dubbele woordbetekenis van rocks (de stenen waarmee gestenigd kan worden enerzijds, de vulgaire benaming voor testikels anderzijds). Greil Marcus negeert de song vrijwel geheel in zijn uitbundige liefdesverklaring aan de Basement Tapes, in Invisible Republic (1997), noemt het alleen als een van de voorbeelden van de miasmic, unplaced, floating dramas – van de ‘verstikkende, wankele, zwevende drama’s’. Waarbij vooral die kwalificatie miasmic nogal onnavolgbaar is; dat betekent eigenlijk zoiets als ‘giftige dampen verspreidend, ziekteverwekkend, walgelijk’. Hoe dan ook een raadselachtige, maar weinig charmante aanduiding.
En ook in het echelon daaronder, bij gerespecteerde amateurdylanologen als Tony Attwood is weinig liefde te ontwaren. Attwood luistert de song op de dubbel-cd-uitgave van The Basement Tapes, vindt het beste aan het lied: dat “Santa Fe” erna komt en snapt niet waarom de song überhaupt een plaats op een album krijgt.
Het andere uiterste is de eerbiedwaardige emeritus professor Louis Renza in zijn Dylan's Autobiography of a Vocation (2017), die op het genante af diepgang in het kolderieke fuifnummer poogt bloot te leggen. De ‘expliciete allusie naar Blueberry Hill en het beeld van de bus die over de snelweg zwerft, verwijzen naar het reizen dat een rock-‘n-rollbestaan vereist,’ is dan nog een kinderlijk charmante interpretatie van de hoogleraar en Dylankenner van het statige Dartmouth College in New Hampshire. Aangekomen bij het mysterieuze ‘Mink Muscle Creek’ vliegt prof. Renza echt uit de bocht:

Dylan wijst naar zichzelf en naar een andere man "liggend ergens in de buurt van Mink Muscle Creek", een scène die wordt getypeerd door twee metaforen: gecommercialiseerde "mink, nerts" oftewel het geld en de sociale status die gepaard gaan met rock-'n-rollsucces; en de macht ("muscle, spierkracht") die een beroemdheid als Bob Dylan onvermijdelijk over zijn (toenmalige) culturele omgeving heeft. Beide dreigen Dylans reeds verzwakte (het is slechts nog een ‘kreek’) bron van creativiteit te blokkeren en daarmee de voor hem onlosmakelijke relatie met zijn existentiële visie.

Dure woorden, die uiteindelijk naar de conclusie leiden dat Dylan in dit lied, ongeveer net zoals in “Maggie’s Farm”, lucht geeft aan zijn ergernis over de verwachtingen van zijn publiek en de eisen die aan hem worden gesteld. “Haal die zware stenen van mij af,” dus.   
Overigens verdient professor Renza in zijn algemeenheid beslist bewondering voor zijn missiewerk om Dylan tot in de hoogste academische kringen te laten doordringen; hij is beslist een van de wegbereiders voor Dylans Nobelprijs.

Renza negeert, uit ambitie vermoedelijk, maar liever de meest voor de hand liggende analyse: de speelse taalkunstenaar Dylan die zich, zoals wel vaker, vooral laat leiden door de sound van de woorden en minder, of zelfs helemaal niet, door de semantische lading daarvan. “Het gaat om de sound en de woorden. Woorden mogen daarbij niet in de weg staan. Die … die moeten er accenten op plaatsen,” tekent Rosenbaum in 1978 op uit Dylans mond (in het Playboy-interview). En ‘Mink Muscle Creek’ (of ‘Mink Mussel Creek’) klinkt nu eenmaal heerlijk, loopt als een tierelier. Dat het inhoudelijk nogal loos wordt, dat kan de dichter nu even minder schelen. Sterker: het amuseert hem nogal, zoals we aan de aanstekelijke, hinnikende lach van de meester tijdens de opname kunnen horen.

Bob Dylan in de Nederlandse literatuur - het begin

Vanaf het moment dat Bob Dylan naamsbekendheid weet te verwerven in Nederland, vanaf mei 1965 met de uitgave van de single "Subterranean Homesick Blues", duikt Bob Dylans naam op in de Nederlandse literatuur. Het eerste Nederlandse boek waar Bob Dylan in te vinden is - voor zover ik heb kunnen nagaan - is niet geschreven door Simon Vinkenoog, zoals je misschien zou verwachten, maar door Peter H. van Lieshout.
In 1966 publiceerde Querido de debuutroman van de dan 20-jarige Van Lieshout. De generalenrepetitie heet dat boek. De jonge schrijver schreef het tussen februari en augustus 1965. In de 156 bladzijden van De generalenrepetitie komt Bob Dylan maar liefst elf keer voorbij.
Een van de elf: "Kijk, en dat wou ik je maar even duidelijk maken, vlak voordat ik het verhaal vertel van mijn liftreizen, de opschuddingen in heel Brabant en Amsterdam, de nieuwe korte liefde, de zeer recente aanschaf van twee elpees van Bob Dylan, zeer tendentieuze oorlogsverhalen, de bezeten toestanden tijdens een weekend een paar weken geleden, de happenings, de toevallige gebeurtenissen," enzovoort.
De generalenrepetitie is zo'n typisch jaren zestig boek - wat dan dan ook wezen mag - zoals ik ze graag lees. Ik las het boek voor het eerst in de jaren negentig en voor de tweede keer in de afgelopen drie dagen. Ook tijdens die tweede keer lezen maakte het boek indruk.

zijsprong 1: tijdens een speurtocht over het internet na informatie over Peter H. van Lieshout stuit ik op een column van een van de weinige Nederlandse popjournalisten die altijd de moeite van het lezen waar is: Bert van de Kamp. In een column van een paar jaar geleden komen De generalenrepetitie en het gisteren zeventien jaar geleden verschenen album "Love & Theft" voorbij. Zie hier.

Goed, De generalenrepetitie is het eerste boek in de Nederlandse literatuur waar Bob Dylan in te vinden is. Na De generalenrepetitie volgden nog tientallen, misschien wel honderden boeken van Nederlandse auteurs waarin Bob Dylan te vinden is.
Na De generalenrepetitie publiceerde Van Lieshout Slow Motion. Dat boek verscheen in 1973. Wat deed Van Lieshout tussen 1966 en 1973? Vertaalwerk?

zijsprong 2: Peter H. van Lieshout is de vertaler van enkele boeken van Jack Kerouac. In De generalenrepetitie is William Burroughs te vinden. Ziedaar een driehoek die ik niet in Dylan & de Beats heb aangeroerd: Bob Dylan, The Beats & Peter H. van Lieshout.

Mijn herinnering zegt dat Bob Dylan ook in Van Lieshouts tweede boek, in Slow Motion te vinden is, maar om dat zeker te weten moet ik het boek herlezen. Het is zo lang geleden dat ik het boek gelezen heb dat ik het simpelweg niet meer weet.
Terwijl Van Lieshout aan De generalenrepetitie schreef, werkte hij ook aan een bundel met veertig gedichten. De gedichten zijn in het voorjaar van 1965 geschreven. Het manuscript werd op een plank gelegd en vergeten. Pas tien jaar later, in 1975 werd het weer ontdekt. Een selectie van 28 gedichten werd in 1977 onder de titel Belevenissen 1965 door Fizz-Subvers Press uit Alkmaar uitgegeven.
Bob Dylan is niet in deze gedichten te vinden, mogelijk doordat ze zo vroeg in 1965 werden geschreven, nog voor Bob Dylan naamsbekendheid verwierf in Nederland, maar verrassend genoeg is Bob Dylan wel op de cover van Belevenissen 1965 en op een van de door Han Hehuat gemaakte illustraties in het boekje te vinden.
Ik stel me zo voor dat die Dylan-cover van Belevenissen 1965 niet in 1965 is bedacht, maar 12 jaar later, in 1977 toen Fizz-Subvers Press op zoek was naar een cover die de tijdsgeest van 1965 moest vatten. Als dat inderdaad de opzet was van Fizz-Subvers Press, dan hebben ze goed werk geleverd.


Apekool

Zo rond 2015 – de precieze datum weet ik niet meer – heb ik het mopperen over wat anderen over Bob Dylan en zijn muziek schrijven afgezworen. Niemand is feilloos, dus waarom mopperen? Het levert zo weinig op.
Die mopper-stop bevalt me wel. Het geeft rust in de kop.
Maar soms, heel soms…
Heel soms knapt er iets.

Ergens halverwege de jaren negentig besluit de redactie van Vooys het artikel “De nederlaag als levensvorm; Bob Dylan als outsider” van Jeroen Steenbakkers af te drukken in het aan de vakgroep Nederlands van de Universiteit Utrecht verbonden literaire tijdschrift.
Dat de door Steenbakkers gedane research voor zijn acht pagina’s tellende artikel zich heeft beperkt tot het doornemen van drie Engelstalige artikelen, allen opgenomen in een herdruk van het door Craig McGregor samengestelde boek Bob Dylan; A Retrospective uit 1972, een door Wouter van Oorschot geschreven bericht uit een Volkskrant van juni 1989 en een roofdruk van Bob Dylans verzamelde songteksten, moet voor de redactie van Vooys toch een hint zijn geweest dat “De nederlaag als levensvorm” geen doorwrocht stuk is.
De redactie doet niets met de hint en plaatst “De nederlaag als levensvorm” in de editie van februari / maart 1995 van het tijdschrift.
Bijna een kwart eeuw later lees ik dat artikel. Er knapt iets in mij.
Het artikel telt meer fouten dan pagina’s. Onnodige, makkelijk te controleren feiten zijn door Steenbakkers alinea na alinea verhaspeld tot onzin. Hij heeft het over Woody Guthry in plaats van Guthrie, de albums The Basement Tapes en Slow Train Coming laat hij een jaar te vroeg uitkomen en de song “Tonight I’ll Be Staying Here With You” verplaatst hij van 1969 naar 1967 alsof het niks is.
Een verhaspel-dieptepunt bereikt Steenbakkers in twee zinnen over het concert tijdens de tournee van 1966 waarbij Bob Dylan vanuit het publiek “Judas!” naar zijn hoofd geslingerd krijgt.
Hoeveel fouten kan een mens in twee zinnen maken?
Steenbakkers: “De tweede keer verschijnt hij [Dylan] met een rockband, waarin onder andere Robbie Robbertson en Levon Helm meespelen. Op 10 mei staat hij in de Royal Albert Hall in Londen.”
Even drie keer diep adem halen…
Oké, ik blijf kalm.
Iedereen kan zich vergissen.
Daar gaat ‘ie, met respect.

1. Het concert waarbij Bob Dylan werd uitgescholden voor “Judas!” was niet in de Royal Albert Hall in Londen, maar in de Free Trade Hall in Manchester. Een feit dat anno 1995, in de tijd waarin Steenbakkers zijn artikel schreef, nog niet algemeen bekend was. Het is hem vergeven.
2. Op 10 mei 1966 – zoals Steenbakkers schrijft - staat Bob Dylan niet in de Royal Albert Hall in Londen. Ook staat hij op die dag niet in de Free Trade Hall in Manchester, waar hij werd uitgemaakt voor Judas. Op 10 mei 1966 staat Bob Dylan op het podium van Colston Hall in Bristol.
10 mei Bristol, 17 mei Manchester en 26 en 27 mei Londen. Zo zit het.
Hoe komt Steenbakkers dan aan die datum van 10 mei? Steenbakkers heeft moeite met jaartallen. Slow Train Coming en The Basement Tapes komen ineens respectievelijk in 1978 en 1974 uit in plaats van in 1979 en 1975, “Tonight I’ll Be Staying Here With You” speelt Dylan al in 1967, niet in 1969. En zo gaat het ook met die tiende mei. Op 10 mei is Bob Dylan wel degelijk in de Royal Albert Hall, alleen niet in 1966, maar in 1965.
3. De naam van Dylans gitarist tijdens tournee 1966 schrijf je met drie b’s, niet met vier, zoals Steenbakkers doet.
4. En Levon Helm heeft regelmatig achter het drumstel gezeten terwijl Bob Dylan stond te zingen, maar niet tijdens het concert op 10, 17, 26 of 27 mei 1966 en ook niet tijdens het concert een jaar eerder, op 10 mei 1965.

Goed, Steenbakkers had er goed aan gedaan de feiten te checken voor hij zijn “De nederlaag als levensvorm” publiceerde. Dat heeft hij niet, of in ieder geval onvoldoende gedaan.
Het ergste is dat dit nog te accepteren is. Iedereen maakt tenslotte wel eens een fout.
Echt kwalijk wordt “De nederlaag als levensvorm” pas op de momenten dat Steenbakkers pretendeert in het hoofd van Bob Dylan te kunnen kijken om vervolgens de apekool door de strot van de achteloze lezer drukken.
Steenbakkers: “sinds zijn motorongeluk lijkt hij [Dylan] er veeleer op gericht fans te verliezen dan fans te winnen.”
En iets verderop:
“Het laatste echt grootse nummer dat hij heeft geschreven, is ‘Blind Willie McTell’ (1983), dat hij, waarschijnlijk om te jennen, niet op de lp Infidels heeft geplaatst.”
Bob Dylans doel in dit leven – aldus Steenbakkers - is om zijn fans af te schrikken, om de mannen en vrouwen die er voor zorgen dat er een boterham op de plank komt van zich te vervreemden, dusdanig te schofferen dat ze nooit meer een Dylanplaat kopen.
Er is maar één woord voor de onzin die Steenbakkers op papier slingert: apekool.
En het meest idiote is nog dat ieder weldenkend mens weet dat het apekool is en toch schrijft Steenbakkers het op. Een koekenbakker, dat is Steenbakkers.
Beweren dat Bob Dylan er op uit is om de fans van zich te vervreemden is ongeveer net zo logisch als een marktkoopman die roept dat zijn groente niet te vreten is.
Ik zeg het nog één keer: apekool.
Goed, terzijde schuiven dat artikel, rustig blijven ademhalen en verder gaan. Het leven is te mooi om alleen zure appels te eten.

Maar voor ik dat doe nog even over “Blind Willie McTell” en Infidels. Steenbakkers sluit zich aan bij de breed gedragen mening dat een Infidels met “Blind Willie McTell” beter is dan een Infidels zonder.
Hoewel er altijd twijfel bij mij zal blijven bestaan over de juistheid van mijn gedachten, ben ik er op dit moment van overtuigd dat de breed gedragen mening dat “Blind Willie McTell” op Infidels had moeten staan niet alleen een onzinnige gedachte is – “Blind Willie McTell” staat immers niet op Infidels – maar ook dat die gedachte berust op het misverstand dat één sterke song een album als geheel beter maakt.

Er bestaat voor mij geen twijfel over de schoonheid van “Blind Willie McTell”. “Blind Willie McTell” is naar mijn smaak beter / mooier dan alle songs op Infidels als songs an sich.
Maar… de acht songs die op Infidels staan vormen samen een uitstekend, samenhangend album. Wanneer “Blind Willie McTell” aan deze acht songs wordt toegevoegd, of wanneer één van de acht songs op Infidels wordt vervangen door “Blind Willie McTell”, dan is de balans van het album weg. Dan zal Infidels geen album meer zijn, maar een verzameling songs.
Daarom is naar mijn smaak een Infidels zonder “Blind Willie McTell” beter dan een Infidels met “Blind Willie McTell”.

Groene Amsterdammer

John stuurde mij onderstaande foto's van twee artikelen uit Groene Amsterdammer van 30 augustus.
Het artikel "Say It Loud" van Fred de Vries:




Dit doet mij gelijk denken aan de hoes van het album Listen Whitey!; The Sounds Of Black Power 1967 - 1974


In haar column "Opvatting" in Groene Amsterdammer schrijft Nina Weijers over het optreden van Patti Smith tijdens de uitreiking van de Nobelprijzen, eind 2016:


[met dank aan John!]

Eva Rovers - Boud #2


[met dank aan Alja]

BDinNL 2.0

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt. Er staan een nieuwe e-mail aan Rob en een nieuwe vraag om informatie over een artikel op. Zie hier.


Dylan vinden waar hij niet of nauwelijks is #58


Het programma van het Jazz & Blues Weekend in Almere. Vanaf half vijf speelt Bob Dylan anderhalf uur lang zijn muziek uit de jaren 1979 en 1980.
Of zou het toch wat anders zijn?
[met dank aan Simon]

Eva Rovers - Boud


[met dank aan Alja]

I And I

Zoals waarschijnlijk alle Dylanliefhebbers die zo nu en dan deze blog bezoeken ben ik door de grote Dylanologen opgevoed met de wetenschap dat Bob Dylans song “I And I” veel te danken heeft aan rastafari. Jochen Markhorst schreef er onlangs uitvoerig over op deze blog. En hoewel ik me prima kan vinden in de aanname dat de roots van Dylans “I And I” te vinden is in de bijbel-rastafari-stijl, een aanname die inmiddels deel is gaan uitmaken van het collectieve geheugen binnen de Dylanwereld, ontkom ik er niet aan er ook een andere gedachte op na te houden.
Volgens die andere gedachte ligt de bron voor Bob Dylans “I And I” niet op Jamaïca, maar in Tanger, Marokko. In 1965, bijna twintig jaar voor hij “I And I’ schreef, wijst Bob Dylan al op die Tanger-bron.
Op de coverfoto van het album Bringing It All Back Home, op de schoorsteenmantel achter Bob Dylan staat een klein, roze boekje. Het is het literaire tijdschrift Gnaoua, samengesteld door Ira Cohen, woonachtig in Tanger. De eerste bijdrage die de lezer bij het openslaan van dit tijdschrift tegenkomt is “Pry Yourself Loose And Listen” van William S. Burroughs.
Dat Burroughs’ schrijven van invloed is geweest op Dylans schrijven staat voor mij onomstotelijk vast. Dat wist ik al voor ik aan het schrijven van Dylan & de Beats begon, dat weet ik nog zekerder nu het schrijven aan Dylan & de Beats is gedaan.
En ook Dylans “I And I” is mogelijk beïnvloed door William Burroughs.
In “Pry Yourself Loose And Listen” schrijft Burroughs: “I said to 'I&I' - ('Inmovable and Irresistible') - 'This is a burning planet - Any minute now the whole fucking shit house goes up.'”
Is het mogelijk dat Bob Dylan zijn “I And I” niet bij de rastafari, maar in Gnaoua vond? Het is zelfs heel goed mogelijk. Is Dylans “I And I” – net als bij Burroughs – dan kort voor “Inmovable and Irresistible”? Nee, dat denk ik niet.
Als dan eenmaal de gedachten spelen met de mogelijkheid van een invloed van Burroughs’ “Pry Yourself Loose And Listen” op Bob Dylans “I And I”, dan gaan er meer overeenkomsten opvallen.
Zo is er de overeenkomst tussen Burroughs’ “This is a burning planet - Any minute now the whole fucking shit house goes up.” In “Pry Yourself Loose And Listen” en Dylans “The world could come to an end tonight” in “I And I”.
Of wat te denken van Dylans steeds weer terugkerende regel in “I And I”: “One says to the other, no man sees my face and lives” en William Burroughs – hoe zal ik het noemen, bijnaam? – nee, geuzennaam: “El Hombre Invisible”, de man die niet gezien kan worden.
In mijn kop kan dit geen toeval zijn. In “I And I” is de invloed van William Burroughs – net als de invloed van de rastafari - zichtbaar, maar ondanks (of misschien wel dankzij) die invloed is “I And I” bovenal een Dylan-song in optima forma.

Buddy Holly

"I just wanted to say, one time when I was about sixteen or seventeen years old, I went to see Buddy Holly play at the Duluth National Guard Armory… I was three feet away from him… and he looked at me."

(Bob Dylan, 1998)

Dylan kort #1306

Recensie van A Tree With Roots, zie hier.
Mantelzorg en Dylans "Gotta Serve Somebody" in de column van Ron van der Lem, zie hier.
Cover: om bij "Gotta Serve Somebody" te blijven: Willie Nelson bracht in 2008 op het album Moment Of Forever zijn versie van Dylans "Gotta Serve Somebody" (zie hier). Nelson heeft onlangs een nieuwe versie van "Gotta Serve Somebody" opgenomen. Deze versie staat op het op 28 september te verschijnen album Muscle Shoals Small Town Big Sound.
Caitlin Moran in How to build a girl (2014) [met dank aan Alja]:



De voorstelling van Lisbeth Gruwez op 14 september gaat niet door, zie hier. [met dank aan Bart]
De Laatste vuurtorenwachter over de kunstenaar Bob Dylan, zie hier. [met dank aan Flor]

Waar is Dylan?

Afgelopen weekend, in een kringloopwinkel net iets te ver van huis worstel ik me door een plank vol Bres, het tijdschrift dat - gezien de inhoud - zo het leven van de argeloze voorbijganger kan binnen zweven. De nadruk ligt op zweven.
Good ol' Simon Vinkenoog heeft jaren in Bres geschreven en af en toe dook Bob Dylan op in die stukken. Zo weet ik dat Vinkenoog over Dylans album Saved heeft geschreven in een Bres, maar welk nummer? Geen idee.
In de vroege dagen heette het tijdschrift Bres Planète, zo ontdekte ik in die kringloopwinkel. Er stonden veel vroege afleveringen van het tijdschrift op die plank in die kringloopwinkel. Niet de aflevering waarin Vinkenoog over Saved schrijft, maar wel de aflevering waarin hij over LSD schrijft (Bres Planète 12, juni 1968). Wat Vinkenoog over LSD schrijft boeit mij niet zo, wel de illustraties bij dit artikel. Psychedelische posters, de een nog mooier dan de ander.
De laatste illustratie is een foto van een winkel vol posters. De vraag is niet "Waar is Wally?", maar "Waar is Dylan?"
(Antwoorden op een briefkaart naar het bekende adres)


De hoezen #6 - door Patrick Roefflaer

9 – John Wesley Harding

Uitgebracht: 27 december 1967
Fotograaf: John Berg
Hoestekst: Bob Dylan
Art-director: John Berg

Beeld je even in: het is eind december 1967, je bent tussen de 16 en 26 en je woont in de Verenigde Staten. Een half jaar is verlopen sinds je Bob Dylan’s Greatest Hits hebt gekocht en de plaat is sindsdien nooit lang uit de buurt van je platenspeler geweest.
Tegen beter weten in snuffel je even door het vak Dylan, Bob bij de platenboer. Terwijl je denkt hoe jammer het is dat de man gestopt is, stoot je op een plaat die je nooit eerder hebt gezien. Omringd door een grijze rand zie je een zwart-witte foto van vier onbekende mannen met hoeden. Boven de foto prijken twee namen: ‘Bob Dylan’ en daaronder ‘John Wesley Harding’. Pas wanneer je de foto wat aandachtiger bestudeert, herken je de man in het midden als Bob Dylan. Hij ziet er heel anders uit dan in je herinnering: geen enorme krullenbos meer, geen donkere bril… wel een pluizig baardje en die grijns. Hij ziet er ouder uit, volwassen.

John Wesley Harding verschijnt, zonder enige ruchtbaarheid, in de laatste week van 1967. Het is het eerste teken van leven van Dylan in meer dan 18 maanden. De zanger heeft de platenfirma echter  opgedragen om ‘geen publiciteit te maken, geen hype.’  Zelfs wanneer Clive Davis, de big chief van Columbia Records, hem persoonlijk vraagt om terug te komen op de beslissing om geen single uit te brengen, houdt Dylan voet bij stuk.

De sobere zwart-wit foto van Dylan en drie onbekende mannen is gemaakt door John Berg, art-director van Columbia Records. ‘Albert Grossman belde me en zei dat Bob de foto’s direct wou kunnen zien om meteen te beslissen, dus stelde ik voor dat we polaroids zouden gebruiken.’
Samen met zijn baas Bob Cato, reist Berg helemaal naar Woodstock. Cato heeft een kleuren fototoestel bij en Berg een zwart-wit apparaat.

De fotosessie vindt plaats in de tuin van Albert en Sally Grossman. ‘Het was de koudste dag van het jaar, het vroor iets van een 20 graden. Het was zo koud dat we naar buiten renden, de Indiërs, de houtbewerker en wie er nog meer waren, foto’s maakten tot het niet meer te doen was en dan weer snel naar binnen renden voor een cognac.
Zodra ik een foto had gemaakt, stopte iemand de polaroid onder zijn arm, omdat die tijdens het ontwikkelen niet te koud mochten worden. Binnen legden we de foto’s op een chique grote tafel en daaruit heeft Bobby deze foto gekozen voor de hoes.’

Het klinkt allemaal erg eenvoudig, maar is dat ook zo?


Sgt. Pepper

1967 is het jaar van de psychedelische muziek met de daarbij horende kleurrijke hoezen: Axis Bold As Love, Electric Ladyland, A Saucerful Of Secrets, The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion by The Incredible String Band, Ogden’s Nut Gone Flake, Their Satanic Majesties Requests, Picknick…

Het hoogtepunt van dat alles is natuurlijk: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Die baanbrekende plaat vormt de soundtrack van de Summer of Love. Op de hoesfoto’s dragen The Beatles parade-uniformen, elk in een andere heldere kleur. Ze zijn omringd door een massa bekende figuren: filmsterren, schrijvers, zangers, filosofen en oosterse guru’s. Op de voorgrond: een bloementapijt, achteraan: een strak blauwe hemel.

De hoes van John Wesley Harding kan worden gezien als een antwoord/parodie op die van The Beatles.
Dylan komt met een zwart-wit foto in een sobere grijze kader. Kleurlozer kan moeilijk.
De jas die hij draagt is dezelfde waarmee hij op de hoes van Blonde on Blonde stond afgebeeld. Op zijn hoofd: een cowboyhoed.
Net als The Beatles staat Dylan centraal op de foto, maar in plaats van een massa bekende bordkartonnen koppen, bestaat zijn gezelschap enkel uit drie onbekende mannen.

Vooraan links zien we ook nog een witte hoed. Door een van twee andere foto’s die van deze sessie zijn bekend, weten we dat er inderdaad nog een vijfde persoon aanwezig was. Het is niet bekend om wie het gaat en vooral: waarom enkel zijn hoed op de foto te zien is. Zit de man gehurkt? Of is zijn hoed achtergebleven op een boomstronk?

Het duurt jaren eer de drie wel zichtbare mannen worden geïdentificeerd.

De oosters uitziende mannen die Dylan flankeren zijn Purna (eigenlijk Puran) en Luxman Das, twee van de vijf leden van de band Bauls of Bengal. De man rechts achter Dylan is Charlie Joy, een plaatselijke timmerman en steenkapper die toevallig bij de Grossmans aan het werk was.


De Bauls van Bengal, zegt u? 

Wie zijn die Bauls en hoe komen ze terecht bij Bob Dylan?

Al eeuwenlang bestaat er in Bengalen, een regio in het noordoosten van Indië, een traditie van rondtrekkende muzikanten. In hun veelal zelfgeschreven liederen brengen de bauls een boodschap van ‘eeuwige waarheid’. ‘Baul’ betekent zoveel als ‘halve gare’, omdat ze zich niet veel aantrekken van sociale normen. Het is een geuzennaam die de muzikanten met trots dragen.

In een interview in 1995 gepubliceerd in The Telegraph India, vertelde Purna Das hoe hij in Woodstock terecht kwam. ’Het begon met een telefoontje. Het was [januari] 1967 en ik woonde toen in
Kali Temple Road. De baas van het Oberoi Grand Hotel, vertelde me dat Albert Grossman, de manager van Bob Dylan, me wou ontmoeten. […] Hij nodigde me uit om naar Amerika te komen. Ik zei ja en zei dat ik tien tot twaalf mensen mee zou brengen. Dat was prima, voor hem.’
Hij voegt er aan toe dat hij later begreep dat ‘Albert mijn gegevens had van de dichter Allen Ginsberg.’ Die was in 1962 naar Indië getrokken en had enige tijd verbleven bij de ouders van Purna en Luxman. Wanneer midden jaren zestig, onder invloed van John Coltrane en The Beatles, interesse ontstaat voor Indische muziek adviseert Ginsberg Grossman om de Bauls te contacteren.

Hun eerste optreden vindt plaats op 14 september 1967, in de legendarische Fillmore in San Francisco. Ze staan op de affiche als LDM Spiritual Band, waarbij LDM staat voor Lok Dharma Mahashram. Dat is een ideetje van Asoke Fakir, een journalist die – als enige in het gezelschap – Engels spreekt en zich daarom opwerpt als hun manager. Asoke is toevallig ook stichter en ‘Internationale voorzitter’ van de gelijknamige Mahashram.

Maar Asoke verdwijnt plots en alle geld met hem. Grossman biedt de gestrande muzikanten onderdak in een nieuw ingericht appartement boven een schuur op het terrein rond zijn huis. ‘Albert nam [ons] dan mee naar Woodstock,’ bevestigt Purna, ‘Daar ontmoette ik Bob Dylan voor het eerst, en ook artiesten als Joan Baez, leden van The Band, Tina Turner, Peter, Paul...,’

Dylan is geïnteresseerd in het gezelschap. Hij experimenteert graag met hun vreemde instrumenten en luistert naar hun filosofie dat wijsheid verkregen wordt door je eigen lichaam te leren kennen.
‘Op een avond zei hij me dat, als ik een Bengali Baul van Indië ben, hij een Amerikaanse Baul was,’ herinnert Purna Das zich. ‘We brengen allebei muziek met wortels. Onze doelstellingen zijn dezelfde, zei hij: ‘Zingen voor de mensen, hun verhalen vertellen en liefde verspreiden door muziek’.’

Purna meent dat Dylan de Bauls vroeg om mee te poseren voor de foto om hen zo een grotere bekendheid te bezorgen. Sally Grossman is het daar niet mee eens. In 2002 verklaart ze: ‘De Bauls woonden daar [in Woodstock] en Dylan ook. Dat zij er bij waren was niet gepland. Het feit dat de lokale timmerman ook op de foto staat, bewijst dat het allemaal puur toeval is.’ 


Beatles in de bomen

Achteruit afgespeelde muziekfragmenten en psychedelische effecten op de hoezen uit die tijd zetten aan - wellicht aangescherpt door geestverruimende middelen – om op zoek te gaan naar verborgen boodschappen. Er zijn zelfs mensen betrapt die een gaatje in een hoes maakten om die te kunnen afspelen op hun platendraaier.
Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld is het hardnekkige ‘Paul is dood’-verhaal (https://en.wikipedia.org/wiki/Paul_is_dead).

Ook Dylans schijnbaar eenvoudige hoes ontsnapt niet aan de speurneuzen.

Op 9 maart 1968 publiceert het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone een artikel onder de titel: ‘Dylan Record Puts Beatles Up a Tree.’  Daarin wordt uitgelegd dat er zowat overal gezichten verborgen zouden zijn op de hoesfoto van John Wesley Harding. ‘Het meest duidelijk is een groep gezichten die zichtbaar worden wanneer je de hoes ondersteboven houdt; in de boomtop, in het lichtere gedeelte, zie je minstens zeven gezichten. Door de hoes in andere richtingen te draaien, komen nog meer gezichten tevoorschijn: nabij ellebogen, struiken en de lijnen van de jassen.’

Met wat goede wil, kun je John Lennon en/of George Harrison herkennen in de meest zichtbare figuur. Dat leidt tot speculaties dat de gezichten die van de vier Beatles zouden zijn, plus enkele van hun vrienden. Donovan misschien?
De auteur van het stuk, Michael Ochs, heeft de fotograaf erover aangesproken. ‘Het is typisch Dylan,’ antwoordt John Berg vaag, ‘Erg mystiek.’ Verder wenst hij er niet op in te gaan. ‘Happy Hunting.’

In de jaren negentig schrijft John Bauldie een reeks over de hoezen van Bob Dylan. Daarvoor vraagt hij Berg opnieuw naar de verborgen afbeeldingen. ‘Ik kreeg een telefoontje van Rolling Stone in San Francisco,’ herinnert hij zich. ‘Iemand had kleine gezichten van The Beatles ontdekt en de hand van Jesus in de boomstam. Wel, ik had een proefdruk van de hoes aan de muur hangen. Dus ik nam die af en draaide hem om en ja hoor …  Hahaha! Ik bedoel, als je het wou zien, dan zag je het. Ik was net zo verbaasd als ieder ander.’



ingezonden mededeling

BOB, "beste Bob Dylan tribute band van Nederland" (Peter Stoker index 2017), geeft op 15 september een uniek optreden in de Haagse Pancho Bar.

Voor het eerst zal het album Desire integraal gespeeld worden als onderdeel van het optreden.

BOB werd in 2013 opgericht door zes doorgewinterde Haagse muzikanten. De band doet een genereuze greep uit honderden Bob Dylan songs van de afgelopen 50 jaar.

Het repertoire van de band heeft zich door de jaren heen ontwikkeld tot een krachtige doorsnede van het werk en de stijlen van Bob Dylan, van "Hurricane" tot "Nettie Moore". Met de komst van violist Bert Tielens werd ook het materiaal van het album Desire (1976) beter bereikbaar.

Geef al dat materiaal aan zes podiumbeesten waaronder zanger Johan ter Schegget en gitarist Boris Matekovic en het resultaat is een afwisselende en aanstekelijke act die geen moment verveelt en ook de niet-kenner aanspreekt.

Line up:
Johan ter Schegget zang, bluesharp
Boris Matekovic gitaar, banjo, ukelele
Bert Tielens viool, bluesharp, zang
Mart de Jong hammond orgel, accordeon, zang
Dennis Tebbenhof drums
Jan Willem Toersen bas

Datum: 15 september
Tijd: 20.00 - 23.00 uur

Entree: Gratis

Adres: Thomsonlaan 9, Den Haag

quote

"Zijn die algoritmen echt zo geweldig? Als ik op Spotify naar Bob Dylan luister, worden me meteen twintig middelmatige folkzangers aangeraden."
Yuval Noah Harari in de Volkskrant van 1 september

[met dank aan Hans]

I And I (1983) - door Jochen Markhorst

I And I (1983)

Anguilla is een klein Caribisch eilandje (ongeveer zo groot als de gemeente Woensdrecht, ongeveer de helft van Texel), door een zeestraatje met de misleidende naam Kanaal van Anguilla gescheiden van St. Maarten. In de zomer van ’82 krijgt het eilandje hoog bezoek: de schoener Water Pearl legt aan, met daarop mede-eigenaar Bob Dylan.
Het bezoek wordt een mijlpaal voor de ‘Anguillan Bob Dylan’, voor Bankie Banx. De lokale legende heeft in ’77 een nummer-1-hit gehad met “Prince Of Darkness” en nu, aan boord in de haven, hoort Dylan dat lied, is gecharmeerd en vraagt of ze die Banx niet eens kunnen uitnodigen. Bankie opsnorren is geen probleem, natuurlijk. Iedereen kent hem daar. En als de troubadours elkaar ontmoeten, klikt het. Banx nodigt Dylan uit om bij hem thuis langs te komen. In Bankie’s oefenruimte kruipt Dylan meteen achter het orgel.

Na een tijdje zegt Bob: “Hee Bankie, dit ding klinkt geweldig. Kun je dit opnemen?”
En ik antwoordde: “Heb ik al gedaan, Bob.”
“Echt waar?”
Ik liet het hem horen en hij vroeg of ik er een reggaebaslijntje onder kon zetten. Bob nodigde vervolgens twee zangeressen uit om mee te doen: Priscilla Gumbs (haar legendarische vraag: Bob wie?) en Amelia Vanterpool. Toen de meiden er waren, zongen ze samen een driestemmige partij in. Toen ze klaar waren vroeg Bob wat de productie moest kosten. 
Ik zei: “Laat maar zitten Bob, het is goed.”
Hij zei: “Weet je wat Bankie, je mag mijn boot lenen om die trip te ondernemen die je zo graag wilde doen.”
Ik mocht zijn jacht zes weken lenen.
(Sarah Harrison, DESIGN ANGUILLA MAGAZINE, 2008) 

Volgens enkele bronnen, o.a. Heylin, heet het liedje dat ze daar in de zomer van ’82 opnemen “It’s Right”, maar de opname is verder nooit ergens opgedoken. Een paar staartjes heeft het wel. Dylan laat “Prince Of Darkness” spelen tijdens de auditie van gitarist G. E. Smith, in november ’87 (te horen op de bootleg Dancing In The Dark). Bankie wordt backstage uitgenodigd bij de MTV Unplugged sessie in november ’94, waarbij Dylan hem, niet geheel waarheidsgetrouw, toefluistert dat hij “Prince Of Darkness” regelmatig op het podium speelt (Banx: “That was a big thing for me”). En door de twee songs die Dylan na zijn sessie op Anguilla opneemt waait opeens zo’n onwerkelijke, Caribische wind: “Jokerman” en “I And I”.

De belangrijkste claim to fame van “I And I“ lijkt vandaag de dag de hoofdrol te zijn die het lied speelt in die fameuze Leonard Cohen-anekdote, die Cohen zelf graag en herhaaldelijk vertelt:

‘Hallelujah’ is een lied waarover ik járen heb gedaan. Een tijdje terug dronk ik koffie met Dylan, de dag na zijn concert in Parijs. Hij heeft dat lied ook wel eens gezongen, op het podium, en hij vroeg me hoe lang ik erover had gedaan om dat te schrijven. En ik antwoordde dat ik er wel een paar jaar mee bezig was geweest. Eigenlijk loog ik. Het was meer dan een paar jaar. Daarna zei ik iets aardigs over een van zijn songs, ‘I And I’, en ik vroeg hem hoe lang hij daarover had gedaan. “Een kwartiertje,” zei hij (lacht). 

Andere, muziekhistorische faam heeft het lied eigenlijk niet; het wordt door Dylan niet meer gespeeld, gecoverd wordt het vrijwel nooit en op verzamelalbums of overzichtwerken verschijnt het ook al niet. Toch zonde. Toegegeven, het heeft niet de monumentale kwaliteit van “Hallelujah”, maar het verdient meer dan vergetelheid.

Behalve uit het reggaesfeertje van de muzikale begeleiding, blijkt de Caribische invloed al uit de titel. I and I is een tamelijk complex begrip, waarmee de rastafari’s zoiets als wij zijn allen één of God is in jou en mij uitdrukken. De bron is vermoedelijk het mysterieuze ehyeh asher ehyeh uit Exodus 3:14, dat in de Statenvertaling in hoofdletters wordt vertaald met Ik zal zijn die Ik zijn zal, het antwoord van God op Mozes’ vraag hoe Hij moet worden genoemd. In de BasisBijbel staat Mijn naam is IK BEN, in de King James I am that I am, en linguïsten betogen dat er nog wel drie, vier uiteenlopende varianten verdedigbaar zijn.
Die bron, Exodus, heeft de dichter Dylan kennelijk ook gevoeld: de slotregel van het refrein komt ook uit Exodus, uit hoofdstuk 33: want Mij zal geen mens zien, en leven.
Daarna bladert hij verder en verwerkt Bijbelcitaten als de loop is niet der snellen (Prediker 9:11), het Woord der waarheid recht snijden (2Tim. 2:15) en oog om oog, tand om tand (Deut. 19:21). Vooral die laatste heeft de poëtische ader geopend, vermoedelijk; voor de associatieve geest van een taalverliefd genie als Dylan is de klankovereenkomst tussen eye for an eye en I and I natuurlijk onweerstaanbaar. Verder associërend sproeit dan die wrede slotregel uit de ader; als je je oog op God laat vallen, ben je er geweest. En uiteindelijk combineert dat refrein dan Jah, de God van de rastafari’s, met Jahweh, de God van de Joden, een verwantschap die de dichter Dylan wel vaker zoekt. In “Precious Angel” bijvoorbeeld (‘our forefathers were slaves’).

Speels, mistig en fascinerend allemaal, maar het écht Dylaneske is dan de inbedding van al die Bijbelse referenties in wereldse film noir decors en de suggestie van epiek, de schijn van een vertelling in de coupletten.
De eerste regels roepen al een Sam Spade-achtige openingsscène op. Een man kijkt peinzend neer op zijn bed waarin een vriendinnetje voor één nacht ligt, ochtendlicht valt door de jaloezieën, een voice over verraadt de ietwat sentimentele gedachten van de man en neemt dan plots een raadselachtige afslag: in een vorig leven zou ze de ‘trouwe echtgenote van een rechtvaardige koning die psalmen schreef aan de oever van maanverlichte rivieren’ geweest kunnen zijn. Schitterend, poëtisch beeld, maar een rechtvaardige koning die psalmen schrijft? Alleen David en Salomo waren psalmschrijvende koningen, maar bij geen van beide is het etiket ‘rechtvaardig’ echt passend. Bij David al helemaal niet, en vooruit, Salomo dan met enige goede wil. Maar ja; kun je een trouwe echtgenote zijn van een man met een harem van zevenhonderd vrouwen plus driehonderd ‘bijwijven’ (1Kon. 11:3)? Dat zou een nogal cynische kwalificatie zijn.
Door die openingsscène lijkt de hoofdpersoon een archetype uit Dylans afscheidssongs. De ik-verteller uit “One Too Many Mornings” is ook al zo’n vermoeide minnaar die op de drempel nog even omkijkt naar het bed, voordat hij conflict-  en communicatiemijdend de eenzaamheid opzoekt, een beeld dat eveneens oprijst uit de schetsmatige omschrijving van de protagonist in “Tangled Up In Blue”, de vertellers in “Highlands”, “Summer Days”, “Mama, You Been On Mind”… mannen die eenzaam ronddolen, heus wel aan de verlaten vrouw denken, maar de voorkeur eraan geven om toch maar verder te gaan zonder haar.

De verwarrende, bijzondere schoonheid van “I And I” is een optelsom van verteltechnieken uit al die songs. Uit de jaren 70, van “Tangled Up In Blue” kennen we het gerommel met tijd. Hier suggereert de dichter in het eerste couplet dat het ’s ochtends vroeg is, in het vierde couplet denkt hij somber dat de world could come to an end tonight, dat de wereld vanavond zou kunnen vergaan en in het vijfde couplet is het noontime, twaalf uur ’s middags dus. En telkens is de verteller met datzelfde wandelingetje uit het tweede couplet bezig, ligt zijn nachtvlindertje nog steeds uit te slapen.
Ondertussen loopt hij, net als in “I Shall Be Free No. 10” en later in “Highlands” rond in een vrijwel lege wereld, registreert hij vergelijkbare decorstukken als in “Ballad For A Friend”, “I’ll Keep It With Mine” en “Tryin’ To Get To Heaven”, en gelardeerd worden de observaties en de overpeinzingen van de verteller dan met die duizelingwekkende mix van Bijbelse citaten en half bekende referenties. Smoking down the track dringt Dylans idioom binnen dankzij Elvis, althans: dankzij de bewerking die The Band maakt van het rock ‘n’ rollmonument “Mystery Train” (Elvis is eigenlijk onaantastbaar, maar The Bands funky stamper op Moondog Matinee, 1973, is prachtig). En that’s all right in de volgende regel zal dan ook wel getriggerd zijn door Elvis (“That’s All Right”, 1954). The darkest part of the road is een echo van James Carrs hit uit ’67, “The Dark Side Of The Street” en ‘twee mannen op een perron’ is een beeld dat Dylan overal kan hebben opgepikt. Uit de film Send Me No Flowers (met Doris Day en Rock Hudson, 1964), bijvoorbeeld.

aantekening #6817

"Was jij er bij?"
"Wight bedoel je?"
"Ja."
"Was 't maar waar. Ik was vijftien en wilde wel, maar van mijn ouders mocht ik niet. Ergens ben ik daar nog steeds boos over, dat ze me niet hebben laten gaan snapte ik toen niet en nu eigenlijk nog niet."
"Negenenveertig jaar na dato nóg boos?"
"Aan de andere kant snap ik ze ook wel weer. Toen onze dochter vijftien was en met een vriendin in de zomervakantie naar Zuid-Frankrijk wilde liften heb ik haar ook tegengehouden. Aan de andere kant kan je Zuid-Frankrijk altijd nog doen, Wight was maar eenmalig."
"En gaan je vandaag nog luisteren naar die opname van Wight?"
"Nee, vandaag niet. Ik kan het hele jaar naar Wight luisteren, maar niet op 31 augustus. Dan is het te pijnlijk."
"Heb je je ouders dat ooit nog gezegd?"
"Dat het nu nog zo'n pijn doet?"
"Ja."
"Nee, natuurlijk niet. Ze bedoelden het goed, weet je. Dan zeur je daar later niet over."

~ * ~ * ~ * ~

Bob Dylan moet in de loop van z'n carrière door tientallen, misschien wel honderden fotografen zijn vastgelegd. Ik heb het niet over het stiekem kiekjes maken tijdens concerten, maar over het meer professionele werk. 
Goed, tientallen fotografen dus. Van al die fotografen is er een selecte groep fotografen wiens namen onlosmakelijk verbonden zijn met een aantal iconische beelden van Bob Dylan, foto's die deel van het collectieve bewustzijn zijn gaan uitmaken.
Ken Regan, Daniel Kramer, Elliott Landy en Jerry Schatzberg zijn de eerste vier namen die bij mij opkomen. 
Van twee van deze vier fotografen is in de afgelopen week een schitterend fotoboek over Bob Dylan verschenen. Van Daniel Kramer verscheen Bob Dylan A Year And A Day, een betaalbare versie van het in 2015 uitgekomen indrukwekkende boek met Kramers beste foto's van Bob Dylan.
Van Jerry Schatzberg verscheen Dylan by Schatzberg, een minstens even indrukwekkend boek als het boek van Daniel Kramer. 
Opvallend aan het boek van Schatzberg is dat het ook foto's bevat die normaliter niet gekozen zouden worden voor zo'n boek, bijvoorbeeld foto's die bewogen zijn. Soms werkt dat, de coverfoto van Blonde On Blonde is daar een goed voorbeeld van, maar dat geldt zeker niet voor alle bewogen of minder scherpe foto's in Dylan by Schatzberg. Daar staat tegenover dat de foto's in Dylan by Schatzberg die er boven uit springen ook werkelijk schitterend zijn en tot de meest iconische beelden van Bob Dylan gerekend kunnen worden.
Daniel Kramer zal in de Dylan-wereld - terecht - altijd herinnerd worden voor de coverfoto's van Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited. Uiteraard zijn deze foto te vinden in Bob Dylan A Year And A Day. Dit boek bevat naast deze coverfoto's outtakes van de sessies die deze foto's opleverden. 
Verder bevat het boek hoofdzakelijk zwart-wit foto's waarvan een groot aantal al in de jaren zestig in het boek Bob Dylan by Daniel Kramer verschenen. Naast de vele bekende foto's bevat dit boek tientallen foto's die niet eerder in boekvorm verschenen.
De Dylan-liefhebber doet er verstandig aan €100,- in zijn zak te stoppen, naar de boekhandel te lopen en Bob Dylan A Year And A Day en Dylan by Schatzberg aan te schaffen.

~ * ~ * ~ * ~


~ * ~ * ~ * ~

Ik draai Wight. Bob Dylan heeft nog geen twee zinnen van opener "She Belongs To Me" gezongen of zoonlief zegt: "wat is dit? O, uhm... Is dit een, hoe heet 't ook al weer, een cover of zo?" Wanneer ik hem vertel dat het geen cover is, maar Bob Dylan zelf, kijkt hij mij eerst een tijdje aan. Hij probeert te achterhalen of ik hem in de maling neem.
Zodra hij er uit is dat ik dat niet doe, meldt hij dat Bob Dylan op deze opname toch wel echt héél anders klinkt dan hij gewend is. 
"Dat komt omdat hij gestopt was met roken, daardoor klinkt hij anders. Zegt hij zelf, maar of het ook waar is? Hij klinkt in ieder geval wel anders, ja," leg ik hem uit.
Daar neemt hij genoegen mee. De koptelefoon gaat weer op. Hij heeft genoeg gehoord, het is weer tijd voor zijn eigen muziek: Panick At The Disco.

~ * ~ * ~ * ~



28 augustus 1963

Ingezonden mededeling: I shall be released – Dylan-songs in synagoge Culemborg

I shall be released – Dylan-songs in synagoge Culemborg

Zondag 16 september 2018 is in de Culemborgse synagoge een Bob Dylan-concert: I shall be released. Veel van Dylans songs bevatten religieuze, bijbelse en spirituele elementen. Door in grote lijnen een kerkelijke liturgie te volgen, komen die songs in een ander licht te staan.

Met de verrassende arrangementen van de band The Zimmies, de diverse gastvocalisten en de liturgische setting belooft het een bijzonder concert te worden. Minder bekende Dylan-songs als ‘Pressing On’ en ‘Father of Night’ komen langs, maar ook evergreens als ‘To Make You Feel My Love’, ‘Knockin’ on Heaven’s Door’ en natuurlijk ‘I Shall Be Released’. De songs worden afgewisseld met gesproken (Dylan)teksten.

Dit concert is voor iedereen die de spirituele Dylan wil ontdekken of gewoon zijn prachtige songs op een bijzondere manier wil horen. De toegang is gratis, de hoed gaat rond. Graag wel even aanmelden: bobdylan@xs4all.nl

Zondag 16 september, 16.00 uur en 19.30 uur.
I shall be released – liturgisch Bob Dylan-concert.
Locatie: Synagoge, Jodenkerkstraat 5 4101 CW Culemborg

setlist 28 augustus

Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Summer Days / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Tangled Up In Blue / Pay In Blood / Early Roman Kings / Like A Rolling Stone / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

De laatste setlist van de tournee door Azië en Australië. "Desolation Row" is van de setlist verdwenen ten gunste van "Like A Rolling Stone" en "Soon After Midnight" heeft plaats moeten maken voor "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry". Die laatste song wil ik wel graag horen. De laatste keer dat Dylan dit speelde was in april 2005, ruim 13 jaar geleden dus.

Handle With Care

oproep

Op de pagina BDinNL 2.0 heb ik net onderstaand bericht gezet:

Ik ben op zoek naar Rob Stolk, betrokken bij de Nacht van de Protestsong in april 1966 in Zaandam. Ik zou hem graag wat vragen willen stellen voor het schrijven van mijn boek over Bob Dylan in Nederland. 
Verder ben ik zoek naar informatie over onderstaand artikel: waar en wanneer (op of rond 15 november 1966) is dit gepubliceerd?
Ik hoor het graag. (twillems87[at]gmail.com)



Alle informatie, hoe klein of onbelangrijk het misschien ook lijkt, is welkom.
aanvulling: Rob Stolk is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Provo Rob Stolk. Deze man overleed in  maart 2001. [met dank aan Simon en Hilda]

Dylan kort #1305

setlist 26 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Summer Days / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Tangled Up In Blue / Pay In Blood / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

In vergelijking met de setlist van 24 augustus hebben "Tangled Up In Blue" en "Pay In Blood" van plek gewisseld. "Summer Days", deze tour voor het eerst gespeeld op de 24ste, blijft op de setilist.

Bob Dylan A Year And A Day van Daniel Kramer, het schitterende fotoboek dat ik 2015 in een beperkte oplage uitkwam is inmiddels in een 'gewone' editie verschenen. Een werkelijk schitterend boek stampvol foto's met een aantal niet eerder gepubliceerde foto's zoals van Bob Dylans optreden in de Les Crane Show in februari 1965.
A Tree With Roots; Fairport Convention & Friends and the songs of Bob Dylan: een recensie van dit recent verschenen album op Written in Music, zie hier.
André Keuning speelt Bob Dylan: "Idiot Wind", "You Ain't Goimg Nowhere", "North Country Blues" en nog veel meer Dylan-covers op zijn YouTube-kanaal, zie hier.
Trouble No More: een recensie door Piet van Die, zie hier.
Rein Pol schilderde Bob Dylan, zie hier.

gevaarlijke muziek (1966)


aantekening #6811

Gisteren kocht ik twee cd's waarvan het misschien niet logisch lijkt dat een Dylanliefhebber als ik ze koop. Het gaat om de albums Rumor And Sigh van Richard Thompson en Psychedelic Pill van Neil Young.

Tijdens een concert op 14 juli 2013 speelde Bob Dylan voor het eerst en voor het laatst het nummer "1952 Vincent Black Lightning". Ik herinner mij niet lang na dat concert een opname daarvan gehoord te hebben. Ik herinner mij de fascinatie voor dat nummer.
"1952 Vincent Black Lightning" is geschreven door Richard Thompson, het staat op het gisteren gekochte album Rumor And Sigh.

Op Psychedelic Pill van Neil Young staat het nummer "Twisted Road". Dat nummer begint zo:

First time I heard "Like A Rolling Stone"
I felt that magic and took it home
Gave it a twist and made it mine
But nothing was as good as the very first time
Poetry rolling off his tongue
Like Hank Williams chewing bubble gum
Asking me, "How does it feel?"


~ * ~ * ~ * ~

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt, zie hier. Reacties op de daar gepubliceerde e-mails zijn meer dan welkom!


~ * ~ * ~ * ~

In aantekening #6800 schreef ik over Bob Dylan op de dvd The Sixties. Ook op de dvd The Seventies is Bob Dylan te vinden, maar je moet wel verdomd goed opletten om het te zien: twee seconden uit de film The Concert For Bangladesh.
In aantekening #6807 schreef ik over Bob Dylan op een scherm in het programma Moby Dick
In de uitzending van Mody Dick van afgelopen donderdag liet schrijfster Jolande Withuis haar agenda uit 1968 zien (denk ik, ik ben niet helemaal zeker meer van het jaar). Op de voorzijde van de agenda had ze een foto van Bob Dylan geplakt, binnenin een foto van Jozef Stalin.

Scans (of foto's) van oude agenda's met daarin of op foto's o.i.d. van Bob Dylan geplakt zijn meer dan welkom voor publicatie op de blog en kunnen naar twillems87[at]gmail.com (nieuwe serie "de agenda van..."??).

~ * ~ * ~ * ~

I’m listening to Neil Young, I gotta turn up the sound
Someone’s always yelling turn it down
Feel like I’m drifting
Drifting from scene to scene
I’m wondering what in the devil could it all possibly mean?


~ * ~ * ~ * ~

Het is tijd om weer eens goed naar Time Out Of Mind te luisteren. Ik heb dat album te lang verwaarloosd. Dat moet vandaag nog gebeuren. Door de koptelefoon. Sommige mensen laten de hond uit of doen de weekboodschappen op zaterdagochtend. Ik luister naar Time Out Of Mind.

setlist 24 augustus

Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Summer Days / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

Tijdens dit concert in Brisbane is "Duquesne Whistle" van de setlist verdwenen. "Summer Days" is er voor in de plaats gekomen.

oproep

Ik ben op zoek naar informatie over The official Bob Dylan - Donovan Fanclub. Deze fanclub opereerde in (en rond?) 1966 vanuit het huis aan Bouwlustlaan 22 in Den Haag.
Wat was dit voor club?
Waaruit bestonden de activiteiten van deze fanclub? 
Was er misschien zelfs een clubblaadje?
Hoeveel leden had de club?
Alle informatie over de club is meer dan welkom en kan naar: twillems87[at]gmail.com

aantekening #6808

Setlist 22 augustus: Thing Have Changed / It Ain't Me, Babe / Highway 61 Revisited / Simple Twist Of Fate / Duquesne Whistle / When I Paint My Masterpiece / Honest With Me / Tryin' To Get To Heaven / Make You Feel My Love / Pay In Blood / Tangled Up In Blue / Early Roman Kings / Desolation Row / Love Sick / Don't Think Twice, It's All Right / Thunder On The Mountain / Soon After Midnight / Gotta Serve Somebody // [encores] // Blowin' In The Wind / Ballad Of A Thin Man

~ * ~ * ~ * ~

De pagina BDinNL 2.0 is weer bijgewerkt, zie hier

~ * ~ * ~ * ~

Vreemde boeken waar Bob Dylan in voorbij komt: dochterlief vond gisteren bij de kringloop het boek Sunglasses. Het is een klein gebonden boekje vol foto's van mensen met zonnebrillen op hun neus. Ik houd wel van een ietwat vreemd boek, maar wat bezielt iemand om een boek te maken met niets meer dan foto's van mensen met zonnebrillen? Wat is de markt voor zo'n boekje? Ik weet 't werkelijk niet.
Natuurlijk heb ik het boekje wel gekocht, want... een van de geportretteerde zonnebrildragers in dit boek is Bob Dylan.

Luister, ik doe je na - klassiek

aantekening #6807

Er ligt een papiertje met een korte aantekening naast me. Er staat: "Best bestede 6 minuten en 47 seconden deze week: 'I And I', 8 december 1997." Die woorden schreef ik gisterochtend op dat stukje papier om later uit te werken in een aantekening hier op de blog. Acht uur later hoorde ik "Visions Of Johanna" en nu kan dat papiertje dat naast me ligt de prullenbak in.
Vergeet bovenstaande, deze aantekening begint hieronder.

~ * ~ * ~ * ~

De beste bestede 8 minuten en 41 seconden deze week: "Visions Of Johanna", 19 augustus 2018, Sydney. Of maak er 17 minuten en 22 seconden van, ik heb namelijk twee keer geluisterd. De eerste keer geloofde ik mijn oren niet. Ik moest een tweede keer luisteren.
Het nummer begint wat twijfelend, alsof Dylan en de band nog zoeken naar de juiste toon, de melodie, de perfecte groove voor de verrassing die ze het publiek in Sydney voor de voeten gaan gooien.
Dylan begint wat weifelend aan het nummer, vergeet zelfs de helft van de derde regel, maar herpakt zich snel. In het tweede couplet, in de tweede regel schiet zijn stem omhoog en heeft hij het verhaal te pakken. Wat daarna volgt is schitterend. Ik ga het niet proberen te beschrijven, je moet maar zelf luisteren. Dat is beter. Het zoveelste bewijs dat Bob Dylan een briljant zanger is.

En "I And I" van 8 december 1997? Dat is een uitstekende tweede deze week.

~ * ~ * ~ * ~

De website Untold Dylan bezocht ik eigenlijk zelden tot nooit. Tot Jochen me er op attendeerde dat er regelmatig goede stukken op deze site staan. 
Er staat nu een stuk op over "King Of Kings", misschien wel Dylans meest vergeten compositie. (Welke Dylanliefhebber kan met zijn hand op z'n hart zeggen dat hij "King Of Kings" al kende? Ik denk dat het er niet veel zijn.)
"King Of Kings" is zo obscuur dat het zelfs niet te vinden is in Still On The Road: The Songs Of Bob Dylan vol. 2: 1974 - 2008 van Clinton Heylin.
Tim Dunn schrijft in zijn Copyright-boek wel over "King Of Kings". Hij schrijft onder andere dat het nummer waarschijnlijk in 1996 is opgenomen, maar het zou ook best 1993 geweest kunnen zijn.

"King Of Kings" is de afsluitende track op het soloalbum Not For Beginners van Rolling Stone Ronnie Wood. 
Het is een instrumentaal nummer. Twee gitaren: Ronnie Wood en Bob Dylan, meer is het niet. Maar het is wel een nummer dat in je kop blijft zeuren als je het eenmaal gehoord hebt.

Met dank aan Untold Dylan heb ik Not For Beginners weer eens uit de kast gepakt om "King Of Kings" te beluisteren. En nee, "King Of Kings" kan zich niet meten met de grote Dylan-klassiekers als "Visions Of Johanna" of  "Desolation Row". Natuurlijk niet, zou ik haast zeggen. Maar dat neemt niet weg dat het aangenaam luisteren is, die instrumental aan het eind van het album Not For Beginners.

Het bewuste artikel op Untold Dylan staat hier.

~ * ~ * ~ * ~

Het is me in de afgelopen tien dagen al meerdere malen gevraagd: "Heb je Moby Dick nog gezien? Dat nieuwe boekenprogramma van Matthijs van Nieuwkerk?" Steeds moest ik bekennen het niet gezien te hebben.
Gisteren keek ik - met terugwerkende kracht, zal ik maar zeggen - naar de tweede aflevering. 
Matthijs van Nieuwkerk zit aan een tafeltje vol boeken met twee gasten te praten. Daarachter zit het publiek en achter dat publiek hangt een groot beeldscherm met een Sgt. Pepper-achtige collage vol schrijvers. Een van de schrijvers in die collage, helemaal aan de rechterkant, is Bob Dylan.


~ * ~ * ~ * ~

Een aantal malen per jaar krijg ik een e-mail van een mede-Dylanliefhebber met een zin in de trant van "Eigenlijk vind ik Slow Train Coming wel mooi." of "Ik vind Slow Train Coming gewoon goed", maar nooit krijg ik een e-mail met een zin als "Eigenlijk vind ik Blonde On Blonde wel mooi" of "Ik vind Blood On The Tracks gewoon goed".
Niet alleen ontvang ik e-mails met dit soort zinnen, ook betrap ik mezelf er regelmatig op e-mails met dit soort zinnen te versturen.
Waarom? 
Waarom voelen veel Dylanliefhebbers de noodzaak om hun liefde voor een album als Slow Train Coming te verantwoorden, maar hun liefde voor bijvoorbeeld Blonde On Blonde niet?
En nee, het gaat niet alleen om Slow Train Coming. Het gaat ook over Under The Red Sky en Self Portrait en Dylan & The Dead en noem ze allemaal maar op.
Ik denk dat ik wel weet waarom ik - en zoveel anderen met mij - de neiging hebben om steeds weer bijna verontschuldigend te verklaren Dylans minder klassieke albums mooi te vinden. Maar het antwoord op de waarom-vraag is misschien niet eens zo interessant. Veel interessanter is de constatering dat ik het doe en het besef dat het tijd wordt dat ik er mee stop.

~ * ~ * ~ * ~

The comic book and me #53

Well, the comic book and me, just us, we caught the bus
The poor little chauffeur, though, she was back in bed
On the very next day, with a nose full of pus
Yea! Heavy and a bottle of bread
Bob Dylan - "Yea! Heavy And A Bottle Of Bread"

Op onderstaande foto twee pagina's uit het boek The Programme 1.