Shelter From The Storm

 Een dag of vijf geleden draaide ik tijdens een autorit een album met enkele covers van Dylan-songs. Niet iets wat ik regelmatig doe. Wie mij kent weet dat covers niet mijn ding zijn. Ik ben van het slag Nobody sings Dylan like Dylan. Ook de covers op dit album maakten geen indruk. Geen uitzonderingen. Het horen van de covers deed mij vooral verlangen naar de versies van Bob Dylan zelf. En zoals het dan vaak gaat, speelt ergens in mijn achterhoofd Dylans versie van de gehoorde song dwars door de coverversie heen.

Ik vond mezelf ergens tussen de landerijen, de lodderige ogen van de koeien aan de kant van de weg op mij gericht. "Shelter From The Storm", een song die ik al honderden keren gehoord moet hebben, kwam ineens echt binnen. Ik drukte de autoradio uit zodat de coverversie niet langer stoorde bij het overvallen worden door de schoonheid van Dylans song.

De overval was heftig. Ik heb "Shelter From The Storm" altijd begrepen, sterk gevonden, maar dit keer ging het dieper. Het was haast alsof het mij lukte om in de song te kruipen.

Klinkt dit allemaal nog een beetje logisch? Ik geef toe, het klinkt allemaal wat vreemd. Het was dan ook een rare gewaarwording. Nu ik het achteraf probeer op te schrijven, kan ik me zelf nauwelijks voorstellen dat het zo is gegaan.

Maar zo ging het wel. Ik zat in de song die in mijn hoofd speelde. Ik zag de "creature void of form", ik wist hoe het voelt de schuilplaats aangeboden te krijgen. 

Ik kon die avond maar moeilijk de slaap vatten. Die stem spookte door mijn hoofd. Dylans stem. Ik heb het nooit begrepen wanneer er iets onaardigs over die stem werd gezegd. Het is een stem waar een mens achter schuil gaat. Een stem die niet is afgevlakt door zangopleiding of verwachtingspatroon. Een stem van een persoon. Ee grandioze stem.

Drie dagen later had ik Blood On The Tracks nog niet uit de kast gepakt om "Shelter From The Storm" te beluisteren. Ik kon het niet. Het hoefde ook niet. De song speelde in mijn hoofd. Soms zakte het even weg, maar altijd kwam het weer terug. Die ene song.

De vierde dag, vandaag lukte het mij om wel te luisteren. Niet over de boxen, maar via de intimiteit van de koptelefoon. Afgesloten van het gegiechel van de buurvrouw in haar achtertuin en de blaffende hond op straat. Twee keer draaide ik de song, ogen gesloten. Dat deed ik niet bewust, dat gebeurde. Ook dat is afsluiten, niet gestoord kunnen worden door de beelden om me heen.

Ik snap de song nu beter dan ooit. Niet dat ik "Shelter From The Storm" voorheen niet begreep. Het is meer alsof ik een stuk doorzichtig plastic van de song heb getrokken. Dat ik de song net iets helderder zie. 

Ik twijfel of ik helder ben, of ik dit moet opschrijven. 

Aan de andere kant: waarom zou ik het verbergen?

Terwijl ik daar stond, ogen gesloten, koptelefoon op mijn oren, Bob Dylans stem die in mijn kop kroop, gitaar, bas, was het alsof iemand met zijn vingers drukte op de plek in mijn hersens waar de emoties worden aangestuurd. Pijn, verdriet, ontroering, liefde, het gierde allemaal door mijn lijf. Ik hoorde het niet alleen, ik onderging het.

Hoeveel kan een mens hebben? Waar ligt de grens? 

Voor vandaag is het genoeg. Ik stop de cd-speler, haal de cd uit de lade en ruim deze op. Ik rol het snoer van de koptelefoon op en hang het ding aan de haak waar hij hangt op de momenten dat ik 'm niet nodig heb. Ik doe de cd-speler en versterker uit.

Ik doe vandaag niks meer.

Oké, bijna niks. Ik denk aan de regels die door mijn geheugen aan mij opgedrongen worden. Zoals die ene regel. Die regel die zo pijnlijk waar blijkt te zijn:

Beauty walks a razor’s edge

Ben ik een freak? Zo vraag ik me soms af. Ben ik de enige die tijdens het luisteren de muziek instapt in plaats van aan de zijlijn blijft staan? Vast niet. 

En toch zie ik niet vaak mensen die hun auto aan de kant van de weg moeten zetten simpelweg omdat ze door de muziek zo door emoties overmand zijn dat ze niet verder kunnen. Het overkomt mij, soms. Ik zie niet vaak mensen die tijdens het luisteren naar muziek ieder contact met de buitenwereld kwijtraken, niet meer aanspreekbaar zijn, omdat ze opgaan in de muziek. Het overkomt mij, regelmatig.

Ben ik de uitzondering, of weten anderen het goed voor mij te verbergen? Ik weet het niet. Het maakt eigenlijk ook niet uit wat het antwoord is. Het is wat het is. Dylan raakt mij. Ik kan alleen maar voor anderen hopen dat hen hetzelfde overkomt wanneer die stem klinkt.


3 opmerkingen:

Anoniem zei

Je beschrijft prachtig wat een epifanie is, wanneer je een licht opgaat dat vanuit iets anders komt en tegelijk in jou weerspiegeld wordt... Het is denk ik ook de bron waaruit Dylan zelf put en ja, dan vallen alle schillen weg en word je geabsorbeerd door de verlichting, openbaring of wat het ook is... Dank voor dit mooie, voor mij erg herkenbare epistel.

groet hans altena

Rambling Pete zei

Mooi beschreven luisterervaring. Natuurlijk ben jij geen uitzondering. Dylans liederen zijn zelf een 'Shelter from the storm', voor mij vooral als ik ze zelf speel.

Ronald Schuurman zei

Ik herken het, het wegzinken in de muziek. Het aardse ontstijgen. Ook ik hoor liever Bob zelf. Ik heb mij gewaagd aan Emma Swift, leuk gezongen en goed gedaan, maar het kon mij weinig bekoren, het mist de spanning van de frasering en intonatie van Bob. Het gaat hier dan ook niet om mooizingerij maar om de zeggingskracht bij zijn werk en dat kan er maar een zelf overbrengen en dat is Dylan zelf.