Isis (1975) - door Jochen

Isis (1975)

De westerse fascinatie voor de exotische mystiek van het oude Egypte is nog ouder dan het ontstaan van de Egyptologie, in de negentiende eeuw. In Mozarts Zauberflöte (1791), de opera vol vrijmetselaarsmysticisme, roept de wijze Sarastro al Isis und Osiris aan, staande in een decor van piramides en palmtakken. In de daaropvolgende decennia culmineert de bekoring; de tijd van de farao’s inspireert tot duizenden opera’s, literaire werken, schilderijen en later ook films (Cleopatra uit 1917 bijvoorbeeld, en de hele reeks Mummy-horrorfilms die in 1932 begint).
Na de Tweede Wereldoorlog verflauwt het thema een beetje, maar verdwijnen doet het nooit. Kuifje’s De Sigaren Van De Farao is een bestseller in 1955, Asterix en Cleopatra in 1965, Indiana Jones trekt met de Staf van Ra naar Caïro (Raiders Of The Lost Ark, 1981), The Bangles scoren hun wereldhit in 1986 (“Walk Like An Egyptian”). En ook vandaag nog verleidt luchtverfrisser Ambi Pur de klanten met het geurtje Egyptische Mystiek (€ 4,25 bij het Kruidvat).

De Isis en de pyramids uit Dylans song staan dus niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een eeuwenoude traditie van Egyptische referenties in westerse cultuur. Veel meer hoeven we er ook niet achter te zoeken, volgens Jacques Levy, de coauteur. In een van zijn laatste interviews, voor Prism Films in mei 2004, vertelt hij vrij uitvoerig over zijn samenwerking met Dylan:

We hebben het nooit gehad over de betekenis. Je wilt niet weten hoe vaak me is gevraagd wat we met the fifth of May bedoelden. Ik wimpel dat altijd maar af. Ik weet niet wat het betekent. En het kan me ook niet schelen. Ik antwoord dan: verzin je eigen betekenis maar. (…)
Exotisch is het goede woord. Een uitheems gevoel. Het wás exotisch, maar er zaten ook wel wat autobiografische aspecten in de song. Hetzij van mij of van Bob. (…)
Ik had veel belangstelling voor het Wilde Westen, voor cowboydingen. De liedjes die ik met McGuinn heb geschreven, hadden allemaal die western flair. En een paar liedjes die ik met Bob heb geschreven, hebben dat ook. Neem bijvoorbeeld zo’n liedje als
Isis. Isis is een cowboyverhaal, maar er zit heel weinig western in. Niet in de muziek en niet in de beelden. Maar het voelt toch als een cowboyverhaal, dat zich door een ander soort lens afspeelt. 

Die autobiografische elementen zijn, net als die Egyptische elementen, hooguit onbetekenende smaakversterkers. Isis wordt een mystical child genoemd – in de complete catalogus van Dylan komt dat bijvoeglijk naamwoord maar in één ander lied voor: in “Sara”, op ditzelfde album Desire, dezelfde Sara die in “She Belongs To Me” een magische Egyptian ring draagt. Kennelijk associeert de dichter zijn aanstaande ex-vrouw met een antieke Egyptische schone. De koppeling van de namen Sara en Isis is dan gauw gemaakt – die voltrekt zich langs dezelfde lijnen waarop Kafka zijn hoofdpersoon “Samsa” noemt, Klaus Mann zijn collaborerende zwager Gustav Gründgen als “Hendrik Höfgen” te kijk zet (in Mephisto,1936) en Neal Cassady verandert in Dean Moriarty (On The Road, Jack Kerouac).
In het onvolprezen SongTalk-interview met Paul Zollo bevestigt Dylan die beperkte diepgang ook:

Isis… de naam doet wel een belletje rinkelen, maar niet al te krachtig. Het is een naam die je bekend voorkomt. De meeste mensen kennen hem wel ergens van. En wat het ook zou oproepen, dat was allemaal oké, zolang het maar niet te dichtbij kwam. (lacht)

Niet te dicht bij hemzelf, licht Dylan (weer lachend) desgevraagd nog toe.



Een verhaaltje, kortom. En verder bedoelen we er eigenlijk niets mee, beweert Dylan een paar jaar eerder ook al, op de vraag van een luisteraar als de zanger in een radiostudio in Hollywood geduldig een uurtje vragen beantwoordt. “Het is een beetje een soort van een reis, weet je wel. (…) Ik weet verder echt niet wat het zou kunnen betekenen.”
Like sort of a journey type trip is een wel erg karige samenvatting van de noodlottige odyssee die de hoofdpersoon uit “Isis” onderneemt, maar Dylans punt is duidelijk: de sprankeling van het lied zit niet zozeer in de vertellende kwaliteit, en al helemaal niet in verborgen betekenissen, maar in de beeldende kracht, de onverwachte wendingen en de schoonheid van de woorden. De hoofdpersoon onderneemt een lange reis vol ontberingen om uiteindelijk bij zijn wettige echtgenote terug te keren – een heuse odyssee, precies zoals Odysseus dus.
Waarin Levy een cowboyverhaal ziet, is niet erg duidelijk. De hoofdpersonen reizen te paard, dat is het wel zo’n beetje. En het woord canyon valt, maar ja; die canyon is ijzig en besneeuwd, en dat associeer je nou niet meteen met het Wilde Westen. Sterker nog: de ballade wemelt van de decorstukken en rekwisieten die de verbeelding een halve wereld de andere kant op duwen. De hoofdpersonen ontmoeten elkaar bij de wasserette, reizen naar het koude Noorden en vinden een lege graftombe in een ijzige piramide. Het decor van de thuiskomst is een grazige weide bij een drooggevallen kreek, bij zonsondergang.
De luisteraar ziet bij dit al geen Once upon a time in the West, maar eerder apocalyptische landschappen uit een film als Mad Max of het Bijbelboek Ezechiël, of fantasiewerelden als in The Lord Of The Rings. In elk geval “exotisch”, dat ziet Levy dan weer wel goed.

De dialogen zijn niet minder enigmatisch en door en door dylanesque. Tweegesprekken die rakelings langs elkaar heen scheren, antwoorden die geen antwoord geven, dialogen die alleen maar schijnbaar hout snijden.
“Waar gaan we heen?”
“We zijn rond de vierde weer terug.”
“Dat is het beste nieuws dat ik ooit heb gehoord!”
Hij komt terug uit het Koude Noorden, heeft zojuist het lijk van zijn metgezel in een lege graftombe in een ijzige piramide gelegd, maar dat was desgevraagd “no place special”.
De toon en de verwarrende inhoud herkennen we van de dialogen in Kafka’s parabels, maar ook uit Dylans meer surrealistische persconferenties en interviews. En Dylans levenspartners herkennen het ongetwijfeld ook. “You who are so good with words and at keeping things vague,” zoals Joan Baez het in “Diamond & Rust” zou verwoorden. Gekmakend als je samen een nieuwe plafondlamp probeert uit te zoeken bij de Ikea, maar in een liedtekst als “Isis” krijgen dit soort dialogen een onweerstaanbare, diep-poëtische glans.

Net zo onweerstaanbaar is de muziek, of liever: Dylans voordracht. De begeleiding is simplistisch en effectief. “If you ever want to write a hit, don't feel ashamed, do a descending bass line,” leert maestro Paul McCartney (in Conversations with McCartney, Paul Du Noyer). De ex-Beatle heeft natuurlijk recht van spreken en ook weer gelijk, zoals uit het succes van fanfavoriet “Isis” blijkt. De muzikale begeleiding is écht niet meer dan een walsende, dalende melodielijn. Hypnotiserend genoeg, maar de invulling verheft het lied tot een Dylanklassieker. En dan niet eens zozeer door de combinatie van het halsstarrige, biologerende gehamer op de piano met de zwierige, verlokkende viool en het gedreven harmonicaspel; het is vooral Dylans voordracht. De meester zingt weergaloos; meanderend om die pianoakkoorden heen, krachtig en zelfverzekerd, klinkers rekkend waardoor de woorden in elkaar overlopen alsof hij een saxofoonsolo speelt. Neem een vers als de openingsregel van couplet drie, “A man in the corner approached me for a match”; een serpentine van dansende, wiegende klanken, waarvan de betekenis, inderdaad, eigenlijk niet meer zo belangrijk is.
Onderbelicht is dan nog de opmerkelijke, dragende bijrol van de drums. De meeste klappen van het bijzondere talent Howie Wyeth (tevens een behoorlijk bekwaam ragtime- en jazzpianist) zijn nèt naast de tel en daaraan dankt de opname die fascinerende, stuwende dynamiek. Dylan is ook onder de indruk. “Your drummer sounds great,” zegt hij tegen bassist Rob Stoner, die zijn drummaatje heeft meegenomen naar de studio. Aansluitend wordt hij dan ook uitgenodigd voor de Rolling Thunder Revue. Howard Wyeth heeft wel meer succesvolle sessies op zijn naam staan, bij Don McLean bijvoorbeeld, en met Roger McGuinn, op diens mooiste album, Cardiff Rose. In Nederland kennen we hem van de klaterende pianosolo en de droge, strakke drums op het hitje “Red Hot” van Robert Gordon en Link Wray (1977), hoewel hij in het Avro’s TopPopfilmpje op de bas staat te playbacken (en bassist Rob Stoner achter de drums zit).
Maar bij zijn vroegtijdige overlijden in 1996 (51 jaar oud) geldt zijn werk op Dylans Desire toch nog steeds als zijn gloriemoment.

De collega-muzikanten hebben ontzag. Er zijn er maar weinig die zich aan een cover wagen – Dylans studioversie én de live-versies zijn tamelijk onaantastbaar en afschrikwekkend, vermoedelijk. De vlezige, blanke bluesgigant Popa Chubby heeft het lied een paar jaar op zijn repertoire staan en komt in de buurt van wat Jimi Hendrix ervan zou maken. De opname uit 1996 is een van de fraaiste. Fraaier eigenlijk nog dan de enige min of meer bekende cover van “Isis”, die van The White Stripes.

Isis
(with Jacques Levy)

I married Isis on the fifth day of May
But I could not hold on to her very long
So I cut off my hair and I rode straight away
For the wild unknown country where I could not go wrong

I came to a high place of darkness and light
The dividing line ran through the center of town
I hitched up my pony to a post on the right
Went in to a laundry to wash my clothes down

A man in the corner approached me for a match
I knew right away he was not ordinary
He said, “Are you lookin’ for somethin’ easy to catch?”
I said, “I got no money.” He said, “That ain’t necessary”

We set out that night for the cold in the North
I gave him my blanket, he gave me his word
I said, “Where are we goin’?” He said we’d be back by the fourth
I said, “That’s the best news that I’ve ever heard”

I was thinkin’ about turquoise, I was thinkin’ about gold
I was thinkin’ about diamonds and the world’s biggest necklace
As we rode through the canyons, through the devilish cold
I was thinkin’ about Isis, how she thought I was so reckless

How she told me that one day we would meet up again
And things would be different the next time we wed
If I only could hang on and just be her friend
I still can’t remember all the best things she said

We came to the pyramids all embedded in ice
He said, “There’s a body I’m tryin’ to find
If I carry it out it’ll bring a good price”
’Twas then that I knew what he had on his mind

The wind it was howlin’ and the snow was outrageous
We chopped through the night and we chopped through the dawn
When he died I was hopin’ that it wasn’t contagious
But I made up my mind that I had to go on

I broke into the tomb, but the casket was empty
There was no jewels, no nothin’, I felt I’d been had
When I saw that my partner was just bein’ friendly
When I took up his offer I must-a been mad

I picked up his body and I dragged him inside
Threw him down in the hole and I put back the cover
I said a quick prayer and I felt satisfied
Then I rode back to find Isis just to tell her I love her

She was there in the meadow where the creek used to rise
Blinded by sleep and in need of a bed
I came in from the East with the sun in my eyes
I cursed her one time then I rode on ahead

She said, “Where ya been?” I said, “No place special”
She said, “You look different.” I said, “Well, not quite”
She said, “You been gone.” I said, “That’s only natural”
She said, “You gonna stay?” I said, “Yeah, I jes might”

Isis, oh, Isis, you mystical child
What drives me to you is what drives me insane
I still can remember the way that you smiled
On the fifth day of May in the drizzlin’ rain

1 opmerking:

Frans Buijs zei

Ondanks de naam van de Egyptische godin krijg ik altijd meer een Mexico-gevoel bij dit lied. Die Fifth of May (Cinco de Mayo) is een nationale feestdag in Mexico. En daar heb je ook piramides. En in het Wilde Westen had je natuurlijk ook wasserettes. (Vaak gerund door Chinezen.) Daarnaast heb ik altijd het idee gehad dat het thema van het opgraven van een lijk voor een premie geinspireerd is door Sam Peckinpahs film Bring Me the Head of Alfredo Garcia waarin Warren Oates met een afgehakt hoofd door Mexico rondrijdt. Dylan had tenslotte in Peckinpahs vorige film meegespeeld, dus het is heel goed mogelijk dat hij geinteresseerd bleef in wat de regisseur daarna maakte. Ik kan iedereen die houdt van een film die een beetje gek is, Bring Me (etc) aanbevelen.
Frans.