Jolene (2009) - door Jochen

Jolene (2009)

Mink DeVille is nog geen echt grote naam in Europa als hij in 1981 in de Grugahalle in Essen het nachtpubliek voor een van de legendarische Rockpalastnächte mag opwarmen. Hij onderkent de kans die hem geboden wordt, onderbreekt een Amerikaanse tournee en heeft zelfs wat Duitse woordjes geleerd. Danke, bijvoorbeeld, dat hij tot hilariteit van de zaal als Tanke uitspreekt. Hij zegt het bijna na elk lied en naarmate de avond vordert, roepen steeds meer concertgangers terug: “… und Öl nachfüllen!” (“en olie bijvullen”).
Het is goedmoedig; Willy DeVille (1950-2009) heeft al gauw het publiek gewonnen – op zijn laatst na het vierde nummer, het inmiddels klassieke “Cadillac Walk”.
Dat is tevens een van de songs waarmee DeVille een plekje in het hart van Dylan verovert. In de Post-MusiCares conversatie met Bill Flanagan, februari ’15, verbaast hij zich erover dat Mink DeVille nog steeds geen plaats heeft gekregen in de Rock ‘n’ Roll Hall Of Fame en noemt “In The Heat Of The Moment”, “Steady Driving Man” en “Cadillac Walk” als voorbeelden waarom hij die ereplek verdient.
De liefde zit diep, bevestigt het verhaal van gitarist Paul James. De Canadese James, die een vriendschap met Dylan ontwikkelt en meerdere malen bij hem op het podium staat, vertelt in een interview met Small Town Toronto (januari 2011) over hun eerste ontmoeting: “Het eerste wat hij tegen me zei was ‘Hé, ik heb die video gezien waarop jij bij Mink DeVille speelt. Die Willy is something else.’ Willy leefde toen nog.”
Vermoedelijk heeft Dylan beelden gezien van Mink DeVille Live At Montreux 1982; een schitterende concertregistratie waarop Paul James een prominente rol heeft en inderdaad goed herkenbaar is.

Zijn hommage aan Mink DeVille heeft Dylan echter al enkele jaren vóór die bewonderende woorden in het Flanaganinterview afgeleverd, zij het indirecter, op het album Together Through Life. Die plaat werd destijds, in 2009, laaiend enthousiast onthaald, maar vervaagt inmiddels alweer – de songs krijgen vooralsnog geen tweede leven en de opmerkelijke hoofdrol voor accordeonist David Hidalgo heeft minder frisblijvende charme dan bijvoorbeeld Scarlet Rivera’s viool op Desire. Aan de vergetelheid ontsnappen alleen de drie songs die Dylan ook veruit het meest gespeeld heeft: het stuwende, mysterieuze en eigenlijk ook wel mooiste lied “Beyond Here Lies Nothing”, het prachtige “Forgetful Heart” en het aanstekelijke, bijna vrolijke rockertje “Jolene” – dat mede zo goed geconserveerd blijft dankzij de afwezigheid van Hidalgo’s al te dominante trekzak.

“Jolene” wordt in de eerste besprekingen uiteraard vergeleken met Dolly Partons klassieker. Verder dan de titel kom je dan echter niet en meer dan een plagerijtje van de oude meester (of medeauteur Robert Hunter) is het dan ook niet. Dylan snapt natuurlijk dat de exegeten verwoed de parallellen met die meelijwekkende smeekbede van een mutserige huisvrouw zullen zoeken. Jolene is immers net zo’n ondubbelzinnige, onaantastbare naam als Roxanne of Peggy Sue of Gloria, namen die altijd in de schaduw van het gelijknamige popmonument zullen staan.
Maar een speelse Dylan en Hunter houden wel van een rode haring en besluiten om Dylans verwijzingen naar het oeuvre van Mink DeVille achter die geladen countrynaam te verstoppen. En het werkt. Het duurt immers wel even voordat de connectie met DeVille’s “Rolene” gevonden is; Dylan kopieert de naamsherhaling en geeft haar, net als Mink, big brown eyes. Als je dan eenmaal de oude LP’s van Mink DeVille weer hebt afgestoft (met name Return To Magenta en Cabretta), stromen de Aha-Erlebnisse binnen. Vrijwel elke regel uit de Dylan/Hunter-song parafraseert of citeert liedflarden van die platen. Ook uit de klassiekers die Dylan in dat interview noemt; in “Steady Driving Man” horen we de Saturday night special en de long old highway en in “Cadillac Walk” zien we ook al de dead man rise en is de dame eveneens something nice, wat dan ook weer rijmt op dice.
Daar houdt het niet op. Behalve deze drie kom je nog zes songs tegen waaruit Dylan vrolijk knipt en plakt – het minst verborgen uit het Phil Spectorachtige openingsnummer van Return To Magenta, “Guardian Angel”: de regel When you hold me in your arms things don't look so dark blijft in zijn geheel gehandhaafd. En dan hebben we het alleen nog maar over “Jolene”. In het volgende lied, “This Dream Of You”, frequenteert de ik-persoon hetzelfde Nowhere Café waar Willy DeVille destijds broeierig zat te staren naar een mooie meid ( “Just To Walk That Little Girl Home”; nog zo’n monument waarmee hij dat plekje in de Rock ‘n’ Roll Hall Of Fame verdient).



Ongenoemd blijft dan nog de stille kracht achter de coulissen: Moon Martin. John David “Moon” Martin is een verdienstelijk liedschrijver en uitvoerend artiest die nooit echt is doorgebroken. Twee kleine hitjes gehad, waaronder zijn eigen versie van “Rolene” (dat haalt de dertigste plek in de Billboard, 1979), maar Martin heeft meer succes als zijn songs door anderen worden opgenomen. Robert Palmer scoort een enorme hit met “Bad Case Of Loving You” en ook het bovengenoemde “Cadillac Walk” is van hem. Indertijd wordt hij nogal ten onrechte in de New Wave hoek geplaatst, vooral omdat hij net als Elvis Costello een grote bril heeft. En omdat hij zijn rocksongs wel eens lardeert met een synthesizerbliepje, wellicht. Muzikaal hoort hij echter in het hokje good old rock ‘n’ roll, met snufjes countryrock en ouderwetse rhythm & blues. Dylan kent en waardeert zijn muziek wel. Hij covert zelfs een Martinsong, in 1990: “Paid The Price” (maar noemt het zelf “Pay The Price’) en de tracklist van Moon Martins live-album Bad News Live (’93) doet vermoeden dat Dylan die ook wel ’s heeft opgezet. Behalve een aardige cover van “Stuck Inside Of Mobile” staan daarop Moons eigen “Cadillac Walk” en “Rolene”.

Dylans “Jolene” vervaagt inmiddels wat. Hij speelt het 161 keer in vier jaar en doorgaans is het een enorme crowd pleaser. Gitarist Charlie Sexton heeft meer momenten waarop hij kan schitteren, maar het spelplezier spat er bij “Jolene” helemáál vanaf. Na 8 september 2012 is het helaas afgelopen; de Indiaanse afstammelingen van de Moheganen runnen het op één na grootste casino van de Verenigde Staten in het stadje Uncasville en zijn de gastheer voor Dylans (vooralsnog) laatste opvoering van de prachtige, heerlijk rockende hommage aan Willy DeVille, drie jaar na diens plotse overlijden.  

Jolene

Well you're comin' down High Street, walkin' in the sun
You make the dead man rise, and holler she's the one
Jolene, Jolene
Baby, I am the king and you're the queen

Well it's a long old highway, don't ever end
I've got a Saturday night special, I'm back again
I'll sleep by your door, lay my life on the line
You probably don't know, but I'm gonna make you mine
Jolene, Jolene 
Baby, I am the king and you're the queen

I keep my hands in my pocket, I'm movin' along
People think they know, but they're all wrong
You're something nice, I'm gonna grab my dice
I can't say I haven't paid the price
Jolene, Jolene
Baby I am the king and you're the queen

Well I found out the hard way, I've had my fill
You can't find somebody with his back to a hill
Those big brown eyes, they set off a spark
When you hold me in your arms things don't look so dark
Jolene, Jolene
Baby I am the king and you're the queen

1 opmerking:

Arie de Reus zei

In 1984 was ik bij het concert in Basel. Willy Mink DeVille in het voorprogramma van Bob Dylan. En niet te vergeten heeft Freddy Koëlla bij Bob Dylan in de band gespeeld. Een verlegen gitaar virtuoos, die ik in 2008 op het vliegveld in LA ontmoet heb.