Day Of The Locusts (1970) - door Jochen Markhorst

Day Of The Locusts (1970)

David Crosby beschouwt zichzelf als een vriend van Dylan en dat functioneert omdat hij de code heeft gekraakt:

Ik kan behoorlijk goed met hem opschieten want ik heb tot nu toe goed kunnen verbergen dat hij me imponeert (totdat hij dit leest, dus). Du moment dat je hem laat merken dat je hem bewondert, maakt hij je af. Dan roert hij met een lepel door je hersenen.

De ex-Byrd en erkend marihuanagrootverbruiker heeft niet echt het imago van een scherpzinnig analyticus, maar er staan wel meer onverwacht rake observaties in Crosby’s eerste autobiografie Stand And Be Counted – A Revealing (2000). Hij kan benoemen hoe ongemakkelijk Dylan zich voelt als hij zich in het nauw gedreven voelt, zoals bij de uitreiking van het eredoctoraat en de bijbehorende toespraak aan Princeton in 1970, en hij heeft een goed ontwikkeld gevoel voor opmerkelijkheden.

Een van de beste dingen die ik Bob over zichzelf heb horen zeggen was in andermans woorden. Hij citeerde Henry Miller, die Dylans hele leven in één regel kan vatten: “De taak van de kunstenaar is de wereld met teleurstelling inenten.”

Nu komt dat citaat ook in een paar interviews met Dylan langs (o.a. in het Playboyinterview, 1977), maar vooruit, theoretisch kan Crosby het ook zelf uit Dylans mond hebben gehoord. En een mooie, tot nadenken stemmende quote is het hoe dan ook.

De schriftelijke bekentenis dat hij Dylan stiekem wel degelijk bewondert, heeft de vriendschap kennelijk niet aangetast; in Chronicles schrijft de bard, drie jaar na Crosby’s confidentie, liefkozende, vriendelijke woorden over zijn harige vriend. Hij memoreert hoe hij Crosby heeft meegenomen naar die gevreesde eredoctoraattoekenning, noemt hem ‘kleurrijk en onvoorspelbaar’, hij kan een obstreperous companion zijn, een ‘weerspannige metgezel’, en hij mag hem erg graag.
Dat tripje naar Princeton is een veelbesproken, uitvoerig gedocumenteerde dag uit het leven van Dylan. Allereerst door Dylan zelf dus, die in Chronicles ruim zeshonderd woorden aan het voorval wijdt. Maar vooral in de Dylanologie natuurlijk. Niet alleen omdat het een bijzondere gebeurtenis is in Dylans biografie, maar ook omdat het een van die zeldzame levensfeiten is die een duidelijk aanwijsbare, onweerlegbare neerslag vindt in een Dylansong: in “Day Of The Locusts”.
De titel is fraai en ook al uit het leven gegrepen. Althans, ongeveer dan toch. De insecten die, in Dylans woorden, daar zo’n zoete melodie zingen, zijn geen sprinkhanen (locusts) maar cicaden. Dat zijn beestjes die sowieso al een vrij bijzondere levenscyclus kennen, maar deze Princetonvariant, de magicicada helemaal. De entomologen onderscheiden bij de zeven soorten daarvan zogeheten broods, ‘legsels’. Het cicadenkoor bij Dylans ceremonie wordt gezongen door het tiende legsel, brood X, van de Michigancicade en die soort heeft als bizarre eigenschap dat ze slechts om de zeventien jaar bovengronds komen. Dan zijn de nimfen volgroeid en geslachtsrijp, en hebben ze enkele weken om zich voort te planten en te sterven.
De tweede dichterlijke vrijheid die Dylan zich permitteert, behalve die herbenoeming naar sprinkhanen, is de ‘zoete melodie’ die ze met een high whining thrill, met hoge klaaglijke opwinding zingen. Hoog en trillend is het zeker, maar enkele tientallen cicaden in een boom kunnen al 100 dB halen (vergelijkbaar met een motorfiets dus) en het monotone dreinen is allesbehalve melodieus te noemen. Washington Postjournalist Cameron W. Barr, die vlakbij woont, schrijft met regelmaat over de plaag en noemt het deafening (oorverdovend), vergelijkt het met het binnendenderen van een metrotrein en vindt de sound otherworldly, niet van deze wereld – en dat bedoelt hij niet bewonderend.

Het is desondanks begrijpelijk dat de dichter de geladen kracht van het beeld van een sprinkhanenzwerm niet kan weerstaan. Behalve de archaïsche, Bijbelse doem die het enkele noemen van locusts al oproept (de Egyptische plaag in Exodus 10 bijvoorbeeld, en vooral de onheilsprofetie van de vijfde engel in Openbaringen 9), is The Day Of The Locust ook het bekendste werk van Nathanael West, een van Dylans literaire voorbeelden. Het is de laatste roman van de jonggestorven West, gepubliceerd in 1939, en de thematiek is Dylan op het lijf geschreven: de kloof tussen schijn en werkelijkheid. In The Day Of The Locust trekt de jonge schilder Tod Hackett naar Hollywood, verdient aldaar de kost met het schilderen van decors en ontdekt de wereld van ontgoocheling, afgunst en lelijkheid achter de schone schijn en pracht en praal. West schrijft in een soms groteske, provocerende stijl, het werk staat bol van symboliek en bizarre metaforen en is aanvankelijk knap omstreden (inmiddels staat het in de Modern Library’s List van 100 beste Engelstalige boeken uit de twintigste eeuw, op plek 73). Allemaal in Dylans straatje dus
Hij geeft ook wel vaker blijk van zijn liefde voor Nathanael West. In hoofdstuk 4 van Chronicles bijvoorbeeld, als Dylan verhaalt over zijn wanhoop in de jaren 80, over zijn angst dat het afgelopen is met zijn talent:

The mirror had swung around and I could see the future — an old actor fumbling in garbage cans outside the theater of past triumphs.
   
Dat pikt de bard bijna letterlijk uit Wests eerste, tamelijk obscure en niet al te geslaagde roman The Dream Life Of Balso Snell (1931), waarin we op bladzijde 27 lezen:

I’m like an old actor mumbling Macbeth as he fumbles in the garbage can outside the theatre of his past triumphs.

Het refrein van Dylans song “Day Of The Locusts” is van een gezocht poesiealbumniveau, de inleidende coupletten hebben daarentegen reportagekwaliteit. De verslaggever Dylan dient meteorologische feiten op, beschrijft het decor, verklaart de aanwezigheid van de hoofdpersoon, I stepped to the stage to pick up my degree, en bericht waarheidsgetrouw dat hij na afloop met zijn meisje in de auto stapt en wegrijdt (Sara Dylan is er inderdaad bij).  Poëtisch is hij slechts in enkele terzijdes. De bankjes zijn ‘gevlekt door tranen en zweet’, een dichterlijke verwijzing naar de emoties waarmee een diploma-uitreiking gepaard gaat en tegelijk een literaire knipoog naar de befaamde blood, toil, tears and sweat-speech van mede-Nobelprijswinnaar Churchill. Gevoelens van ongemak verwoordt de dichter met het beklemmende beeld in het tweede couplet: ‘duisternis alom, de lucht van een grafkelder’, en ronduit vervreemdend is het beeld van de man next to me, wiens hoofd dreigt te exploderen. Crosby denkt te weten dat Dylan hem bedoelt, want hij was weer eens knetterstoned. Hij brengt het verhaal zelf in de wereld, ongevraagd, tijdens een interview met Paul Zollo in de serie Lyrically Speaking van de Aspen Writers’ Foundation (2008):

DC: Hij heeft ooit eens over me geschreven.
PZ: O ja? Welk lied is dat?
DC: Ik geloof dat het “The Locusts” heet.
PZ: “Day Of The Locusts”? Dat is een geweldige song.
DC: Ja… ‘the man next to me, his head was exploding…’
PZ: Ja! Ben jij dat?
DC: (knikt trots en ook wat verontschuldigend, tot hilariteit van het publiek)

Dylans recollectie in Chronicles wijst echter eerder naar de spreker die de bul uitreikt, en Dylan tot diens afgrijzen verheerlijkt als ‘spreekbuis van het verstoorde en bezorgde geweten van Jong Amerika’, het soort etiketten waarvan Dylan juist zo graag verlost zou worden. 
Op en top poëtisch en Dylanesque zijn slechts de laatste twee regels van het laatste couplet: ze vertrekken

Straight for the hills, the black hills of Dakota
Sure was glad to get out of there alive

Hier heeft de reporter de verslaggeving verlaten, zoveel is wel duidelijk. De Zwarte Heuvels van South Dakota liggen zo’n drieduizend kilometer verderop, daar rijd je niet even heen. En als mikpunt voldoet het ook niet; Dylans huis staat in Woodstock, tweeënhalf uur rijden pal ten noorden van Princeton, de andere kant op dus.

De dichter heeft het hier overgenomen van de reporter, dus die black hills of Dakota hebben een overdrachtelijke betekenis. De meeste Amerikaanse luisteraars hebben dan maar één associatie: Mount Rushmore. De vier portretten van de Amerikaanse presidenten Washington, Jefferson, Lincoln en Roosevelt zijn uit het graniet van de Black Hills gehouwen en het monument is de grootste trekpleister van de Midwestern States, met ruim twee miljoen bezoekers per jaar. South Dakota afficheert zich dan ook officieel als “The Mount Rushmore State” (staat zelfs in de vlag).
De dichter Dylan impliceert hier aan het eind dus, met prettige ironie, dat het eredoctoraat hem monumentale, onsterfelijke status verleent.

Het lied staat op New Morning, het album dat ondanks het aanvankelijke enthousiasme (nr. 1 in Engeland, goud in de VS, juichende recensies) al gauw weer wegzakt naar het grauwe peloton van Best-Wel-Aardige Dylanplaten. Enige herwaardering beleeft de plaat dankzij The Bootleg Series Vol. 10: Another Self Portrait (2013), maar tot een opleving leidt dat niet. De songs worden, ook door de meester zelf, nauwelijks gespeeld en gedenkwaardige covers van collega’s zijn er nauwelijks. “If Not For You” en vooral “The Man In Me” onttrekken zich nog enigszins aan die onverschilligheid, maar “Day Of The Locusts” blijft genegeerd. Zelfs David Crosby, die zich toch een soort van geestelijk vader mag noemen (hij heeft Dylan immers overgehaald om dat eredoctoraat op te halen) en die bepaald een granieten, onverwoestbare reputatie heeft als Dylanvertolker, blijft er verre van.

Day Of The Locusts
Oh, the benches were stained with tears and perspiration
The birdies were flying from tree to tree
There was little to say, there was no conversation
As I stepped to the stage to pick up my degree
And the locusts sang off in the distance
Yeah, the locusts sang such a sweet melody
Oh, the locusts sang off in the distance
Yeah, the locusts sang and they were singing for me

I glanced into the chamber where the judges were talking
Darkness was everywhere, it smelled like a tomb
I was ready to leave, I was already walkin’
But the next time I looked there was light in the room
And the locusts sang, yeah, it give me a chill
Oh, the locusts sang such a sweet melody
Oh, the locusts sang their high whining trill
Yeah, the locusts sang and they were singing for me

Outside of the gates the trucks were unloadin’
The weather was hot, a-nearly 90 degrees
The man standin’ next to me, his head was exploding
Well, I was prayin’ the pieces wouldn’t fall on me
Yeah, the locusts sang off in the distance
Yeah, the locusts sang such a sweet melody
Oh, the locusts sang off in the distance
And the locusts sang and they were singing for me

I put down my robe, picked up my diploma
Took hold of my sweetheart and away we did drive
Straight for the hills, the black hills of Dakota
Sure was glad to get out of there alive
And the locusts sang, well, it give me a chill
Yeah, the locusts sang such a sweet melody
And the locusts sang with a high whinin’ trill
Yeah, the locusts sang and they was singing for me
Singing for me, well, singing for me

4 opmerkingen:

Frans Buijs zei

Nu het buiten hetzelfde weer is als beschreven wordt in het derde couplet, waag ik me aan een nieuwe interpretatie: het hoofd van die man ontplofte gewoon van de hitte!
En de Black Hills zijn natuurlijk ook het heilige land van de Lakota-Indianen waar in 1874 goud gevonden werd.

Anoniem zei

Een mooi stuk weer over een slinks geniale song, te vaak vergeten, en het presenteert ons weer met die vele betekenissen verscholen achter zijn beelden. The Black Hills of Dakota, jij denkt erbij aan Mount Rushmore Jochen en dat open voor mij nieuwe perspectieven, toch blijf ik liever de andere weg inslaan op dit kruispunt, waren het niet de heilige heuvels van de Sioux (dacht ik) en vluchtten zij daar niet heen na hun laatste, eerst door vreedzame Ghost Dances voorafgegane veldslag tegen de troepen van de US als verzet tegen de genocide en opsluiting in de kampen van de reservaten? Wounded Knee, de klank van die woorden alleen al bezorgt me de koude rillingen, en gek genoeg zie ik soms beelden van de lange tocht door de sneeuw van verslagenen wanneer ik de laatste regels van dit lied hoor, maar tja, mijn verbeelding is een beetje gek zegt mijn vrouw wel eens...
gegroet, hans altena

Frans Buijs zei

Je haalt de zaken een beetje door elkaar, Hans. Sioux/Lakota komt een beetje op hetzelfde neer hier. De vondst van goud in de Black Hills leidde tot een invasie van blanke goudzoekers waartegen de Indianen zich verzetten, wat uitliep op de slag bij Little Big Horn, een Pyrrhus-overwinning voor de Indianen in 1876. Enkele jaren later zaten ze allemaal in reservaten. De Ghost Dance beweging begon rond 1890 en was een kruising tussen het sjamanisme (zoektocht naar visioenen) en het Christelijke idee van een Messias die, in dit geval, de gelukkige tijd van de bizonjacht weer zou terugbrengen. De Amerikaanse overheid verbood deze dans en dat leidde tot de slag, nee, slachting, bij Wounded Knee.
Het is allemaal na te lezen in Begraaf mijn hart bij de bocht van de Rivier (Bury my Heart at Wounded Knee) van Dee Brown en Zwarte Eland spreekt (Black Elk speaks) opgetekend door John Neihardt.

Anoniem zei

ik noemde veldslag tegen de troepen van de US, maar dat was het niet, de Lakota en Cheyene van de Sioux vochten helemaal niet daar bij Wounded Knee, ze werden afgeknald, met vrouwen en kinderen en al... moest ik toch nog even corrigeren... groet hans